23-09-16

Inge Boulonois

 

De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Na de middelbare school volgde zij een kunstenaarsopleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Arnhem. In 1988 studeerde ze af als waarnemingspsycholoog aan de Universiteit in Nijmegen. In 2000 begon ze met het schrijven van gedichten. Ze debuteerde in 2004 met de bibliofiele bundel “Ooglijke tijd”. In 2007 volgde de bundel “Haast feestelijk”. Verder bundels zijn “Het geluk van een tafel” (2011), “Heerhugowaardse gedichten” (2014), “Lichte en Bonte Gedichten” (2015) en “Idioom van geluk” (2016). Boulonois schrijft zowel vrije als gebonden verzen, “serieuze” als lichtvoetige gedichten. In haar light verses overheerst humoristische maatschappijkritiek. Haar light verses worden door haar zelf geïllustreerd. Daarnaast maakt ze animaties van gedichten en beeldsonnetten. Sinds 2005 analyseert ze poëzie voor Meander op klassiekegedichten.net. Van 2011 tot 2015 was ze officieel stadsdichter van Heerhugowaard. Ze schrijft wekelijks een actueel snelsonnet voor gedichten.nl. Haar poëzie werd opgenomen in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen. Daarnaast zijn haar gedichten meermalen gelauwerd in Nederland en Vlaanderen: Plantage Poëzieprijs (2005), Concept Poëzieprijs (2006), Guido Wulmsprijs (2006), Culturele Centrale Boontje Poëzieprijs (2008), Poëzieprijs Merendree (2009) en de Nieuwegeinse Poëzieprijs (2009).

 

Kleinood

Hoe het als terloops de eigen plaats vond
in een stenen wereld, niemand in de weg,
net tussen macadam en stoeprand.
Kwetsbaarder dan vlees en bloed

bestaande dankzij minder dan één
vingerhoed bijeen gewaaide aarde.

Uit alle macht de deining van de dag
verdragend, het steeds aanwezige
gevaar van misstappende hakken,
van roekeloos verkerend blik
in de haast van haast te laat.

Door de aardbol net als wij
heel stevig aan zijn boezem
gedrukt terwijl bloot zonlicht
het een grootspraak van jawelste geeft:
Klein Hoefblad, karaatgeel bloeiend –

 


Verpleeghuis

Zo'n plaats waar je liever niet, maar
als het thuis niet meer
omdat er door je hoofd te veel verleden
slingert, dan liever hier dan elders.

Dit huis slaat zijn armen veilig
om je heen. Je mag er tijd verliezen,
door bezoekers wakker worden gekust
en beesten strelen in de patio.

Terwijl je woorden moe van het bedoelen
worden, zinnen zich vergeten
en je lippen een geheimtaal vinden,
waait in je al meer stilte aan, totdat –

En tot die tijd, ook als je dat niet meer beseft,
hangen in je eigen kamer boven het bed
de foto's van alle dierbaren, je kleinkinderen
lachend. Aan jou, hoe dan ook, gehecht –

 

 
Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)

13:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: romenu, inge boulonois |  Facebook |

22-09-16

Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Nick Cave, Fay Weldon, György Faludy, Hans Leip

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook mijn blog van 22 september 2010 en eveneens alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

The Old Gods - Poem by Dannie Abse

The gods, old as night, don't trouble us.
Poor weeping Venus! Her pubic hairs are grey,
and her magic love girdle has lost its spring.
Neptune wonders where he put his trident.
Mars is gaga - illusory vultures on the wing.

Pluto exhumed, blinks. My kind of world, he thinks.
Kidnapping and rape, like my Front Page exploits
adroitly brutal - but he looks out of sorts when
other unmanned gods shake their heads tut tut,
respond boastingly, boringly anecdotal.

Diana has done a bunk, fearing astronauts.
Saturn, Time on his hands, stares at nothing and
nothing stares back. Glum Bacchus talks ad nauseam
of cirrhosis and small bald Cupid, fiddling
with arrows, can't recall which side the heart is.

