31-12-17

A Farewell - Goodbye, old year (Alfred Austin)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Wintergezicht op de Singel, Amsterdam door J.C.K. Klinkenberg, eind 19e eeuw

 

 

A Farewell

Good-bye, old year, good-bye!
Gentle you were to many as to me,
And so we, meditating, sigh,
Since what hath been will be,
That you must die.
Hark! In the crumbling grey church tower,
Tolls the recording bell
The deeply-sounding solemnising knell
For your last hour.

How quietly you die!
No canonisëd Saint
E'er put life by
With less of struggle or complaint.
You seem to feel nor grief nor pain,
No retrospection vain,
As if, departing, you would have us know
It is not hard to go,
Since pang is none, but only peace, in Death,
And Life it is that suffereth.

Closer and clearer comes the last slow knell,
And on my lip for you awaits
That final formula of Fate's,
The low, lamenting, lingering word, Farewell!
For you the curved-backed sexton need not stir
The mould, for there is nothing to inter,
No worn integument to doff,
No bodily corruption to put off;
Begotten of the earth and sun,
And ending spirit-wise as you begun,
You pass, a mere memento of the mind,
Leaving no lees behind.

Hark! What is that we hear?
A quick-jerked, jocund peal,
Making the fretted church tower reel,
Telling the wakeful of a young New Year,
Young, but of lusty birth,
To face the masked vicissitudes of earth.

Let us, then, look not back,
Though smooth and partial was the track
Of the receding Past,
But through the vista vast
Of unknown Future wend intrepid way,
Framed to contend and cope
With perils new by vanished yesterday,
Whose last bequests to Man are Love, and
Faith, and Hope.

 

 
Alfred Austin (30 mei 1835 – 2 juni 1913)
Leeds Castle. Alfred Austin werd geboren in Leeds

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

 

Anne Vegter, Arjen Duinker, Junot Díaz, Bastian Böttcher, Jacob Israël de Haan, August van Cauwelaert, Paula Dehmel

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

Dadaab

We zeggen laten we niet naar school gaan, als je naar school gaat
begin je de wereld te begrijpen, dan breekt de pleuris uit.

We zeggen meisjes zijn duurkoop om toekomst mee te betalen
of is de wereld een markt waar je dochters ruilt voor suiker.

We zeggen achter de tenten is een zandweg en de weg is lang
en het zand leidt terug naar de oorlog, waarom zou je gaan.

We zeggen het schieten klinkt in de slaap zo luid als in het
geheugen maar we zijn doof van honger zeggen we en

het tobben zat. Herkent iemand op school de naam Nadifa al,
geboren tussen seizoenen, woede en onschuld, dan breekt

de pleuris maar uit. De meisjes zeggen whatever wij meisjes
zeggen. Onder de zwarte hemel delen we zandlampen uit,

we spellen een handleiding want morgen breken we de tenten af.

 

 

Aanslag op de liefde

Is dit hoe dood kan gaan, je richt je geweer, je scant
mijn geheugen: de laatste vakantie, de eerste vliegreis,
de beslagen medaille van de laatste vierdaagse: sterven

voor beginners. Je blik houdt schrik en misbaar
samen, je ogen richten een ravage aan in mijn versie
van een mannenhart. Liefde is de som van gemis.

Je graaft een kuil in je naam, het dagelijks bloed
kan er zomaar in verdwijnen, je zegt dat je
geen vrouwen doodt. Iedereen wijst naar je foto,

je hebt het ‘m geflikt. Je wilde ons waarschuwen:
dit is geen gedicht. Je zegt haast vriendelijk dat je
geen vrouwen doodt, maar het loopt wel eens anders,

het blijft mensenwerk. Welke engelen kent je geloof,
in welke woorden kan een verloren god zich nestelen?
Vergeven is gezegd, onmenselijk godenwerk.

 

 
Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

Lees meer...

Dieter Noll, Nicolas Born, Dal Stivens, Connie Willis, Giovanni Pascoli, Marie d'Agoult

 

De Duitse dichter en schrijver Dieter Noll werd geboren op 31 december 1927 in Riesa. Zie ook alle tags voor Dieter Noll op dit blog. 

