13-05-18

Moeder (M. Vasalis)

 

Bij Moederdag

 


Intimacy door Annabel Mednick, 1997

 

 

Moeder

Zijzelf was als de zee, maar zonder stormen.
Even blootshoofds en met een brede voet.
Rijzend en dalend op haar vloed,
als kleine vogels op haar schoot gezeten,
konden wij lange tijd haarzelf vergeten,
rustend en rondziend en behoed.
Haar stem was donker en wat hees
als schoven schelpjes langs elkander,
haar hand was warm en stroef als zand.
En altijd droeg zij om haar bruine hals
dezelfde ketting met een ronde maansteen,
waar in een neevlig blauw een kleine gele maan scheen.
Voorgoed doordrongen door haar kalm geruis
waren wij steeds op reis en altijd thuis.

 

 

 
M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)
Portret door Joke Bijnsdorp, 2011

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

11:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: m. vasalis, moederdag, romenu |  Facebook |

Johannes (Willem de Mérode)

 

Bij de zesde zondag na Pasen

 

 
Sint Johannes de Evangelist door Vladimir Borovikovsky, tussen 1804 en 1809

 

 

Johannes

De dag verduisterde over 't meer
De malve bergen brandden wijd.
Het glitsend water, heinde en veer,
Glimpte van vlugge zilvrigheid.
Daar schoot de visch op glanzen vin
De hoogten en de diepten in.

Licht wiebelde de kleine boot
Onder het groote bruine zeil.
De vader vierde ruim de schoot.
De jonge zonen onderwijl
Zagen hoe 't net al blanker blonk
En voelden hoe het strakker zonk.

En langzaam werd het opgerukt
En in de wanke schuit gelegd.
De buit werd uit de lus geplukt,
Geschift; en weinig werd gezegd.
En slechts Johannes zong en riep
Toen 't bootje 't stadje binnenliep.

Jezus kwam langs het strand gegaan
En luisterde op zijn klare stem,
En zag zijn drukke blijdschap aan,
En Hij beminde hem.
En riep hem kalm, maar even blij:
Johannes! Kom, en blijf bij mij!

Wie kent de harten, en wie weet,
Wàt blik, wàt klank zóó diep ontroerd,
Dat men zijn huis en bloed vergeet
En plots aan alles is ontvoerd?
Nauw heeft hij Jezus' stem gehoord,
Of ijlings zwingt hij zich van boord.

O hart dat roept, o hart dat hoort:
Ik heb u lief! Ik heb U lief!
De vreemden hebben 't niet gehoord,
Toen Hij hem in zijn armen hief.
Maar voor Johannes is het licht:
Hij kent Gods hart en aangezicht.

En schoon des Heeren eenzaamheid
Zich over wijder kring verliest,
Blijft tot den dood Hem 't hart gewijd,
Dat Hem bemint, dat Hij verkiest.
En, erfgenaam van 's Heeren plicht,
Maakt hij de Moeder 't leven licht.

O, na den korten tijd van rouw,
Had plotsling elk Hem levend weer.
Zij bleef de hooge klare Vrouw,
En hij de vriend slechts van den Heer.
Maar beiden roemden nooit genoeg
Dat elk des Heeren liefde droeg.

Die jong Gods hooge liefde won,
En levenslang zijn minnen droeg,
Werd als een zomerdag vol zon.
Een ieder wist en niemand vroeg.
En toen hij eindelijk verzonk,
Bleef lang de hemel licht en blonk.

 

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
De Andreaskerk in het Groningse dorp Spijk, de geboorteplaats van Willem de Mérode

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

11:28 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: willem de mérode, pasen, romenu |  Facebook |

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet, Kōji Suzuki

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

Een italiaanse haven

Enkele wolken, een karveel, drie streepjes
zon uit het oosten, en een vloer met geen
twee tegels naast elkaar in dezelfde kleur.
Een windhond met snuit landinwaarts. Ik
meen mij ook een kromgetrokken zwaard
te herinneren. Mijn glimmend harnas ligt
naast me. Ik knikkebol.

