17-12-17

Gaudete (Kevin Carey)

 

Bij de derde zondag van de Advent

 

 
Maria Heimsuchung door Carl von Blaas, 1842

 

 

Gaudete

In darkening days of penitence,
Before the turning of the years,
We look to make our recompense,
With new resolve and hopeful prayers:
The Lord's salvation is at hand,
Rejoice at His benign command.

Our souls awake in joyful praise,
The fingers of the rosy dawn
Glow in the East to give us hope
Of Judah's crowning, happy dawn:
Where there was sorrow now is praise;
Emmanuel for all our days.

Now may we walk at Mary's side
To help her cousin with the birth
Of one who will prepare the way
For God incarnate, here on earth:
Rejoice my soul, this cheerful day,
Rehearse your anthems, Gaudete!

 

 
Kevin Carey (november 1951)
Holy Trinity Church in Hurstpierpoint, de woonplaats van Kevin Carey

 

Zie voor de schrijvers van de 17e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

12:37 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: advent, kevin carey, romenu |  Facebook |

Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Paul Snoek, Hans Henny Jahnn, Jules de Goncourt, Ford Madox Ford

 

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook alle tags voor Ronald Giphart op dit blog.

Uit: Lieve

“Liv had de toneelacademie in Maastricht gedaan, Bison de toneelschool in Amsterdam. Hoewel iedereen in het wereldje het ontkende was er wel degelijk een doorleefde animositeit tussen beide kampen. Er waren in het land natuurlijk nog meer opleidingen van niveau, maar uiteindelijk ging het altijd om de vraag: Amsterdam of Maastricht, de ‘Cambridge en Oxford van het Nederlandse toneel’ zoals een criticus ooit schamperde.
Bij de eerste casting voor de film Lieve had Liv als tegenspeler een gedreven jongeman die vlak daarvoor in Maastricht was afgestudeerd. Hoe ze ook haar best deed: ze vergat steeds zijn naam. De jongen speelde volgens dezelfde methode die Liv was bijgebracht en mede daarom klikte het zeer. Samen deden ze voor haar gevoel een geweldige auditie. Prompt werd Liv uitgenodigd voor de tweede castingronde; haar ambitieuze tegenspeler kreeg te horen dat men van zijn interpretatie had genoten, maar ‘dat hij op beeld te pregnant overkwam’. In gewone taal betekende dit dat hij te lelijk was voor de rol. Toen Liv later het hele script had gelezen was ze blij dat Bison was gecast.
Bij Livs tweede casting was de regisseur zelf aanwezig. Noah Boudrin was de jonge ster van de Nederlandse cinema. Hij had al drie speelfilms op zijn naam, bijna een miljoen bezoekers, vijf Kalveren, vier Nederlandse Lichten, drie internationale prijzen en een nominatie voor een Gouden Beer. In Amerika had hij een paar commercials gedraaid en iedereen wist dat een avontuur in Hollywood een kwestie van tijd was. Noah was bij zijn vierde project toe aan wat hij in interviews had aangekondigd als ‘eindelijk mijn persoonlijke verhaal’. Hij wilde in Lieve het tragische verkeersongeluk van zijn vriendin verwerken, een Vlaamse actrice die een al even grote belofte was geweest als hij.
Lieve Vanlieve had de hoofdrol gespeeld in Sub, Noahs spraakmakende debuut, een rauwe maar vrolijke schets van de onmogelijke liefde tussen een prostituee en een politicus anno de jaren nu. De subsidieloze film kostte volgens de producent ‘geen drol’ en hoewel de film nog ouderwets in zwart-wit was geschoten op een restvoorraad echt celluloid kwamen er meer dan vierhonderdvijftigduizend mensen naar de bioscoop, wat mede te danken was aan Lieves ongeremde persoonlijke overgave.”

 

 
Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

Lees meer...

Penelope Fitzgerald, Alphonse Boudard, John Kennedy Toole, Albert Drach, John Whittier, Thomas Haliburton, Wł,adysł,aw Broniewski, Érico Veríssimo

 

De Engelse dichteres, schrijfster en essayiste Penelope Fitzgerald werd geboren op 17 december 1916 in Lincoln. Zie ook alle tags voor Penelope Fitzgerald op dit blog.

