08-04-18

Thomas (Jan Willem Schulte Nordholt)

 

Bij Beloken Pasen

 

 
De ongelovige Thomas door Peter Paul Ruben, 1613 - 1615

 

 

Thomas

Als God bestond dan viel hij met ons samen
hier op aarde waar wij mensen zijn,
was hij het brood van ons, was hij de wijn
was hij de stem waarvoor we ons zouden schamen.

Was hij de groene ziel bij ons van binnen,
de vleugel die ons hart had aangeraakt,
het licht waarin ons leven was ontwaakt,
en onze pijn en wildernis van zinnen.

Hij is een glans die langs de sterren gaat,
een adem in een ontoegankelijk licht.
Hij is zo heilig dat hij niet bestaat.

Als ik hem niet aanraak met deze hand,
hem kus met deze mond, met dit gezicht
hem in mij opneem, en hij mij verbrandt.

 

 
Jan Willem Schulte Nordholt (12 september 1920 - 16 augustus 1995)
De Grote Kerk in Zwolle, de geboorteplaats van Jan Willem Schulte Nordholt

 

 

Zie voor de schrijvers van de 8e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Herinnering aan Gerard Reve, Hanz Mirck, Christoph Hein, Judith Koelemeijer, Nnedi Okorafor, Barbara Kingsolver

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 12 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog en eveneens mijn blog van 14 december 2006. en mijn blog van 9 april 2006.

 

Herkenning

Nu weet ik, wie gij zijt,
de Jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna,
nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg.
Ik hoor mijn Moeders stem.
O Dood, die waarheid zijt: nader tot U.

 

 
Gerard Reve (14 december 1923 - 8 april 2006)
Reve met Woelrat en Knorretje

Lees meer...

John Fante, Johann Christian Günther, Glendon Swarthout, Martin Grzimek, Hégésippe Moreau, Robert Askins

 

De Amerikaanse schrijver John Fante werd geboren in Colorado op 8 april 1909. Zie ook alle tags voor John Fante op dit blog.

Uit: Ask the Dust

“Los Angeles, give me some of you! Los Angeles come to me the way I came to you, my feet over your streets, you pretty town I loved you so much, you sad flower in the sand, you pretty town. A day and another day and the day before, and the library with the big boys in the shelves, old Dreiser, old Mencken, all the boys down there, and I went to see them, Hya Dreiser, Hya Mencken, Hya, hya: there's a place for me, too, and it begins with B, in the B shelf, Arturo Bandini, make way for Arturo Bandini, his slot for his book, and I sat at the table and just looked at the place where my book would be, right there close to Arnold Bennett; not much that Arnold Bennett, but I'd be there to sort of bolster up the B's, old Arturo Bandini, one of the boys, until some girl came along, some scent of perfume through the fiction room, some dick of high heels to break up the monotony of my fame. Gala day, gala dream! But the landlady, the white-haired landlady kept writing those notes: she was from Bridgeport, Connecticut, her husband had died and she was all alone in the world and she didn't trust anybody, she couldn't afford to, she told me so, and she told me I'd have to pay. It was mounting like the national debt, I'd have to pay or leave, every cent of it — five weeks overdue, twenty dollars, and if I didn't she'd hold my trunks; only I didn't have any trunks, I only had a suitcase and it was cardboard without even a strap, because the strap was around my belly holding up my pants, and that wasn't much of a job, because there wasn't much left of my pants. 'I just got a letter from my agent,' I told her. 'My agent in New York. He says I sold another one; he doesn't say where, but he says he's got one sold. So don't worry Mrs Hargraves, don't you fret, I'll have it in a day or so.' But she couldn't believe a liar like me. It wasn't really a lie; it was a wish, not a lie and maybe it wasn't even a wish, maybe it was a fact, and the only way to find out was watch the mailman, watch him closely, check his mail as he laid it on the desk in the lobby, ask him point blank if he had anything for Bandini. But I didn't have to ask after six months at that hotel.”