Jij bent het aapje dat op mijn schouder zit,
dat met de linkerbakkebaard mijn rechter-
oorschelp kietelt. In de zware koffer met
koperen sloten steken vier dichtbundels en
twee cd's en - want wat goedkoper hier -
een voorraad zachte lenzen.

 

 

Foto met vogels

De wolken boven het IJsselmeer doen
het licht aan en uit op de scherptediepte
die je voor mij nodig hebt. Tegen je
gehemelte plakt het zwart van drop.
Het smaakt naar zeewier uit het verre
oosten laten je wangen weten. Je rekent
wat je kan maar hebt, zeg je, tussen niets
en het silhouet van een handvol spreeuwen
te kiezen.

Vier van de gekwelde vogels zitten nog steeds
naar het westen te kijken. De vijfde zal altijd
verder vliegen dan de vastgelegde vleugelslag.

 

 

Automorf

Tot de dag ervoor kende
de maagd, een wiskundige, het axioma
van zijn zelfmoord nog niet.

‘Misschien is er iemand’, vermoedde het briefje
dat hij achterliet op zijn werktafel.

Zij moest ook gaan, een cliché,
om hem te vervoegen.

Een krakkemikkige houten constructie,
zonnewind.

‘O, was ik daarbij toen?’

Zijn blauwgroen pak had een vreemde
metalige schijn.

 

 
Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

Lees meer...

Theo van Baaren, Gregor von Rezzori, Reinhold Schneider, Jacob Haafner, Adolf Muschg, Roch Carrier, Franz Michael Felder

 

De Nederlandse dichter, vertaler en godsdiensthistoricus Theo van  Baaren werd op 13 mei 1912 geboren in Utrecht. Zie ook alle tags voor Theo van Baaren op dit blog.

 

Avondoverpeinzing

Nog is gestild niet, wat mijn dag bewoog,
de wrange zorg om brood en melk voor morgen;
nog flakkert diep en in een hoek verborgen
het wreede vuur, dat mij gestaag verbrandt.
Ik ben een land,
waarin de oorlog woedt,
dat uitgeput den vijand voeden moet.
Ik ben een halm, die langs de straatweg staat,
waar voet na voet gedurig over gaat.
Maar elke oorlog vindt een eindlijk end
en elke halm richt zich vertrapt weer op.
Zoo doe ik ook, en elken avond wend
ik mij opnieuw met open hart tot God.

 

 

Sonnet van het mensenleven

Wie weet, vraag ik, wat zijn bestemming is
op deze bol: verliezen of verwerven,
genot en lust, of alle vreugde derven,
een lichte dag of diepe duisternis?
Wij weten 't niet, slechts dit is ons gewis,
dat iedereen te zijner tijd moet sterven,
en dat, wat mij met moeite hier verwerven
daarginds slechts waardeloze rommel is.
Waartoe dan nog geploeterd en gezwoegd?
Kan 't ergens zwaarder zijn dan hier op aarde?
Waarom dan niet dit afscheid wat vervroegd?
Wat heeft ons hier-zijn dan voor nut en waarde?
Maar ach, wie eens een zoete vrucht geproefd,
wil niet meer weg uit deze schrale gaarde.

 

 
Theo van Baaren (13 mei 1912  - 4 mei 1989)
Portret door Pieter Pander, 2007

Lees meer...

12-05-18

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Sabine Imhof, Dante Gabriel Rossetti

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

De slaapwandelaar

's Nachts werd hij wakker
midden op een ophaalbrug
die bezig was omhoog te gaan.
Dan rolde hij vanzelf zijn bed weer in.

Of hij bevond zich op zijn kop
in een karretje op de achtbaan
waaruit hij zich liet vallen
om tussen de veren te balanden.

Eén keer viel hij
in een roeibootje in slaap
dat losraakte van de wal.
Het bleek zijn eigen bed
dat terugdreef naar zijn kamer.

