01-01-18

Simples Neujahrslied (Ludwig Eichrodt)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 


Winterlandschap met figuren te Bedburg bij Kleef door B. C. Koekkoek, 1842

 

 

Simples Neujahrslied

Vorüber ist das alte Jahr,
Ich wünsche Glück zum neun!
Was euch das alte noch nicht war,
Soll euch das neue sein.

Ich greife zu dem vollen Glas,
Und trink es aus und sag,
Ich wünsche Jedem Alles was
Er selbst sich wünschen mag.

Ich wünsch euch Alles, was auch euch
Befriediget und reizt,
Und dass mit euern Wünschen sich
Der meinen keiner kreuzt!

So treten wir ins neue Jahr
Getrosten Mutes ein -
Und was im alten noch nicht war,
Erfülle sich im neun!

 

 
Ludwig Eichrodt (2 februari 1827 – 2 februari 1892)
Karlsruhe, Pyramide. Ludwig Eichrodt werd in Karlsruhe geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

10:32 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nieuwjaar, ludwig eichrodt, romenu |  Facebook |

Ernest van der Kwast, Rhidian Brook, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, J.D. Salinger, E. M. Forster, Juan Gabriel Vásquez

 

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit:Het wonder dat niet omvalt

“Ik ken alleen het verhaal. Ik was er niet bij, ik heb het niet gezien. Zo is het mij ter ore gekomen. Op een grijze doordeweekse dag wordt er een oude piano afgeleverd bij de kringloopwinkel Piekfijn aan de Mariniersweg. Het is een zwarte piano, van het merk Gerhald Adel. Niemand in de kringloopwinkel weet wat het instrument waard is en of de snaren nog goed zijn. Maar de veertigjarige Ako Taher loopt naar de piano toe en maakt de klankkast open. Hij verwijdert het stof en gaat zitten. Hij begint te spelen. De mond van de filiaalleider valt het eerst open, de monden van de andere verkopers van het tweedehandswarenhuis volgen. Ako Taher werkt nog niet zo lang bij Piekfijn, hij heeft zijn baan te danken aan een re-integratietraject van het gemeentelijke afvalverwerkingsbedrijf. Vier jaar lang werkte hij in een Buurt Service Team. Schoffelen, vegen, onkruid uitrukken. Tot zijn handen kapotgingen en zijn wil werd gebroken. Ooit studeerde Ako Taher klassieke piano aan het conservatorium van Bagdad en droomde hij van een carrière als concertpianist. Maar dan breekt de Tweede Golfoorlog uit en moet hij vluchten. Hij zit in een vrachtauto, in een bus, hij zit op een paard, hij loopt en loopt en loopt. En dan is hij in Nederland, in een asielzoekerscentrum in Rockanje. Er staat een piano, maar daar mag hij niet op spelen. Wel mag hij loodzware klusjes doen voor 25 gulden per week. Er gaan jaren voorbij — om precies te zijn: er gaan tien jaar voorbij —en dan zit hij eindelijk weer achter een piano. Het spelen gaat moeilijk, alles is geblokkeerd. Hij meldt zich aan bij het conservatorium van Rotterdam, maar hij moet eerst zijn schulden afbetalen. Zo komt hij bij het Buurt Service Team terecht, zo gaan zijn handen kapot, zo breekt zijn wil. En zo komt hij uiteindelijk bij Piekfijn terecht. De man die te paard de oorlog ontvluchtte, die tien jaar geen piano speelde, die het vuil van de straat raapte. Ik was er niet bij, ik heb de monden niet zien openvallen. Ik heb de muziek niet gehoord. Debussy? Chopin? Of was het Satie? Mensen raken betoverd door Ako Taher. Ontroerd. De pianist van Piekfijn wordt ontdekt door Radio Rijnmond. De kranten volgen.”

 

 
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Lees meer...

Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen, Paul Hamilton Hayne, Rüdiger Safranski, Joe Orton, Mariano Azuela, René de Ceccatty, Sven Regener

 

De Amerikaanse schrijver Douglas Kennedy werd geboren op 1 januari 1955 in New York. Zie ook alle tags voor Douglas Kennedy op dit blog.

Uit: The Heat of Betrayal

“Out of nowhere, Paul suddenly began to mumble something in his sleep, its incoherency growing in volume. When his agitation reached a level that woke our neighbour — an elderly man sleeping in grey-tinted glasses — I touched Paul's arm, trying to rouse him out of his nightmare. It was several more unnerving moments of shouting before he snapped awake, looking at me as if he had no idea who I was. `What . . . where ... I don't . . .?' His wide-eyed bemusement was suddenly replaced by the look of a bewildered little boy. `Am I lost?' he asked. `Hardly,' I said, taking his hand. 'You just had a bad dream.' `Where are we?' `Up in the air.' `And where are we going?' `Casablanca.' He appeared surprised at this news. `And why are we doing that, Robin?' I kissed him on the lips. And posed the question: `Adventure?'
****