Uit: Worlds Apart

“Ernst paid the rent punctiliously. He cleaned the room and took his washing to the launderette, where Hester glimpsed him once or twice, sitting in quiet correctness, watching the shirts and a recurrent two pairs of dark socks as they whirled round in foaming circles before him. He always had a book in his hand. It wasn't as though he had no friends, or nothing to do. He appeared to have both, and went out often in the evenings, and always on Sundays, as he told her to "gatherings". These gatherings seemed to be at the place where he worked, and to consist of the people he worked with, which struck Hester almost as a definition of loneliness. She showed him the shelf in the passage where Rod used to keep a few things. In fact there were probably one or two of them left. It would have been ludicrous to clear everything away, as though there'd been a death in the house. "You can use that if you like, Ernst. There isn't much space upstairs, I know, if you've got a lot of books." He had to stretch to reach the shelf. It was summer, he had taken off hisjacket and, as he reached up, a little of his white shirt pulled out of his trousers, but was replaced so neatly that it was almost magical, as though he had the gift of never making an awkward gesture. "Your husband must have been taller than I am," he said, with the rueful smile of the less tall. Tilly came through the passage, walking as though in a dream, with each foot exactly in line, the toe of one trackshoe touching the heel of the other. She was singing to herself as she passed on into the kitchen. "What is she doing?" Ernst asked. "Oh, they're all walking about like that at her school.You know how it is, it'll be something else in a week or so. Do you have a family?" But that struck her as not quite the right question. "I mean, back in Poland?" That was worse. Where else, after all, could his family be? "If I had had a family, I should not have left them behind me," he said. If that's meant as a reproach I shan't like it, Hester thought. But it could hardly have been one, because he was still smiling. "I was only wondering if you had any plans.., that's to say, if you had any idea how long you will be staying here?" "I'm afraid I can't say. It is possible that I may be able to arrange a re-entry permit." "And then you'll go home?" He looked puzzled. "I shall go back."

 

 
Penelope Fitzgerald (17 december 1916 - 28 april 2000)
Cover

Lees meer...

16-12-17

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit:In het buitengebied

“Ik dring haar niks op, dat hebben we afgesproken. Ze moet aan zoveel wennen. De buitenwereld kan even de pot op. Geduld is ons wachtwoord.
Neem alleen al onze stemmen, we konden elkaar in het begin slecht verstaan. Het was als zoeken naar de juiste golflengte. Ze is per slot Japans en wist nauwelijks waar Nederland lag. We spreken Engels met elkaar, maar ze heeft een zwaar accent. Rare klemtonen, ze slikt lettergrepen in. Ik moest keer op keer vragen: ‘Wat zeg je, herhaal die zin alsjeblieft?’ Ze dacht dat ik doof was. Ik probeerde haar uitspraak te verbeteren – professor Higgins teaching Eliza Doolittle – maar betrapte me erop dat ik telkens mijn stem verhief en dan imiteerde ze mijn ergernis en schreeuwde ze net zo hard terug. Na weken vonden we allebei een goede toon en woordkeus. (Al moet ik nu wel oppassen dat ik niet met volle mond praat anders verstaat ze me nog niet.)
Er valt voor haar nog zoveel te ontdekken: mijn volle huis, een verwilderde tuin, met rozenstruiken waar je je aan kan openhalen. Wel even wennen voor een meisje dat uit een bonsaiwereld komt. Ze is Japanser dan ik dacht. Zeer gesteld op rituelen, vooral op het ritueel van de herhaling. En ik pas me aan. Moet je me thee zien drinken. Daar hebben we nu een kleine ceremonie van gemaakt. Buiten op het terras: ik met mijn kont op een kussen en zij in kleermakerszit tegenover mij. In kimono. Ik drink uit een porseleinen kom met gouden binnenkant en klop mijn groene thee met een bamboekwastje op. En dan kijkt ze zeer tevreden. Eén keer vroeg ik haar een lied te zingen, een theelied uit haar jeugd. Ze knikte, rechtte haar rug en zette een kinderstem op – snerpend als een krekel. Ik vroeg haar naar de betekenis, maar ze kende alleen de woorden.
Ze is weliswaar in Tokio grootgebracht, maar haar vader, die haar gemaakt heeft tot wie zij is, heeft haar internationaal opgevoed. Akiko omarmt de wereld zonder zich te hechten. Ze weet meer dan ze kent. Haar woordenschat verbaast me elke dag. De Mini Crossword lost ze binnen één minuut op. Ze verslaat me keer op keer. Maar ze houdt me lenig.
Het is 23 tegen 70. En ze is waanzinnig mooi. Ook daarom verstop ik haar een beetje. Ze is zo volmaakt als een perzik. Ik kan uren naar haar kijken en zuig haar schoonheid op.”

 

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Lees meer...

Rafael Alberti, Pierre Lachambeaudie, V.S. Pritchett, Mary Russell Mitford, Olavo Bilac

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook alle tags voor Rafael Alberti op dit blog.

 

De slaapwandelende engelen

II
Ook nog,
ook nog de onzichtbare ogen
van de alkoven,
tegen een koning in duisternis.

Jullie weten wel dat mijn mond
een put vol namen is,
vol nummers en dode letters.
Dat de echo's zich vervelen
zonder mijn woorden
en datgene wat ik nooit zei
de wind misprijst en haat.
Jullie mogen niets horen.
Laat me met rust!

