02-01-18

Nyk de Vries, André Aciman, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

Uit: Renger

“Als ik thuiskom van school pak ik de roman 1984 van George Orwell van mijn bureau. Voor het vak Engels moeten we de komende tijd een hele stapel boeken lezen. Ik begin aan het eerste hoofdstuk, maar mijn gedachten dwalen af. Sinds afgelopen weekend woon ik als enig kind nog thuis – mijn jongste zus is naar de nieuwbouw verhuisd. Wanneer ik eraan denk, schiet er een rilling door me heen.
Afgelopen zomer heeft de situatie in huis een dieptepunt bereikt. Na de verhuizing van mijn broer probeerde mijn moeder de verbouwing van het huis weer op de agenda te krijgen. Die was na mijn geboorte gestopt. Als een van de weinige gezinnen in het dorp hadden we geen douche en ook geen warm water. Ook was er niks aan de oude keuken gedaan. Het oude aanrecht van mijn grootmoeder was veel te laag voor mijn moeder die last van haar rug kreeg door het vele bukken.
Volgens mijn moeder was mijn vader sowieso veel te laat met de verbouwing van ons huis begonnen. Terwijl mijn oom Matheüs een bungalow bouwde, was hij rondom in de buurt aan het beunen. Uiteraard was mijn vader niet de enige. Elke bouwvakker met een beetje spirit ging ’s avonds klussen in de buurt. Maar hij was wel erg fanatiek. ‘Eerst heeft hij de hele omgeving verbouwd,’ zei mijn moeder. ‘Pas toen was ons eigen huis aan de beurt.’
Na lang aandringen overtuigde ze mijn vader ervan om de zaak af te maken, te beginnen bij de keuken. In die tijd werkte hij bij een grote bouwcorporatie in Leeuwarden. Ik kon zien dat hij het er zwaar had. De jaren dat hij zich drie slagen in de rondte beunde lagen achter hem. Hij had last van zijn rug en wanneer hij aan het eind van de dag thuiskwam, plofte hij neer in zijn stoel. ‘Arbeid is te duur geworden,’ verzuchtte hij. ‘Vroeger was er tijd voor het draaien van een sigaret, we konden een praatje maken. Nu racen we van klus naar klus om maar te kunnen concurreren.’
Ik vermoed dat hij snakte naar vakantie, maar wegens de verbouwing maakten we alleen dagtochtjes. Begin juli begon hij met het uithakken van het aanrecht. Terwijl ik hem in wolken van stof op het graniet in zag slaan, moest ik denken aan een van zijn motto’s: ‘Ha ha! Wat er ook gebeurt, we moeten wel op vakantie!’ Ik keek naar zijn gezicht en eerlijk gezegd maakte het me bang. Vermoedelijk was ik niet de enige. Naast ons was een jonge buurman komen wonen met wie mijn vader aanvankelijk goed kon opschieten. Ze kletsten vaak bij de heg, maar plotseling hadden ze ruzie gekregen, hoewel ik geen idee had waarover.”

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)


 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Zie ook alle tags voor André Aciman op dit blog.

Uit: Call Me by Your Name

“Later!” The word, the voice, the attitude.
I’d never heard anyone use “later” to say goodbye before. It sounded harsh, curt, and dismissive, spoken with the veiled in- difference of people who may not care to see or hear from you again.
It is the first thing I remember about him, and I can hear it still today. Later!
I shut my eyes, say the word, and I’m back in Italy, so many years ago, walking down the tree-lined driveway, watching him step out of the cab, billowy blue shirt, wide-open collar, sunglasses, straw hat, skin everywhere. Suddenly he’s shaking my hand, handing me his backpack, removing his suitcase from the trunk of the cab, asking if my father is home.
It might have started right there and then: the shirt, the rolled-up sleeves, the rounded balls of his heels slipping in and out of his frayed espadrilles, eager to test the hot gravel path that led to our house, every stride already asking, Which way to the beach?
This summer’s houseguest. Another bore.
Then, almost without thinking, and with his back already turned to the car, he waves the back of his free hand and utters a careless Later! to another passenger in the car who has probably split the fare from the station. No name added, no jest to smooth out the ruffled leave-taking, nothing. His one-word send-off: brisk, bold, and blunted—take your pick, he couldn’t be bothered which.
You watch, I thought, this is how he’ll say goodbye to us when the time comes. With a gruff, slapdash Later!
Meanwhile, we’d have to put up with him for six long weeks. I was thoroughly intimidated. The unapproachable sort.
I could grow to like him, though. From rounded chin to rounded heel. Then, within days, I would learn to hate him. This, the very person whose photo on the application form months earlier had leapt out with promises of instant affinities.”