All the old gods have become enfeebled,
mere playthings for poets. Few, doze or daft,
frolic on Parnassian clover. True, sometimes
summer light dies in a room - but only
a bearded profile in a cloud floats over.




Dannie Abse (Cardiff, 22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Lees meer...

Nathan Hill

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijver Nathan Hill werd geboren in Cedar Rapids, Iowa, in 1976 en groeide op in het Middenwesten, waar zijn grootouders als maïs-, soja- en veeboeren hadden gewerkt. Zijn familie verhuisde voortdurend toen hij opgroeide – naar Illinois, Missouri, Oklahoma en Kansas – terwijl zijn vader zich omhoog werkte naar het management bij Kmart. Boeken waren schaars bij hem thuis, maar zijn ouders verwenden hem met de Choose Your Own Adventure series. Vanaf de lagere school wilde Hill schrijver worden. In de tweede klas, schreef hij een verhaal over een dappere ridder proberen om een ​​prinses te redden uit een spookkasteel: "The Castle of No Return" en hij illustreerde het zelf. Hij studeerde Engels en journalistiek aan de Universiteit van Iowa, waar hij studeerde bij de schrijfster Sara Levine. Hill probeerde de journalistiek voor een tijdje door te schrijven voor The Cedar Rapids Gazette, toen ging terug naar de University of Massachusetts, Amherst voor zijn M.F.A. aan. Hij publiceerde verhalen in een handvol bekende tijdschriften als The Iowa Review, Agni en The Gettysburg Review. Maar doorbreken in de New Yorkse literaire wereld was zwaarder dan hij had verwacht. Zijn verhalenbundel werd afgewezen door 38 literaire agenten. Toen de afwijzingen zich opstapelden begon Hill te wanhopen. Om zichzelf af te leiden, begon hij met het spelen van World of Warcraft, die al snel een obsessie werd. Hij stopte na een paar jaar met spelen en begon zich meer te richten op het schrijven en onderzoek doen voor "The Nix", een rommelig proces dat hij beschreef als “drie jaar van schrijven, zes jaar van onderzoek en ploeteren" Tegenwoordig werkt Hill als Associate Professor Engels aan de Universiteit van St. Thomas in St. Paul, Minnesota, waar hij creatief schrijven doceert en literatuurcursussen geeft.

Uit: The Nix

“Late Summer 1988
 If Samuel had known his mother was leaving, he might have paid more attention. He might have listened more carefully to her, observed her more closely, written certain crucial things down. Maybe he could have acted differently, spoken differently, been a different person.
 Maybe he could have been a child worth sticking around for.
 But Samuel did not know his mother was leaving. He did not know she had been leaving for many months now—in secret, and in pieces. She had been removing items from the house one by one. A single dress from her closet. Then a lone photo from the album. A fork from the silverware drawer. A quilt from under the bed. Every week, she took something new.
A sweater. A pair of shoes. A Christmas ornament. A book. Slowly, her presence in the house grew thinner.
 She’d been at it almost a year when Samuel and his father began to sense something, a sort of instability, a puzzling and disturbing and some-times even sinister feeling of depletion. It struck them at odd moments. They looked at the bookshelf and thought: Don’t we own more books than that? They walked by the china cabinet and felt sure something was missing. But what? They could not give it a name—this impression that life’s details were being reorganized. They didn’t understand that the reason they were no longer eating Crock-­Pot meals was that the Crock-Pot was no longer in the house. If the bookshelf seemed bare, it was because she had pruned it of its poetry. If the china cabinet seemed a little vacant, it was because two plates, two bowls, and a teapot had been lifted from the collection.
 They were being burglarized at a very slow pace.
 “Didn’t there used to be more photos on that wall?” Samuel’s father said, standing at the foot of the stairs, squinting. “Didn’t we have that picture from the Grand Canyon up there?”
 “No,” Samuel’s mother said. “We put that picture away.”
 “We did? I don’t remember that.”
 “It was your decision.”