 

 
John Fante (8 april 1909 – 8 mei 1983)
Scene uit de film uit 2006 met o.a. Colin Farrell (Arturo) en Salma Hayek (Camilla)

Lees meer...

07-04-18

Den Haag (Paul Rodenko)

 

Dolce far niente

 

 
Den Haag - Het Mauritshuis in 1825, geschilderd door Bartholomeus Johannes van Hove

 

 

Den Haag

Den Haag: stad van aluinen winden en pleinen.
Winden als pleinen zo wijd.
Pleinen rustig als de grote handpalm
van de grote openheid.
Reigerlijk zijn er de vrouwen, lang en toch lieflijk;

kuis staan zij aan parken , karyatiden van zonlicht
en lieflijk gaan zij desmiddags; antiektakkend uurwerk.
Zuidelijker later en lynxer; heupruisender; bemerk nu haar ogen:
een klein ballet, speelkaarten vuurwerk.

Trager de mannen,
Meer ingetogen. Hun handen zijn blauw als water,
hun handen zijn als strakke blauwe winden.
Zo vinden zij daaglijks de verte uit, als een
voorwerp waarmee men wijs worden kan, sterven, regeren.
Toch kennen zij deernis, houden van dieren, van honing
en vallende sterren.
Zij staan als uitkijktorens open.
Zij sluiten zich lang en onvermoeid, als bloemen.

Ruim zijn de dagen en toch menselijk, gedempt rumoerig.
Maar de nachten zijn stil en oplettend;
hoe zuiver schaakt de maan in het plantsoen!

 

 
Paul Rodenko (26 november 1920 - 9 juni 1976)
Lente in Den Haag, de geboorteplaats van Paul Rodenko

 

 

Zie voor enkele schrijvers van de 7e april ook mijn vorige blog van vandaag.

08:36 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paul rodenko, romenu, dolce far niente |  Facebook |

Juliana Spahr, William Wordsworth, Özcan Akyol, Gabriela Mistral

 

De Amerikaanse dichteres, critica en uitgeefster Juliana Spahr werd geboren op 7 april 1966 in Chillicothe, Ohio. Zie ook alle tags voor Juliana Spahr op dit blog.

 

Dynamic Positioning (Fragment)

It is a blowout preventer, a series of valves
That seal off the excessive pressure should

The wellhead kick then blowout.
There are all
These variables. Various valves. Pressures.

Buoyancies. Mixes of cements. Currents. Claims.
Humans. Bow spring. Top plug. Shoe track. Floatshoe.

I could go on and on here calling the
New muses of innovation, common

Vocabulary, that covers over the
Elaborate simplicity of this,

This well, Macondo well, was drilled by
Deepwater Horizon and it went through

Five thousand feet, through the abyssal zones,
The epipelagic with its sunlight

The mesopelagic with its twilight
The bathypelagic with its midnight

Then where the sea meets floor, the deep ocean,
A blowout preventer there with the fish,

The darker fish, the large detritevars
That feed on the drizzle of the moulted

Exoskeletons, the carnivores, snipe eels
Big lantern fish, and zooplankton, corals.

This well then went on reaching for the oil
Another thirteen thousand feet. When it hits

The pay zone, down through it, down deeper, deep.
This well, Macondo well, was exploratory.

This story then begins with other wells,
But I will tell the story of This Well:

In April twenty ten, the setting south
And east of Louisiana's long coast.

 

 
Juliana Spahr (Chillicothe, 7 april 1966)

 

Lees meer...

06-04-18

Kazim Ali, Annejet van der Zijl, John Pepper Clark, Jakob Ejersbo, Günter Herburger, Uljana Wolf, Brigitte Schwaiger, Julien Torma, Nicolas Chamfort

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Kazim Ali werd geboren op 6 april 1971 in Croydon, Engeland. Zie ook alle tags voor Kazim Ali op dit blog.

 

Dear J.

