30-07-17

Frans Budé, Patrick Modiano, Maja Lunde, Emily Brontë, Cherie Priest, Pauline van der Lans

 

Dolce far niente

 

 
De brug over de Maas bij Wessem

 

 

Het oversteken van de Maas

Bij elke stap bezig met de overkant.
Vraag het de Maas onder mijn voeten, de meeuw,
onbevreesd dansend boven de stenen brug.

De overkant is een belofte, komt huizenhoog
me tegemoet, flonkert en lonkt, geeft zich halverwege over.

Wyck of Maastricht, beide badend in de roem van eeuwigheid,
keer ik terug of loop ik heen? Steeds dezelfde gedachte
van afscheid en aankomst, terwijl ik mij met kloppend hart
voorwaarts spoed, naamloos opga in de drukte.

Almaar dichter op de andere oever aan, vergezicht
dat eindeloos zich ontvouwt, stadsgrond wordt, waterloop.
Droom die ik bewaar, ik draag hem met mij mee.

 
Frans Budé (Maastricht, 28 december 1945)
De Sint Servaasbrug in Maastricht

Lees meer...

29-07-17

Harry Mulisch, Chang-Rae Lee, Thomas Rosenlöcher, Guillermo Martínez, Marja Brouwers, Wolfgang Bittner

 

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Harry Mulisch op dit blog.

Uit: De ontdekking van de hemel

“Nooit gaf Onno antwoord op belangstellende vragen naar zijn ontdekking. 'Lees dat maar na,' placht hij te zeggen, 'in de Journal of Near Eastern Studies. Ik maak geen overuren.' Maar nu, op Max' vraag hoe hij dat schrift ontcijferd had, legde hij geduldig uit dat er geen sprake was van ontcijferen, aangezien het sinds jaar en dag leesbaar was. Het bestond in grote trekken uit het griekse alfabet, maar het was geen grieks, het was onbegrijpelijk. Het was zoals wanneer iemand die geen grieks kende, het griekse alfabet leerde en dan zou proberen de Ilias te lezen. De etrusken waren een italisch volk, doceerde hij, dat in het huidige Toscane leefde: Tusci noemden de romeinse veroveraars hen. Het latijn zat vol etruskische leenwoorden, zoals persona voor 'masker', maar verder was alleen van een paar woorden de betekenis bekend, zoals van die voor 'god', 'vrouw', 'zoon'. Het probleem was, dat een lange bilingue ontbrak, zoals Champollions Steen van Rosette, met eenzelfde tekst in het etruskisch en in een bekende taal. Zij hadden dus iets met de grieken te maken, en tegelijk had hun taal niets te maken met het grieks. Zij schreven hun taal fonetisch met griekse letters, zoals gymnasiasten uit de eerste klas met hun naam deden, en zoals nederlanders deden met latijnse letters. Het volk kwam omstreeks de negende eeuw voor Christus dus ergens vandaan, waar ook grieken waren. Maar — en dat was de beslissende inval — het was natuurlijk ook mogelijk, dat de grieken ooit hun alfabet van de etrusken hadden overgenomen, om daarmee fonetisch hun eigen taal te schrijven: grieks dus. Dat was natuurlijk te gek om los te lopen; maar langs die weg, gesteund door allerlei archaeologische overwegingen, kwam hij terecht bij de kretische talen: lineair-B uit de vijftiende eeuw voor Christus, vijftien jaar geleden door wijlen zijn collega Michael Ventris ontcijferd, en lineair-A uit de achttiende eeuw, —waarachter weer semitische oorsprongen schuilgingen... 'Kortom, mijn beste Watson,' zei hij, toen zij Schiphol passeerden, 'door combineren en deduceren en een hoop geluk en wijsheid kwam ik er achter. De hooggeleerde Pellegrini beschouwt mij weliswaar nog steeds als een fantast en een charlatan, maar dat wijst voornamelijk op zijn autistische aard.' Wat heb je gestudeerd?' `Rechten.' `Rechten?' 'Dat is een familiekwaal.' 'Maar al die talen...' 'Liefhebberij. Ik ben een amateur, net als de grote Ventris, die was architect van huis uit. Als het moet, leer ik een taal in een maand. Ik kon al lezen toen ik drie was.' 'Hoeveel talen beheers je dan?' 'In tellen ben ik slecht. Dat lijkt mij meer iets voor jou. Hoeveel sterren zijn er?' 'We hebben ze nog niet allemaal geteld. Het aantal is trouwens niet constant.“

 

 
Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)
Affiche voor de film

Lees meer...