Eenmaal in het graf
wentelde hij zich tevreden om:
's morgens zou alles toch weer
bij het oude zijn.

 

 

Ik weet, je bent er nog

Je paraplu kromt zich
rond de kapstok
tot hij weer uitgelaten wordt,
het huis ruikt naar koffie
van gister. De spiegel
in de badkamer
waar je morgenochtend
weer zult zingen
heeft zich niet losgemaakt
van je gezicht, de muur niet
van je foto, de vloer niet
van je voetstap, het bed niet
van je geur. Ik weet, je bent
er nog. Je staat aan het raam,
ziet de school aan de overkant,
de oude mannetjes op straat.
Ze groeten je. Ze herkennen je.
Ze lachen naar je.
En ik zwaai maar naar ze.
En ik zwaai.

 

 

Het is al bijna zomer

Het is al bijna zomer.
De mensen gaan steeds bloter
dus de mooie zie je beter
wat weinig uitmaakt
voor een allesvreter.
De omnivoor
krabt zich ongeduldig
achter zijn oor.
Hij heeft te lang op steeds
hetzelfde hout gebeten.
Rekent op de vingers van één hand.
Gooit keien aan de waterkant.
Een koor opspattend water houdt hem voor:
als het straks winter is en koud
gaat alles beter.

 

 
Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

Lees meer...

Nicolaas Anslijn, Eva Demski, Farley Mowat, Werner Bräunig, Cäsar Flaischlen

 

De Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn werd op 12 mei 1777 geboren in Leiden. Zie ook alle tags voor Nicolaas Anslijn op dit blog.

Uit: De brave Maria

“Niet te haastig! Maria heeft haren tijd wel besteed. Zij kan goed lezen, schrijven, en rekenen, en heeft in de school nog vele andere nuttige zaken geleerd, waardoor zij zulk een goed meisje geworden is.
Toen zij zeven jaren oud was, kon zij al kousen breiden; zij maakte zelden kwade steken, want zij was zeer oplettend.
Nu leert zij het naaijen bij hare moeder, want deze is ook eene kundige en brave vrouw.
Ik zou liever bij eene naaivrouw gaan.
Ei, waarom? De moeder van Maria is bekwaam genoeg om aan hare dochter het naaijen te leeren.
Maria is reeds zoo verre gevorderd, dat zij het goed van hare broertjes en zusjes kan verstellen.
Weet gij, waarom Maria bij hare moeder het naaijen leert?
De ouders van Maria zijn geene rijke lieden. Zij hebben nog vier kleine kinderen.
Maria moet hare moeder in het huishouden behulpzaam zijn, omdat hare ouders geen geld genoeg hebben om eene meid te houden.
Dat is toch niet aangenaam voor Maria.
O, dat verbeeldt gij u! De moeder zeide eens tegen Maria:
Kind! gij moet mij aan het huiswerk helpen!
Een meisje moet vroeg leeren huishouden. Zij moet zich vroeg aan het werk gewennen.Zij moet vroeg zuinigheid, zindelijkheid, en orde leeren. Als zij dit vroeg leert, dan wordt het haar eindelijk tot eene gewoonte.
Als wij vroeg aan orde, zindelijkheid, en zuinigheid gewend worden, dan weten wij naderhand niet beter, of het behoort zoo.
Het naaijen, zal ik zelve u leeren in de uren, die ons overblijven.”

 

 
Nicolaas Anslijn (12 mei 1777 — 18 september 1838)
Leiden, de Marekerk gezien over de Korte Mare, geschilderd door Paulus Constantijn la Fargue (1729-1782)

Lees meer...

Edward Lear, Diana Raznovich, Andrej Amalrik, Maurice Carême, Massimo Bontempelli

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Edward Lear werd geboren op 12 mei 1812 in Highgate. Zie ook alle tags voor Edward Lear op dit blog.