It should be a letter
To the man inside
I could not become
Dressed in yellow
And green, the colors of spring
So I could leave death
In its chamber veined
With deep ore
I've no more to tell you
Last winter I climbed
The mountains of Musoorie
To hear frozen peals of bell and wire
A silver thread of sound
Sky to navel
Draws me
like the black strip
in a flower's throat
meant to guide you in
I lie now in the winter
open-petaled beneath Sirius
I cereus bloom

 

 

Bright Felon Dvd Extra/Alternate Ending

In the convicted evening I am a victor struck loose and restless,
creeping for the unlocked window.
The family inside at the dinner table is mine.
Listening to the escape story on the radio, my mother's hand freezes
in the air halfway to her mouth.
She realizes it's me they're talking about.
Lightning by lightning the minute before thunder.
Streets as empty as a beach before rain.
My hand on the cold glass.
Car alarm, tornado warning, catastrophe.
Who remembers the criminal son, free of the labyrinth and still
unsought, unthought of.
Oh when will the streetlamps blink out so my father can appear furtive
at the door and beckon me furiously in.

 

 
Kazim Ali (Croydon, 6 april 1971)
Foto: Tanya Rosen-Jones 

Lees meer...

Iulian Ciocan

 

De Roemeense schrijver, journalist en literair criticus Iulian Ciocan werd geboren op 6 april 1968 in Chisinau, in de toenmalige Sovjet Socialistische Republiek Moldavië. Hij studeerde in 1995 af met een graad in Roemeense taal en letterkunde aan de Universiteit Transilvania in Brașov, Roemenië. Zijn roman “Înainte să moară Brejnev” (“Voordat Brezjnev stierf”) werd in 2007 uitgegeven en vertaald in het Tsjechisch. Zijn roman “Tărâmul lui Saşa Kozak” (“Het rijk van Saşa Kozak”) werd in 2011 uitgegeven en is vertaald in het Slowaaks en het Frans. Een hoofdstuk uit zijn tweede roman werd opgenomen in de bloemlezing Best European Fiction 2011, uitgegeven door Aleksandar Hemon. In april 2011 werd hij uitgenodigd om deel te nemen aan het PEN World Voices-festival in New York. Sinds 1998 werkt hij als radio-commentator voor Free Europe in Chisinau. Zijn proza ​​is gepubliceerd in literaire tijdschriften in de Verenigde Staten, België, Duitsland en Brazilië. Hij schreef ook twee boeken met literaire kritieken en publiceerde acht boeken met journalistiek werk. Hij is lid van PEN Club, Republic of Moldova. In 2015 verscheen de roman „Iar dimineata vor veni rusii“ („En in de ochtend zullen de Russen komen”).

Uit: And in the Morning the Russians Will Arrive (Vertaald door Alistair Ian Blyth)

“On the morning of 25 June 2020, Latin teacher Nicanor Turturica awoke later than usual. Not just because it was a Saturday, but because he had played online chess until after midnight, against an obstinate Australian, who flatly refused to admit defeat at the hands of a representative of some Lilliputian country. Nicanor Turturica idled in bed for a while, wondering at the much too dark cloud he could see through the window, and realised with alarm that his deep sleep had not banished his weariness. Yes, although he was still a man in the prime of his life, at the age of sixty, with increasing frequency he was bothered by a state of extreme tiredness, his eyes ached, and he suffered cramps. To blame, an obtuse physician had told him, was supposedly the Internet, and to be more precise, online chess, in which he had found solace after the sudden death of his wife. But how could he live without any refuge, after an accursed breast cancer had stolen away his younger wife? This was why, for a few weeks after the funeral, Nicanor Turturica had succumbed to alcoholism, and then, after a heated discussion on Skype with his daughter, who lived in the United States, the teacher discovered online chess, giving up vodka and wine. And after a while he met the mild and gentle Raya, a widow of sixty-two, who sold pies at the faculty canteen and whom he started to visit at weekends. The insatiable window would have liked to have sex every night, but what with his Latin lessons and online chess, that would have done him in altogether. And so he persuaded her that they should meet just once a week. Absence makes the heart grow fonder, as they say. But when it came to chess, he could not tolerate any absence. He would sit in front of the computer for hours on end, doing battle with opponents from every continent, accumulating victories with a grim determination worthy of a better cause and losing his temper after every defeat, which, of course, seemed to him stupid and unfair. But on the morning of 25 June Nicanor Turturica felt so exhausted that he abandoned any thought of turning on his laptop or the television set. Perhaps that opaque physician had been right when he claimed that his tiredness was caused by his sedentariness, by sitting in front of the computer and the television. “Life means movement!” the physician kept reminding him, a truth that only now revealed itself to him in all its grandeur. He had to get into shape as a matter of urgency; apart from anything else, that evening he was due to cast himself into the burly arms of Raia from the canteen, who made up for lost time with great ardour, draining him of strength. »