Uit:Die Abenteuer des Werner Holt

„Der Wecker rasselte. Werner Holt schreckte aus dem Schlaf, sprang aus dem Bett und stand ein wenig taumelig im Zimmer. Er fühlte sich nicht erfrischt, sondern matt und benommen. Sein Kopf schmerzte. In einer Stunde begann der Schulunterricht.
Durch die weitgeöffneten Fenster flutete Sonnenlicht. Der Mai des Jahres 1943 endete mit heißen, trockenen Tagen, mit prachtvollem Badewetter. Der Fluß, der bei der kleinen Stadt reißend durch die Berge brach, lockte mit seinen grünen Ufern weit mehr als das ziegelrote Schulhaus und seine muffigen Räume.
Mathematik, Geschichte, Botanik und Zoologie, dachte Holt, und dann zwei Stunden bei Maaß, Studienrat Maaß, Latein und Englisch. Die Übersetzung aus dem Livius muß ich bei Wiese abschreiben, in der großen Pause. Wenn ich bei Zickel drankomm, meck-meck, dann gibt’s ein Fiasko … Allmählich wich der dumpfe Schmerz, der hinter der Stirn saß. Er erinnerte sich jetzt, erregend und beängstigend geträumt zu haben, von der Marie Krüger und ihrem zigeunerhaft bunten Rock, und dann von einer Schlägerei mit Wolzow.
Ich bin krank, dachte er, als ihn bei der dritten Kniebeuge vor dem offenen Fenster ein Schwindelgefühl ergriff, ich geh nicht in die Schule, mir ist elend, ich bleib im Bett. Nein! Das ist unmöglich. Wenn ich heut fehle, dann hab ich verspielt, dann heißt es, ich hab Angst vor Wolzow. Bei diesem Gedanken wurde ihm noch elender. Es hatte gestern mit Wolzow Krach gegeben, es hatte vorgestern, es hatte jeden Tag Krach gegeben; und heute war die Prügelei fällig. Er fürchtete niemanden in der Klasse, aber gegen Wolzow hatte er keine Chance: und damit war er erledigt. Denn ein unbesiegter Held war, von Homer bis heute, so gewaltig wie sein Mundwerk, aber ein besiegtes Großmaul war nur noch lächerlich.“

 

 
Dieter Noll (31 december 1927 – 6 februari 2008)
Cover

Lees meer...

Nicholas Sparks, Irina Korschunow, Gottfried August Bürger, Alexander Smith, Horacio Quiroga, Stephan Krawczyk

 

De  Amerikaanse schrijver Nicholas Sparks werd geboren in Omaha, Nebraska op 31 december 1965. Zie ook alle tags voor Nicolas Sparks op dit blog.

Uit:Two by Two 

“After lunch, and with the day only getting hotter, I decided to bring London to the movies, one of those animated ones. Marge and Liz came with us and seemed to enjoy it as much as London did. As for me, I wanted to enjoy it, but my thoughts kept drifting to the previous week, which made me wonder what on earth might be coming next.
After the movie, I didn’t want to go home. Marge and Liz seemed content to hang out at my parents’ place as well, and Mom ended up making tuna casserole, something London regarded as a treat, what with all the white flour in the pasta. She had a larger than normal portion and began to doze in the car on our way back home; I figured I’d get her in the bath, read a few stories, and spend the rest of the night zoning out in front of the television.
But it was not to be. As soon as she got in the house, she trotted to see the hamsters and I heard her voice calling to me from upstairs.
“Daddy! Come quick! I think something is wrong with Mrs. Sprinkles!”
I went to her room and peered into the cage, staring at a hamster that seemed to be making an attempt to push through the glass. Her room smelled like a barn. “She seems fine to me,” I said.
“That’s Mr. Sprinkles. Mrs. Sprinkles isn’t moving.”
I squinted. “I think she’s sleeping, honey.”
“But what if she’s sick?”
I had no idea what to do in that case and opening the lid, I scooped Mrs. Sprinkles into my hand. She was warm, always a good sign, and I could feel her begin to move.
“Is she okay?”
“She seems fine to me,” I said. “Do you want to hold her?”
She nodded and cupped her hands; I put the hamster in them. I watched as she brought the little critter closer to her face.”