 

There was an Old Man with a beard,

There was an Old Man with a beard,
Who said, 'It is just as I feared!
Two Owls and a Hen,
Four Larks and a Wren,
Have all built their nests in my beard!'

 

There was an Old Man who said, 'Hush!

There was an Old Man who said, 'Hush!
I perceive a young bird in this bush!'
When they said, 'Is it small?'
He replied, 'Not at all!
It is four times as big as the bush!'

 

There was an Old Man on the Border

There was an old man on the Border,
Who lived in the utmost disorder;
He danced with the cat, and made tea in his hat,
Which vexed all the folks on the Border.



Edward Lear (12 mei 1812 – 29 januari 1888)

Illustratie bij “There was an Old Man on the Border“

Lees meer...

11-05-18

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Eva Menasse, Eugen O. Chirovici, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rachel Billington

 

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

Hoe duizendvoudig lief

Hoe duizendvoudig lief en zacht
in zorg en eerbied zou ik wezen
en zeer omzichtig. Wist gij deze
vriendelijkheid u toegedacht!

Gedenk, wat wij misdeden, niet;
niet toen, maar nu was onze tijd,
wel was voor ons nog weggeleid
een hopen na een lang verdriet.

Een hopen als wij lief en zacht
zijn zullen en gerust voortaan
en mijne stem zal om u gaan:

‘zie mij, hoe ik u heb verwacht.’

 

 

Op reis

In de donkere wagen reed ik alleen,
Alleen met mijn lief door de nacht;
Wij spraken geen woord, wij hebben stil
Aan onze liefde gedacht.

De lantarens wierpen een haastige schijn
Door 't raam en begluurden 't gezicht,
Dat luisterde naar het gehuil van de wind,
De ogen op mij gericht.

En telkens als weer hun matte gloed
De schone vrouw bestraalt,
Dan doemt een lichte droom voor mij op,
Die van vroegere tijd verhaalt.

En vluchtige beelden snellen voorbij
En gestalten uit mijn jeugd
En ik denk terug aan onschuldig geloof,
Aan tedere kindervreugd.

 

 

De lippen van het water...

De lippen van het water leggen zich
verliefd, verlustigd op de rondom open
gewelfde kring; zij komen toegeslopen
en dringen op en rekken zich...

Gesneden in de alabasten rand
is er een vers van een zo uitverkoren
zoetheid van woorden, dat de zin verloren
wegdeinde in dit bedwelmende verband.

Een strofe, die in jubel zich verhief
en dan zich strengelde en zich ging winden
tot een beschaduwing van de beminde,
van het besloten, zinsbetoovrend lief.

En zwijmend onder alle heerlijkheden
benadert nu een weke en vochte mond
de kostlijke syllaben, snikte en vond
er zijn besterven, stom teruggegleden.

 

 
J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)
Het kunstwerk "Leopold" van Charlotte van Pallandt in Rotterdam

Lees meer...

10-05-18

De hemelvaart (Nicolaas Beets)

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 
Christi Himmelfahrt. Schilderij boven het hoofdaltaar in de Hofkirche, Dresden, door Anton Raphael Mengs, 1756

 

 

De hemelvaart
Handel. I. v. 4-12.

De verlatenen

Hij heeft voor 't laatst den Berg bestegen,
En zijn disciplenschaar met Hem;
Nu klinkt nog eens zijn vriendenstem,
En uit zich in den jongsten zegen;
Daar rijst voor hun verbijsterd oog,
De Heer, nog zegenend omhoog,
En zweeft den ruimen hemel tegen.

Gewis ten hemel moest Hij varen,
Die uit den hemel was gedaald;
Die onder menschen had gedwaald,
Hernam 't gebied der Englenscharen;
Het elfgetal, verstomd van schrik,
Staat met onafgewenden blik,
En houdt niet op Hem na te staren.

