26-01-18

Jos van Daanen, Menno ter Braak, Nora Gomringer, Jonathan Carroll, Achim von Arnim, Bhai, Lode Baekelmans, Michiel van Rooij, Martijn den Ouden

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jos van Daanen werd geboren op 26 januari 1959 in Kerkrade. Zie ook alle tags voor Jos van Daanen op dit blog.

 

Soldaat in eigen huis

Hoe voelde dat voor je,
soldaat in eigen huis
in oorlog met de werkelijkheid
bevelen opvolgen van je meerderen
die in je elpees woonden?

Wist je nog wel pacifist
voor wie je moeite deed,
voor wie je aan het front streed
dat elke ochtend oprukte
tot aan je bed?

Was je bang toen je boos was,
verdrietig toen het er niet toe deed?

Wie maande je om niet te deserteren,
beval je om je helm af te zetten,
schoot je door je hoofd?

 

 

De man aan de kade

Er hangt een man aan de kade,
handen aan het stenen randje,
gezicht naar de muur.
Zijn voeten zoeken op het water
naar steun, maar zijn al moe.

Soms kijkt hij een beetje schuchter
over zijn linkerschouder
stroomafwaarts naar de zee
en denkt hij: ik hoef maar tot daar,
minder nog dan tien minuten lopen.

 

 
Jos van Daanen (Kerkrade, 26 januari 1959)


 

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook alle tags voor Menno ter Braak op dit blog.

Uit:Het lezen van poëzie

“Mijn dankbaarheid jegens de poëzie in het algemeen is niet zeer groot. Dat ligt minder aan de poëzie dan aan de woordenzwendel, waarmee men haar placht en pleegt te omgeven. Er is in Nederland zoveel getheoretiseerd over het schoon van verzen, dat men zich als redelijk mens wel moet afvragen, welke grond er kan zijn voor al die theorie, als toch (volgens de theoretiserenden zelf!) onze poëzie zoo phaenomenaal in bloei is geweest, dat zij wel voor zich zelf zou kunnen spreken. Men begrijpe mij wel: ik loochen die bloei allerminst, maar ik sta er enigszins plantaardig tegenover; de vele verheven commentaren over het ‘wezen’ en de ‘magie’ der dichtkunst heb ik voor mij niet nodig om aan een bloeiperiode te geloven, evenmin als ik daaraan behoefte heb tegenover het thans weder alom ontluikende speenkruid. Wij zijn doorgaans weinig eerlijk tegenover onszelf, wanneer wij over het lezen van poëzie spreken. Niemand durft ronduit een beschrijving te geven van de wijze, waarop hij die poëzie eigenlijk geniet. Men kan echter onmogelijk poëzie lezen, zoals men een roman of een essay leest; daartegen verzet zich het ‘bezwerende’ karakter van het gedicht (ik denk nu aan het korte gedicht, dat volgens Poe de enig-mogelijke vorm van poëzie is), daartegen verzet zich ook de afgeronde vorm, die met de continuïteit van het romanproza en het essayistisch betoog maar betrekkelijk weinig uitstaande heeft. De wijze, waarop men een gedicht opneemt, is in veel opzichten meer verwant aan het zien van schilderijen dan aan het lezen van boeken. Men leest eigenlijk geen vers; men leest het hoogstens over; daarna behoort het in ons gevloeid te zijn als een geheel en voor ons te staan als een beeld. Alle poëzie, die poëtisch effect heeft, is een verbinding van (meestal niet overheersende) logische gedachtencombinaties met de toets van het op één moment aansprekende beeld. Bijna had ik gezegd: anders is zij geen poëzie, maar de herinnering aan de stoute beweringen van de zendelingen der ‘poésie pure’, doet mij nog juist bijtijds zwijgen. Ik geef deze observatie dus niet als een recept, maar als een persoonlijke indruk.”

 

 
Menno ter Braak (26 januari 1902 - 14 mei 1940)
Cover

 

 

De Zwitsers-Duitse dichteres Nora Gomringer werd geboren op 26 januari 1980 in Neunkirchen an der Saar. Zie ook alle tags voor Nora Gomringer op dit blog.

 

Versionen

und
ein Boot legt an
Böcklin malt ein Boot, das anlegt,
umschattet,
soghaft.
Ein Bootsmann, namenlos,
allzu willig, sich preiszugeben.
Hitler besaß eine Version,
Utoya wurde eine
Insel
umschattet,
soghaft.
Ein Boot legt an,
an Bord ein Tod
ein Übergangsadvokat
Böcklin malt ein Boot, das anlegt.
Ein Bootsmann namenlos,
Versionen von Breivik.
An Bord ein Tod,
friedlos,
umsogen,
schattenhaft,
schemenlos,
eine Insel
und

 

 

Hab vergessen

Hab vergessen
Zu benennen wie die Straßen
Die Dingen auf denen die Tassen
Im Regal dort hinten in der Auffahrt
Steh ich nackt
Die Haare offen trag ich deinen Ring
Kommt ein Mann täglich
Wie ein wie heißen die
Will mich Kindlein wiegen
Streichelt über meine Wange denk ich
Mörder du Dieb Sie lassen Sie das
Bitte weitermachen unablässig
Riech ich nach Arnika alte Frau
Rufen sie mir zu ich frage sie
wen meint ihr damit
Steh ich nackt in der Auffahrt
Hab vergessen

 

 
Nora Gomringer (Neunkirchen an der Saar, 26 januari 1980)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Carroll werd geboren op 26 januari 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Carroll op dit blog.