 

 
Iulian Ciocan (Chisinau, 6 april 1968)

18:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: iulian ciocan, romenu |  Facebook |

05-04-18

Hugo Claus, Martin Reints, Mieke van Zonneveld, Vítě,zslav Hálek, Algernon Swinburne, Bora Ć,osić,,, Werner J. Egli, Michael Georg Conrad, Marente de Moor

 

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

Uit: Het verdriet van België

“Zonder adem te halen, brulde hij: ‘Ma-ri-a!’
Een graatmager wezen, een honderdjarig weeskind in een krakerig wit schort, verscheen en keek Louis aan met een blik vol haat.
‘Maria, schenk die jonge gasten een portootje in! Het is wel niet van hun jaren, maar wij kunnen ze niet vroeg genoeg losbandigheid leren, wie weet wat de dag van morgen brengt, nietwaar, heren?’ Zij schonk in. De port was mierzoet en lauw.
‘En?’
‘Een beetje te warm,’ zei Maurice.
De Puydt nipte. ‘’t Is godverdomme nog waar ook. Maria, zet die fles direct in de kelder. Nee, laat maar. Hoeveel staan er nog in de kelder?’
‘Vier.’
‘Er is hier iemand die achter mijn rug…’ Met een dreun die de Vlaamse Koppen aan de muur deed trillen sloeg zij de deur dicht.
‘Zij drinkt,’ fluisterde Marnix de Puydt. ‘Van mij mag ze, maar niet van deze porto. Want ik heb er twaalf flessen van gekregen na mijn recital bij mijnheer Groothuis.’
‘Mijn grootvader heeft er mij over gesproken,’ zei Louis, ‘hij vond het prachtig.’
‘Ja, onze Seynaeve heeft een zwak voor Debussy.’
De Puydt schonk zijn glaasje weer vol en dronk het in één slok leeg.
‘Mijn vriend Joris Diels van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Antwerpen heeft mijn Dood van Descartes uiteraard als eerste in het manuscript doorgenomen en heeft er mij oprecht mee gecomplimenteerd.’
‘Is het in vijf bedrijven?’ vroeg Louis, want hij moest toch iets zeggen, zeker in aanwezigheid van Maurice-de-stille.
De Puydt knikte lang. Hij dronk van de fles. ‘Ik zie u denken, jongeman, is dat niet al te klassiek? En dan antwoord ik u, ja, het is klassiek, de tijd van het experiment is achter de rug, thans breekt de tijd aan van de re-con-struc-tie, niet alleen van onze gemeenschap, maar ook van zijn vormen. Ik heb recht van spreken, want ik kom uit het kamp van de durvers, van hen die de grenzen van de taal hebben verlegd, in het spoor van mijn betreurde kompaan Van Ostaijen.”

 

 
Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)
Scene uit de gelijknamige film uit 1994

Lees meer...