Maar ras onttrekt Hem aan hunne oogen
Een wolk, die om Hem henen zweeft,
En den verheven Christus heeft
Als met een wijd gewaad omtogen.
Is dit de wolke, die voorheen,
Op Isrels heiligdom verscheen,
Der heerlijkheid van God den Hoogen?

De Jongren waren diep verslagen,
En hielden 't hoofd ter aard gebukt,
Als van een vreemden droom gedrukt,
En durfden vraag noch uitroep wagen.
Hun Heer was heerlijk weggegaan!
Maar wie, wie zou hun ziel voortaan
Versterken, leeren, onderschragen?

Weer beuren zij den blik ten hoogen,
Of niets meer zichtbaar zij van Hem!
- Daar vangt hun oor een hemelstem;
Twee Englen stonden voor hun oogen:
‘Gij Galileërs, staart niet meer!
Uw Heer komt even zeker weer,
Als Hij van u is weggetogen!’

Zoo treurt niet als verlaten weezen,
Keert weder naar Jeruzalem;
Gedenkt, vereert, verkondigt Hem;
Hij zal ook deze smart genezen.
Gaat henen en verwacht den Geest.
Hij komt, Hij komt op 't Pinksterfeest!
De Zone Gods zij luid geprezen!

 

 
Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)
Koepel van de Sint Bavo kathedraal in Haarlem, de geboortestad van Nicolaas Beets

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

12:24 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hemelvaartsdag, nicolaas beets, romenu |  Facebook |

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr, Roberto Cotroneo, Antonine Maillet, Johann Peter Hebel

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Zomerloomheid

Nog deze morgen, in de blauwe koelte
Der schaduw, heb ik 't leven zeer bemind;
Nu ben ik overmand van zorg en zoelte
In het vermoeiend spel van zon en wind.

Een ledige van daden en van dromen,
Een mens voor wie niet anders meer bestaat
Dan ' t zwatelen der blaren aan de bomen,
En' t stof, dat warrelt langs de droge straat.

Wat blijft Voor de vermoeide van dit dolen,
In wie de felle stem der aarde zwijgt,
Tenzij die éne drang, die diep-verholen
Naar dauw, gelatenheid en avond hijgt?

 

 

Het baanwachtershuisje

Het kleine huis, dat aan de spoorbaan staat,
Waarlangs de koorts van' t reizen komt gevlogen,
-De bonte was hangt aan de lijn te drogen-
Wie weet, hoe zacht daarbinnen 't leven gaat?

En deze jonge moeder met het kind-
Haar dromen drijven op haar zuivre zinnen
Naar de verliefdheid van het eerst beminnen
Bij de oude omhelzing van de zomerwind.

Maar zelfs al was dit onuitzegbre mijn,
Nog zou het diepst verlangen niet verdwijnen
Om na dit derven en dit lange schijnen
Eindlijk te zíjn.

 

 

Ademen

Eenzaam bevonden onder ‘t flonkerstralen
Der najaarssterren boven de gerust¬-
Geworden wereld, wordt zich 't hart bewust:
Leven is niet meer dan ademhalen.

Maar dat is : in de diepten van dit dal
De oneind' ge ruimte tot zich in te leiden
En, na één wankel ogenblik van beiden,
Die te hergeven aan 't beroofd heelal.

 

 
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Hier links bij de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs voor de dichtbundel “Avond” op het Muiderslot in 1953

Lees meer...

Jayne Cortez, Barbara Taylor Bradford, Benito Pérez Galdós, Ivan Cankar, Martin Boelitz, Ariel Durant, Fritz von Unruh, Leonard Buyst

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Don't Ask/1980

Don't ask me
who I'm speaking for
who I'm talking to
why I'm doing what I do in
the light of my existence

You rise you spit you brush you drink you
pee you shit you walk you run you work
you eat you belch you sleep you dream &
that's the way it is

