Tennessee Williams, Gregory Corso, Hwang Sun-won, Martin McDonagh, Robert Frost, Patrick Süskind


De Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (eigenlijk Thomas Lanier Williams) werd geboren in Columbus, Mississippi, op 26 maart 1911. Zie ook alle tags voor Tennessee Williams op dit blog.

Uit: A Streetcar Named Desire

“STELLA : I don't want to hear any more!
STANLEY: She's not going back to teach school! In fact I am willing to bet you that she never had no idea of returning to Laurel! She didn't resign temporarily from the high school because of her nerves! No, siree, Bob! She didn't. They kicked her out of that high school before the spring term ended—and I hate to tell you the reason that step was taken! A seventeen-year-old boy—she'd gotten mixed up with!
BLANCHE: "It's a Barnum and Bailey world, Just as phony as it can be—"
[In the bathroom the water goes on loud; little breath-less cries and peals of laughter are heard as if a child were frolicking in the tub.]
STELLA : This is making me—sick!
STANLEY: The boy's dad learned about it and got in touch with the high school superintendent. Boy, oh, boy, I'd like to have been in that office when Dame Blanche was called on the carpet! I'd like to have seen her trying to squirm out of that one! But they had her on the hook good and proper that time and she knew that the jig was all up! They told her she better move on to some fresh territory. Yep, it was practickly a town ordinance passed against her! [The bathroom door is opened and Blanche thrusts her head out, holding a towel about her hair.]
BLANCHE: Stella!
STELLA [faintly]: Yes, Blanche?
BLANCHE: Give me another bath-towel to dry my hair with. I've just washed it.”


Tennessee Williams (26 maart 1911 – 25 februari 1983)
Scene uit de gelijknamige tv-film uit 1984 met o.a.Treat Williams als Stanley Kowalski

Lees meer...

A. E. Housman, Bettina Galvagni, Hai Zi, Erica Jong, Artur Landsberger


De Engelse dichter Alfred Edward Housman werd geboren op 26 maart 1859 in Fockbury, Worcestershire. Zie ook alle tags voor A. E. Housman op dit blog.


To An Athlete Dying Young

The time you won your town the race
We chaired you through the market-place;
Man and boy stood cheering by,
And home we brought you shoulder-high.

To-day, the road all runners come,
Shoulder-high we bring you home,
And set you at your threshold down,
Townsman of a stiller town.

Smart lad, to slip betimes away
From fields where glory does not stay
And early though the laurel grows
It withers quicker than the rose.

Eyes the shady night has shut
Cannot see the record cut,
And silence sounds no worse than cheers
After earth has stopped the ears:

Now you will not swell the rout
Of lads that wore their honours out,
Runners whom renown outran
And the name died before the man.

So set, before its echoes fade,
The fleet foot on the sill of shade,
And hold to the low lintel up
The still-defended challenge-cup.

And round that early-laurelled head
Will flock to gaze the strengthless dead,
And find unwithered on its curls
The garland briefer than a girl's.



Here Dead We Lie

Here dead we lie
Because we did not choose
To live and shame the land
From which we sprung.

Life, to be sure,
Is nothing much to lose,
But young men think it is,
And we were young.


A. E. Housman (26 maart 1859 – 30 april 1936)
Standbeeld in Bromsgrove

Lees meer...

Am vierten Sonntage in der Fasten (Annette von Droste-Hülshoff)


Bij de vierde zondag van de vasten


De droom van St. Jozef door Anton Raphael Mengs, ca. 1773/1774



Am vierten Sonntage in der Fasten

Gegrüßt in deinem Scheine,
Du Abendsonne reine,
Du alter Lilienzweig,
Der du noch hast getragen
In deinen grauen Tagen
So mildes Blütenreich!

Je mehr es sich entfaltet,
Zum Ehrenkranz gestaltet,
Der deine Stirn umlaubt:
Je mehr hast du geneiget,
In Ehrfurcht ganz gebeuget
Dein gnadenschweres Haupt.

Wie ist zu meinem Frommen
Dein freundlich Fest gekommen
In diese ernste Zeit!
Ich war fast wie begraben;
Da kömmst du mich zu laben
Mit seltner Freudigkeit.

Zu dir will ich mich flüchten,
Mein scheues Leben richten,
O Joseph, milder Hauch!
Du hast gekannt die Fehle
In deiner starken Seele,
Und die Vergebung auch!

Was hast du nicht geduldet,
Da im Geheim verschuldet
Maria dir erschien?
Und konntest ihr nicht trauen,
Worauf die Himmel bauen,
Und hast ihr doch verziehn!

Und da du mußtest scheiden
Mit deinen lieben Beiden,
Wie groß war deine Not!
Die Wüste schien dir lange;
Doch war vom Untergange
Dein liebes Kind bedroht.

Und da Er glanzumkrönet,
Wie bist du nicht gehöhnet
Um seine Gotteskraft!
Wie mag, den Groll zu laben,
Dich nicht gelästert haben
Die arge Priesterschaft!