 
Nicholas Sparks (Omaha, 31 december 1965)

Lees meer...

30-12-17

Peter Buwalda, Theodor Fontane, Miklós Bánffy, Peter Lund, Joshua Clover, Paul Bowles, Rudyard Kipling, Douglas Coupland

 

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: De kleine voeten van Lowell George

“In mijn eentje bewoon ik een groot, smerig kasteel.
Daarom heb ik op advies van de Gemeente Reinigingsdienst een schoonmaakster in de arm genomen. Gisteren had Carmen haar eerste werkdag. Ze zou er om elf uur zijn. Op een laag vuilnis van anderhalve meter lag de kasteelheer kalm urinerend op haar te wachten.
Ze was laat. Onder de bacteriën ging een voorzichtig gejuich op.
Om halftwaalf ging de telefoon. Iemand meldde in plat-Roemeens met Engelse invloeden dat ze verdwaald was – wat ik niet zo gek vond. Geen idee wie lang geleden mijn straat van huisnummers heeft voorzien, maar het was geen genie. Of juist wel. Een wilde denker die precies hier, in deze eenvoudige wijk, het numerieke stelsel omver wilde werpen, wat hem uitstekend gelukt is, want niemand kan er iets vinden, ook TomTom niet.
‘I stand before nummero two-five-eight,’ zei Carmen. Feitelijk, zie boven, was dat geen informatie.
Ze kon bij de buren staan, maar ook in Zaanstad.
‘Stay standing,’ zei ik, waarna ik in concentrische cirkels Noord-Holland begon af te fietsen. Na twintig minuten ontwaarde ik op een stoep een vrouw met een emmer en een dweilmop.
‘Carmen?’
‘Sir Peter?’
‘Zeg maar lord.’
We fietsten slingerend door Amsterdam-Noord, Carmen achterop, wapperend met haar dweil, ik automobilisten dollend, samen fluitende het Turks Fruit-melodietje van opgebaarde Toots – tot we voor mijn kasteel stonden. Meteen zaten we in een heel andere film, namelijk The Exorcist. Carmens blik, hoe ze naar mijn slaapkamerraam staarde: alsof daarboven een hele grote bacterie op bed lag, hees ‘stof’ brullend, en ‘nooit meer poetsen’, dit alles in het Latijn der kerkvaderen. Ik zag die bacterie al de complete stofzuiger keihard in het kletsnatte gat tussen zijn beentjes rammen, dat hing nu wel in de lucht.”


Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971)

Lees meer...

Willy Spillebeen, Norbert Hummelt, Georg von der Vring, Daniil Charms, Heinrich Hart, Betty Paoli, Maurice Bedel

 

De Vlaamse dichter en schrijver Willy Spillebeen werd geboren in Westrozebeke op 30 december 1932. Zie ook alle tags voor Willy Spillebeen op dit blog.

 

Woorden in de stroom

Het kind dat keitjes
keilde in het water
zag: vliegende vissen
en 's avonds
kwam hij veilig weer thuis.

Ziek van liefde en schuld
gooide hij later
grote stenen uit.
Het water wolkte vol modder.
De stenen vormden geen brug.
Hij vond zichzelf
niet terug.

Nu staande aan de oever
tegen de stroom in
en de vertroebeling
spuw ik kringetjes
als een kind.
Zuiverend zout.
Even een teken
van leven.

 

 
Willy Spillebeen (Westrozebeke, 30 december 1932)

Lees meer...

29-12-17

Stefan Brijs, Christian Kracht, Gilbert Adair, Paul Rudnick, Brigitte Kronauer, William Gaddis, Carmen Sylva, Vesna Lubina

 

