29-04-18

Der Weinstock und die Reben (Julie Hausmann)

 

Bij de vierde zondag na Pasen

 

 
Christus de ware wijnstok, Roemeense ikoon

 

 

Der Weinstock und die Reben
Joh. 15.

Geh' ich des Weinstocks Blätter und Ranken
Ringsum in Gärten, in Tälern und Höh'n,
Wie sie im Winde grüßen und schwanken,
Hab' ich so meine eig'nen Gedanken,
Glaub' ernste Fragen daraus zu versteh'n:

„Bist du auch eine der grünenden Reben,
Die an dem Weinstock nicht bloß zum Schein
Lose von außen nur haften und kleben?
Ziehst du aus Ihm allein Kräfte und Leben?
Bist du im Geist und Wahrheit auch Sein?

Läßt du von unnützen, schädlichen Trieben
Willig und demütig stets dich befrein?
Bist du im Schmerz auch am Weinstock geblieben,
Brachtest du Früchte im Leiden und Lieben,
Deren sich Gott und die Menschen erfreun?

Bist du, seit deiner Erweckung zum Leben,
Täglich gewachsen an Leben und Kraft?
Ist dir geschehn, was verheißen den Reben,
Daß, was du batest, dir wurde gegeben,
Daß auf dem Flehn Er auch Wunder noch schafft?

Ach, diese weinlaub-gekröneten Höhen —
Greift ihre Sprache ins Herz nicht hinein?
Was ist an mir wohl von Leben zu sehen? —
Herr, mein Erbarmer, wie soll ich bestehen?
Pflanz' in Dein Leben aufs Neue mich ein!

 

 
Julie Hausmann (19 maart 1826 – 15 augustus 1901)
De Petruskerk en het Zwarthoofdenhuis in Riga, de geboorteplaats van Julie Hausmann

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e april ook mijn vorige blog van vandaag.

09:41 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: julie hausmann, pasen, romenu |  Facebook |

Konstantínos Petros Kaváfis, Rod McKuen, Bernhard Setzwein, Monika Rinck, Alejandra Pizarnik, Walter Kempowski, Bjarne Reuter, Kurt Pinthus, Humphrey Carpenter

 

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

The City          

You said: “I’ll go to another country, go to another shore,
find another city better than this one.
Whatever I try to do is fated to turn out wrong
and my heart lies buried as though it were something dead.
How long can I let my mind moulder in this place?
Wherever I turn, wherever I happen to look,
I see the black ruins of my life, here,
where I’ve spent so many years, wasted them, destroyed them totally.”

You won’t find a new country, won’t find another shore.
This city will always pursue you. You will walk
the same streets, grow old in the same neighborhoods,
will turn gray in these same houses.
You will always end up in this city. Don’t hope for things elsewhere:
there is no ship for you, there is no road.
As you’ve wasted your life here, in this small corner,
you’ve destroyed it everywhere else in the world.

 

 

Prayer

The sea engulfed a sailor in its depths.
Unaware, his mother goes and lights
a tall candle before the ikon of our Lady,
praying for him to come back quickly, for the weather to be good—
her ear cocked always to the wind.
While she prays and supplicates,
the ikon listens, solemn, sad,
knowing the son she waits for never will come back.

 

Vertaald door Edmund Keeley en Philip Sherrard

 

 

De paarden van Achilles

Toen ze de gedode Patroklos zagen
die zo moedig was, en sterk, en jong,
begonnen de paarden van Achilles te huilen:
hun onsterfelijke natuur kwam in opstand
om dit werk van de dood dat ze aanschouwden.
Ze schudden hun hoofden en de lange manen bewogen,
       ze stampten op de grond met hun hoeven, en ze rouwden
om Patroklos die ze ontzield wisten - verdwenen -
nu zomaar een lichaam - zijn geest verloren -
      weerloos - zonder adem -
naar het grote Niets teruggekeerd uit het leven.