 

 
Nathan Hill (Cedar Rapids, 1976)

19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nathan hill, romenu |  Facebook |

21-09-16

Leonard Cohen, Stephen King, Frédéric Beigbeder, Xavier Roelens, Fannie Flag, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann

 

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook mijn blog van 21 september 2010 en eveneens alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

Uit: The favorite game

“He began his tour through the heart streets of Montreal. The streets were changing. The Victorian gingerbread was going down everywhere, and on every second corner was the half-covered skeleton of a new, flat office building. The city seemed fierce to go modern, as though it had suddenly been converted to some new theory of hygiene and had learned with horror that it was impossible to scarpe the dirt out of gargoyle crevices and carved grapevines, and therefore was determined to cauterize the whole landscape.
But they were beautiful. They were the only beauty, the last magic. Breavman knew what he knew, that their bodies never died. Everything else was fiction. It was the beauty they carried. He remembered them all, there was nothing lost. To serve them. His mind sang praise as he climbed a street to the mountain.
For the body of Heather, which slept and slept.
For the body of Bertha, which fell with apples and a flute.
For the body of Lisa, early and late, which smelled of speed and forests.
For the body of Tamara, whose thighs made him a fetishist of thighs.
For the body of Norma, goosefleshed, wet.
For the body of Patricia, which he had still to tame.
(…)

The jukebox wailed. He believed he understood the longing of the cheap tunes better than anyone there. The Wurlitzer was a great beast, blinking in pain. It was everybody's neon wound. A suffering ventriloquist. It was the kind of pet people wanted. An eternal bear for baiting, with electric blood. Breavman had a quarter to spare. It was fat, it loved its chains, it gobbled and was ready to fester all night.
Breavman thought he'd just sit back and sip his Orange Crush. A memory hit him urgently and he asked a waitress for her pencil. On a napkin he scribbled:
Jesus! I just remembered what Lisa's favorite game was. After a heavy snow we would go into a back yard with a few of our friends. The expanse of snow would be white and unbroken. Bertha was the spinner. You held her hands while she turned on her heels, you circled her until your feet left the ground. Then she let go and you flew over the snow. You remained still in whatever position you landed. When everyone had been flung in this fashion into the fresh snow, the beautiful part of the game began. You stood up carefully, taking great pains not to disturb the impression you had made. Now the comparisons. Of course you would have done your best to land in some crazy position, arms and legs sticking out. Then we walked away, leaving a lovely white field of blossom-like shapes with footprint stems.”

 


Leonard Cohen (Montréal, 21 september 1934)
In 1988

Lees meer...

My Computer Ate My Homework, Dolce far niente, Kenn Nesbitt


Dolce far niente

 


"Chateau on the Lake" Computer Graphic Painting, door Alexander Peverett, 2011.

 

 

My Computer Ate My Homework

My computer ate my homework.
Yes, it’s troublesome, but true.
Though it didn’t gnaw or nibble
and it didn’t chomp or chew.
It digested it completely.
It consumed my homework whole,
when I pressed the Shift and Enter keys
instead of Shift-Control.

It devoured my hours of typing,
every picture, chart and graph,
and it left me most unsettled
when I thought I heard it laugh.

I would guess it was a virus,
or it could have been a worm,
that deleted every bit
but didn’t prompt me to confirm.

I suppose I might have pressed Escape
instead of pressing Save,
but, regardless, my computer
now will never misbehave.

For I found a good solution
and I smiled to hear the crash,
when I chucked it out the window
and it landed in the trash.

 


Kenn Nesbitt (Berkeley, 20 februarie 1962)
Berkeley. Alexander Peverett werd geboren in Berkeley.