Maar de oren worden groter
tegen de borst aan.
Van gips, koud,
dalen ze af naar de keel,
naar de trage kelders van het bloed,
naar de buizen van de beenderen.

Een koning is een egel zonder geheim.

 

Vertaald door Willy Spillebeen

 

 
Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)
Portret door Herminio Molero, 2000

Lees meer...

Andrei Ruse

 

De Roemeense dichter, schrijver en filmmaker Andrei Ruse werd geboren in Boekarest op 16 december 1985. Hij organiseerde tal van evenementen in Boekarest, de meest recente was Reading Club, een tweemaandelijkse bijeenkomst met openbare lezingen en discussies gericht op recent gepubliceerde of komende Roemeense boeken en hun auteurs. In 2007 maakte hij zijn literaire debuut met een bundel poëzie getiteld “Black Job” en publiceerde in 2008 de roman getiteld “Soni”, in 2011 gevolgd door “Dilar pentru o zi “(“Dealer voor één dag”)/. Andrei Ruse is ook beroemd omdat hij de eerste video-trailer heeft gemaakt voor een Roemeens boek. Hij produceerde eveneens een reeks video-gedichten, video-interviews, trailers en verschillende documentaires, evenals experimentele films. Zijn bekendste documentaire is Poëzie. Power (2009), waarvoor hij samenwerkte met Razvan Tupa. Hij heeft ook een aantal online culturele projecten geïnitieerd, zoals het tijdschrift en de online community Hyperliteratura.

 

gesture

I have been smoking for nine years,
A cigarette ot two, every night
in the same place

four square metres into the yard
from Colentina,
where I keep spinning.

this earth has inherited thickness
no blade of grass grows here
no tiny being approaches

nothing has changed in nine years
I wear 44 now and my foot won’t grow any bigger

maybe only that I pull harder from my cigarette

nothing new,only the same pantomime that I perform
the only sign, that in this yard
someone is alive.

 

 

I’ve been thinking about a beer since three hours ago

I’m thinking about the bottle
I’m thinking about the color of the bottle at the right temperature
I’m thinking of the pub where I’d drink it
of the store from where I’d buy it and the salesman’s face
of his hand which will open to receive the money
my yellow opener from the drawer
a glass taken randomly
Since three hours ago I’ve been thinking of what it means for me the word beer
About whom it reminds me and about whom it doesn’t
I’ve been thinking about the wild drunks,
About Niculae’s goal from more than 40 m away when nobody thought
That Rapid will eliminate Hamburg

In three hours I repeated so many times the word beer that
It wouldn’t make any sense
If I get up and go
To take one.

 

Vertaald door Nigel Walker en Loredana Matei

 

 
Andrei Ruse (Boekarest, 16 december 1985)

11:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: andrei ruse, romenu |  Facebook |

15-12-17

Klaus Rifbjerg, Jan Greshoff, Ingo Schulze, Simone van der Vlugt, Indrek Hirv, Edna O’,Brien, Hans Carossa, Nicolas Gilbert, Maxwell Anderson

 

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

Fasan

plötzlich findet man sich wieder
mit soße übergossen und zusammengepfercht
mit kartoffeln und gelee sonderbar
flau im fleisch nach all dem tranchieren
und zerren am eingeweide bis es
abriß und raus denk nicht ich kenne sie nicht
diese satanische sorgfalt beim dekorieren
von gabel und messer das gläserklirren und streichholzrasseln
und ganz zu schweigen von der art
wie leber und herz sorgsam getrennt
in ein kleines medizinisch anmutendes
gefäß gelegt werden und weiß der himmel
ob es ihnen vielleicht einfällt mich
als mich selbst auszustaffieren
mit federn und allem drum und dran
nach dem unerträglichen halbkrematorium
der schwindelpartie mit kopf nach unten
dem blei in der seite und dann der gedanke an diesen
schmatzbär serviettenbehangene
zahlende mittelmäßigkeit wovon
man bald bespeichelt wird ich übergebe mich

 

 

Provinz

Ich höre in provinzieller
Nachmittagsstille am Ende der Saison
eine Amsel singen
die auf einer Fernsehantenne im Schatten
einer Ulme sitzt
und alles überblickt
verloren im Sein sieht sie mich
groß an wie auch die Zeit
und lässt Gesang verströmen vom
Afterloch durch den Körper und hinaus
aus dem gelben Schnabel
ich wärme mich an ihrer Teilnahmslosigkeit
und ihrem vollkommenen Gegenwärtigsein
ich denke es ist etwas ganz Eigenes
in einem dänischen Provinznest zu stehen
nachmittags am Ende der Saison
und eine Amsel zu hören
und plötzlich fühle ich mich
dumm

 

Vertaald door Lutz Volke

 

 
Klaus Rifbjerg (Kopenhagen, 15 december 1931)

Lees meer...