04-04-18

Maya Angelou, Hanneke Hendrix, Marko Klomp, Marcel Vaarmeijer, E. L. James, Marguerite Duras, Robert Schindel, Michiel van Kempen, Bettina von Arnim

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Glory Falls

Glory falls around us
as we sob
a dirge of
desolation on the Cross
and hatred is the ballast of
the rock
which his upon our necks
and underfoot.
We have woven
robes of silk
and clothed our nakedness
with tapestry.
From crawling on this
murky planet's floor
we soar beyond the
birds and
through the clouds
and edge our waays from hate
and blind despair and
bring horror
to our brothers, and to our sisters cheer.
We grow despite the
horror that we feed
upon our own
tomorrow.
We grow.

 

 

Son to Mother

I start no
wars, raining poison
on cathedrals,
melting Stars of David
into golden faucets
to be lighted by lamps
shaded by human skin.

I set no
store on the strange lands,
send no
missionaries beyond my
borders,
to plunder secrets
and barter souls.

They
say you took my manhood,
Momma.
Come sit on my lap
and tell me,
what do you want me to say
to them, just
before I annihilate
their ignorance ?

 

 
Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

Lees meer...

03-04-18

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Bert Bakker, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe, Karel N.L. Grazell, Washington Irving

 

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Geluk

Omdat ik geen honger, geen dorst lijd,
een huis heb, een baan, een voorbeeldig gezin,
duizend boeken, van Sade tot Grimm,
gezondheid, een trouwe maîtresse, veel tijd
voor kunst en liefde of wat daarop lijkt,
de wereld kan zien, mijn tuin cultiveren,
duizend gedichten opnieuw kan proberen
een God te zijn in het diepste geheim,

daarom is het dat ik mijn nagels bijt
in een kamer die niet wordt gelucht,
weerloos geworpen in zo veel geluk
dat ik slechts aan mijzelf nog lijd.

 

 

Onvindbaar
(voor het jarige konijn)

Omdat het liegt en dus kan veranderen
omdat het maar zichtbaar is tussen de lijnen
omdat het ontdekt wat al lang is ontdekt
maar nooit op deze onmogelijke wijze

omdat het zich aanpast, ook aan het zeer grijze
omdat het de jager zelf heeft gewekt
omdat het elk schot tot een spat kan verkleinen
omdat het gestroopt en verhandeld

nog nooit is gevat.

 

 

Ouders

I
Hij viel in de put. Het kwam zo uit,
een rottende plank onder dansende schoentjes.
Hij gleed zomaar de werkelijkheid uit,
het leek haast bedacht. De tuin bloeide,
de zon scheen, ik dronk een kop koffie.
Icarus viel op een oud schilderij.
Zij lag aan de rand, wachtte, een dier
op de loer. Zij gaf de seconden niet prijs.
Toen kwam hij en strekte de armpjes.
Zij trok zijn dood voorgoed aan haar lijf.
Hij vult haar stem, haar ogen, haar handen.
’s Nachts roept zij. Ik kan er niet bij.

 

 
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees meer...

02-04-18

Die Sonne geht im Osten auf (Christian Morgenstern)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 
Vintage Duitse Paaskaart uit een serie van Arthur Thiele, 1905 - 1915

 

 

Die Sonne geht im Osten auf

Die Sonne geht im Osten auf,
der Osterhas´ beginnt den Lauf.
Um seinen Korb voll Eier sitzen
drei Häslein, die die Ohren spitzen.

Der Osterhas´ bringt just ein Ei -
da fliegt ein Schmetterling herbei.
Dahinter strahlt das blaue Meer
mit Sandstrand vorne und umher.

Der Osterhas´ ist eben fertig -
das Kurtchen auch schon gegenwärtig!
Nesthäkchen findet - eins , zwei , drei,
ein rot, ein blau, ein lila Ei.

Ein Ei in jedem Blumenkelche!
Seht, seht selbst hier, selbst dort sind welche!
Ermüdet leicht im Morgenschein
schlief Kurtchen auf der Wiese ein.

Die Glocken läuten bim, bam, baum,
und Kurtchen lächelt zart im Traum.
Di di didl dum dei,
wir tanzen mit unsern Hasen

umgefaßt, zwei und zwei,
auf schönen, grünen Rasen.