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Maan en zon

“En je das recht hangen, Max. Never forget you’ tie.’
Max droeg al een eeuwigheid geen das meer. ‘Doe ik, pai.’
Roy vond het een goed idee. Hij begreep zijn zoon als geen ander. Alles voor de Dodge. En dat Max daarvoor helemaal naar Nederland zou vliegen, riep geen vragen bij hem op. In zijn oude hoofd lag het koninkrijk vast niet veel verder dan Aruba, waar hij een deel van zijn leven had doorgebracht en tijdens de Tweede Wereldoorlog het Amerikaans-Engels had opgepikt waarmee hij zijn zinnen kruidde.
Lucia, de vrouw van Max, had zich vreselijk opgewonden toen hij haar op de hoogte bracht van zijn plannen.
‘Naar Nederland? Voor oud ijzer? Ben je nog wel goed bij je hoofd? Laat die rotzooi per post komen!’
‘De douane steelt alles, Lucia, het zijn gangsters.’
‘En wie gaat dat betalen?’
‘Ik heb gespaard.’
‘Je hebt gespaard voor Sonny! Voor zijn studie! Niet voor dat wrak!’
‘Dat wrak zorgt wel voor brood op de plank. Als ik hem niet opknap dan hebben we straks niets meer. Niets!’
‘En toch ga je niet naar Nederland. Mi morto akibou!’ Over mijn lijk!
‘Toen heb ik me omgedraaid en ben weggelopen. Met veel pijn in mijn hart.’ Dat vertelde Max aan mij. Hij legde zijn grote hand op zijn borst. ‘Ik hou van haar. Zij is mijn alles. Zij en Sonny. Luna ku solo. Wil je dat tegen haar zeggen zodra ik weg ben? Dat zij de maan is die mijn donkere nachten verlicht.’
De gevoelige ziel van Max. Innerlijk kan hij niet méér verschillen van zijn vader. Zijn krachtige fysieke verschijning heeft hij wel van hem geërfd. Het lichaam van Roy raakte echter al vroeg door reuma verteerd. Zijn vingers, zijn tenen, zijn handen en voeten, rug en nek, alles aan hem is mettertijd kromgetrokken, zijn staalkabels van spieren zijn vezel per vezel geknapt, de gewrichten vergroeid tot knobbels die zijn huid zo oprekken dat die er bleek van is geworden.”

 

 
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

Lees meer...

28-12-17

Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Engelbert Obernosterer, Shen Congwen, Conrad Busken Huet, Manuel Puig, Hildegard Knef, Guy Debord, Antoine Bodar

 

De Chinese dichter en mensenrechtenactivist Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Liu Xiaobo overleed op 13 juli van dit jaar op 61-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

Fifteen Years of Darkness (Fragment)

Before dawn at home in Beijing, 6/4/2004
Fifteenth anniversary offering for 6/4

15 years ago
a massacre took place at daybreak
I died then was reborn

15 years have passed
daybreak bayonets dyed red
is still a blade fixed in the eyes

15 years have passed
I still have nightmares of those departed souls
I see them soaked with blood
I write each stroke each line
as an outpouring of the tomb

15 years have passed
within the darkness of vanished freedom
I wait for the hour-hand to point to pre-
dawn’s advent of the fifteenth anniversary offering

Tonight, in this city without altar
I hope the dead souls can see my eyes
and turn my watchful gaze into the flicker of a candle flame
Not the sacrificial spirit money for the ancestors
not the raging blaze that illuminates the cold night
but memory’s nakedness
is like a bone that will not decay

15 years ago
martial-law troops besieged the Square
the military broadcast the order over and
over, a continuous transmission of gunshots and bloodthirsty news
A few hours before
the gathering crowds, the clamoring crowds
then in a blink the light was extinguished
people fled like a surge of quicksilver
leaving behind an empty void

 

 
Liu Xiaobo (28 december 1955 – 13 juli 2017)

Lees meer...

27-12-17

Bernard Wesseling, Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Mariella Mehr, Markus Werner, Malin Schwerdtfeger, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog en ook mijn blog van 3 april 2006.

 

Het spoorwachtershuisje!

Het spoorwachtershuisje!
Daar kan je in als je wil, met je probleem. Kan je er
wonen.
Dat is wat ik voor je heb gewenst voor als de tijd
komt dat je het spoor opzoekt.
Schoorsteen, boom ernaast, schuur voor het hout. Ik
had gedacht dat het ongeveer moet zijn alsof je in
een kindertekening intrekt. Klinkt goed, toch?
Nee, er is niks verder. Klimop.
Vermaak je met de seizoenen of bouw een vogelhuis
als je moeite hebt met loslaten.
Waar je het mee moet doen dit, vriend. Niet weer
wegrennen.
Lange winters, ik weet het, nog langere zomers.
Maar dat uitgerekend jij niet gelukkig kon zijn, wordt
met de dag minder waar.
En, oh ja, je krijgt een taak en dat is de wissel. De
wissel is jouw taak.