Und gar, wenn gottdurchdrungen
Dich grüßten fromme Zungen
Und priesen laut und weit:
Wie hast du nicht in Zagen
An deine Brust geschlagen
In deiner Sündlichkeit!

So hast du viel getragen,
Unendlich viele Plagen,
Mit freundlicher Geduld,
Und ist in all den Jahren
Manch Seufzer dir entfahren
Und manche kleine Schuld.

Du frommer Held im Glauben,
Den schrecklich dir zu rauben
Sich alle Welt verband,
Hast können nicht erhalten
Ein unbeflecktes Walten
An deines Jesu Hand.

Was soll ich denn nicht hoffen,
Da noch der Himmel offen,
Und meine Seele still?
Will sich die Gnade nahen:
Ich kann sie wohl empfahen,
So Gott mir helfen will.

Zerrissen in den Gründen
Bin ich um meine Sünden,
Und meine Reu' ist groß!
O hätt' ich nur Vertrauen,
Die Hütte mein zu bauen
In meines Jesu Schoß!


Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Friedhofskapelle Mariä Himmelfahrt in Meersburg, linker zijaltaar. Annette von Droste-Hülshoff werd in Meersburg begraven.


Pol Hoste, Menno Van der Beek, Flannery O'Connor, Jaime Sabines, Peter Van Straaten, Toni Cade Bambara, Antonio Fogazzaro


De Vlaamse schrijver Pol Hoste werd geboren in Lokeren op 25 maart 1947. Zie ook alle tags voor Pol Hoste op dit blog.

Uit: Tel

“- Hoe gaat het met je?
Je weet dat ik daar niet graag op antwoord, ik heb je al uitgelegd waarom.
- Is het zo erg dat ik gewoon eens vraag hoe het met je gaat, mag dat ook al niet meer?
- Het is helemaal niet erg, alleen hadden we afgesproken dat je het me niet meer zou vragen. Dat is alles. Als je me dus vraagt hoe het met me gaat herinner ik je alleen maar aan onze afspraak. Niet meer of niet minder. Dat hoef je dus helemaal niet erg te vinden.
- Dat weet ik, maar wind je niet meteen zo op, want dat is echt geen normale reactie meer, sta me toe dat ik dat zeg. Ik vraag gewoon even hoe het met je gaat en in plaats van te zeggen, zo of zo, maak je een drama alsof ik je geen ogenblik met rust laat. En het is al zo lang geleden dat we nog eens met elkaar gepraat hebben.
- Ik maak helemaal geen drama, ik herinner je alleen maar aan onze afspraak dat je me niet meer zou vragen hoe ik het maak. Want daarover gaat het en over niets anders.
- Is dat dan zo'n verschrikkelijke vraag? Straks ga ik nog denken dat ik helemaal abnormaal ben omdat ik gewoon even zeg: ‘Dag, hoe maak je het?’ Ik word er ziek van als ik daaraan denk. Ik begrijp helemaal niet waarom je me niet gewoon zegt, het gaat me goed of slecht of maar zo zo. Je mag het me gerust zeggen als het je slecht gaat. Misschien zit je in geldnood, sta je op het punt van ziek te worden, hoe kan ik dat weten, ik maak me alleen soms zorgen, dat is alles, dat kan toch, of mag ik dat ook niet meer? Ik kan je toch niet opbellen en dan doen alsof het helemaal niet om jou gaat? Alsof je er niet bent. Dat zou me een toestand worden. Ik ben niet gek.
- Ik ook niet.
- Kijk, als jij nu gewoon op mijn vraag had geantwoord: het gaat me zo of zo, ik verwacht daar helemaal geen uitgebreid antwoord op, denk dat maar niet, je hoeft me zeker niet alles te vertellen, helemaal niet, nee, alleen even gewoon hoe het met je gaat. Zo of zo, het zal me een zorg zijn, je beslist toch zelf wat je daarop antwoordt, ik zeg toch niet wat je me moet zeggen, integendeel, je hoeft me niet te sparen, ik bedoel, als je daar nu gewoon even kort op had geantwoord, dan hadden we er al lang over gezwegen in plaats van alweer zo tegen elkaar tekeer te gaan. Dat vind ik echt niet prettig."


Pol Hoste (Lokeren, 25 maart 1947)

Lees meer...

Jacques Bens, Jacques Audiberti, Filip De Pillecyn, Erica Pedretti, Evliya Çelebi, Anne Fanshawe, Daniel Schiebeler, Mary Webb


De Franse dichter en schrijver Jacques Bens werd geboren op 25 maart 1931 in Cadolive (Bouches-du-Rhône). Zie ook alle tags voor Jacques Bens op dit blog.



So I’ll once more find my old horizons,
cherished scent of winds and habitations.
Fear not if it seems I’m quitting the place.

I leave Paris just to love it better.