 

 
André Aciman (Alexandrië, 2 januari 1951)
Scene uit de gelijknamige film uit 2017 met o.a. Armie Hammer (Oliver) en Timothée Chalamet (Elio)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Into Death Bravely

Winter
throws his great white shield
on the ground,
breaking thin arms of twisting branches,
and then howls
on the north side of the Black Mesa
a deep, throaty laughter.
Because of him
we have to sell our cattle
that rake snow for stubble.
Having lived his whole life
in a few weeks,
slow and pensive he walks away,
dragging his silver-stream shield
down branches
and over the ground,
he keeps walking slowly away
into death
bravely.

 

 

When Life

Is cut close, blades and bones,
And the stench of sewers is everywhere,
Blood-sloshed floors,
And guards count the dead
With the blink of an eyelid, then hurry home
To supper and love, what saves us
From going mad is to carry a vacant stare
And a quiet half-dead dream.

 

 

Like An Animal

Behind the smooth texture
Of my eyes, way inside me,
A part of me has died:
I move my bloody fingernails
Across it, hard as a blackboard,
Run my fingers along it,
The chalk white scars
That say I AM SCARED,
Scared of what might become
Of me, the real me,
Behind these prison walls.

 

 
Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

 

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor David Shapiro op dit blog.

 

Tattoo for Gina

Some see a dove
And think Pigeon
Others see pigeons
And think Dove

Some know that all pigeons are doves
Some angry as if pigeons were not doves

But the city lover knows
And I try to reconstruct
The tattoo on one of your many branches

The more arms the more power
I think of you, O pale tattoo
All pigeons, all doves
You friendly cliff-dwellers

 

 

In the Other Pocket Dust

Sisyphus had a bad back.
Why? Well, I get up in the morning
And my wife wants me to carry
A big blue bag of garbage
To my son now
Sleeping in a studio in NY. Five flights he will not carry.

Oh I say I'm not supposed to carry
More than five pounds of garbage

And she crosses the border with it

There was a dead body like little Pedro rolled down the
Hill by Buñuel and not the long kiss
Of L'age d'or but the dog and dog-dream
In Los Olvidados. How do you abandon dirt?
The blue bag also rolls down by itself, full of Pedro

Something little Pedro always wanted to do
It's a cold day. Man is garbage.

 

 
David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

 
De Nederlandse dichter, tekstschrijver en uitgever Look J. Boden werd geboren in Vlaardingen op 2 januari 1974. Zie ook alle tags voor Look J. Boden op dit blog en alle tags voor L. J. Boden.

 

Op zaal

Ze ligt op zaal, de oude dame
die, vaal en uitgeteld, nog fluistert:
ik wil niet dood. Niemand luistert.

Ze wankelde van facelift naar
bloedprop, ongemerkt ontvleugeld
in haar eigen gelijk:
woestijnen zijn groot als je geen
stem meer hebt - en geen bereik.

Ze overwoog een hospice
om rustig te sterven, maar
scherven  brengen ook voor
deze dame nog geluk.

Haar dag kan niet meer stuk:
de gordijnen blijven open
de lampen blijven branden
het kippenvel blijft opgetogen staan.

Ze ligt op zaal, de oude dame,
maar vandaag wordt ze ontslagen
om gesterkt door nieuwe krachten
en een grijns voor wie ooit lachte,
met klaterend applaus
haar eigen hart te volgen,
en in ongekende vorm
haar eigen weg te gaan.

 

 
Look J. Boden (Vlaardingen, 2 januari 1974)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook alle tags voor Anton van Duinkerken op dit blog.