Zeus zag de tranen van de onsterfelijke
paarden en hij had medelijden. ‘Op de bruiloft van Peleus’
zei hij, ‘had ik niet zo onnadenkend moeten handelen;
beter was geweest om jullie niet weg te geven, ongelukkige
paarden van me! Wat hadden jullie te zoeken daar beneden
bij de beklagenswaardige mensheid die de speelbal is van het lot.
Jullie, wie dood noch ouderdom wacht
nu kwellen jullie tijdelijke rampen. De mensen hebben jullie
deel gemaakt van hun ongeluk.’ De twee edele dieren bleven echter
om de eeuwige ramp van de dood
hun tranen storten.

 

Vertaald door Marjoleine de Vos

 

 
K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)
Achilles Lamenting the Death of Patroclus door Gavin Hamilton, 1760 - 1763

Lees meer...

28-04-18

Wim Hazeu, Gerbrand Bakker, Zia Haider Rahman, Roberto Bolaño, Gerhard Henschel, Harper Lee, Joop Waasdorp

 

De Nederlands dichter, schrijver, journalist, radio- en televisieprogrammamaker, uitgever en biograaf Wim Hazeu werd geboren in Delft op 28 april 1940. Zie ook alle tags voor Wim Hazeu op dit blog.

 

Een enkeltje

met narcis pupillen
kijken de ogen links en rechts
de tram uit

en de briesende vleugels
trekken in calypso
de neus op

in de tram
de terugstootvolle mond
ontmoet je
de neusvleugel der muze

 

 

Zichtbaar de tijd

1.
het pijnappelkind pakt
het rolletje tranen uit
op kruisbessenavond
wanneer alleen de wind
niet slaapt

 

2.
(spelletje)
draai de namen van de molen
tast de tekens in je huid
pel de mandarijnenpit
proef het bitter vruchtvlees
kerf de gezwollen lippen
laat het sap zuur binnen

is alles zó vergeten?

 

3.
(ander spelletje)
in de regenvijver
klapt het publiek
schoteltjes dubbeltjes
de regen buigt
voor dit open doekje

 

 
Wim Hazeu (Delft, 28 april 1940)

Lees meer...

Karl Kraus, Ğabdulla Tuqay, Charles Cotton, Nezahualcóyotl, Auguste Barbier, Bruno Apitz

 

De Joods-Oostenrijkse dichter, schrijver en journalist Karl Kraus werd geboren in Jičin, Bohemen, Oostenrijk-Hongarije (thans Tsjechië) op 28 april 1874. Zie ook alle tags voorKarl Kraus op dit blog.

 

Die Freiheit, die ich nicht meine

Die Freiheit, die möcht' ich echt haben,
drum möcht' ich sie früher befrein
von solchen, die zwar recht haben,
doch ohne berechtigt zu sein.
Denn die, deren die sich erfrecht haben,
ist die Freiheit nicht, die ich mein'!

 

 

Zwei Dichternamen

Wenn Männer erzählend die Zeit uns begleiten,
indem sie deren Probleme verwässern,
so gehören sie bestenfalls zu den bessern,
die da liefern weibliche Handarbeiten.
Zwei, nicht zu verwechseln, sollt ihr unterscheiden:
was die Namen trennt, das vereint die Gestalten;
der Unterschied ist in beiden enthalten,
und was gemeinsam in keinem von beiden.

 

 

Das Hiesige

Du rufst es an, schon ist es fort;
verloren die Tat, verloren das Wort.
Es ist da und dort, und wo immer es sei,
ist es immer dabei und nie dabei.
Es ist ein Ding, und du greifst Luft;
du schreitest: weit und breit ist Kluft.
Umgebend Nichts um lebendiges Sein,
und alles um dich, der du allein.
Und alles verbindet dich ohne Band
und widersteht ohne Widerstand.
Wenn du es stößt, bleibt's angeschmiegt,
und wie es weicht, bist du besiegt.
So ist es halt, so ohne Halt
und wo es steht, hat es Gewalt.
Von seiner Schwäche, nicht deiner Kraft
ist dieses Hiesige hingerafft.
Und was ich auch tat und wie ich sprach
Es war zu weich, es gab nicht nach!

 

 
Karl Kraus (28 april 1874 - 12 juni 1936
Cover

Lees meer...