One tends to hurry a banal embrace.
But what’s this pride worth that’s past all seasons?   
Try to unite the heart with its reasons. 
The city, while smiling, leaves a rough trace.

I leave Paris just to love you better.

To love you better, I couldn’t picture—
Now I see the present whisks us away.   
To see you, I have to step back a bit.
I lock up my regrets, as will be fit,
Slipping my key under your entryway.




I’ll no longer haunt this lost location
Where my friends, gently, find some fixation,
Fixation I crave, though I play the stud,

For I love the smell of books most of all.

If I’ve swapped my pen for a plow and mud
(That is, lyric and inoculation),
If I’ve, I say, chosen field plantation,
I’ve not renounced my écriveron blood:

Still, I love the smell of books above all.

To regain that world that had me in thrall,
To meet, each day, my cousin the proofer!
To sniff the cold perfume of leather scrawl!
To relive, at last, the life I recall,
And egads! return like a proud victor!


Vertaald door Rachel Galvin


Jacques Bens (25 maart 1931 – 26 juli 2001)
Cadolive (Bouches-du-Rhône)

Lees meer...

Paul Meeuws


De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Van Paul Meeuws verschenen gedichten in Dietsche Warande & Belfort, De Vlaamse Gids, Tirade, de Poëziekrant, Het Moment en Meander. Eerder publiceerde hij twee bundels met korte verhalen, “Badhuis in de sneeuw” (1988) en “Jonge modinettes”(1994), beide bij Uitgeverij van Oorschot. Daarnaast publiceerde hij essays over beeldende kunst, zoals “De aarde is plat “over perspectief en een schoolboek over kunst en cultuur. Meeuws was jarenlang werkzaam in het voortgezet onderwijs, als docent beeldende vorming en Nederlands.


Andere Tijden

We zien uw kinderjaren in zwart-wit.
Oud daglicht knippert als een uitgewreven oog.
Het heeft te lang geslapen
en haast zich door de straten van weleer.

Je kunt dat haasten zien.
Het licht slaat stappen over.
Het is niet eerlijk wat het met de mensen doet.

U neemt mij kwalijk dat ik erom lach,
dat koddige geren,
hoeden die alsmaar op en afgaan,
die knieval en dat rollen met de ogen
van meisjes met een slecht gebit.

U wilt de televisie uit.
Verleden hoort niet te bewegen.
Het hoort door de verhalen
als een kind in slaap gewiegd.

Natuurlijk doet het maar alsof.
Wij worden heimelijk bespied en leren
het al vroeg dat waarheid niet bestaat.

Of wel bestaat, maar zich
alleen maar openbaart in preken
en andere staaltjes godsgeloof.

U doet het sissen van zo’n oude gaslamp na.
Het withete bollen van het nieuwe kousje
is maar een kleine stap verwijderd
van de glazen peer die ons nu in een lichtkring zet.

Kijk, onze jongensgezichten nog,
verrukt van zoveel technische vooruitgang,
weerspiegeld door het raam!




Zonnige zaterdag, twaalf uur.
Het wiel draait aan de orgelman,
de zon draait om de straat.

Een houten herderin leert mij een wals,
de pirouette van een boor.

De klank vliedt van het middelpunt,
flegmatisch mechaniek,
dat over ziel en zaligheid
de wildste geruchten uitbraakt
door zijn pijpen.


Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947)


11:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paul meeuws, romenu |  Facebook |


Peter Bichsel, Martin Walser, Dario Fo, Lawrence Ferlinghetti, Jacob van Lennep, Jeroen Mettes, Harry Prenen, Willem van Iependaal, Top Naeff


De Zwitserse schrijver Peter Bichsel werd geboren op 24 maart 1935 in Luzern. Zie ook alle tags voor Peter Bichsel op dit blog.

Uit: San Salvador

„Er hatte sich eine Füllfeder gekauft.
Nachdem er mehrmals seine Unterschrift, dann seine Initialen, seine Adresse, einige Wellenlinien, dann die Adresse seiner Eltern auf ein Blatt gezeichnet hatte, nahm er einen neuen Bogen, faltete ihn sorgfältig und schrieb: „Mir ist es hier zu kalt“, dann, „ich gehe nach Südamerika“, dann hielt er inne, schraubte die Kappe auf die Feder, betrachtete den Bogen und sah, wie die Tinte eintrocknete und dunkel wurde [in der Papeterie garantierte man, daß sie schwarz werde], dann nahm er seine Feder erneut zur Hand und setzte noch seinen Namen Paul darunter.
Dann saß er da.
Später räumte er die Zeitungen vom Tisch, überflog dabei die Kinoinserate, dachte an irgend etwas, schob den Aschenbecher beiseite, zerriß den Zettel mit den Wellenlinien, entleerte seine Feder und füllte sie wieder. Für die Kinovorstellung war es jetzt zu spät.
Die Probe des Kirchenchores dauerte bis neun Uhr, um halb zehn würde Hildegard zurück sein. Er wartete auf Hildegard. Zu all dem Musik aus dem Radio. Jetzt drehte er das Radio ab.
Auf dem Tisch, mitten auf dem Tisch, lag nun der gefaltete Bogen, darauf stand in blauschwarzer Schrift sein Name Paul.
„Mir ist es hier zu kalt“, stand auch darauf.
Nun würde also Hildegard heimkommen, um halb zehn. Es war jetzt neun Uhr. Sie läse seine Mitteilung, erschräke dabei, glaubte wohl das mit Südamerika nicht, würde dennoch die Hemden im Kasten zählen, etwas müßte ja geschehen sein.
Sie würde in den „Löwen“ telefonieren.
Der „Löwen“ ist mittwochs geschlossen.“