 

11:07 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dolce far niente, kenn nesbitt |  Facebook |

20-09-16

Donald Hall, Javier Marías, Cyriel Buysse, Upton Sinclair, Joseph Breitbach, Adolf Endler, Henry Arthur Jones, Stevie Smith, Hanns Cibulka

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in Hamden, New Haven County, Connecticut op 20 september 1928. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Donald Hall op dit blog.

 

Name Of Horses

All winter your brute shoulders strained against collars, padding
and steerhide over the ash hames, to haul
sledges of cordwood for drying through spring and summer,
for the Glenwood stove next winter, and for the simmering range.

In April you pulled cartloads of manure to spread on the fields,
dark manure of Holsteins, and knobs of your own clustered with oats.
All summer you mowed the grass in meadow and hayfield, the mowing machine
clacketing beside you, while the sun walked high in the morning;

and after noon's heat, you pulled a clawed rake through the same acres,
gathering stacks, and dragged the wagon from stack to stack,
and the built hayrack back, uphill to the chaffy barn,
three loads of hay a day from standing grass in the morning.

Sundays you trotted the two miles to church with the light load
a leather quartertop buggy, and grazed in the sound of hymns.
Generation on generation, your neck rubbed the windowsill
of the stall, smoothing the wood as the sea smooths glass.

When you were old and lame, when your shoulders hurt bending to graze,
one October the man, who fed you and kept you, and harnessed you every morning,
led you through corn stubble to sandy ground above Eagle Pond,
and dug a hole beside you where you stood shuddering in your skin,

and lay the shotgun's muzzle in the boneless hollow behind your ear,
and fired the slug into your brain, and felled you into your grave,
shoveling sand to cover you, setting goldenrod upright above you,
where by next summer a dent in the ground made your monument.

For a hundred and fifty years, in the Pasture of dead horses,
roots of pine trees pushed through the pale curves of your ribs,
yellow blossoms flourished above you in autumn, and in winter
frost heaved your bones in the ground - old toilers, soil makers:

O Roger, Mackerel, Riley, Ned, Nellie, Chester, Lady Ghost.

 

 
Donald Hall (Hamden, 20 september 1928)

Lees meer...

19-09-16

Crauss, Patrick Marber, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Crauss op dit blog.

 

Uit: Schönheit des Wassers

 

I
gefürchtetes wasser: die alten Stehen
bereit im korrodierenden bild. firnis;
vedute. ein wehr ophelischen sehnens.
natur und ermüdung, gischtkragen

an faltigen hälsen; die freude am schönen.
ertrinken. die STRANDUNG wird que" sein.

 

II
der fluss ist verschwiegen. kein stein,
kein froé'tiges gurgeln; die mädchen
sterben woanders, hier ruhen sie. nur:
trügt diese TRANCE nicht? wir haben
erfahren, wasser kann mehr. und einsam
bereits wird das warten den burschen.
auf brechen die wege und reissen. da!

 


de angst in eigen persoon
is een vrouw met krullend haar en een man
langs de straat, de wind zwiept regen
tussen de wissers, de auto glijdt
veel te langzaam richting afscheid, het licht
is een kegel, de keel is een knoop, de ogen zijn schrik
en de mond te verkrampt om te schreeuwen –
de stem is kwijt, dat is het begin.

de angst in eigen persoon
is een stadsautoweg, geheel dichtgesneeuwd en een jongen
met heimwee, de auto glijdt langzamer nu, want de
afrit versperd, blijft liggen en achter de mast
wordt de knaap overvallen door een ijskoude rilling.
wensen vervliegen, bevriezen, het beeld is heel groen,
de lust eraan rood en de jongen spoedig

weer thuis, is de angst een huwelijk, een minnaar op
de openbare weg en een wachtende vader, met weinig woorden
verstijft de toestand zoals regen verandert in sneeuw.
verklaringen liegen, worden ontmaskerd, zodra men ze gelooft
en verstoffen in een kastje vol waarheid.

de angst is een film, een vraatzuchtig wezen, waarvoor
een stad ’s nachts bang is, de angst is een oeroude
draad, die zich door het leven heen weeft.