FATE IS BOUND up in the music of chance. A random encounter, a choice impulsively made . . . and fate suddenly has its own interesting momentum. It was fate that had brought us to Casablanca. The 'fasten seat belts' sign had now been illuminated. All tray tables stored away. All seats upright. The change in cabin pressure was wreaking havoc with the eardrums of all the babies around us. Two of the mothers — their faces veiled — tried to calm their children down without success. One of the babies was staring wide-eyed at the cloaked face in front of him, his anguish growing. Imagine not being able to see your mother's face in public. She is visible at home, but in the world beyond, all that can be seen is a slitted hint of eyes and lips: to an infant jolted awake by a change in cabin pressure, it would be even more reason to cry. little charmers,' Paul whispered, rolling his eyes. I entwined my hand with his, saying: `We'll be down on the ground in just a few minutes.' How I so want one of our very own 'little charmers' sitting next to us. Paul suddenly put his arm around me and said: `Am I still your love?' I clutched his hand more tightly, knowing just how much reassurance he craves. `Of course you are.' The moment he walked into my office three years ago I knew it was love. What do the French call it? A coup de foudre. The overwhelming, instantaneous sense that you have met the love of your life; the one person who will change your entire trajectory because you know .. . What exactly?”

 

 
Douglas Kennedy (New York, 1 januari 1955)

Lees meer...

Rawi Hage

 

De Libanees-Canadese schrijver en fotograaf Rawi Hage werd geboren op 1 januari 1964 in Beiroet en groeide op in Libanon en Cyprus. Hij verhuisde in 1984 naar New York City. In 1991 verhuisde hij naar Montreal, waar hij fotografie studeerde aan het Dawson College en Fine Arts aan de Concordia University. Hij begon vervolgens te exposeren als fotograaf en werk van hem is verworven door het Canadese Museum of Civilization in de hoofdstad van Canada. Hij heeft een MFA van de Université du Québec in Montréal (UQAM). Naast zijn werk als schrijver en beeldend kunstenaar was Hage ook een tijd taxichauffeur in Montreal. Hage publiceerde journalistiek en fictie in verschillende Canadese en Amerikaanse tijdschriften en in de PEN America Journal. Voor zijn debuutroman, “De Niro’s Game” (2006) ontving hij de internationale IMPAC Dublin Literary Award 2008. Het boek werd genomineerd voor de Scotiabank Giller-prijs 2006 en de 2006 Governor General's Award voor Engelse fictie. “De Niro’s Game” kreeg ook twee prijzen in Quebec, de Hugh MacLennan Prize for Fiction en de McAuslan First Book Prize. Zijn tweede roman “Cockroach” verscheen in 2008 en werd ook genomineerd voor de Giller Prize, de Governor General's Award en de Rogers Writers 'Trust Fiction Prize. Hage was de winnaar van de Hugh MacLennan Prize for Fiction in 2008 en 2012 voor zijn boeken “Cockroach” en “Carnival”. In augustus 2013 werd hij de negende Vancouver Public Library's writer in residence. Hage is de partner van romanschrijfster Madeleine Thien.

Uit: De Niro's Game

“Ten thousand bombs had landed on Beirut, that crowded city, and I was lying on a blue sofa covered with white sheets to protect it from dust and dirty feet.
It is time to leave, I was thinking to myself. My mother’s radio was on. It had been on since the start of the war, a radio with Rayovac batteries that lasted ten thousand years. My mother’s radio was wrapped in a cheap, green plastic cover, with holes in it, smudged with the residue of her cooking fingers and dust that penetrated its knobs, cinched against its edges. Nothing ever stopped those melancholic Fairuz songs that came out of it.
I was not escaping the war; I was running away from Fairuz, the notorious singer.
Summer and the heat had arrived; the land was burning under a close sun that cooked our flat and its roof. Down below our white window, Christian cats walked the narrow streets nonchalantly, never crossing themselves or kneeling for black-dressed priests. Cars were parked on both sides of the street, cars that climbed sidewalks, obstructed the passage of worn-out, suffocating pedestrians whose feet, tired feet, and faces, long faces, cursed and blamed America with every little step and every twitch of their miserable lives.
Heat descended, bombs landed, and thugs jumped the long lines for bread, stole the food of the weak, bullied the baker and caressed his daughter. Thugs never waited in lines.
GEORGE HONKED.
His motorcycle’s cadaverous black fumes reached my window, and its bubbly noise entered my room. I went downstairs and cursed Fairuz on the way out: that whining singer who makes my life a morbid hell.
My mother came down from the roof with two buckets in her hands; she was stealing water from the neighbour’s reservoir.
There is no water, she said to me. It only comes two hours a day.
She mentioned something about food, as usual, but I waved and ran down the stairs.
I climbed onto George’s motorbike and sat behind him, and we drove down the main streets where bombs fell, where Saudi diplomats had once picked up French prostitutes, where ancient Greeks had danced, Romans had invaded, Persians had sharpened their swords, Mamluks had stolen the villagers’ food, crusaders had eaten human flesh, and Turks had enslaved my grandmother.”

 

 
Rawi Hage (Beiroet, 1 januari 1964)

10:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rawi hage, romenu |  Facebook |