Peter Bichsel (Luzern, 24 maart 1935)

Lees meer...

Joy Ladin


De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.


In the Name of the Father
for my son on his 18th birthday

The son enters his father’s name
like a man entering a cabin
abandoned for years.

Hinges squeak, a spider spins
a sticky shimmer
across the single window.

The man sits, sleeps,
stamps on the floor and shakes the walls, frightens birds,
leaves the bed unmade. Locks the door behind him.

The father changes. The name remains
in the deep woods of becoming.
From time to time, the son returns

to stretch out on the bed
and watch the spider, busy above,
spinning rage into love.



A Little Bit of Ocean

Children squat on a float in the middle of the water.
The half-grown deer disappears

into a stand of juniper and bullrush. We know shells
were once alive, but it's hard to imagine

what stones once lived. Hard to be a creature of earth
in a world covered with water. I'm not worried

about being happy. I wanted to feel:
Mission accomplished.

I wanted to recognize the shadow I cast,
to cast more light than shadow. My daughter and I

reach the buoys that hold the rope afloat. Beneath us,
darkness, pushing up.


Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joy ladin, romenu |  Facebook |


Cri Stellweg, Yōko Tawada, Gary Whitehead, Mitch Cullin, Steven Saylor, Roger Martin du Gard, Madison Cawein, Nils-Aslak Valkeapää, Federica de Cesco


De Nederlandse schrijfster en columniste Margaretha Hendrika (Cri) Stellweg (alias Saartje Burgerhart) werd geboren in Nijmegen op 23 maart 1922. Zie ook alle tags voor Cri Stellweg op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2006.

Uit: Geef mij maar een klaproosje…

“Ik gaf me er juist rekenschap van, dat geen Provençaalse cigale mijn schoorsteenmantel zou sieren deze winter, toen m'n hoofd onzacht in aanraking kwam met de voorruit. „Zeg, ben je nou helemaal ...," begon ik, mijn gekwetste hoofd betastend. „Stil," fluisterde mijn man dringend, „kijk es! Kijk toch es!!" „Waar?" vroeg ik, nog scheel van de klap. „Daar." Ik keek en ja, ik zag het .... Allemaal beesten op de weg. Hopen beesten! Hele horden! Hebberig scharrelde hij de auto al uit. lk volgde, een opkomende buil betastend. Toen ik op de weg stond, kon ik de zaak pas goed overzien: het krioelde er van vreemde, grote insecten, een soort sprinkhanen en toch géén sprinkhanen. Wel 7 tot 10 cm lang en in verschillende tinten gekleurd. Met acht reusachtige gebogen poten, lange voelsprieten en puntige venijnige koppen. Ze zaten in de planten aan weerszijden van de weg, ze kropen over het asfalt en enkele ondernemenden begonnen de auto al te beklimmen. „Aaaach," zei ik verbijsterd, „wat een boel! En wat zijn 't?! Wil je er een vangen? Ik vind het wel erge griezels, vies ook ... !"
„'k Weet niet wat het zijn,” zei hij, „geef me gauw een doosje." Voorzichtig over de beesten heenstappend, liep ik naar de auto terug. Toen ik er achter om heen kwam, zag ik iets, waarvan de haren me overeind gingen staan. Wij hadden met onze wielen verscheidene exemplaren ver-morzeld of geraakt, de overlevenden kropen nu belust op deze lijken en invaliden rond, knaagden eraan en vraten ze op ... ! Het malen en knarsen van hun kaken was duidelijk hoorbaar in de zware, hete stilte van de verlaten weg. Met wijd opengesperde ogen en de rillingen over m'n kruin stond ik er doodstil naar te kijken, tot ik iets scherps op m'n voeten voelde. lk keek: er kroop er een over mijn blote tenen in de open schoen .... Ik gaf een gil en rende naar de auto. „Erin!" dacht ik, „weg van dit gespuis!" „Wat is er?" riep de jager uit het kreupelhout waar zich blijkbaar de mooiste exemplaren ophielden. „En waar blijft die doos?" „Kom jij je doos zelf maar halen," riep ik opgewonden, „ik zet . geen stap meer hier. Die beesten vreten elkaar op en ze willen aan mijn tenen beginnen." „Doe niet zo overspannen!", riep hij boos, „kom op met dat doosje!" „Geen sprake van. Ik ben voor m'n plezier uit. Straks klimmen ze nog in m'n boothals," gaf ik, even boos, terug. Getergd kwam hij aangestapt, dwars door en over de regimenten rondscharrelende beesten.”