In the morning
tap water tasted fishy
coffee sits in its
decaffeinated cup
caca & incense
have a floating romance
& a stale washcloth
will make you smell
doubly stale
so don't get kissed on the cheek
don't get licked on the neck

at 8 a.m.
the trains & buses are
packed with folks farting
their bread & butter farts
the gymnasium
is dominated
by the stench of
hot tennis shoes
& one in the locker room
a few silly-talking
intellectual-looking
coke-drinking
cloth-dropping
paper-littering
spinach-pooting
smug arrogant women wait to
be waited on

& in another locker room
there are odors of
crotches & jock straps
bengay, tiger balm
& burning balls
sweat socks & sweat suits
of body-building
door-slamming
iron-pumping
phlegm-hawking men
all sour & steamy
& wrapped up together
in a swamp of
butt-popping towels
but don't let it
get you down
don't let it
psych you up

Outside the ledges are
loaded with pigeons
clouds are seeded with
homeless people &
lyricism of the afternoon
in a sub-proletarian madman
squatting & vomiting
from his bowels
a brown liquid of death
in front of your house

& it's not happening because of you
those socks don't stink because of me
a bureaucrat is not a jerk because of us
I'm not this way because of them
you're not that way because of me
don't ask about influences

You rise you spit you brush you drink you
pee you shit you walk you run you work
you eat you belch you sleep you dream
& that's the way it is

 

 
Jayne Cortez (Fort Huachuca, 10 mei 1936)

Lees meer...

09-05-18

My Computer Ate My Homework 4, Dolce far niente, Gene Ziegler, Pieter Boskma, Jorie Graham, Luuk Wojcik

 

My Computer Ate My Homework 4, Dolce far niente

 

 
"Parallax Dance" Computer Graphic Painting, 2010, door Alexander Peverett

 

 

If Dr. Zeuss were a Technical Writer

If a packet hits a pocket on a socket on a port,
and the bus is interrupted as a very last resort,
and the address of the memory makes your floppy disk abort
then the socket packet pocket has an error to report!

If your cursor finds a menu item followed by a dash,
and the double-clicking icon puts your window in the trash,
and your data is corrupted cause the index doesn't hash,
then your situation's hopeless, and your system's gunna crash.

You can't say this? What a shame, sir!
We'll find you another game, sir.

If the label on the cable on the table at your house
says the network is connected to the button on your mouse,
but your packets want to tunnel on another protocol,
that's repeatedly rejected by the printer down the hall,
and your screen is all distorted by the side-effects of gauss,
so your icons in the window are as wavy as a souse,
then you may as well reboot and go out with a bang,
cause as sure as I'm a poet, the sucker's gunna hang!

When the copy of your floppy's getting sloppy on the disk,
and the microcode instructions cause unnecessary risc,
then you have to flash your memory
and you'll want to RAM your ROM.
quickly turn off your computer and be sure to tell your mom!

 

 
Geschreven door Gene Ziegler in 1994

Lees meer...

08-05-18

Roddy Doyle, Thomas Pynchon, Pat Barker, Gary Snyder, Gertrud Fussenegger, Edmund Wilson, Alain-René Lesage, Sophus Schandorph, Romain Gary

 

De Ierse schrijver Roddy Doyle werd geboren in Dublin op 8 mei 1958. Zie ook alle tags voor Roddy Doyle op dit blog.

Uit: The Snapper

“–You’re wha’? said Jimmy Rabbitte Sr.
He said it loudly.
–You heard me, said Sharon.
Jimmy Jr was upstairs in the boys’ room doing his D.J. practice. Darren was in the front room watching Police Academy II on the video. Les was out. Tracy and Linda, the twins, were in the front room annoying Darren. Veronica, Mrs Rabbitte, was sitting opposite Jimmy Sr at the kitchen table.
Sharon was pregnant and she’d just told her father that she thought she was. She’d told her mother earlier, before the dinner.
-Oh — my Jaysis, said Jimmy Sr.
He looked at Veronica. She looked tired. He looked at Sharon again.
–That’s shockin’, he said.
Sharon said nothing.
–Are yeh sure? said Jimmy Sr.
–Yeah. Sort of.
–Wha’?
–Yeah.
Jimmy Sr wasn’t angry. He probably wouldn’t be either, but it all seemed very unfair.
–You’re only nineteen, he said.
–I’m twenty.
–You’re only twenty.
–I know what age I am, Daddy.
–Now, there’s no need to be gettin’ snotty, said Jimmy Sr.
–Sorry, said Sharon.
She nearly meant it.
–I’m the one tha’ should be gettin’ snotty, said Jimmy Sr.
Sharon made herself smile.
She was happy with the way things were going so far.“