 

Heugenis aan een landverblijf

Wij zagen op het smalle wandelpad
Hoe 's morgens rond uw huis de bomen waren
Aaneengeschaard als wilden zij bewaren
In stilte's koelte een heimelijke schat,
Tot op het eerste kraaien van de hanen
De wind zacht heensloop uit zijn nacht-asyl:
Een zwerver langs de weg, en wie 't beviel
Zich over 't land een eigen weg te banen.

't Gerinkel van een emmer op uw erf
Deed alle dingen leven, ver in 't ronde:
Seringengeur woei los uit de gezonde
Tros-volle struiken, en het speels gezwerf
Van uchtends wind plaagde de bomen wakker;
Een vogel wies zijn veren in een plas;
Dan sloeg een hond aan: op de zandweg was
De huifbedekte wagen van de bakker.

Zomer en zon bewogen om u heen
De dag voorzichtig als een zwaar te beuren
Bloemkorf, die vol van landelijke kleuren
Iederen keer welriekender verscheen
En lomer scheidde, tot de blaren geelden,
De wegen ritselden onder uw voet:
Hoe was bij haard en lamp dan de avond goed,
Als vrienden van uw brood en wildbraad deelden.

In 't nat seizoen en bijna nachtlijk uur,
Als 't fietspad blank stond van de zware regen,
Kwaamt gij met de petrolie-lamp ons tegen
En preest dit landverblijf; uw waterkuur;
Een verre hond begon verstoord te bassen,
Maar vluchtte voor de regen op zijn huid;
De grendel op de deur was 't laatst geluid,
Slaapkamerlicht viel glanzend in de plassen.

 

 
Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)
De Grote Markt in Bergen op Zoom in de kersttijd

 

 

De Noorse schrijver Hans Herbjørnsrud werd geboren op 2 januari 1938 in Heddal, Telemark. Zie ook alle tags voor Hans Herbjørnsrud op dit blog.

Uit:Kai Sandemo /Kai Sandmoser (Vertaald door Michael Baumgartner)

“Nod, 1.8.1983
Lieber ehemaliger Freund!
Doch, du hast ganz richtig gelesen auf der Rückseite des Kuverts. Der Absender heißt Uli Huber, so wie es geschrieben steht. Ihn kennst du nicht, mich dagegen, den Briefschreiber, kennst du sehr wohl.
Uli Huber ist der Name einer meiner begrenzten Möglichkeiten. Ich warte noch ein wenig, ehe ich dir den Namen des Schreibers verrate. Ich gebe dir noch ein paar Zeilen zum Nachdenken und Raten. Laß mich solange ein namenloser Vertrauter sein, ein in deinen Augen unbekannter Freund.
Mittlerweile habe ich so viele Namen wie ein Fuchs Ausgänge aus seinem Bau. Uli Huber ist eine bleierne und enge Möglichkeit. Er ist mir Futteral und Hülle. Ich bin in ihn hineingekrochen wie in eine Rüstung aus Eisen und Stahl. Bei der kleinsten Bewegung scheppert und rasselt er metallisch. Es klingt wie Ketten, die gegeneinander schlagen. Uli Huber ist mein äußeres Skelett. Er ist das Drahthaar auf meinen Zähnen, mein Rückgrat, das mich aufrecht hält. Wie bei einem Insekt umhüllt das Skelett meinen Körper.
Manche Menschen sind geborene Bösewichte, andere geborene Glückspilze. Ich selbst bin ein Wirbelsturmmensch, der Katastrophen, Brände und Zerstörung verbreitet, wo er auch hinfegt. Mich halten wohl alle für einen Bösewicht. Doch mein Außenskelett Uli Huber ist ein Glückspilz. Ihm ist alles gegeben. Ich habe ihm mein ungebrauchtes Glück vermacht und ihn als seines eigenen Glückes Schmied geschaffen, als einen Menschen, der tagelang im Freudentaumel umhertanzt. Also lasse ich Uli Huber ein bekanntes Museum in Württemberg leiten, gebe ihm ein elf Fach breites Bauernhaus mit Garten bis hinunter an die Jagst und schenke ihm eine prächtige Ehefrau, die Dichterin Pia Jäger, die meinem bescheidenen Skelett Süddeutschlands feurigste (und beste) Liebesgedichte widmet. Sie haben eine reizende Tochter von acht Jahren, mit sonnengelben Korkenzieherlocken und den kornblumenblauesten Augen.
IhrWohnhaus ist fast ganz von wildemWein bedeckt, der im Herbst mit flammend roten Blättern lodert und wie ein leuchtender Brand an allen vier Wänden leckt, wenn der Wind ins Laub fährt.“