Cri Stellweg (23 maart 1922 - 26 november 2006)
Hier met Adriaan van Dis in 2003 

Lees meer...

Jonathan Ames


De Amerikaanse schrijver en acteur Jonathan Ames werd geboren op 23 maart 1964 in New York Ames groeide op in Oakland, New Jersey en bezocht Indian Hills High School in Bergen County, New Jersey. Hij studeerde in 1987 af aan de Universiteit van Princeton en heeft een Master of Fine Arts-graad in fictie van de Columbia University. Op onregelmatige basis werkt hij zowel voor Columbia, The New School, en de Iowa Writers 'Workshop. Tot Ames's romans behoren “I Pass Like Night” (1989), “The Extra Man” (1998) en “Wake Up Sir!’ (2004), door The New York Times omschreven als "laugh-out loud funny". In september 2008 publiceerde Ames “The Alcoholic”, zijn eerste uitstapje naar de grafische literatuur; een fragment is opgenomen in “The Best American Comics 2010”. In 2009 publiceerde hij een nieuwe collectie essays en fictie, getiteld “The Double Life Is Twice as Good”. De columns uit deNew York Press werden verzameld in vier non-fictieboeken, “What's not to Love ?: The Adventures of a Mildly Perverted Young Writer” (2000), “My Less Than Secret Life” (2002), “I Love You More than You Know” (2006) en “The Double Life Is Twice As Good: Essays and Fiction” (2009). Ames was ook verantwoordelijk voor de “Most Phallic Building contest” die volgde op een artikel dat hij schreef voor Slate magazine waarin hij beweerde dat het Williamsburg Bank Building in Brooklyn, New York het meest fallische gebouw was dat hij ooit had gezien. Ames werd ook bekend als verteller na zijn 1999 single-man stage show, "Oedipussy," en is blijven samenwerken met de verhalen vertellende organisatie “The Moth” uit New York. Hij is ook meerdere keren bij de Late Show van David Letterman geweest en speelde de hoofdrol in de 2001 IFC-film “The Girl Under the Waves”, een experiment op het gebied van improviserend acteren. Ames speelde ook in “The Great Buck Howard” met John Malkovich en geregisseerd door Sean McGinly, die in 2008 bij Sundance debuteerde. Verder creëerde Ames de HBO-serie “Bored to Death” met Jason Schwartzman als een ploeterende Brooklyn-romanschrijver genaamd Jonathan Ames, die bijklust als onbevoegde private detective. De verfilming van Ames's roman “The Extra Man” werd in 2010 uitgebracht. Meer recent heeft Ames samengewerkt met Patrick Stewart en Seth MacFarlane voor de sitcom “Blunt Talk” (2015).

Uit: The Double Life Is Twice as Good

“The trouble happened because I was bored. At the time, I was twenty-eight days sober. I was spending my nights playing Internet backgammon. I should have been going to AA meetings, but I wasn't.
I had been going to AA meetings for twenty years, ever since college. I like AA meetings. My problem is that I'm a periodic alcoholic, even with going to AA. Every few years, I try drinking again. Or, rather, drinking tries me. It tries me on for size and finds out I don't fit and throws me to the ground. And so I go crawling back to AA. Or at least I should. This last go-round, I was skipping meetings and just staying home and, like I said, playing Internet backgammon.
I was also reading a lot of crime fiction and private detective fiction, writers like Hammett, Goodis, Chandler, Thompson. The usual suspects, as it were. Since my own life was so dull, I needed the charge that came from their books — the danger, the violence, the despair.
So that's all I was doing — reading and playing backgammon. I can afford such a lifestyle because I'm a writer. I'm not a hugely successful writer, but I'm my own boss. I've written six books — three novels and three essay collections — and at the time of the trouble I had roughly six thousand dollars in the bank, which is a lot for me. I also had a few checks for movie work coming in down the road.
By my economic standards it was a flush time. I had even paid my taxes early, at the end of March — it was now mid-April — and I was just trying to stay sober and keep a low profile in my own little life. I wasn't doing any writing, because, well, I didn't have anything to say.
Overall, I was being pretty reclusive. I only talked to a few people, primarily my parents, who are retired and live in Florida and who call me every day. They're a bit needy, my senior citizen parents, but I don't mind, life is short, so if I can give them a little solace with a daily call, what the hell. My father is eighty-two and my mother is seventy-five. I have to love them now as best I can. And the only other two people I really spoke to were the two close friends I have, one who lives here in New York and the other who's in Los Angeles. I have a lot of acquaintances, but I've never had a lot of friends.
One night a week, I did leave the apartment to go see this girl. It was nice. I guess you could say that she was a friend, too, but I've never really thought of the women in my life as friends, which must be a flaw. Her name was Marie and we would have dinner, maybe go to a movie, and then we'd get into bed at her place, never my place, and the sex with her was good. But it wasn't anything serious. She was twenty-six and I'm forty-two, and I retired from being serious with women a few years ago. Somebody always got hurt, usually the girl, and I couldn't take it anymore.”