Christian Huber

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver, componist en muziekproducent Christian Huber werd geboren in 1984 in Regensburg en groeide op in Schwandorf, waar hij in 2004 eindexamen deed aan het Carl-Friedrich-Gauß-Gymnasium. Na een afgebroken studie aan de universiteit van Regensburg en een stage in het Funkhaus Regensburg, verhuisde hij eind 2010 naar Berlijn. Hier woonde en werkte hij als schrijver en componist en werkte hij o.a. met de Australische hiphop-band Hilltop Hoods, de Duitse rappers Casper, Farid Bang en KC Rebel en de Amerikaanse rapper Kool G Rap samen. Sinds 2006 woont Huber in Keulen. Huber is sinds 2009 actief op Twitter onder de naam "Pokerbeats", waar hij wordt gevolgd door meer dan 38.500 gebruikers. Huber schrijft ook voor talloze comedy-programma's en levert bijdragen voor radio- en televisieprogramma's (bijvoorbeeld voor het Neo-magazine Royale op ZDF). Zijn columns verschenen u. a. bij VICE News, ICON en in de krant DIE WELT. Muziek, gecomponeerd door Huber bereikte hoge hitlijstposities in verschillende landen en werd herhaaldelijk bekroond met platina.

Uit: 7 Kilo in 3 Tagen

„73 Prozent aller Morde jährlich werden in den Tagen vor Weihnachten begangen.
Das stimmt natürlich nicht. Wäre aber ohne weiteres denkbar. Eine solche Behauptung würde in einem halblangweiligen Partysmalltalk in einer mit Pfandflaschen zugestellten WG-Küche bei den meisten Gesprächspartnern höchstens kurz zu erhobenen Augenbrauen und dann direkt zur Bekräftigung führen, das «auch schon mal irgendwo gelesen» zu haben. Alle haben alles schon mal irgendwo gelesen. Aber vielleicht ist diese von mir aufgestellte These ja sogar korrekt. Ist mir letztendlich auch egal. Solange während der Unterhaltung keiner zweifelt, ist jeder ausgetauschte Satz die erwiesene Wahrheit.
Ich habe mir das Statistiken-Erfinden irgendwie angewöhnt. Ich mache das gerne. Häufig einfach nur für mich. Das hilft mir, in gewissen Lebenslagen die Ruhe zu bewahren. Fakten, Zahlen und Berechnungen bringen mich in Stresssituationen runter. Turbulenzen im Flugzeug? Beim Crash einer Boeing zu sterben, ist sechs Millionen Mal unwahrscheinlicher, als als Lottogewinner von einem Blitz
getroffen zu werden. Ein bisschen Gras aus dem Amsterdam-Urlaub im Handgepäck? Die Chancen, ohne Taschenkontrolle am argwöhnisch blickenden Zollbeamten vorbeihuschen zu können, stehen für Nicht-Dreadlocks-Träger siebzigtausendmal besser, als rückwärts von der Mittellinie in einen Basketballkorb zu treffen, wenn gerade tatsächlich jemand zuguckt. Tötungsphantasien im überhitzten, mit Weihnachtshoppern überlaufenen Kaufhaus und der daraus resultierende Gedanke, ob man eventuell socially awkward sein könnte? Wenn 73 Prozent aller Morde jährlich in den Tagen vor Weihnachten begangen werden, haben offensichtlich neben mir noch sehr viele andere Menschen Gewaltvorstellungen, während sie die Geschenke für ihre Liebsten einpacken lassen. Ich bin also nicht allein.
Kein Sonderling, der einfach nur mit blinder Wut kompensiert, dass ihm in der Kassenschlange des Konsumpalastes eine laut in ihr Smartphone blökende Schicki-Mutter ihren eierschalenfarbenen Porsche-Kinderwagen in die Kniekehlen rammt. Im Dreivierteltakt. Gegen den Rhythmus von
«Jingle Bells», das mit festlichen Viervierteltakt-Glöckchen blechern über die Kaufhausanlage leiert. Noch eine halbe Strophe, und sie hat mein Kreuzband durch.“

 

 
Christian Huber (Regensburg, 1984)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: christian huber, romenu |  Facebook |

14-12-17

Gerard Reve, Boudewijn Büch, Hervé Guibert, Paul Eluard, Helle Helle, Regina Ullmann, Shirley Jackson, Andreas Mand, Marianne Fritz