 

 

Vaders die volgens de Linda aan hun tweede leg zijn

Vaders die volgens de Linda aan hun tweede leg zijn

Ze staan vaak, uit zelfbehoud afwezig, op speelplaatsen
hun laatste hummels te schommelen.

Thuis is het niets dan hommeles
nu overspelige echtgenotes ongewroken blijven,
de diepste belediging tenslotte is die
door geveinsde jaloezie.

Het kind komt terecht. Vaders die volgens de Linda
aan hun tweede leg zijn weten het:
je hebt het slechts een ego te voeren.

Verlegen om een sluitende moraal,
hebben ze hun dwalingen te overdenken
nadat alle dans uit hen werd gehaald,
koppig als het zaad ook is.

Wat rest zijn deze schuwe insemineerders.
Op een dag mislukt de daad, ze zijn op weg
naar het eeuwige grazen.

Hun schaduwweduwes moeten de krant erop nazien.

 

 
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Lees meer...

26-12-17

Der Weihnachtsbaum (Hoffmann von Fallersleben)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Kerstmis door Felix Ehrlich, 1889

 

 

Der Weihnachtsbaum

Ich lag und schlief, da träumte mir
ein wunderschöner Traum;
es stand auf unserm Tisch vor mir
ein hoher Weihnachtsbaum.

Und bunte Lichter ohne Zahl,
die brannten ringsumher,
die Zweige waren allzumal
von goldnen Äpfeln schwer.

Und Zuckerpuppen hingen dran:
Das war mal eine Pracht!
Da gab´s, was ich nur wünschen kann
und was mir Freude macht.

Und als ich nach dem Baume sah
und ganz verwundert stand,
nach einem Apfel griff ich da,
und alles, alles schwand.

Da wacht´ ich auf aus meinem Traum.
Und dunkel war´s um mich:
Du lieber, schöner Weihnachtsbaum,
sag an, wo find´ ich dich?

Da war es just, als rief er mir:
“Du darfst nur artig sein,
dann steh´ ich wiederum vor dir —
jetzt aber schlaf nur ein!

Und wenn du folgst und artig bist,
dann ist erfüllt dein Traum,
dann bringet dir der Heil´ge Christ
den schönsten Weihnachtsbaum.”

 

 
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
De Michaeliskirche in Fallersleben. De kerk werd in 1805 gebouwd door de vader van de dichter

 

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

 

David Sedaris, Elizabeth Kostova, Henry Miller, Rainer Malkowski, Mani Beckmann, Alejo Carpentier

 

De Amerikaanse schrijver David Sedaris werd geboren in Binghamton, New York, op 26 december 1956. Zie ook alle tags voor David Sedaris op dit blog.

Uit: Theft By Finding

„December 28, 1984
Raleigh
Amy, Tiffany, and I sat in the kitchen and talked until three thirty this morning. One of the things we laughed about was an old episode of The Newlywed Game. The host asked the wives, “What’s the most exotic place you’ve ever made love?” He was likely expecting “the kitchen” or “on a tennis court at night,” but one woman didn’t quite understand the question and answered, “In the butt.”
David Sedaris: ‘There are things nobody wants to hear. But the disturbing things are great’