Uit: Bones of the Moon

« The Axe Boy lived downstairs. We were friendly because he was forever walking an ugly little dog I patted when I bumped into them in the hall.
As you've seen from the pictures, he was nothing special to look at. The only odd thing I noticed was his eyeglasses: they were almost always dirty—that foggy, smudged look which makes you want to take out your own hanky and give them a good cleaning.
"A good boy." Why do newspapers always use terms like that? "Everyone who knew him thought of the murderer as a good boy who loved his parents, was a member of the Eagle Scouts and spent his spare time collecting Asian stamps."
Even my wonderful husband Danny said that after most of the grisly details came out. "He seemed like a good kid, didn't he, Cullen? ‘Axe Boy'? Jesus, what a thing to call someone!"
"Danny, our young friend ‘Axe Boy' Alvin Williams chopped his mother and sister into pieces exactly one floor below our apartment. A good boy he is not."
Danny had that quality and most of the time I loved him very much for it: the world is to be forgiven. Axe Boys, dogs that shit in the middle of the sidewalk, dangerous drivers…they know not what they do.
I forgive nothing. If you stole my orange crayon in the fifth grade, you're still on my hit list, buster.
We were eating breakfast and Danny was reading the story to me from the paper. The thought of that murderous creep snoozing below us not long before still made my fanny tingle.
"He says he didn't know what came over him."
"Oh, really? Well, I hope the next thing that comes over him is a noose!"
"Cullen, you've interrupted me four times since I began reading this article to you. Would you like me to go on, or would you rather do a monologue?"
But he smiled when he said this because he wasn't really angry. When Danny got angry, he became quiet. Then you ran and hid under the bed for a very long time until he spoke again.
"You can go on, but he doesn't deserve any sympathy."

 

 
Jonathan Carroll (New York, 26 januari 1949)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

 

Der Himmel hängt voll Geigen

Wir genießen die himmlischen Freuden,
Drum thun wir das Irdische meiden,
Kein weltlich Getümmel
Hört man nicht im Himmel,
Lebt alles in sanftester Ruh;
Wir führen ein englisches Leben,
Sind dennoch ganz lustig daneben,
Wir tanzen und springen,
Wir hüpfen und singen,
Sanct Peter im Himmel sieht zu.

Johannes das Lämmlein auslasset,
Der Metzger Herodes drauf passet,
Wir führen ein gedultigs,
Unschuldigs, gedultigs,
Ein liebliches Lämmlein zum Tod.
Sanct Lucas den Ochsen thut schlachten,
Ohn einigs Bedenken und Achten,
Der Wein kost’t kein Heller
Im himmlischen Keller,
Die Engel, die backen das Brod.

Gut Kräuter von allerhand Arten,
Die wachsen im himmlischen Garten,
Gut Spargel, Fisolen,
Und was wir nur wollen,
Ganze Schüssel voll sind uns bereit
Gut Äpfel, gut Birn und gut Trauben,
Die Gärtner, die alles erlauben.
Willst Rehbock, willst Hasen?
Auf offner Straßen,
Zur Küche sie laufen herbei.

Sollt’ etwa ein Fasttag ankommen,
Die Fische mit Freuden anströmen,
Da laufet Sanct Peter
Mit Netz und mit Köder
Zum himmlischen Weiher hinein;
Willst Karpfen, willst Hecht, willst Forellen,
Gut Stockfisch und frische Sardellen?
Sanct Lorenz hat müssen
Sein Leben einbüßen,
Sanct Marta die Köchin muß seyn.

Kein Musik ist ja nicht auf Erden,
Die unsrer verglichen kann werden,
Eilftausend Jungfrauen
Zu tanzen sich trauen,
Sanct Ursula selbst dazu lacht,
Cecilia mit ihren Verwandten,
Sind treffliche Hofmusikanten,
Die englische Stimmen
Ermuntern die Sinnen,
Daß Alles für Freuden erwacht!

 

 
Achim von Arnim (26 januari 1781 - 21 januari 1831)
Bettina und Achim von Arnim-Museum, Künstlerhaus Schloss Wiepersdorf

 

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

Prem-sangit
(Liefdes-Muziek)

Are Maha-sagar!
kwaad
noch
goed zijt Gij
Uw
uitgestrektheid
vormt ons scheiden.
Toch
is
zij in mij,
ben ik in haar.
Twee zijn wij één.
Gelijk
de gapend' aardwond
en 't water
d'oceaan.

 

 

Mamta
(Moederliefde)

Buiten ritselen de bladeren,
Een zachte wind speelt
rondom het huis.