27-04-18

Als ik koning was (Michel van der Plas)

 

Bij Koningsdag

 

 
Koningsdag in Arnhem, 2014

 

 

Als ik koning was

Als ik koning was en rijk en machtig
– maar ik dien alleen, ik wil ook dienen
en ik ben altijd de ongeziene
ster van na de hondenwacht indachtig –,

als ik koning was – maar ach, ik droom maar –
en ik weet niet eens hoe ik moet dromen,
want de haast al dierbare fantomen
van mijn knechtschap zijn toch onontkoombaar –:

als ik miste wat ik nu kan strelen:
lompen, korsten, muren, ketens, wonden,
zou ik mijn brood niet meer met vogels delen,

niet meer hunkeren naar meisjesmonden,
en de God van straks en zopas
hij zou ver zijn, als ik koning was.

 

 
Michel van der Plas (23 oktober 1927 -21 juli 2013)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april ook mijn vorige blog van vandaag.

 

19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: koningsdag, michel van der plas, romenu |  Facebook |

Astrid Roemer, Robert Anker, André Schinkel, Didier Daeninckx, Hovhannes Shiraz, August Wilson, Edwin Morgan, Jules Lemaître, Cecil Day Lewis

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog.

 

O dichter zonder nageslacht

hij kent de kieren van de dag
omdat hij uitziet naar het donker
en dan zodra die nevel valt
weerkaatst de stilte van een ochtend

in hem staat één geliefde op
zij kust zijn mond
zij kust zijn hand
- niet eens de zon weet van dat branden
maar al wat waar is lost zich op

de inkt, de letter, de gedachte
herinnering en toekomst-droom
en pijn van te veel natte nachten
en zweet dat stinkt naar dagelijks brood

hij kent de lust van zijn geliefde
hoe zacht zij hem tot zingen drijft
zo zoet, zo bitter, en bezeten
kwatrijnen hem om adem smeken

in hem staat één geliefde op
zij kust zijn mond
zij kust zijn hand
- niet eens de zon weet van dat branden
maar al wat waar is loste op

de maan, de straten, de gebouwen
zelfs zomerwind en horizon
en het verlangen naar de vrouwen
bevrijdt hem in een zelfmoord-nacht -

maar: in de kieren van de nacht
terwijl hij uitziet naar het donker
wordt hij van kinderlachen dronken

o - dichter zonder nageslacht

 

 

Zelfportret 1990

Ik zie haar in de spiegels
ze heeft een breuk in het gelaat
die neemt ze mee naar elk uur:
merkteken van verdiept bestaan -

de lijn van een gebroken dag
die rimpelloze cirkels bijt
zij voelt hoe zij verstilt en krimpt
in de wending die elk tijdstip neemt

het geweld rolt op haar af - voortdurend
in gespleten taal; want beelden weet ze
leven ook -
pijn hecht zich ook aan materiaal

ze gooit de feiten in het vuur: krante-
koppen hebben geen gezicht; lichtbeelden
krijgen zoveel kleur en liefdes, o: die
sterven weer; ze strooit de as uit over zee

het water voegt de afbraak in
het vuur vreet aan haar eigen huid
geweld ademt ze in en uit - in de wending
die het tijdperk nam schakelt geluk soms aan
- vaak uit

zo is het mensbeeld weer compleet
van martelaar, van held - en beul
het heeft een breuk in het gezicht
ze ziet het in de jaren: ik!

 

 
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

Lees meer...

26-04-18

Bernard Malamud, Vincente Alexandre, Carl-Christian Elze, Hannelies Taschau, Theun de Vries, Hertha Kräftner, Johann Uhland, Margreet van Hoorn, Leo Stilma

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Malamud op dit blog. 