Vertaald door Frans Roumen

 

 
Crauss (Siegen, 19 september 1971)

Lees meer...

18-09-16

Michaël Zeeman, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey, Michael Deak

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

Uit: Aan mijn voormalig vaderland (Ludwig Wittgenstein op het damestoilet)

“Bruce Duffy is een 40-jarige Amerikaanse anglist en filosoof, die een nieuw en huiveringwekkend literair genre heeft uitgevonden: de intellectuele streekroman. Dat is een genre dat enigszins doet denken aan de negentiende-eeuwse professorenroman. Toentertijd had je historici die hun machtige kennis van een bepaalde periode niet systematisch onderbrachten in een monografie, maar hun materiaal gebruikten om slopend informatieve romans te schrijven. Al die feiten, speculaties en wetenschapswaardigheden werden ondergebracht in een toneel waarop zich deels verzonnen, deels vrijelijk geordende historische gebeurtenissen afspeelden. Wat Bruce Duffy in zijn eerste roman, De wereld die ik aantref, heeft gedaan, lijkt daarop.
Zijn held is Ludwig Wittgenstein: dan zit je goed, want die is inmiddels al twintig jaar in de mode, moet hij gedacht hebben. Wittgensteins levensgeschiedenis en de levensverhalen van een touringcar vol tijdgenoten vormden de stof voor Duffy’s roman. Omdat Wittgenstein aan de rand van de Bloomsbury Group en de directe voorloper daarvan, de Cambridge Apostles, stond, en al die hyper-Britse apostelen en Bloomsburianen als een gek brieven en dagboeken hebben zitten schrijven, was er voor een roman materiaal te over. En interessant materiaal: Bloomsbury staat voor een prikkelende mengeling van brille en verslaving aan achterklap - wat wil je nog meer.
Bovendien is ook de geschiedenis van de Bloomsbury Group al meer dan vijftien jaar in de mode en heeft zich gedurende die tijd een heel leger van beroepsvoyeurs gestort op de uitgave van al hetgeen er aan brieven, dagboeken, aantekeningen en boodschappenbriefjes te vinden was. Van het overzicht van de menstruatiecyclus van Virginia Woolf tot en met de tabaksrekening van de zwarte pijproker G.E. Moore is het allemaal in elke enigszins geoutilleerde dorpsbibliotheek te vinden.
Van iedereen die enige originaliteit of esprit bezat en in de periode 1890-1940 met de universiteit van Cambridge of het artistieke leven in Londen te maken had weten we tamelijk nauwkeurig met wie hij of zij het deed, hoe, hoe vaak en met welk resultaat.”

 

 
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)
Hier tijdens een podiumgesprek

 

Bewaren

Bewaren

Lees meer...

Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers, Doris Mühringer, William March, Jayne-Ann Igel, Jan Mens

 

De IJslandse dichter en schrijver Einar Már Gudmundsson werd op 18 september 1954 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Már Gudmundsson op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

I Think of You (Fragment)

I think of you
revolving through life
at 78 rpm
so scruffy
that the days no longer fit you
any more than the little anoraks
from our times at the swings
I think of you
amongst the brown sugardrops of memories
which I admit are often black as liquorice
of you
when the sandpit was hollywood
and the little plastic cars in the solemnity of a dream
drove us into the smart homes
from glossy magazine advertisements
that the dentist kept in his waiting-room
I owned
the orange villa on snob hill

I think of you
when we walked the beach
shyly looking at the used condoms
the broken ships
that would never sail again
on their oceanic bummers
and were at best
a refuge of smugglers
and acne-faced boys who wanked
in the rusty holds
mentally getting their first bit
and manky planks
and the yellow mental asylum
and the green island
where the monastery still awaits
the monks who have long since departed
and will never return
except sometimes
disguised as tourists

 

Vertaald door Bernard Scudder

 

 
Einar Már Gudmundsson (Reykjavík, 18 september 1954)

Lees meer...