Jonathan Ames (New York, 23 maart 1964)

17:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jonathan ames, romenu |  Facebook |


Billy Collins, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Léon Deubel, Karel Poláček, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Albrecht Goes, Gabrielle Roy


De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.


On Turning Ten

The whole idea of it makes me feel
like I'm coming down with something,
something worse than any stomach ache
or the headaches I get from reading in bad light-
a kind of measles of the spirit,
a mumps of the psyche,
a disfiguring chicken pox of the soul.

You tell me it is too early to be looking back,
but that is because you have forgotten
the perfect simplicity of being one
and the beautiful complexity introduced by two.
But I can lie on my bed and remember every digit.
At four I was an Arabian wizard.
I could make myself invisible
by drinking a glass of milk a certain way.
Atseven I was a soldier, at nine a prince.

But now I am mostly at the window
watching the late afternoon light.
Back then it never fell so solemnly
against the side of my tree house,
and my bicycle never leaned against the garage
as it does today,
all the dark blue speed drained out of it.

This is the beginning of sadness, I say to myself,
as I walk through the universe in my sneakers.
It is time to say good-bye to my imaginary friends,
time to turn the first big number.
It seems only yesterday I used to believe
there was nothing under my skin but light.
If you cut me I would shine.
But now if I fall upon the sidewalks of life,
I skin my knees. I bleed.



Some Days

Some days I put the people in their places at the table,
bend their legs at the knees,
if they come with that feature,
and fix them into the tiny wooden chairs.

All afternoon they face one another,
the man in the brown suit,
the woman in the blue dress,
perfectly motionless, perfectly behaved.

But other days, I am the one
who is lifted up by the ribs,
then lowered into the dining room of a dollhouse
to sit with the others at the long table.

Very funny,
but how would you like it
if you never knew from one day to the next
if you were going to spend it

striding around like a vivid god,
your shoulders in the clouds,
or sitting down there amidst the wallpaper,
staring straight ahead with your little plastic face?


Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

Lees meer...

Ilse Kleberger


De Duitse dichteres en schrijfster Ilse Kleberger werd als Ilse Krahn geboren op 22 maart 1921 in Potsdam. Kleberger bezocht scholen in Burgstädt (Saksen), Potsdam, Berlin-Schlachtensee, Berlijn-Friedenau en Schneidemühl. In Schneidemühl deed zij eindexamen gymnasium. Zij wilde graag ​​journaliste worden, maar in plaats daarvan studeerde zij medicijnen in Berlijn, Greifswald en Tübingen en werd daarom vrijgesteld van de Reichsarbeitsdienst. Door de chaos van de oorlog verhuisde zij van Potsdam naar Berlijn-Nikolassee en Wannsee. In 1946 voltooide Kleberger haar studie geneeskunde met het staatsexamen en werkte vervolgens in het chirurgische ziekenhuis Berlin-Nikolassee en later in Wannsee. In 1949 trouwde ze met de oogarts en latere hoogleraar oogheelkunde Eberhard Kleberger. In 1950 behaalde zij haar doctoraat in de medicijnen en in datzelfde jaar werd haar dochter Andrea geboren. Zij opende een huisartsenpraktijk aan de rand van Berlijn en leefde in deze stad tot aan haar dood. Haar eerste gedichten verschenen in 1948 in de Wedding-Verlag in de bloemlezing „Junges Berlin“. Vanaf de jaren 1950 schreef Kleberger poëzie, reisartikelen en tot slot kinderboeken, waarvan de eerste exemplaren nog voor haar dochter en twee neven bestemd waren. Vanaf 1980 schreef zij jeugdromans, waaronder een reeks biografieën over o.a. Käthe Kollwitz (Eine Gabe ist eine Aufgabe), Ernst Barlach (Der Wanderer im Wind), Bertha von Suttner (Die Vision vom Frieden) und Albert Schweitzer (Das Symbol und der Mensch). Haar boeken zijn vertaald in het Deens, Engels, Frans, Italiaans, Pools, Nederlands, Tsjechisch, Hebreeuws, Japans en Chinees. De totale oplage van haar Oma-Kinderbuchreihe bereikte meer dan 4 miljoen exemplaren.