Uit:The Jewbird

„The window was open so the skinny bird flew in. Flappity-flap with its frazzled black wings. That’s how it goes. It’s open, you’re in. Closed, you’re out and that’s your fate. The bird wearily flapped through the open kitchen window of Harry Cohen’s top-floor apartment on First Avenue near the lower East River. On a rod on the wall hung an escaped canary cage, its door wide open, but this black-type longbeaked bird—its ruffled head and small dull eyes, crossed a little, making it look like a dissipated crow—landed if not smack on Cohen’s thick lamb chop, at least on the table, close by. The frozen foods salesman was sitting at supper with his wife and young son on a hot August evening a year ago. Cohen, a heavy man with hairy chest and beefy shorts; Edie, in skinny yellow shorts and red halter; and their ten-year-old Morris (after her father)—Maurie, they called him, a nice kid though not overly bright—were all in the city after two weeks out, because Cohen’s mother was dying. They had been enjoying Kingston, New York, but drove back when Mama got sick in her flat in the Bronx.
“Right on the table,” said Cohen, putting down his beer glass and swatting at the bird. “Son of a bitch.”
“Harry, take care with your language,” Edie said, looking at Maurie, who watched every move.
The bird cawed hoarsely and with a flap of its bedraggled wings—feathers tufted this way and that—rose heavily to the top of the open kitchen door, where it perched staring down.
“Gevalt, a pogrom!”
“It’s a talking bird,” said Edie in astonishment.
“In Jewish,” said Maurie.
“Wise guy,” muttered Cohen. He gnawed on his chop, then put down the bone. “So if you can talk, say what’s your business. What do you want here?”
“If you can’t spare a lamb chop,” said the bird, “I’ll settle for a piece of herring with a crust of bread.
You can’t live on your nerve forever.”
“This ain’t a restaurant,” Cohen replied. “All I’m asking is what brings you to this address?”
“The window was open,” the bird sighed; adding after a moment, “I’m running. I’m flying but I’m also running.”
“From whom?” asked Edie with interest.
“Anti-Semeets.”
“Anti-Semites?” they all said. »

 
Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)
Scene uit de opvoering van een toneelversie in New York, 2009

Lees meer...

18:47 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-04-18

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Richard Anders, William Temple, John Keble, Ross Franklin Lockridge Jr., Leopoldo Alas

 

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Prime time I

Openbaar aanklager heropent na jaren de zaak
tegen vermeende moordenaars met nieuw materiaal:

het aanhoudend warme weer, de mogelijke klimatologische
veranderingen, duizelingwekkende luchtopnames

van Vietnam, de oprechte twijfels achteraf en spijtbetuiging
van een bommenwerperpiloot, seismografische metingen,

olie- en gasboringen, militaire oefeningen met sonars
en scheepvaartverkeer, het lawaai onder water...

 

 

Zwarte tranen

Wat heb ik er weinig van meegemaakt,
de myriaden voorvallen op aarde
die eindigden binnen de 31 miljoen
622 duizend en 401 seconden
uitgeroepen tot het jaar 2008.

Al het schenden, met voeten treden,
graaien, overstromen, al het fanatieke
moorden en oplaaien – godzijgeloofd
kon ik ze hier gedrukt voorbij zien komen
en overgaan tot de orde van mijn dag.

Is het ooit anders geweest? De een heeft
nooit geweten wat hem raakte, de ander
is het weer vergeten. Zelfs de zwarte
tranen van de hoop vervagen al.
Wolkjes inkt in een oceaan.

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 - 30 maart 2014)

Lees meer...

Fletcher Pratt

 

De Amerikaanse schrijver en vertaler Murray Fletcher Pratt werd geboren op 25 april 1897 in een reservaat in Buffalo, New York. Pratt, die al na een jaar het Hobart College verliet, werkte aanvankelijk als bibliothecaris, prijsvechter (vlieggewicht) en verslaggever voor de Buffalo Courier Express. Hij vertaalde SF-romans uit het Duits voor Amazing Stories, voordat hij in 1929 begon met het publiceren van zijn eigen verhalen in verschillende pulptijdschriften. In 1926 trouwde hij met Inga Stephens, een kunstenares, die enkele van zijn boeken illustreerde. In de jaren 40 richtte Pratt de club van Trap Door Spiders op, waartoe o.a. Lyon Sprague de Camp en Isaac Asimov behoorden. Asimov vereeuwigde de club in sommige van zijn verhalen, noemde de club in “Black Widowers” en noemde de oprichter Ralph Ottur. Pratt, die eerst korte verhalen schreef en zich uit liefhebberij bezig hield met militaire geschiedenis, publiceerde zijn eerste boek, “The Heroic Years”, in 1934. Dit non-fictieboek gaat over de Napoleontische oorlogen en de Madison Administration in de VS. Pratt, die aan verschillende projecten tegelijkertijd werkte, schreef ook andere non-fictieboeken, waaronder een veelgeprezen werk over de burgeroorlog, de burgeroorlog. In samenwerking met L. Sprague de Camp schreef hij verschillende fantasyromans en verhalen, zoals de humoristische Harold Shea-boeken, die in 1989 opnieuw werden uitgegeven als “The Complete Compleat Enchanter”. “The Well of the Unicorn”, uitgegeven in 1948, is een vervolg op Lord Dunsany's toneelstuk “King Argimenes en de Unknown Warrior”. Fletcher Pratt schreef ongeveer 50 boeken, zijn laatste, “The Compact History of the United States Navy”, werd twee weken voor zijn dood voltooid.