Judite Maria de Carvalho, Justinus Kerner, Samuel Johnson, Tomás de Iriarte, Jens Rehn

 

De Portugese schrijfster en schilderes Judite Maria de Carvalho werd geboren op 18 september 1921 in Lissabon. Zie ook alle tags voor Judite Maria de Carvalho op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

Uit:Ces mots que l’on retient (Vertaald door Simone Biberfeld)

“L’homme, blafard, obséquieux, déférent, ouvre la porte de verre, la cale avec son pied (elle se referme automatiquement) – « Attention à la marche, ma-dame! » – s’incline un peu pour la laisser passer. Il serre contre sa poitrine le gros paquet rond, grossièrement enveloppé de papier brun, qu’il protège de sa main velue, aux ongles plats, dont l’un, celui de l’index, est jauni par le tabac. Graça lui offre en retour son sourire statique, impersonnel, quasi imperceptible, et se retrouve dans la rue, sous la pluie qui tombe, qui n’a pas cessé de tomber depuis le matin, et se demande pourquoi elle se croit toujours obligée de remercier, de payer de sourires différents – elle en a tellement, des sourires ! – amabilités et impolitesses. Celui-là, le dernier en date, est resté sur son visage, figé soudain, indissoluble dans l’air. Mais l’employé, à côté d’elle, ne s’aperçoit de rien – peu importe d’ailleurs ! –, la cliente sourit, c’est gentil de sa part. Du reste, il ne se dit rien du tout, car il lui tourne le dos, le bras droit levé. Mais le taxi ne s’arrête pas. Il est déjà pris.
« C’est toujours difficile à cette heure-ci, avec toute cette circulation, c’est embêtant. Mais avec de la patience... Le pire, c’est cette pluie. Quel temps !
Ça fait quinze jours... Ces bombes atomiques, madame, ces fusées vers la Lune, on dira ce qu’on voudra... Vous ne pensez pas ? Le progrès, le progrès... mais à quoi bon, je le demande ? Si au moins on découvrait des choses utiles, la guérison du cancer, par exemple... Façon de penser, bien sûr... Mais le fait est qu’en octobre, le 10 octobre, c’est incroyable. S’il n’en passe pas, on téléphonera à la station de taxis. Peutêtre, parfois... » Il parle posément, d’une voix ni trop haute, ni trop basse. Une voix douce, nette et appliquée, qui passe d’un sujet à l’autre sans changer de ton, sans se modifier, sans réagir à leur contact, toujours égale, indépendante du reste du corps, sans rapport avec la poitrine creuse (ou concave) où s’incruste, presque jusqu’à y pénétrer, le gros paquet de papier brun."

 

 
Judite Maria de Carvalho (18 september 1921 –18 januari 1998)

Lees meer...

17-09-16

H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

 

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

De intocht

Bosranden; belynxte daken. Veestapel mild bestierd,
Magusanus vereerd, en in de braamstruiken dropen bij
tijd en wijle wolven, everzwijnen af; rook trouw baken
wanneer je verdwaald was; runen wezen altijd de weg.

Toen dreunde, een dag, intocht van de taal, beelden
op munten verstomd, bliksemend weerlicht op mijlpalen;
toen bestonden wij pas: geschiedenis nam ons in, met
heldere weefsels, citroenen, ingekrastheid en wijn.

Intocht wees onze plaats aan: rebellie! Maar eerst
vervaardigden wij nog bakstenen, bouwden kazernes op,
boden onze rogge aan, wildbraad; langs hun straatweg.

Overwonnenen. Maar nu bestonden wij pas. Hoe machtig
hun wereld waarin bliksems heersten, getemde tekens
die alles verlichten! Wij staken de koppen bij elkaar.