June 19, 1987
Chicago
I ran into Walt on the L this morning. He owes me $450 and said he was just going to call me the other day because Gail, his wife, is always saying, “We need to pay that David Sedaris.”
I actually don’t hold anything against him. I miss Walt and Gail. Walt said that last week she got a profit-sharing check for $10,000. That was why he planned to call — to pay me. He said he took the check to the bank but lost it along the way. It was physically big, he told me. “I folded it in my top pocket, and wouldn’t you know!”
He called the bank to cancel it, then he called New York for a replacement check, but the woman whose job it would be to write it was on vacation. “Wouldn’t you know it!”
At around five, I took the L home. A woman near me had a three-year-old child on her lap, a girl, who looked at me and said, “Mommy, I hate that man.”
Hours later, walking up Leland, I heard someone running up behind me. It was a guy who lives in the halfway house next door. He is black and wore a long-sleeved shirt buttoned all the way to the neck. The man called me sir and asked how I was doing.
“All right,” I said.
He told me that he had a taste for a steak sandwich and asked me if I’d buy him one. You can’t pull money out of your pocket on Leland Avenue. It’s like ringing a bell, so I said no and he ran across the street to ask a woman the same question.
Later still I saw two men sitting in a car in front of the halfway house. They had the door open and were listening to the radio. As I passed, one of them asked me for a cigarette.
“I don’t smoke,” I told them. Then I thought of the guy who wanted a steak sandwich and of the little girl who hated me and thought, What the hell. I handed the guy in the car one of my cigarettes, and he scowled at me and said, “Fucking liar.”

 

 
David Sedaris (Binghamton, 26 december 1956)

Lees meer...

Jean Toomer, Hans Brinkmann, Willy Corsari, Alfred Huggenberger, René Bazin, Julien Benda

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jean Toomer werd geboren op 26 december 1894 in Washington, D.C. Zie ook alle tags voor Jean Toomer op dit blog.

 

Georgia Dusk

The sky, lazily disdaining to pursue
The setting sun, too indolent to hold
A lengthened tournament for flashing gold,
Passively darkens for night’s barbecue,

A feast of moon and men and barking hounds,
An orgy for some genius of the South
With blood-hot eyes and cane-lipped scented mouth,
Surprised in making folk-songs from soul sounds.

The sawmill blows its whistle, buzz-saws stop,
And silence breaks the bud of knoll and hill,
Soft settling pollen where plowed lands fulfill
Their early promise of a bumper crop.

Smoke from the pyramidal sawdust pile
Curls up, blue ghosts of trees, tarrying low
Where only chips and stumps are left to show
The solid proof of former domicile.

Meanwhile, the men, with vestiges of pomp,
Race memories of king and caravan,
High-priests, an ostrich, and a juju-man,
Go singing through the footpaths of the swamp.

Their voices rise . . the pine trees are guitars,
Strumming, pine-needles fall like sheets of rain . .
Their voices rise . . the chorus of the cane
Is caroling a vesper to the stars . .

O singers, resinous and soft your songs
Above the sacred whisper of the pines,
Give virgin lips to cornfield concubines,
Bring dreams of Christ to dusky cane-lipped throngs.

 

 
Jean Toomer (26 december 1894 – 30 maart 1967)

Lees meer...

Thomas Gray, Jean Galtier-Boissière, Ernst Moritz Arndt, Johann Gaudenz von Salis-Seewis, E. D. E. N. Southworth, Jean-François de Saint-Lambert

 

De Engelse dichter en geleerde Thomas Gray werd geboren op 26 december 1716 in Londen. Zie ook alle tags voor Thomas Gray op dit blog.

 

The Bard

II.1.
"'Weave the warp, and weave the woof,
The winding sheet of Edward's race.
Give ample room, and verge enough
The characters of hell to trace.
Mark the year, and mark the night,
When Severn shall re-echo with affright
The shrieks of death, thro' Berkley's roofs that ring,
Shrieks of an agonising King!
She-Wolf of France, with unrelenting fangs,
That tear'st the bowels of thy mangled mate,
From thee be born, who o'er thy country hangs
The scourge of Heav'n. What terrors round him wait!
Amazement in his van, with Flight combin'd,
And Sorrow's faded form, and Solitude behind.

 

II.2.
"'Mighty victor, mighty lord,
Low on his funeral couch he lies!
No pitying heart, no eye, afford
A tear to grace his obsequies.
Is the Sable Warrior fled?
Thy son is gone. He rests among the dead.
The swarm, that in thy noon-tide beam were born?
Gone to salute the rising Morn.
Fair laughs the Morn, and soft the Zephyr blows,
While proudly riding o'er the azure realm
In gallant trim the gilded vessel goes;
Youth on the prow, and Pleasure at the helm;
Regardless of the sweeping Whirlwind's sway,
That, hush'd in grim repose, expects his evening prey.

