22-04-18

The Good Shepherd (Stanley Moss)

 

Bij de derde zondag na Pasen

 

 
The Good Shepherd door Richard Hook (1914-1975)

 

 

The Good Shepherd

Because he would not abandon the flock for a lost sheep
after the others had bedded down for the night,
he turned back, searched the thickets and gullies.
Sleepless, while the flock dozed in the morning mist
he searched the pastures up ahead. Winter nearing,
our wool heavy with brambles, ropes of muddy ice,
he did not abandon the lost sheep, even when the snows came.

Still, I knew there was only a thin line
between the good shepherd and the butcher.
How many lambs had put their heads between the shepherd’s knees,
closed their eyes, offering their neck to the knife?
Familiar – the quick thuds of the club doing its work.
More than once at night I saw the halo coming.
I ran like a deer and hid among rocks,
or I crawled under a bush, my heart in thorns.

During the day I lived my life in clover
watching out for the halo.
I swore on the day the good shepherd catches hold,
trying to wrestle me to the ground and bind my feet,
I will buck like a ram and bite like a wolf,
although I taste the famous blood
I will break loose! I will race under the gates of heaven,
back to the mortal fields, my flock, my stubbled grass and mud.

 

 
Stanley Moss (Woodhaven, 21 juni 1925)
Woodhaven, Queens, de wijk in New York waar Stanley Moss geboren werd.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

10:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stanley moss, pasen, romenu |  Facebook |

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Björn Kern, Vladimir Nabokov, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Thommie Bayer, Madame de Staël

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Dood van een gelukkig man (Vertaald door Philip Supèr)

‘Ze wilden dus vergelding. Colnaghi knikte een paar keer voor zichzelf, als om gedachten te vergaren die nog geen vorm hadden gekregen of die nog te verward waren. Hij legde zijn handen op de tafel en keek de jongen weer aan die zojuist had gesproken.
In het lokaal dat de kleuterschool van de wijk ter beschikking had gesteld, heerste stilte. Zweetplekken onder de oksels, de vleugels van de plafondventilator draaiden langzaam rond. Iedereen zat te wachten op een antwoord van hem, de zoveelste meelevende woorden.
Een stuk of dertig familieleden en vrienden van het slachtoffer. Vissani was chirurg geweest, en daarbij een van de toonaangevende figuren van de meest rechtse vleugel van de christendemocratische partij in Milaan. Tweeënvijftig jaar, asblond, gezet. De foto op de katheder stond tussen vele boeketten bloemen.
Misschien had Colnaghi de man één of twee keer gezien in de voorgaande jaren. Misschien had hij weleens een artikel over hem gelezen in het lokale katern van de Corriere della Sera, naar aanleiding van zijn opmars in de partij. Colnaghi hield niet zo van dat deel van Democrazia Cristiana, maar wie weet hadden ze elkaar lang geleden zelfs ooit de hand gedrukt, als ze toevallig aan elkaar waren voorgesteld door een collega die carrière wilde maken. Misschien wel op een avond half mei, wanneer Milaan wordt doorkruist door zwaluwen en het licht een ongrijpbare kleur heeft.
Misschien voelden ze zich alle twee wel gelukkig op dat moment, en misschien had Vissani zich wel op de knieën geslagen van pret om een grapje van Colnaghi. Waarna de medicus het goede humeur van de magistraat even moeiteloos weer kon hebben bedorven met een ongelukkige uitlating, een van de vele zoals Colnaghi die had kunnen lezen in het onderzoeksdossier – iets onaangenaams over jongeren of over fascisme of over de noodzaak van hard optreden door de regering.
Hoe het ook zij, daarna was het als volgt gegaan: die hatelijke, vulgaire en onschuldige figuur was vermoord op 9 januari 1981, ’s avonds laat, ergens bij de Piazza Diaz. Twee kogels kaliber 38 Spl. Zes maanden geleden nu. De aanslag was opgeëist door Strijdende Proletarische Formatie, een dissidente, afgesplitste cel van de Rode Brigades. De zaak liep nog, er werd aan gewerkt door officier van justitie Colnaghi.
Hij had zich lang afgevraagd of het wel een goed idee was om aanwezig te zijn bij de herdenkingsceremonie. Het was immers juist de bedoeling dat hij zich onttrok aan deze mensen, niet dat hij ze ging opzoeken. Maar uiteindelijk had hij zich toch gewonnen gegeven; het deed er eigenlijk niet toe wat opportuun was of niet.”

 

 
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

Lees meer...

Ana María Shua, Louise Glück, Robert Choquette, James Philip Bailey, Henry Fielding, Michael Schulte, Cabrera Infante, Ludwig Renn

 

De Argentijnse dichteres en schrijfster Ana María Shua werd geboren op 22 april 1951 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ana Maria Shua op dit blog.

Uit: Microfictions (Vertaald door Steven Stewart)

“The Tree Man of Java

Dede Koswara, the tree man of Java, is afflicted with a rare variant of human papillomavirus. Knot-like warts deform his extremities, making them look like tree branches. Through a costly surgical procedure, fifteen pounds of warts and calluses were able to be removed, but these soon started growing again. For a time, Koswara, who is the father of two children, was forced to work in a Badung circus to earn money for food. Luckily he no longer has to go back to the circus: thanks to a well-paying special on the Discovery Channel, he’s been able to buy some land for growing rice and a used car that he can’t drive with his branch-like hands. Not even Barnum paid his freaks so well (but neither did they have such a big audience).
Nevertheless, one shouldn’t spurn the trees’ opinion, who have a different perspective on the whole situation.

 

The Ambassadors from Mars

The brothers George and Willie Muse were kidnapped by unscrupulous promoters. They were first exhibited as Iko and Eko, the Ecuadorian Cannibals, and some years later as the Ambassadors from Mars.
In reality only one of them, Willie, was a Martian, but he never achieved the rank of ambassador. He was sent to earth and was implanted into his supposed mother’s womb at the same instant George was conceived. The original plan was that he would develop and be born as the twin brother of any old child.
Unfortunately for the planned invasion, the other occupant of this particular uterus turned out to be a very rare combination of genes: a black albino. The twins were so strange that they soon became circus attractions and the Martian operatives, not wanting attention, abandoned the experiment. Willie Muse died on Earth, at 108 years of age, 30 years after his twin brother.”

 
Ana María Shua (Buenos Aires, 22 april 1951)

Lees meer...