Uit: Erzähl mir von Melong

„Melong und ihr Bruder Ha Yuen sind zwei von den 80000 „Wasserchinesen", die auf Booten an der Küste von Hongkong leben. Sie haben kein anderes Zuhause als eine Dschunke, ein chinesisches Segelboot, unter dessen rundem Deck nachts die ganze Familie schläft, dicht an dicht wie die Ölsardinen, denn der Raum ist klein und die Familie zahlreich: der Großvater, die Großmutter, der Vater, Melong, Ha Yuen, das Baby und HaYuens Hund. Eigentlich gehört noch die Mutter dazu, aber sie liegt schon seit einem Jahr im Krankenhaus.
Neben, hinter und vor der Dschunke sind andere Dschunken. Es ist ein ganzer Wald von Masten, der in den Himmel ragt. Eigentlich sind es Fischerboote, und einige fahren auch noch täglich zum Fischfang aus, aber viele werden nur als Wohnungen benutzt, so wie es Melongs Familie zum Beispiel tut. Das Boot gehört der Familie schon viele Generationen. Die Großmutter ist auf ihm geboren worden, die Mutter, Melong, Ha Yuen und das Baby. Sie leben gern hier, obwohl es recht eng ist, aber chinesische Familien rücken immer dicht zusammen. Melongs Vater ist kein Fischer. Er malt in einer Fabrik auf Seide Vögel und Blumen für Gewänder und Tischdecken. Früh morgens, bevor er zur Arbeit geht, ruft er Melong und Ha Yuen auf das Deck und sie machen „Schattenboxen". Alle drei tun so, als ob sie einen starken Gegner vor sich hätten, dem sie tüchtig Kinnhaken versetzen, obgleich sie in Wirklichkeit nur in die Luft boxen. Fast alle Chinesen machen morgens diesen Frühsport. Überall am Kai und auf den Decks sieht man Frauen und Männer, die herumhüpfen und in die Luft schlagen. Danach geht Vater in die Fabrik, und Melong und Ha Yuen gehen in die Schule. Die Großmutter, eine winzige Frau, mit einem Gesicht wie zerknittertes Seidenpapier, fegt das Bootsdeck.“

Ilse Kleberger (22 maart 1921 - 2 januari 2012)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ilse kleberger, romenu |  Facebook |

Theo Kars


De Nederlandse schrijver en vertaler Theo Kars werd geboren in Rotterdam op 22 maart 1940. Kars groeide op in Doorn in een gereformeerd gezin maar zette zich later af tegen zijn ouders en elke vorm van godsdienst. Hij getuigde van een non-conformistische en hedonistische levenshouding. Hij was een notoir casanova en bracht enige tijd van zijn leven door met twee vrouwen tegelijkertijd. Hij vertaalde bovendien Casanova's memoires. Samen met schrijver Boudewijn van Houten lichtte hij de PTT op voor een aanzienlijk geldbedrag. Hij werd daarvoor veroordeeld tot 27 maanden celstraf, waarvan hij er 24 uitzat. Zijn wedervaren daaromtrent verhaalt hij in zijn boeken “De Vervalsers” en “De Huichelaars”. In 1964 richtte hij het literair tijdschrift Tegenstroom op. In 1996 bracht Kars het boek “De Strijd tegen de Tijd” uit, waarin hij bericht over zijn ervaringen om ouderdomsverschijnselen tegen te gaan. Tijdens en na de ziekte van zijn toenmalige vriendin (schizofrenie) bestudeerde hij uitvoerig het onderwerp voedingssupplementen en levensverlengende therapieën en begon hij naar die inzichten te leven. In 2010 verscheen het eerste deel van de memoires van Theo Kars, getiteld: “Memoires van een slecht mens”. In 2013 verscheen het tweede deel. Het derde en laatste deel zou pas na zijn overlijden verschijnen, aangezien hij in dat deel een aantal onopgehelderde financiële misdaden opbiecht. Dit derde deel is echter onvoltooid gebleven.