Binnen zit een vrouw
De handen gevouwen op haar schoot,
Kijkt stil tevreden voor zich uit....

Haar gedachten gaan
naar hen, die zijn
doch niet bij haar,
maar wel ìn haar
aanwezig zijn.

 

 
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)
Het standbeeld van Kwakoe in Paramaribo, ter herdenking van de afschaffing van de slavernij.

 

 

De Vlaamse schrijver Lode Baekelmans werd geboren in Antwerpen op 26 januari 1879. Zie ook alle tags voor Lode Baekelmans op dit blog.

Uit: Herinneringen

“In ‘De Paardenwei’, waar de vloer een trede lager lag dan de straat, rook het naar bier en fijne zware en naar de stal, die aan de gelagzaal paalde. Op schabben tegen de wand waren de prijzen voor een lief dadigheidstombola tentoongesteld: postuurkens, schouw- en lavabogarnituren, gleiswerk. Als kind was ik steeds bekommerd om te weten wanneer al die fraaiigheden zouden verloot worden. Mijn vader kocht telkens loterijbriefjes, maar iets winnen deed hij niet.
Aan de Paardenmarkt lagen grote herenhuizen. Voorbij ‘De Paardenwei’ woonde de huidenkoopman Königs-Gunther en aan zijn magazijn rook men ongelooid leder. Tussen het knechtjeshuis - nu de Nijverheidsschool - en het koopmanshuis is nu nog een tehuis voor oude vrouwen. Het knechtjeshuis was toen nog als jongensweeshuis in gebruik.
Even een paar huizen nog scheiden het van de Rodestraat. Ik leerde de straat ontdekken, wanneer ik als kind met de meiden de wekelijkse was naar de bleek vergezellen mocht. De huisjes rond het grasplein in Sint Blasiusgodshuis of in het godshuis der Zeven Bloedstortingen hadden bloempotten voor de ramen en langs de geveltjes werden Spaanse kers en ‘bonjourmadammekens’ langs touw en latwerk opgeleid.
Het was er zalig stil, rook naar frisse was en besproeid gras. Hier was alle drukte verbannen. De wijvekens fezelden er onder elkaar en de ventjes hadden enig knutselwerk of rookten gezapig de pijp, keken de wolken na of de rook die uit schouwen opsteeg. Tegen de muren hingen vogelkooien met vink of kanarie. De fijne zware mocht me nog zo erg de keel prikken of een hoestbui bezorgen, toch was ik geboeid door het knutselwerk en volgde Jeannette of Bertine maar met lome schreden. Een van beiden heeft me meegenomen naar het Begijnhof tegen de Ossenmarkt. We hebben er langs de straatjes geslenterd over kinderkopjes van keien... Een besloten stadje leek het me toen. Ik had er lang kunnen dwalen, nieuwsgierig en onbekommerd. Maar de meid meende, dat we ons verlaat hadden en we holden dan maar de straten door tot we buiten adem waren. Het mocht niet helpen, want mijn; geestdrift over de ontdekkingen was zo groot, dat ik het niet zwijgen kon.
Aan de overzijde waren de zusters Apostellinen gevestigd. De tuin vormde de hoek met de Rijnpoortvest. In de papschool, dat wisten wij wel, moesten de kleuters op bevel met de klepper bidden, zingen, slapen en wat er verder nog te pas kwam.”

 

 
Lode Baekelmans (26 januari 1879 - 11 mei 1965)
Knechtjeshuis en Stedelijke Nijverheidsschool aan de Paardenmarkt in Antwerpen

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en schrijver Michiel van Rooij werd geboren in Eindhoven in 1982. Zie ook alle tags voor Michel van Rooij op dit blog.

 

Cafe Bar Glaciar, Plaza Real

Geheel verteerd door bier en sigaretten.
Door het dreunende leven. De muziek
die alles overstemt. Emmers droevige
gedachten .

In een bar in Barcelona, zo rond een
uurtje of acht. Zo’n tussentijd geschikt
voor grote woorden die God weet wat
moeten uitdrukken.

Het stille geluk dat je niet wil vergeten.
deze woorden die anders in je keel zouden
blijven steken bewijzen dat woorden

 

 
Michiel van Rooij (Eindhoven, 1982)

 

 

De Nederlandse dichter en beeldend kunstenaar Martijn den Ouden werd geboren in Nieuw-Lekkerland in 1983.Zie ook alle tags voor Martijn den Ouden op dit blog.

 

de winter is een vals wijf zonder kleren
met een eng dun gerimpeld lijf
een koude adem
en een lage hartslag

ze heeft op alles iets aan te merken
zelfs op de manier waarop je je tanden poetst
en hoe je daarbij jezelf aankijkt in de spiegel
kan anders
verfijnder
strenger
ernstiger
meer volwassen

 

 
Martijn den Ouden (Nieuw-Lekkerland, 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 jauari 2016 en ook mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008 en eveneens mijn blog van 26 januari 2009.

 

De commentaren zijn gesloten.