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Werther Nieland

“Terwijl de stilte voortduurde bespiedde ik de nieuwe jongen. Hij was mager en slungelachtig van gestalte en iets langer dan ik. Zijn gezicht stond onverschillig en verveeld; hij hield zijn dikke, vochtige lippen te ver naar voren. Hij had diepliggende, donkere ogen en zwart krulhaar. Zijn voorhoofd was laag. De huid van zijn gezicht vertoonde oneffenheden en schilfertjes. Ik kreeg het verlangen hem op een of andere wijze te kwellen of geniepig te bezeren. 'Vind jij ook niet, Werther, dat we eerst de windmolen moeten maken?' vroeg ik. 'Ja, dat is goed,' antwoordde hij onverschillig, zonder mij aan te zien. 'Hij is een dier dat snoept,' zei ik hij mijzelf, `dat weet ik.' We keken beiden, terwijl Dirk bezig was iets vast te schroeven, naar buiten in de omgespitte tuin; op de lege aarde lagen een oude wasteil en een paar verweerde planken. Er hing een nevel van vocht en neergeslagen rook tussen de daken. Ik ging dicht bij Werther staan en maakte, zonder dat een van beiden het kon zien, half ingehouden stompbewegingen in zijn richting. Hoewel ook Dirk het met mijn voorstel aangaande de windmolen wel eens was, gingen we deze toch niet bouwen, maar bleven zonder iets te doen bijeen zitten. 'Jullie hoeven natuurlijk geen molen te gaan bouwen als jullie niet willen,' zei ik. 'Maar dat is heel dom, want je kan er veel van leren.' Het begon schemerig te worden. Werther, moet je luisteren,' zei ik. 'Woon jij in een huis, waar veel wind langs komt?' Hij antwoordde niet. 'Dan kan ik je komen helpen,' vervolgde ik: 'dan maken we een molen, waar je in de keuken werktuigen op kan laten draaien. Dat kan ik best, want ik heb wel tijd. En iets beloven en het dan niet doen, dat doe ik niet.' Ik zon koortsachtig op middelen om bij hem thuis te komen. Werther ging op mijn woorden niet in, misschien omdat ik niet luid genoeg sprak en omdat we luisterden naar vage radiomuziek, die van voor in het huis tot ons doordrong. Het was al laat op de middag, toen we naar buiten gingen en met ons drieën voortslenterden. De straatlantarens brandden reeds. Werther verklaarde, dat hij naar huis moest; we bleven hem vergezellen. Hij woonde in een vrij bovenhuis op een hoek, waar de bebouwing eindigde en dat uitzag op de wijde plantsoenen, die zich tot aan de dijk uitstrekten. 'Ja hoor,' zei ik luid, 'als het waait is hier veel wind: dat kan ik zo wel merken. Hebben jullie een veranda?' Werther liet ons echter geen van beiden mee naar boven gaan. Toen hij al in de deuropening stond, ging ik dicht op hem toe en vroeg haastig, zonder dat Dirk het kon horen, wanneer ik kon komen om de molen te maken.”

 

 
Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
Cover

Lees meer...

13-12-17

Heinrich Heine, José Eduardo Agualusa, Jack Hirschman, Kenneth Patchen, Anton H.J. Dautzenberg, Jean Rouaud, Ida Vos, William Drummond, Robert Gernhardt

 

De Duitse dichter Heinrich Heine werd geboren in Düsseldorf op 13 december 1797. Zie ook alle tags voor Heinrich Heine op dit blog.

 

Die Wahl-Esel

Die Freiheit hat man satt am End,
Und die Republik der Tiere
Begehrte, daß ein einzger Regent
Sie absolut regiere.

Jedwede Tiergattung versammelte sich,
Wahlzettel wurden geschrieben;
Parteisucht wütete fürchterlich,
Intrigen wurden getrieben.

Das Komitee der Esel ward
Von Alt-Langohren regieret;
Sie hatten die Köpfe mit einer Kokard,
Die schwarz-rot-gold, verzieret.

Es gab eine kleine Pferdepartei,
Doch wagte sie nicht zu stimmen;
Sie hatte Angst vor dem Geschrei
Der Alt-Langohren, der grimmen.

Als einer jedocn die Kandidatur
Des Rosses empfahl, mit Zeter
Ein Alt-Langohr in die Rede ihm fuhr,
Und schrie: Du bist ein Verräter!

Du bist ein Verräter, es fließt in dir
Kein Tropfen vom Eselsblute;
Du bist kein Esel, ich glaube schier,
Dich warf eine welsche Stute.

Du stammst vom Zebra vielleicht, die Haut
Sie ist gestreift zebräisch;
Auch deiner Stimme näselnder Laut
Klingt ziemlich ägyptisch-hebräisch.

Und wärst du kein Fremdling, so bist du doch nur
Verstandesesel, ein kalter;
Du kennst nicht die Tiefen der Eselsnatur,
Dir klingt nicht ihr mystischer Psalter.