 

 
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Pasen in München, de geboortestad van Christian Morgenstern

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

 

08:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pasen, christian morgenstern, romenu |  Facebook |

Thomas Glavinic, Jay Parini, Anneke Claus, Klaus Ender, Konrad Merz, Ed Dorn, Émile Zola

 

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit:Unterwegs im Namen des Herrn

„Darunter, kleiner gedruckt: Botschaft der Gospa an Mirjana, am 2. August 2010
Liebe Kinder!
Heute lade ich euch ein gemeinsam, mit mir, zu beginnen, das Himmelreich in euren Herzen zu errichten, zu vergessen, was für euch persönlich ist und, durch das Beispiel meines Sohnes geleitet, an das zu denken, was Gottes ist. Was erwartet er von euch? Erlaubt Satan nicht, euch die Wege des irdischen Wohlergehens zu öffnen, die Wege ohne meinen Sohn. Meine Kinder, sie sind trügerisch und von kurzer Dauer. Denn mein Sohn existiert. Ich biete euch ewiges Glück und den Frieden, die Einheit mit meinem Sohn, mit Gott. Ich biete euch das Reich Gottes. Ich danke euch.
Am österreichischen Grenzübergang gibt es keinen längeren Aufenthalt. Als wir kurz hinter einem anderen Bus zu stehen kommen, klebt Rudi ein riesiges Muttergottesbild vorn auf die Windschutzscheibe. Hinter mir sind seltsame Geräusche zu hören, es klingt, als hätte sich jemand verschluckt. Im Niemandsland zwischen Österreich und Slowenien machen wir Toilettenpause. Der Reiseleiter treibt uns bald wieder mit einem schrillen Pfiff zusammen und fragt schon in kleiner Runde an der Tür, wer sich zum Vorbetten meldet. Alle steigen stumm und mit gesenktem Kopf ein. Während wir im Bus auf Nachzügler warten, greift der Reiseleiter zum Mikrophon.
»An dieser Grenze ist es gewesen, da hat eine Pilgerin einmal eine Erweckung gehabt. Genau da drüben war es. Sie war eine Zweifelnde und Suchende. Sie ist neben mir gestanden. Plötzlich packt sie mich am Arm und sagt: ›Du, ich spüre etwas, und ich möchte wissen, spürst du es auch?‹ Na, ich hab nichts gespürt und ihr das auch gesagt. Sie ist fünf Minuten dagestanden, dann ist sie in Tränen ausgebrochen. Einen Monat später war sie Ordensschwester.«
»Jööööh«, sagt die schöne alte Bäuerin verzückt.
»Wow«, ruft Jim der Amerikaner und klatscht.
»Sie hat zu mir gesagt: ›Eigentlich muss ich nicht mehr mitfahren, denn ich weiß alles, was ich wissen wollte. Aber aus Dankbarkeit fahre ich mit.‹ Schwester Antonia heißt sie jetzt. Vergangenes Jahr war sie zum fünfundzwanzigsten Mal unten.«

 

 
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

Lees meer...

György Konrád, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt, Edgar Hilsenrath, George Fraser

 

De joods-Hongaarse schrijver György Konrád werd geboren op 2 april 1933 in Berettyóújfalu (bij Debrecen). Zie ook alle tags voor György Konrád op dit blog.