Uit: De vervalsers

 “Sax werd de volgende morgen wakker doordat er aanhoudend werd gebeld. Hij pakte zijn horloge van tafel en controleerde hoe laat het was: half negen. Hij stapte uit bed. sloeg zijn kamerjas om. ging voor de deur staan zonder die te openen en riep: ‘Ja. wie is daar!' 'Politie' Zijn hart bonsde pijnlijk, terwijl hij de deur opendeed. Er stond een kale man voor hem in een donkerbruin pak. Het grijze haar bij de slapen stak af tegen zijn ongewoon rode gezicht en schedel. 'Woont meneer Ter Haar hier?' 'Nee.' antwoordde Sax met een stem die zacht was van nervositeit. Hij begreep weliswaar uit de vraag van de rechercheur dat hij niets te vrezen had. maar moest nog van de schrik bekomen. 'Weet u misschien waar hij woont?' vroeg de rechercheur. Sax vermoedde dat het om een niet betaalde bekeuring ging. Hij schraapte zijn keel en antwoordde: 'Ik geloof dat hij op het ogenblik bij zijn ouden woont: anders is hij in Oldeloo... Zijn ouders wonen in Amsterdam.' '0 Oldeloo; zei de rechercheur. 'Dank u wel.' Sax sloot de deur, haalde diep adem, wreef nadenkend met een hand over zijn stoppelige kin en ging weer in bed liggen. Hij kon echter de slaap niet vatten. omdat hij de schrik nog in zijn lichaam voelde en ontevreden was over de wijze waarop hij de rechercheur te woord had gestaan. Hij had de man moeten laten merken dat het onbeleefd was hem in de vroege morgen te storen om hem een dienst te vragen. In plaats daarvan had hij behulpzaam Ter Haars adres gegeven—de schrik had hem loslippig gemaakt. Hij dommelde weg in een halfslaap, waaruit hij af en toe werd opgeschrikt door het geluid van mensen die lawaaierig door het trappenhuis liepen. Om negen uur werd er bevelend op zijn binnendeur gebonsd. Ja!' riep hij vanuit zijn bed, zo onvriendelijk mogelijk. 'Ik lig nog in bed. Wat is er?' riep hij wrevelig. Hij dacht er niet aan nogmaals inlichtingen te geven. 'Opendoen! Politie!' Er werd aan de deur gerukt. Sax werd driftig. Wat een hufters! 'Een ogenblik! Ik moet even iets aantrekken,’ snauwde hij terwijl hij uit bed stapte. Hij greep zijn kamerjas en opende de deur. Drie rechercheurs liepen langs hem heen naar binnen zonder hem toestemming te vragen. Zij gingen om hem heen staan. Hij was sprakeloos van woede en verbazing. 'Hoe is uw naam?' vroeg een lange. benige rechercheur met een moe, grauw gezicht. vol wijde poriën.
'Kent u meneer Ter Haar?'
'Ja. Een half uur geleden is er ook al iemand geweest om dat te vragen. Wat zijn dit voor manieren?' 'Dan zou ik u willen verzoeken even met ons mee naar het bureau te gaan om een paar vragen te beantwoorden.' 'Kan dat hier niet?' vroeg Sax geprikkeld. Hij begreep nu dat men Ter Haar zocht voor iets belangrijkers dan een niet betaalde bekeuring. waarschijnlijk wegens omgang met een minderjarig meisje. Ter Haar had een voorkeur voor heel jonge meisjes omdat hij deze makkelijk kon imponeren, en was daardoor al een paar maal in moeilijkheden gekomen."


Theo Kars (22 maart 1940 – 10 november 2015)

18:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

In Memoriam Colin Dexter


In Memoriam Colin Dexter

De Britse schrijver Colin Dexter is gisteren op 86-jarige leeftijd in Oxford overleden. Colin Dexter, vooral bekend van "Inspector Morse", werd geboren op 29 september 1935 in Stamford, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Colin Dexter op dit blog.

Uit: Death Is Now My Neighbor

“By one of those minor coincidences (so commonplace in Morse's life) it had been just as most of the personnel from the media were preparing to leave, at almost exactly 8:30pm, that Mr. Robert Turnbull, the Senior Cancer Consultant, had passed her desk, nodded a greeting, and walked slowly to the exit, his right hand resting on the shoulder of Mr. J. C. Storrs. The two men were talking quietly together for some while -- Dawn was certain of that. But certain of little else. The look on the consultants face, as far as she could recall, had been neither that of a judge who has just condemned a man to death, nor that of one just granting a prisoner his freedom.
No obvious grimness.
No obvious joy.
And indeed there was adequate cause for such uncertainty on Dawn's part, since the scene had been partially masked from her by the continued presence of several persons: a ponytailed reporter scribbling a furious shorthand as he interviewed a nurse; the TV crew packing away its camera and tripods; the Lord Mayor speaking some congratulatory words into a Radio Oxford microphone -- all of them standing between her and the top of the three blue-carpeted stairs which led down to the double-doored exit, outside which were affixed the vertical banks of well-polished brass plates, ten on each side, the fourth from the top on the left reading:
If only Dawn Charles could have recalled a little more.
If -- that little conjunction introducing those unfulfilled conditions in past time which, as Donet reminds us, demand the pluperfect subjunctive in both clauses -- a syntactical rule which Morse himself had mastered early on in an education which had been far more fortunate than that enjoyed by the receptionist at the Harvey Clinic.
Indeed, over the next two weeks, most people in Oxford were destined to be considerably more fortunate than Dawn Charles: She received no communication from the poetry lover of Pembroke; her mother was admitted to a psychiatric ward out at Littlemore; she was twice reminded by her bank manager of the increasing problems arising from the large margin of negative equity on her small flat; and finally, on Monday morning, January 29, she was to hear on Fox FM Radio that her favorite consultant, Mr. Robert H. Turnbull, MB, ChB, FRCS, had been fatally injured in a car accident on Cumnor Hill.”


Colin Dexter (29 september 1935 – 21 maart 2017)
John Thaw (Inspecteur Morse), Colin Dexter en Kevin Whately (Detective Sergeant Lewis)