Ich aber versenkte die Seele ganz
In jenes süße Gedösel;
Ich bin ein Esel, in meinem Schwanz
Ist jedes Haar ein Esel.

Ich bin kein Römling, ich bin kein Slav;
Ein deutscher Esel bin ich,
Gleich meinen Vätern. Sie waren so brav,
So pflanzenwüchsig, so sinnig.

Sie spielten nicht mit Galanterei
Frivole Lasterspiele;
Sie trabten täglich, frisch-fromm-fröhlich-frei,
Mit ihren Säcken zur Mühle.

Die Väter sind nicht tot! Im Grab
Nur ihre Häute liegen,
Die sterblichen Hüllen. Vom Himmel herab
Schaun sie auf uns mit Vergnügen.

Verklärte Esel im Gloria-Licht!
Wir wollen Euch immer gleichen
Und niemals von dem Pfad der Pflicht
Nur einen Fingerbreit weichen.

O welche Wonne, ein Esel zu sein!
Ein Enkel von solchen Langohren!
Ich möcht es von allen Dächern schrein:
Ich bin als ein Esel geboren.

Der große Esel, der mich erzeugt,
Er war von deutschem Stamme;
Mit deutscher Eselsmilch gesäugt
Hat mich die Mutter, die Mamme.

Ich bin ein Esel, und will getreu,
Wie meine Väter, die Alten,
An der alten, lieben Eselei,
Am Eseltume halten.

Und weil ich ein Esel, so rat ich Euch,
Den Esel zum König zu wählen;
Wir stiften das große Eselreich,
Wo nur die Esel befehlen.

Wir alle sind Esel! I-A! I-A!
Wir sind keine Pferdeknechte.
Fort mit den Rossen! Es lebe, hurra!
Der König vom Eselsgeschlechte!

So sprach der Patriot. Im Saal
Die Esel Beifall rufen.
Sie waren alle national,
Und stampften mit den Hufen.

Sie haben des Redners Haupt geschmückt
Mit einem Eichenkranze.
Er dankte stumm, und hochbeglückt
Wedelt’ er mit dem Schwanze.

 

 
Heinrich Heine (13 december 1797- 17 februari 1856)
Monument in Toulon

Lees meer...

Adrian Chivu

 

De Roemeense dichter en schrijver Adrian Chivu werd geboren op 13 december 1975 in Boekarest. Werken: “Schizosonnet” (2005), “Caiet de desen” (“Sketchpad”, 2008), “Exit” (2008), “Bezni desenate” (Cartoon Strips, 2009) en “Obraji albastri, pleoape verzi si buze mov” (Engelse titel: “Blue Cheeks, Green Eyelids en Purple Lips”, 2010). Zijn debuutroman “Sketchpad” is vertaald in het Italiaans (2011) en in 2008 genomineerd voor een Prometheus-prijs. In 2009 ontving hij de Insula Europea-prijs en in 2011een speciale vermelding van de jury van de Francesco Alziator-prijs. In mei 2011 heeft de Austria Literaris Bank Adrian Chivu een studiebeurs toegekend. In 2012 verscheen "Strada"("The Street").

Uit: The Street (Vertaald door Alistair Ian Blyth)

“Suzana gave the oracle to a boy from class seven and I felt a lump in my throat because I wanted it too and when she was about to pass me I stood in her way and she asked me what’s your name? and I said my name’s Traian Rusu but I’m not Russian and I wanted to ask her to give me the oracle so I could write in it too and I don’t know why but I couldn’t because my mouth went all dry each time I tried to ask her for it and she said my name’s Suzana and I said I know you’re in class seven and you live in the block by the bread shop the same as the Boar and she said yes that’s right and I said I was in class five and I was moving up to class six and she said class six is nice and I didn’t say anything about the oracle and Suzana went away because Mihut from class eight came up to us and Mihut wants to be with Suzana and Suzana likes him and I went back inside the classroom and I sat down on a chair and I told George I introduced myself to Suzana because he likes her too and after we finished our lessons we waited for Suzana so we could walk her home but Mihut came with us and we went to her block and Mihut said I’m going to be a reporter because my dad’s a reporter and George said you won’t have anything to report on until you grow up and Mihut said yes I will just you wait and see and George said you will only if you interview a bunch of coconuts and I laughed because he’d made Mihut look stupid and Mihut asked him have you ever seen a real coconut? and George said no and Mihut said I’ve seen one and Suzana laughed and George shut up and I asked Mihut and did you interview it? and George laughed because Mihut looked stupid again and Mihut asked me have you ever seen a real coconut? and I said no because I’ve never wanted to and Mihut asked me why have you never wanted to? and I told him to ask someone who’s thick and George and I laughed like a hundred devils because Mihut was looking stupid again and Suzana said I’m sure he’ll be a great reporter and when we reached the entrance to her block Mihut kissed her on the cheek and George and I said goodbye Suzana and she said goodbye and after that Mihut went away and the two of us walked as far as the Soviet cemetery which is where we parted because George was going to see a friend of his and I crossed the tramline and walked between the blocks until I got to my street and I saw Romeo at the gate of his house and I said hello Romeo and I asked him is there anything wrong?”