Uit: Das Schweigen der Nachbarn

“Opfer Am 20. März 1944, einem Montag, ging ich wie gewöhnlich zur Schule. Die deutschen Tiger-Panzer auf dem Hauptplatz unserer kleinen Stadt und die darauf sitzenden, in grauen Uniformen steckenden, Zigaretten rauchenden Soldaten waren nicht zu übersehen.
Sie sahen sich um, langweilten sich. Auf der Hauptstraße marschierten in dichter Aufeinanderfolge deutsche Soldaten in feldgrauen Uniformen auf und ab. Die ungarischen Soldaten bewegten sich etwas lockerer. Doch auf die Schmährede von stinkenden Juden verzichteten sie in ihren Gesängen nur selten. Ein Klassenkamerad meinte: »Jetzt steht ihr im Regen.« »Wer?«, fragte ich. »Na, ihr, ihr Hunde«, sagte er lachend und lief weg. Auf die Juden hatte er angespielt und sich nicht geirrt.
Am 15. Mai wurden meine Eltern von schwarz uniformierten Offizieren der Gestapo in Begleitung ungarischer Gendarmen, die einen schwarzen Hut mit herabhängenden schwarzen Hahnenfedern trugen, verhaftet. Sie wurden nach Österreich zur Zwangsarbeit deportiert. Wir Kinder wussten nichts von ihnen.
Wir hatten gehört, dass die Juden aus der Umgebung von Berettyóújfalu, unserer kleinen Stadt, schon vielerorts in Ghettos gesperrt und in überfüllten Viehwaggons ins Ausland transportiert worden waren. Ohne Vater und Mutter, allein auf uns gestellt, auch so konnten wir Kinder leben. Doch es schien ratsam, die Kleinstadt zu verlassen und nach Budapest zu gehen. Dort hatten uns Verwandte eingeladen.
Juden allerdings war die Nutzung öffentlicher Verkehrsmittel verboten. Um dennoch fortgehen zu können, bestach ich, ein Elfjähriger, durch Vermittlung eines rechtsgerichteten Anwalts mit Hilfe des von meinen Eltern gebliebenen und versteckten Geldes im Wert eines größeren Hauses die zuständigen Behörden. Als mich mein Schuldirektor nach der Übergabe der erforderlichen Papiere aufforderte, auch weiterhin ein braver ungarischer Junge zu bleiben, nickte ich.”

 

 
György Konrád (Berettyóújfalu, 2 april 1933)

Lees meer...

Hoffmann von Fallersleben, Johann Gleim, Pierre Zaccone, Pietro della Valle, Zwier van Haren, Joanna Chmielewska, Brigitte Struzyk

 

De Duitse schrijver August Heinrich Hoffmann von Fallersleben werd geboren in Fallersleben op 2 april 1798. Zie ook alle tags voor Hoffmann von Fallersleben op dit blog en ook voor H. von Fallersleben.

 

Der Lerche Klagelied

Ich arme Lerche sitz' im Bauer,
Ich trippele, trappele hin und her;
Ich kann nicht singen vor Gram und Trauer –
Ach, wenn ich doch wieder draußen wär'!

Da draußen möcht' ich im Freien leben,
Wie andre Vögel in Freud' und Lust!
Da draußen hoch in den Lüften schweben
Und singen mein Lied aus voller Brust!

Was hilft's, daß ihr mich speist und tränket?
Das ist für mich nur halbes Glück:
Wenn ihr noch mein in Liebe denket,
So gebt mir meine Freiheit zurück!

 

 

Mein liebes Gärtchen

Der Sommer hat alle Welt beglückt
Und Jedem eine Freude gebracht;
Er hat mein liebes Gärtchen geschmückt
Noch schöner als ich je gedacht,
Mein liebes Gärtchen hinter'm Haus
Wo ich so gern geh' ein und aus.
Wie Alles d'rin von Blumen prangt!
Wie Alles d'rin von Früchten hangt!
Erdbeeren lächeln aus dunklem Grün,
Und daneben Rosen und Lilien blühn.
Doch hat uns auch keine Mühe verdrossen:
Wir haben gesäet, gepflanzt und begossen,
Und fleißig gejätet mit eigener Hand
Und die Wege bestreut mit frischem Sand.
Du liebes Gärtchen, für alle die Mühn
Da lässest du deine Blumen blühn
Und süße Früchte reichst du uns auch
Von manchem Baum und manchem Strauch.
Für all das Lieb' und Gut' empfang'
Nun unsern Dank in Sang und Klang!

 

 
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Monument op Helgoland

Lees meer...