 

 

Doods Droom Doos

Wat je niet denkt of raadt
Wat niet op je afrijdt
Op weg of straat, slaapt nog
In de Doods Droom Doos

Wat je niet zegt of vermoedt
Wat je niet overpeinst
Schenkt je zoeter dan room
Doods, Doods Droom Doos

Genadige hoop, concreter
Dan windroos en hondsroos
Verlaat ons niet, blijf weg
Van Doods, Doods Droom Doos.

 

 

Erger nog

'Erger nog, Nederland begint zijn kracht 
te verliezen,’ karmiakt een manifest uit
Nul 4; koude wind over de waterzuivering
aan de Zwartewaterallee bij de nertsfarm.

Chichele de aartsbisschop die de koning
de expeditie naar Frankrijk aanried, rust
oorlogen ten spijt in vol ornaat en ook
zonder, op zijn tombe in Canterbury en ja

het mooie oog van de maanvis trok van zee
naar koude zee, bij Katwijk; maar zijn oog
dat niet langer leefde bleef, wijdgeopend
nog altijd menselijk en bijna levend kijken.

 

 
H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)
 

Lees meer...

In Memoriam Edward Albee

 

In Memoriam Edward Albee

 

De Amerikaanse toneelschrijver Edward Albee is op 88-jarige leeftijd overleden. Edward Albee werd geboren op 12 maart 1928 in Washington DC. Zie ook alle tags voor Edward Albee op dit blog.

Uit: Who’s Afraid of Virginia Woolf?

„GEORGE. Well. just stay on your feet, that’s all These people are your guess, you know, and…
MARTHA. I can’t even see you I haven’t been able to see you for years…
GEORGE. if you pass out, or throw up, or something…
MARTHA. I mean, you’re a blank, a cipher…
GEORGE. and try to keep your clothes on. too. There aren’t many more sickening sights than you with a couple of drinks in you and your skirt up over your head…
MARTHA : …..a zero………
GEORGE. . . . your heads I should say . .. (The fiontdoorbell chimes.)
MARTHA: Party! Party!
GEORGE. Murderously) I’m really looking forward to this, Martha…
MARTHA. (Same) Go answer the door.
GEORGE. (Not moving.) You answer it.
MARTHA. Get to that door, you. (He does not move.) I'll fix you, you…
GEORGE. (Fake-spits.) To you (Door chime again.)
MARTHA. (Shouting… to the door.) C’MON IN! (To George, between her teeth.) I said, get over there!
GEORGE. (Moving toward the door.) All right, love whatever love wants. Isn’t it nice the way some people have manners, though, even in this day and age? Isn’t it nice that some people won’t just come braking into other people’s house: even if they do hear some subhuman monster yowling at ’em from inside…?

 

 
Scene uit de film van Mike Nichols met o.a. Richard Burton en Elizabeth Taylor (1966)

 

MARTHA. FUCK YOU! (Simultaneously with Martha’s last remark, George flings open the font door. Honey and Nick are framed in the entrance. There is a brief silence then…)
GEORGE. (Ostensibly a pleased recognition of Honey and Nick, but really satifaction at having Martha’s explosion overheard)
Ahhhhhhhhh!
MARTHA. (A little too loud... to cover) HI! Hi, there…c’mon in!
HONEY and NICK. (Ad lib.) Hello, here we are hi… (Etc.)
GEORGE. (Very matter-off-factky) You must be our little guests.
MARTHA. Ha, ha, ha, HA! Just ignore old sour-puss over there. C’mon in, kids give your coats and stuff to sour-puss.
NICK. (Without expression.) Well, now, perhaps we shouldn’t have come.
HONEY. Yes… it is late, …and…
MARTHA. Late! Are you kidding? Throw your stuff down anywhere and c’mon in.
GEORGE. (Vaguely walking away) Anywhere . .. furniture, floor doesn’t make any difference around this place.
NICK. (To Honey) I told you we shouldn’t have come.
MARTHA. (Stentorian) I said c’mon in! Now c’mon!”