Stanley Kunitz, Sten Nadolny, Eyvind Johnson, Michail Zostsjenko, August Stramm, Walter van den Berg

 

De Amerikaanse dichter en vertaler Stanley Jasspon Kunitz werd geboren in Worcester, Massachusetts, op 29 juli 1905. Zie ook alle tags voor Stanley Kunitz op dit blog en ook mijn blog van 29 juli 2010

 

The Layers

I have walked through many lives,
some of them my own,
and I am not who I was,
though some principle of being
abides, from which I struggle
not to stray.
When I look behind,
as I am compelled to look
before I can gather strength
to proceed on my journey,
I see the milestones dwindling
toward the horizon
and the slow fires trailing
from the abandoned camp-sites,
over which scavenger angels
wheel on heavy wings.
Oh, I have made myself a tribe
out of my true affections,
and my tribe is scattered!
How shall the heart be reconciled
to its feast of losses?
In a rising wind
the manic dust of my friends,
those who fell along the way,
bitterly stings my face.
Yet I turn, I turn,
exulting somewhat,
with my will intact to go
wherever I need to go,
and every stone on the road
precious to me.
In my darkest night,
when the moon was covered
and I roamed through wreckage,
a nimbus-clouded voice
directed me:
"Live in the layers,
not on the litter."
Though I lack the art
to decipher it,
no doubt the next chapter
in my book of transformations
is already written.
I am not done with my changes.

 

 
Stanley Kunitz (29 juli 1905 – 14 mei 2006)

Lees meer...

28-07-17

Remco Campert, Malcolm Lowry, Herman Stevens, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Angélica Gorodischer, Shahyar Ghanbari, John Ashbery, Drew Karpyshyn

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Den Haag

Overal bevuilde daken
groen koper van kerken
brakke lucht uitgebeten huizen
afgegraasd grasland verwaarloosde zee.
O en de trieste trage gele trams
en het kippevel van de verwaaide straten.
Heel Den Haag was één Panorama Mesdag
elke dag een verregende koninginnedag.

Mijn grootvader ongeschoren
dwaalde als Strindberg door het huis
gevangen in zijn eigen kamerjas.

En zo speelziek en verlegen als ik was
met mijn kleine rubberdolk
beheerste dolleman
pleegde ik sluipmoord op een schemerlamp
of op zolder het oude lila kussen.

 

 

Bandrecorder, eenvoudig

Je hoeft niet te praten
ook geknisper van kranten komt duidelijk over
of als je slikt keelschraapt
een schoen uitschopt

het suizen van het gas
de tik van het licht uit
de telefoon buiten de auto's
mijn korte adem

maar als je toch iets zegt
zeg dan liever iets aardigs
iets dat i nog eens af kan draaien
als je weg bent.

 

 

Zo lag ik wel

(Zo lag ik wel
en lig ik nog: liefde
vernieuwt en en verdiept zich.

Steeds meer huiden wierp ik af-
nu eindelijk in mijn eigen
laatste vel,

ben ik kwetsbaarder dan ooit)

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Lees meer...

27-07-17

Michael Longley, Marijke Höweler, Theodore Dreiser, Hilde Domin, Julien Gracq, Hilaire Belloc, Vladimir Korolenko, Eimear McBride, Graeme C. Simsion

 

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog en ook mijn blog van 27 juli 2010.

 

Saint Francis To The Birds

And, summing up, I think of when
With cloud and cloudburst you confer,
By God's sheer genius lifted there,
Lighthearted starling, nervous wren.
It is perfection you rehearse -
God placed the limpet on a rock,
He dressed the primrose in its frock
upside down with its leg showing
And closed the chestnut in its purse:
Creating one more precedent,
With no less forethought, no less care
He gave you feathers and the air
To migrate to his best intent.
To useful angles well aligned,
At proper heights compelled to tilt,
Across kind landscapes yearly spilt -
Birds, you are always on his mind.
Quick emblems of his long estate,
It's good to have you overhead
Who understand when all is said,
When all is done, and it is late.
May my sermon, like your customs,
Reach suddenly beyond dispute -
Oh, birds entire and absolute,
Last birds above our broken homes.