 

 
Thomas Gray (26 december 1716 – 30 juli 1771)
Portret door Benjamin Wilson, ca. 1772

Lees meer...

Nigel Cliff

 

De Britse schrijver, historicus, biograaf, criticus en vertaler Nigel Cliff werd geboren op 26 december 1969 in Manchester. Cliff studeerde met een beurs aan het Winchester College en Harris Manchester College, Oxford University, waar hij een eersteklas diploma behaalde en de Beddington Prize for English Literature. ontving. Hij was film- en theatercriticus voor The Times en medewerker aan The Economist. Hij schrijft voor een reeks publicaties waaronder The New York Times. Cliff geeft veel lezingen, onder andere aan de universiteit van Oxford, het Harry Ransom Center en de British Library. Cliff's eerste boek, “The Shakespeare Riots: Revenge, Drama, and Death in Nineteenth-century America” werd in 2007 in de Verenigde Staten uitgegeven. Het boek was Washington Post boek van het jaar en was een finalist voor de Nationale Award for Arts Writing. Het tweede boek van Cliff was “Holy War: How Vasco da Gama's Epic Voyages Turned the Tide in a Centuries-old Clash of Civilisations” uit 2011. Het werd vervolgens uitgegeven als “The Last Crusade: The Epic Voyages of Vasco da Gama” in 2012. Cliff's derde boek was een nieuwe vertaling en kritische editie van “Marco Polo’s Travels” voor Penguin Classics, die in 2015 werd uitgebracht in het Verenigd Koninkrijk en de VS. Voor deze eerste geheel nieuwe vertaling sinds een halve eeuw, ging hij terug naar de originele teksten in Frans, Latijn en Italiaans. Cliff's vierde boek, “Moscow Nights: The Van Cliburn Story - How One Man and His Piano Transformed the Cold War” werd in september 2016 uitgegeven. De Boston Globe noemde het het boek van het jaar. In januari 2017 werd als finalist genoemd voor de National Book Critics Circle Award. Het won de Nautilus Gold And Silver Awards.

Uit: Moscow Nights

““ON MAY 28, 1958, ticker tape snowed from the sky above Broadway, darkening an already gray New York City day and flurrying around rapturous, flag-waving crowds. High school bands marched, Fire Department colors trooped, and at the center of it all was a young American perched on the back of an open-top Continental, grinning in disbelief and crossing his hands over his heart. He was as tall, thin, and blond as Charles Lindbergh, but he was not a record-setting aviator. Nor was he an Olympic athlete or a world statesman or a victor in war. The cause of the commotion was a twenty-three-year-old classical pianist from a small town in Texas who had recently taken part in a music competition.
"What's goin' on here?" a stalled taxi driver yelled to a cop. "A  parade? Fer the piano player?"
The cabbie had a point. No musician had ever been honored like this. No American pianist had been front-page news, let alone a household name. But the confetti was whirling, the batons were twirling,
and on a damp morning a hundred thousand New Yorkers were cheering and climbing on cars and screaming and dashing up for a kiss. In the summer of 1958, Van Cliburn was not only the most famous musician in America. He was just about the most famous person in America—and barring the president, quite possibly the most famous American in the world.
Things got stranger. At a time when the United States and the Soviet Union were bitter enemies in a perilous Cold War, the Russians had gone mad for him before Americans had. Two months earlier he had arrived in Moscow, a gangly, wide-eyed kid on his first overseas trip, to try his luck in the First International Tchaikovsky Competition. Such was the desperate state of world affairs that even musical talent counted as ammunition in the battle of beliefs, and everyone understood that the  Soviets had cranked open the gates only to prove that their virtuosos were the best. Yet for once in the tightly plotted Cold War, the authors had to tear up the script, for the real story of the Tchaikovsky Competition was beyond the imagination of the most ingenious propagandist. The moment the young American with the shock of flaxen curls sat before the piano, a powerful new weapon exploded across the Soviet Union. That weapon was love: one man's love for music, which ignited an impassioned love affair between him and an entire nation. It came at a critical time. Five months earlier the Soviet Union had sensationally beaten the United States into space."

 

 
Nigel Cliff (Manchester, 26 december 1969)

09:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nigel cliff, romenu |  Facebook |