 

 
Hans Herbjørnsrud (Heddal, 2 januari 1938)

 

 

De Franse schrijver Jean-Bernard Pouy werd geboren op 2 januari 1946 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean-Bernard Pouy op dit blog.

Uit: La Récup'

“Il s’en était passé des choses, à Chamarande, le jour où on avait failli me faire passer de vie à trépas. Notamment un article, chef-d’œuvre littéraire méconnu, tendance gâtinaise, qui m’a bien fait rigoler : une certaine Germaine Banneau s’était évanouie pendant la messe, on avait dû l’emmener d’urgence à l’hôpital de Dourdan. Elle était tombée de son prie-dieu avec, dans les mains, un gros morceau de viande saignante, un gîte « à la noix », précisait-on dans la dépêche, sans autres détails ni précisions. Cela n’avait pas trop étonné les fidèles, Germaine étant connue pour ses talents culinaires et son habitude de faire les courses au marché communal avant d’aller à l’église. La gendarmerie locale avait cependant ouvert une enquête, car, une demi-heure après cet événement, la petite maison de Germaine avait été détruite par un incendie. Signe du destin ? Hasard ? Cambrioleurs indélicats et cyniques ? Fer à repasser resté allumé ? Ou encore court-circuit dans une installation datant de l’invention de l’électricité ? Les pompiers avaient vite trouvé l’origine du sinistre : une cocotte-minute qui, en explosant, avait mis le feu par contamination aux rideaux et aux papiers peints.
Là, les esprits déductifs des gendarmes avaient fait merveille. Le capitaine Brechet avait eu l’illumination que, justement, Germaine recherchait depuis longtemps dans la petite église à chaque messe, à ces offices que pour rien au monde elle n’aurait manqués. Il avait supposé que la pauvre dame, un peu tourneboulée, avait confondu ses ingrédients principaux et plongé son gros missel relié cuir rouge dans la cocotte-minute, emportant donc le morceau de gîte à la messe. Au moment d’ouvrir son missel pour suivre les paroles de « In nomine Salvatoris Dei », elle avait peut-être vu, dans ses paumes, le cœur saignant de Notre Seigneur, ou bien, plus prosaïquement, elle s’était rendu compte de son erreur et avait supposé les dégâts que ça pouvait occasionner dans sa petite maison. Sous l’émotion, elle avait eu une attaque.”

 

 
Jean-Bernard Pouy (Parijs 2 januari 1946)

 

 

De Franse dichter en schrijver Luc Decaunes werd geboren op 2 januari 1913 in Marseille. Zie ook alle tags voor Luc Decaunes op dit blog.

 

La faim la soif

La faim la soif mes couleurs préférées
Ce sont des couleurs bien réelles
Qui ne trahissent pas
Qui les aime

Je t’enferme quand il me plaît
Dans un buisson de musique
Toi qui n’aimes pas la musique
Je te dresse à la tribune du plaisir
Comme une danseuse facile
Toi qui te donnes en tremblant
Je te couronne avec du blé et de l’argile
Je te consacre un orage de vignes
Toi qui te plais dans les faux univers

Je te fais pâture des feux et des cris
Je te nomme folle de ton corps
Toi qui refusais jusqu’au nom d’amante
Et qui commenças par un seul baiser

Je t’apporte les mots les plus étranges du monde
Et la saveur mortelle du départ
O grande fleur précieuse
O prisonnière des miroirs

Le soleil joue dans les mains de l’audace
Le jour est un beau pain de glace
La faim la soif sont tes nouveaux amis.

 

 
Luc Decaunes (2 januari 1913 - 13 maart 2001)
Marseille

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2017 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en eveneens mijn blog van 2 januari 2009.

 

De commentaren zijn gesloten.