 

 

Cloudberries

You give me cloudberry jam from Lapland,
Bog amber, snow-line titbits, scrumptious
Cloudberries sweetened slowly by the cold,
And costly enough for cloudberry wars
(Diplomatic wars, my dear).
Imagine us
Among the harvesters, keeping our distance
In sphagnum fields on the longest day
When dawn and dusk like frustrated lovers
Can kiss, legend has it, once a year. Ah,
Kisses at our age, cloudberry kisses.

 

 
Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)
Cover

Lees meer...

26-07-17

Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar, George Bernard Shaw, Hanya Yanagihara

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit:Vaslav

“En ik heb mevrouw nog zo gewaarschuwd. Maanden geleden al, begin oktober, meteen toen ik het aan zag komen. Kan best zijn dat ik toen te voorzichtig ben geweest, niet hard genoeg, gewoon omdat ik niet goed durfde. Het was ook een ijzingwekkende boodschap, verschrikkelijk! Haar zoiets te moeten zeggen over de man op wie ze haar hele ziel heeft ingezet, voor wie ze haar lijf heeft afgebeuld tot haar spieren ervan scheurden en het bloed in haar schoenen stond. Het ijzer in die wil! Ze heeft voor hem gestreden als een straatmeid en hem veroverd als een strateeg.
En nou dit.
Hoe kun je iemand die liefheeft voor zoiets de ogen openen?
Natuurlijk, het hoort niet dat een man als ik over zoiets begint, maar iemand moest het toch zeker doen? Ik heb het zo rustig mogelijk gebracht. Zakelijk bijna, zoals ik meld dat het bad klaarstaat of dat er aanmaakhout moet komen. Het laatste wat ik wilde was haar aan het schrikken maken, maar mij doet het evengoed pijn het te moeten aanzien. Ons allemaal hier in huis, maar mij misschien nog net iets meer. Ik, die dag in dag uit zoveel uren met hem optrek, had ik het dan zomaar stilletjes moeten laten gebeuren, terwijl ik zie wat er gaat komen? Ik weet als geen ander wat ons vandaag te wachten staat. Ik verzin het niet, ik heb het allemaal al eens eerder zien gebeuren, vroeger in Sils Maria. Niet nog een keer, dacht ik, niet nog een keer!
Ik heb het haar gezegd, maar ze wilde het niet horen. Wat had ik dan moeten doen, zwijgen? Ik herkende het gevaar. Ik zag het toch in zijn ogen. Het was mijn plicht daarop te wijzen. Dat is me niet in dank afgenomen. Marie en Lise vielen me nog bij, maar er was er maar één de kwaaie pier, dat voelde je. Die kilte. En later heeft ze dat gezegd ook, dat ik mijn plaats moest weten en dat als ik die niet kende, zij mij weg zou sturen. En desondanks ben ik er nog een keer op teruggekomen – ik moest toch wel!
Nog geen maand later, zodra het vrede was, begon ze brieven te schrijven. Twee, drie keer op een dag stuurde ze me naar de post. Geadresseerd aan theaters in Parijs, Londen en Monte Carlo, aan impresario’s en intendanten. Ook zag ik de namen van al die mensen over wie ze het altijd heeft, allemaal kunstenaars, sommigen zo beroemd dat wíj er in dit dal zelfs van gehoord hebben, zogenaamde oude vrienden, al heb ik ze hier nog nooit een voet zien zetten, op wie ze al haar hoop heeft gezet.”

 

 
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)
Maarten Heijmans (Vaslav) en Noortje Herlaar (Romola) in de toneelbewerking, Amsterdam, 2014

Lees meer...

25-07-17

Lieke Marsman, Sytze van der Zee, Elias Canetti, Max Dauthendey, Jovica Tasevski –, Eternijan, Annette Pehnt, Ottokar Kernstock, Albert Knapp, Louise Boege

 