 

 
Edward Albee (12 maart 1928 – 16 september 2016)

Bewaren

16-09-16

Dolce far niente, P. C. Boutens, Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe, James Alan McPherson, Hans Arp

 

Dolce far niente

 

 
Sand Dunes at Sunset door Henry Ossawa Tanner, ca 1885
Dit schilderij hangt in de Green Room van het Witte Huis

 

 

Laatste zomerdag

Al de gouden middaguren
Van de zonnen die verzonken,
Stralen door dit blankdoorblonken
Blindend dak van blauwe muren
Op den stervensstillen lach
Van den laatsten zomerdag.

In de dalen van de duinen
Huivren wondre schemeringen
Om de helderheid der dingen;
En geen aêm vleugt langs de kruinen;
Dieper dan de middagvreê
Hijgt de stilte van de zee.

Als verwaasde glanzen dalen
Door de sidderende luchten
Vlakker al de breede vluchten
Van verzilverd gouden stralen,
Tot de glans in gloed ontblaakt
Waar hij Zomers peluw raakt. . .

Mogen liefdes gouden uren
Die uw oogen zijn vergeten
Tot éen glans van hemelsch weten,
Zóo uw witte peluw vuren,
Ziel mijn ziel, waar uw gezicht
In zijn laatsten glimlach ligt!

 

 
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Middelburg, haven. Boutens werd geboren in Middelburg.

Lees meer...

15-09-16

Dolce far niente, Alfred Tomlinson, Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Gunnar Ekelöf

 

Dolce far niente

 

 
Gustavo Silva Nuñez poseert voor een door hem geschilderde zwemmer, 2015.

 

 

Swimming Chenango Lake

Winter will bar the swimmer soon.
   He reads the water’s autumnal hestitations
A wealth of ways: it is jarred,
    It is astir already despite its steadiness,
Where the first leaves at the first
    Tremor of the morning air have dropped
Anticipating him, launching their imprints
    Outwards in eccentric, overlapping circles.
There is a geometry of water, for this
    Squares off the clouds’ redundances
And sets them floating in a nether atmosphere
    All angles and elongations: every tree
Appears a cypress as it stretches there
    And every bush that shows the season,
A shaft of fire. It is a geometry and not
    A fantasia of distorting forms, but each
Liquid variation answerable to the theme
    It makes away from, plays before:
It is a consistency, the grain of the pulsating flow.
    But he has looked long enough, and now
Body must recall the eye to its dependence
    As he scissors the waterscape apart
And sways it to tatters. Its coldness
    Holding him to itself, he grants the grasp,
For to swim is also to take hold
    On water’s meaning, to move in its embrace
And to be, between grasp and grasping, free.
    He reaches in-and-through to that space
The body is heir to, making a where
    In water, a possession to be relinquished
Willingly at each stroke. The image he has torn
    Flows-to behind him, healing itself,
Lifting and lengthening, splayed like the feathers
    Down an immense wing whose darkening spread
Shadows his solitariness: alone, he is unnamed
    By this baptism, where only Chenango bears a name
In a lost language he begins to construe —
    A speech of densities and derisions, of half-
Replies to the questions his body must frame
    Frogwise across the all but penetrable element.
Human, he fronts it and, human, he draws back
    From the interior cold, the mercilessness
That yet shows a kind of mercy sustaining him.
    The last sun of the year is drying his skin
Above a surface a mere mosaic of tiny shatterings,
    Where a wind is unscaping all images in the flowing obsidian,
The going-elsewhere of ripples incessantly shaping.

 

 
Alfred Tomlinson (8 januari 1927 – 22 augustus 2015)
Stoke-on-Trent, Old Town Hall. Alfred Tomlinson werd geboren in Stoke-on-Trent.

Lees meer...