Uit: The War of the Giants

"It isn't the heat that gets you, or the noise," said the man with the scarred chin, licking the end of a cigarette reflectively before applying it to his lips. "It's the rotten smell. Petrol, hot oil and sweat—yes, and leather. . . . And that isn't all. You have to keep your mask on when they start, and those new makes smell like rubber and medicine."
He lit the cigarette and blew a snort of smoke through his nostrils. "Last time I was that sick when I got out I couldn't even take a nip of whiskey."
"Mmmm," murmured the short man with the bald forehead. "And I get seasick every time I go rowing on the lake."
The man with the scarred chin looked at him sharply. "You better not be seasick. The old man's nuts on you late draft men that lay down. What were you in before?"
"Aviation. I was on motor repair. I got a wife and three kids, so they gave me selected duty. I'm a motor man."
"Well, I'm married too. . . . " the man with the scarred chin thought for a moment. "You must be on the right forward motor. Last man on that job was killed quick as a wink. Shell from one of those robot guns came through the casemate and burst right under the motor. Drove one of those levers clean through him. There's the place."
He half-turned and waved in the general direction of the tank that stood like some questing monster in metal, snout lifted to sniff the air, a few yards away. Half way down the hundred-foot flank of the beast workmen were busy painting a new and shining steel plate that had been welded in just below a projecting broadside gun.
Above their heads two more guns projected from shielded casemates, while higher still a big gun in a turret atop threw a long shadow across their work. But if the man with the scarred chin expected his companion to exhibit any sigh of nervousness at the remarks of his predecessor's passing, he was disappointed. The small man merely gazed with a languid lack of curiosity.”

 

 
Fletcher Pratt (25 april 1897 - 10 juni 1956)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fletcher pratt, romenu |  Facebook |

24-04-18

Frans Coenen, Eric Bogosian, Robert Penn Warren, George Oppen, Sue Grafton, Carl Spitteler, Anthony Trollope, Michael Schaefer, Marcus Clarke

 