 

 
Adrian Chivu (Boekarest, 13 december 1975)

18:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: adrian chivu, romenu |  Facebook |

12-12-17

Susanna Tamaro, Kader Abdolah, Sophie Kinsella, Gustave Flaubert, John Osborne, Ahmad Shamlou, Vassilis Alexakis, Shrinivási, Hans Keilson

 

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook alle tags voor Susanna Tamaro op dit blog.

Uit: Geh, wohin dein Herz dich trägt (Vertaald door Maja Pflug)

„Opicina, M. November 1992
Du bist vor zwei Monaten abgereist, und seit zwei Monaten habe ich, abgesehen von einer Postkarte, auf der du mir mitteilst, dass du noch lebst, keine Nachricht von dir. Heute Morgen bin ich im Garten lange vor deiner Rose stehen geblieben. Obgleich es schon Spätherbst ist, hebt sie sich mit ihrem Pur-purrot noch einsam und eitel von den ande-ren Pflanzen ab, die längst die Farbe verloren haben. Weißt du noch, wie wir sie gepflanzt haben? Du warst zehn Jahre alt und hattest gerade Der kleine Prinz gelesen. Ich hatte ihn dir als Belohnung für deine Versetzung geschenkt. Du warst von der Geschichte begeistert. Am liebsten von allen Gestalten hattest du die Rose und den Fuchs; den Affen-brotbaum, die Schlange, den Piloten und all die beschränkten, eingebildeten Menschen, die auf ihren winzigen Planeten sitzend durchs All schwebten, mochtest du dagegen nicht. So sagtest du eines Morgens beim Frühstück: »Ich will eine Rose.- Auf meinen Einwand, wir hätten doch schon so viele Ro-senstöcke, hast du geantwortet: »Ich will eine, die nur mir gehört, ich will sie pflegen, sie großziehen.. Natürlich wolltest du außer der Rose auch einen Fuchs. Mit der Schlau-heit der Kinder hattest du den einfachen Wunsch vor dem fast unerfüllbaren geäu-ßert. Wie sollte ich dir den Fuchs abschlagen können, nachdem ich dir die Rose zugestan-den hatte? Darüber haben wir lange gestrit-ten und uns schließlich auf einen Hund ge-einigt. In der Nacht bevor wir ihn holten, hast du kein Auge zugetan. Alle halbe Stunde hast du an meine Tür geklopft und gesagt: »Ich kann nicht schlafen.< Morgens um sie-ben warst du schon mit dem Frühstück fer-tig, gewaschen und angezogen; im Mantel bist du im Sessel gesessen und hast auf mich gewartet. Um halb neun standen wir vor dem Eingang des Tierheims, es war noch zu. Zwischen den Gittern hindurchspähend, sagtest du: »Woran werde ich merken, welcher genau der Richtige für mich ist?• Große Besorgnis lag in deiner Stimme. Ich beruhigte dich.
»Mach dir keine Sorgen., sagte ich, »denk daran, wie der Kleine Prinz den Fuchs gezähmt hat..
Drei Tage lang gingen wir immer wieder hin. Es gab mehr als zweihundert Hunde dort drinnen, und du wolltest sie alle sehen.
Du bliebst vor jedem Käfig stehen, regungslos und scheinbar unbeteiligt, in Gedanken versunken.“

 

 
Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

Lees meer...

18:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

P.C. Hooftprijs 2018 voor Nachoem M. Wijnberg

 

P.C. Hooftprijs 2018 voor Nachoem M. Wijnberg

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem M. Wijnberg krijgt de P. C. Hooftprijs 2018. In mei volgend jaar wordt hem de oeuvreprijs van 60 duizend euro overhandigd in het Haagse Literatuurmuseum. Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961.

Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog en eveneens mijn blog van 13 april 2009 en ook mijn blog van 10 april 2009 en ook mijn blog van 13 april 2008.

 

Avond

In plaats van een sigaret
aan te steken met een brandend bankbiljet
steek je een biljet aan
met een ander,
als iemand je vuur geeft.

Je bestelt porties
die groter zijn dan je op kan,
als je bijvoorbeeld water wil drinken
bestel je een fles zo groot als dat meisje
dat haar ogen dichthoudt.

Wil je een sigaret?

Je rookt zelf niet, maar hebt er wel een bij je.

Herinner je je,
kijk hoe zij danst,
met een brandende sigaret
in haar hand
alsof dat straks het enige licht is?