 

 
Roddy Doyle (Dublin, 8 mei 1958)

Lees meer...

Libris Literatuurprijs 2018 voor Murat Isik

 

Libris Literatuurprijs 2018 voor Murat Isik

De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik is de winnaar van de Libris Literatuurprijs 2018, de belangrijke onderscheiding voor de beste oorspronkelijk Nederlandstalige roman van het afgelopen jaar. Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Murat Isik op dit blog.

Uit: Wees onzichtbaar

"Ik keek uit het raam, maar zag weinig anders dan blauwe borden en lichten langs de snelweg. Mijn oogleden werden steeds zwaarder. Ik schrok wakker toen mijn hoofd tegen het raam klapte. Toen ik versuft opkeek, zag ik oplichtende flatgebouwen opdoemen als kolossale ruimteschepen. Ik had nog nooit zoiets wonderlijks gezien.
‘Dit moet de Bijlmermeer zijn,’ zei Kadir.
We parkeerden in een donkere garage die we vanaf de verhoogde weg inreden. Kadir en Erol droegen de koffers, mijn moeder, zus en ik liepen verdwaasd achter hen aan. Vlak voordat we de garage uit waren, hoorden we een schreeuw, een ijzige en langgerekte schreeuw die van de begane grond leek te komen. Ik keek verschrikt om.
‘Doorlopen,’ bromde Kadir.
Via een overdekte luchtbrug bereikten we de binnenstraat van de flat. We passeerden een lift waar een donkere man voor stond en even later een ruimte met overvolle vuilcontainers. De binnenstraat was bijna net zo donker als de garage. De met plastic kapjes overdekte lampen aan het plafond flikkerden of brandden in sommige gevallen helemaal niet. Aan onze rechterhand wisselden betonnen pilaren en brede stenen zuilen elkaar om de paar meter af. Ik was iets achterop geraakt en ineens werd ik bang dat een duister wezen achter zo’n zuil vandaan zou springen en mij zou grijpen. Ik zette een sprint in en pakte mijn zus bij de hand.
‘Baba heeft vast een cadeautje voor mijn verjaardag,’ fluisterde ze opgewonden.
‘En voor mij,’ zei ik.
De binnenstraat liep over in een tweede luchtbrug die de flat met een ander flatgebouw verbond. Dit deel van de flat leek beter verlicht, maar ook hier waren de vuilcontainers overvol en verspreidden een doordringende geur. Toen ik opkeek zag ik dat twee donkere mannen ons passeerden.
‘Het stikt hier van de negers,’ zei Kadir. ‘Het lijkt Afrika wel.’
‘Die Harun,’ zei Erol lachend. ‘Nu begrijp ik waarom hij binnen twee dagen een woning heeft gevonden.’
Even later stopten we voor een lift. Erol drukte op de knop. Terwijl ik naar de uitbundige graffiti op de liftdeur en muren staarde, hoorde ik ineens glasgerinkel, alsof ergens vlakbij een raam werd ingegooid. ‘ Wat is dat?’ riep mijn moeder.
‘Ach, dat zijn vast kwajongens,’ zei Kadir kalm, alsof hij de flat en zijn bewoners door en door kende.
De lift arriveerde en Erol trok de deur haastig open. Drie zwarte mannen keken ons vragend aan. ‘Binnenstraat?’ vroeg een van hen.
‘Ja,’ zei Kadir."

 

 
Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)