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: Bezwaarlijke liefde

“Tusschen tafel en kanapee ging hij met gelijke vervelings passen op en neer, in vage benauwdheid.
De kamer was in schemering, maar in den eenen raamhoek scheen de lamp op zijn schrijftafel door de gekleurdpapieren kap een rooden gloed uit, en hij voelde, verstrooid er heenziende, daar een gezelligheidscentrum, in de lichtsfeer der lamp een hoekje saamgetrokken stilte-aandacht en als het uiterlijk aspect van een geestesstaat, die ernst en wegzijn uit de buitenwereld beduidde.
Maar hij ging in de gevoelige schemering naast de tafel, waarop nog het theegoed stond; pogend zijn verlangen te koelen in beweging, benauwd door de holheid van den tijd en de zwaarte van zijn lijfsbestaan.
Hoog uit het vage donkere, aan het penant tusschen de twee ramen, rusteloosde de bleeke tik van een oud porceleinen klokje, waarvan omlaag de gewichten stil koperglansden.
En er was een vermoeiend accent, telkens op de tweede tik, alsof de tijd mank ging. In zijn prikkelbare leegheid van zijn moest hij daar telkens op letten en die kreupele stap volgen door de stilte, verveeld-zenuwig-nieuwsgierig of het werkelijkheid of maar verbeelding was, dat de tweede tik zwaarder klonk.
Hij zag nog eens op naar de kleine ronde wijzerplaat, die vaag uit de wand bleekte en waar de grove stompe wijzers in de laagte de bekende scherpe hoek van halfnegen vormden.
Halfnegen pas... En hij moest tot minstens tien uur wachten...
De kamer stond om hem, leeg en onverschillig. Die intieme lichthoek met de aandachtschijn over het opgeslagen boek werd hem tot een ergernis, omdat het even smartelijk deed indenken in de zielerust en vruchtbare concentratie van een, die daar zou zitten, onbewust van alle uiterlijke dingen, de uren door.
Staande met de rug naar het smalle penant tusschen de ramen, zond hij vaagzoekende blikken uit in de schemerholle kamerruimte.
Bleek-vervig rezen de rechte, hoekende lijnen van de deur in de rechterhoek. Daarnaast de posten der hooge dubbeldeuren, die in 't midden der kamer naar de alkoof openden. Die stonden nu open en flauw bleekten hun langwerpige vakken in de alkoofdonkerte, waar een lampet in zijn kom bleek opschimde aan de achterwand.”

 

 
Frans Coenen (24 april 1866 - 23 juni 1936)
De Munt te Amsterdam door Cornelis Vreedenburgh, 1926. 

Lees meer...

23-04-18

William Shakespeare, Roman Helinski, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Andrey Kurkov, Halldór Laxness, Christine Busta, Adelheid Duvanel, Richard Huelsenbeck

 

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

Sonnet VII

Zie, als in ’t oosten het goedgunstige licht
Zijn brandend hoofd verheft, doet elk op aard
Hulde aan zijn nieuw-verschijnend aangezicht,
Hem volgend op zijn vorstelijke vaart.

En als hij ’t hooge hemel-steil beklom,
Reeds halverwege en toch jongling-gewijs,
Staat nog de stervling voor zijn schoonheid stom,
Hem begeleidend op zijn gulden reis.

Maar als van hoogste top zijn moede bouw,
Grijzaard-gelijk, nu wankelt uit het ruim,
Dan wenden de oogen, eerst zoo plicht-getrouw,
zich af en richten zich naar eigen luim.

Zoo gij, als ’t avondt en ge niet meer stijgt,
Sterft ongevolgd, tenzij ge een zoon verkrijgt.

 

Vertaald door Albert Verweij

 

 

Sonnet CXVI

Laat mij toch geen beletselen verzinnen
Voor ware liefde; liefde houdt geen stand
Als zij verandert bij veranderingen,
Als zij bij elke kleine schipbreuk strandt.

O nee, zij is een baken, eeuwig licht,
Dat men zelfs in de zwaarste stormen ziet;
Een ster, waarnaar elk dwalend schip zich richt:
Men meet haar hoogte, maar haar waarde niet.

Zij is geen Nar des Tijds, al zal het rood
Van wang en lip ooit voor zijn zeis verbleken;
De liefde blijft bestaan tot aan de dood,
Zij taalt niet naar zijn uur en telt geen weken.

Als men hiertegen ooit bewijslast vindt,
Dan schreef ik nooit en werd geen mens bemind.

 

Vertaald door Arie van der Krogt

 

 

Sonnet CXXX

't Oog van mijn dame geeft geen zonneschijn,
Koraal is heel veel roder dan haar mond,
Sneeuw wit? Dan moet vaalbruin haar boezem zijn,
Haar haar is zwart en niet als gouddraad blond.

De rozen van haar wangen zie ik niet,
Al ken ik rozen roze, wit en rood;
Er zijn parfums waarvan ik meer geniet
Dan wat haar mond mij ooit aan adem bood.

Ik hoor zo graag haar stem, maar neem niet aan
Dat die alle muziek vergeten doet;
'k Geef toe, nooit heb ik een godin zien gaan,
Mijn dame raakt de grond met elke voet.

Toch is mijn liefste even zeldzaam als
Wat zij aan beeldspraak logenstraft als vals.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Cover

 

Lees meer...