Wat is de kans
dat een meisje
je vraagt te helpen zoeken
naar haar parels,
op straat, in het donker?

Brak de parelketting
om je hals?

Ja, zoiets, je hebt niet toevallig
een zaklantaarn bij je
of een paar lucifers?

 

 

Marcel Proust

Marcel Proust kwam tenslotte
hij droeg meerdere lagen kleren
zijn gezicht is nu bijna kleurloos
deze man is zo plotseling oud geworden
schoonheid ligt misschien in herhaling
voordat hij kwam belde zijn huishoudster
driemaal om te vragen of een bepaalde thee
voor hem gereedstond

vraag hem niet zijn jas uit te trekken
hij heeft vrijwel geen tijd meer, laat hem
zijn handschoenen verwarmen aan het glas thee.

 

 

Bekrachtiging

Om de overeenkomst waarde te geven
betasten de twee mannen elkaars testikels
elk van hen zoekt onder het lichtgekleurde kleed
van de ander met de vingers van zijn rechterhand
naar het behaard en ineengekrompen geslachtsdeel
van de ander, zo wordt deze overeenkomst meer
dan een willekeurige afspraak tussen vreemden

nadat de zon ondergaat zijn zij als mannen
die zonder dwang water verdeeld hebben.

 

 
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

Helen Dunmore

 

De Britse dichteres en schrijfster Helen Dunmore werd geboren op 12 december 1952 in Beverley, Yorkshire. Zij was het tweede kind van haar ouders en volgde de school in Nottingham. In haar romans behandelde ze herhaaldelijk de psychologie van interpersoonlijke relaties, vooral in crisissituaties. Helen Dunmore studeerde Engels aan de Universiteit van York en doceerde twee jaar in Finland voordat ze haar eerste roman publiceerde. Naast het schrijven, bleef ze lesgeven en schreef zij ook recensies voor The Times en de Observer. Zij werkte ook mee aan programma's over kunst op radio BBC. Dunmore won de eerste Orange Prize for Fiction in 1996 “A Spell of Winter”. In 2001 was ze genomineerd voor de Orange Prize for Fiction en de shortlist voor de Whitbread Book Award met “The Siege”. Haar boek “The Betrayal” stond op de longlist van de Booker Prize 2010. Helen Dunmore zat in de jury voor zowel de T. S. Eliot-prijs als de Whitbread Book Award en was lid van de Royal Society of Literature. In maart 2017 had ze publiekelijk aangekondigd dat ze aan kanker leed en een lage kans op genezing had. Op 25 april 2017 schreef ze haar laatste gedicht, dat ze naar haar uitgever stuurde. In het gedicht met de titel “Hold out your arms”, spreekt zij rechtstreeks tot de dood.

Uit: A Spell of Winter

'I saw an arm fall off a man once,' said Kate. She turned the toasting-fork to see how the muffin was browning, then held it up to the fire again. We stared at her.
'Yes,' she went on, 'it was in my grandfather's house in Dublin. They were bringing my uncle Joseph down the stairs. Narrow, twisty stairs they put in houses where they'd given no thought to the living or the dead. You couldn't get a coffin up them. But my grandmother had kept the body too long in the house. She was mad with grief, she didn't want him to go. She kept putting more flowers in the room, shovelling flowers in on top of him to hide the smell. Then she'd be sitting with him all night long.'
'Was that your grandmother O'Neill?' I whispered to the flames.
'Who else would it be? You know my daddy was the eldest of the twelve. But this one, Joseph, was his next brother and the favourite. If there was meat or meal, it would be Joseph got the meat.'
'Did you know him before he was dead?'
'Who's telling this story? He was twenty-six when he died with a kick from a cart horse. How could I not know my own uncle?
'Well now, Joseph must have been up there a week or more, with my grandmother lighting fresh candles round him and saying prayers enough to wear out the saints. No one else's prayers were good enough for Joseph, only hers. I remember the talk in the house. We were giving scandal. It was the middle of summer, and hot. My mother wouldn't go near the house in her condition, and the smell had driven everyone but my grandmother from the room. That was when it was decided that they would force her to have him brought down and taken out of the house for burial. She wouldn't even see the priest, so it was my father had to go up and talk to her. But she wouldn't listen. In the end four of them had to take her by the ankles and elbows, kicking and screaming to wake the dead. They shut her in the scullery until it was done.'
'Did they lock her in?'
'There was no lock on the door. My aunts sat in with her and there were two men set to guard it so she couldn't burst out. But the noise she made was terrible. So it was left to my father to bring Joseph down, with only Dodie to help. That was his next brother after Joseph.'
We nodded. We knew about Dodie, who never held a job or went out of the house if he could help it.”

 

 
Helen Dunmore (12 december 1952 - 5 juni 2017)

18:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: helen dunmore, romenu |  Facebook |