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

Uit:Het tegenovergestelde van een mens

„Als kind hield ik ervan om te fantaseren dat ik een komkommer was. ’s Avonds lag ik met mijn armen langs mijn lichaam onder mijn dinosaurussendekbed, soms kaarsrecht, soms met mijn benen licht kromgetrokken, en probeerde voor heel even de gestalte van mijn lievelingsgroente aan te nemen. Ben een komkommer, ben een komkommer, ben een komkommer, fluisterde ik tegen mijn achtjarige zelf, totdat ik bedacht dat komkommers niet kunnen fluisteren. Vervolgens zei ik mijn mantra op in mijn hoofd, totdat me te binnen schoot dat komkommers ook niet in zichzelf kunnen praten. Maar doorgaans was ik tegen die tijd al in een zoete, diepe slaap gevallen. Nota bene: dit was in de tijd dat mindfulness nog niet bestond en ook meditatie nog iets zo exotisch was dat de meeste mensen er alleen maar van in paniek raakten.
Ik woonde met mijn ouders en mijn broer Carl in een Vinexwijk aan de rand van een middelgrote provinciestad. De huizen in onze straat waren gemaakt van witte bakstenen met lichtgrijs cement ertussen. De meeste bewoners hadden hun kozijnen blauw, rood of geel geverfd: primaire kleuren die fel afstaken bij het wit van de stenen. Er woonden veel kinderen in de wijk en daarom mochten de auto’s niet harder dan 30 kilometer per uur. Als logge beesten bewogen de gezinswagens zich voort naar school en werk, grazende bizons op een steppe van rechte stoepranden en basketbalpleintjes. Alleen ’s avonds laat hoorde je wel eens een auto snel optrekken. Zo nu en dan zelfs een scooter.
Van hun vakantiegeld kochten de mensen uit de straat een nieuwe parasol of een nieuwe hogedrukspuit. Of een vakantie natuurlijk. De meeste buren gingen net als wij op vakantie in eigen land, naar een bungalowpark op de Veluwe of een camping aan de Noordzeekust, maar zo nu en dan reed er eind augustus een zongebruinde familie de straat in die met caravan en partytent drie weken lang op een Spaans grasveldje had gestaan. Zij zouden op de buurtbarbecue die ieder jaar in het eerste weekend van september gehouden werd hoge ogen gooien.”

 

 
Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)

Lees meer...

24-07-17

Robert Graves, Johan Andreas der Mouw, Banana Yoshimoto, Rosemarie Schuder, Katia Mann, Junichirō, Tanizaki, Frank Wedekind, Alexandre Dumas père, Betje Wolff

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook alle tags voor Robert Graves op dit blog.

Uit: I, Claudius

"This is a confidential history. But who, it may be asked, are my confidants?
My answer is: it is addressed to posterity. I do not mean my great-grandchildren, or my great-great- grandchildren: I mean an extremely remote posterity.
Yet my hope is that you, my eventual readers of a hundred generations ahead, or more, will feel yourselves directly spoken to, as if by a contemporary: as often Herodotus and Thucydides, long dead, seem to speak to me. And why do I specify so extremely remote a posterity as that? I shall explain.
I went to Cumae, in Campania, a little less than eighteen years ago, and visited the Sibyl in her cliff cavern on Mount Gaurus. There is always a Sibyl at Cumae, for when one dies her novice-attendant succeeds; but they are not all equally famous. Some of them are never granted a prophecy by Apollo in all the long years of their service. Others prophesy, indeed, but seem more inspired by Bacchus than by Apollo, the drunken nonsense they deliver; which has brought the oracle into discredit. Before the succession of Deiphobe, whom Augustus often consulted, and Amalthea, who is still alive and most famous, there had been a run of very poor Sibyls for nearly three hundred years. The cavern lies behind a pretty little Greek temple sacred to Apollo and Artemis--Cumae was an Aeolian Greek colony. There is an ancient gilt frieze above the portico ascribed to Daedalus, though this is patently absurd, for it is no older than five hundred years, if as old as that, and Daedalus lived at least eleven hundred years ago; it represents the story of Theseus and the Minotaur whom he killed in the Labyrinth of Crete. Before being permitted to visit the Sibyl I had to sacrifice a bullock and a ewe there, to Apollo and Artemis respectively. It was cold December weather.
The cavern was a terrifying place, hollowed out from the solid rock, the approach steep, tortuous, pitch-dark and full or bats. I went disguised, but the Sibyl knew me. It must have been my stammer that betrayed me. I stammered badly as a child and though, by following the advice of specialists in elocution, I gradually learned to control my speech on set public occasions, yet on private and unpremeditated ones, I am still, though less so than formerly, liable every now and then to trip nervously over my own tongue: which is what happened to me at Cumae.”

 

 
Robert Graves (24 juli 1895 - 7 december 1985)
Derek Jacobi als Claudius in de BBC-serie uit 1976

Lees meer...