19-02-17

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten 't Hart

 

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten 't Hart

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart heeft de J.M.A. Biesheuvelprijs gewonnen voor de beste bundel korte verhalen. Hij ontvangt de prijs voor ‘De moeder van Ikabod’. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden dat volledig door crowdfunding bij elkaar is gebracht. Dit jaar gaat het om 5105 euro en 70 cent. De prijs werd zondag voor de derde keer uitgereikt. In 2015 won Rob van Essen, in 2016 Marente de Moor. Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog en voor M. 't Hart evenals mijn blogs van 25 november 2010 en eerder.

Uit: De moeder van Ikabod

 ‘En stipt om één minuut over half drie reed onze bakker Stoof Schelvisvanger, psalmzingend de straat in. Hij was van onze kerk. Bij alle gereformeerden bezorgde hij aan huis brood en banket. In onze straat bediende hij nog één ander gereformeerd gezin. Bij ons belde hij het eerst aan en slofte dan neuriënd terug naar zijn kar en haalde daar een melkwit en een vloerbruin. Wij kregen dat aangereikt (‘zaterdag betalen’) en vervolgens reed hij door naar de familie Marchand. Daar leverde hij acht regeringswit af.’
(…)

‘Ik was daar nog net op tijd voor iets wat ik niet graag gemist zou hebben. Op het moment namelijk dat ik de deur opende, greep de transpirerende dominee met beide handen vlak achter haar schouders haar toga op twee plaatsen vast en trok hem toen met één vloeiende beweging over haar hoofd. Ze had het vaker gedaan, dat was duidelijk, want het ging zo snel, zo behendig, ik keek mijn ogen uit. (…) . En toen stond ze daar, die Ilonka de Priester, in een lichtblauw mouwloos hemdje en een zwart kokerrokje, waaronder lange gebruinde, van zweet vochtig glinsterende benen afdaalden naar sandaaltjes die voornamelijk uit dunne riempjes waren opgetrokken.’

 

 
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Thomas Brasch, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz, Herbert Rosendorfer

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit:What I Loved

« Yesterday, I found Violets letters to Bill. They were hidden between the pages of one of his books and came tumbling out and fell to the floor. I had known about the letters for years, but neither Bill nor Violet had ever told me what was in them. What they did tell me was that minutes after reading the fifth and last letter, Bill changed his mind about his marriage to Lucille, walked out the door of the building on Greene Street, and headed straight for Violet's apartment in the East Village. When I held the letters in my hands, I felt they had the uncanny weight of things enchanted bystories that are told and retold and then told again. My eyes are bad now, and it took me a long time to read them, but in the end I managed to make out every word. When I put the letters down, I knew that I would start writing this book today.
"While I was lying on the floor in the studio," she wrote in the fourth letter, "I watched you while you painted me. I looked at your arms and your shoulders and especially at your hands while you worked on the canvas. I wanted you to turn around and walk over to me and rub my skin the way you rubbed the painting. I wanted you to press hard on me with your thumb the way you pressed on the picture, and I thought that if you didn't, I would go crazy, but I didn't go crazy, and you never touched me then, not once. You didn't even shake my hand."
I first saw the painting Violet was writing about twenty-five years ago in a gallery on Prince Street in SoHo. I didn't know either Bill or Violet at the time. Most of the canvases in the group show were thin minimalist works that didn't interest me. Bill's painting hung alone on a wall. It was a large picture, about six feet high and eight feet long, that showed a young woman lying on the floor in an empty room. She was propped up on one elbow, and she seemed to be looking at something beyond the edge of the painting. Brilliant light streamed into the room from that side of the canvas and illuminated her face and chest."

 

 
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

Lees meer...

Carson McCullers, Alfredo Bryce Echenique, Kay Boyle, Yuri Olesha, André Breton, Paul Zech, Mark Prager Lindo, Heinrich L. Wagner

 

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia. Zie ook alle tags voor Carson McCullers op dit blog.

Uit: The Heart is a Lonely Hunter

“They shared the upstairs of a small house near the business section of the town. There were two rooms. On the oil stove inthe kitchen Antonapoulos cooked all of their meals. There were straight, plain kitchen chairs for Singer and an overstuffed sofa for Antonapoulos. The bedroom was furnished mainly with a large double bed covered with an eiderdown comforter for the big Greek and a narrow iron cot for Singer.
Dinner always took a long time, because Antonapoulos loved food and he was very slow. After they had eaten, the big Greek would lie back on his sofa and slowly lick over each one of his teeth with his tongue, either from a certain delicacy or because he did not wish to lose the savor of the meal — while Singer washed the dishes.
Sometimes in the evening the mutes would play chess. Singer had always greatly enjoyed this game, and years before he had tried to teach it to Antonapoulos. At first his friend could not be interested in the reasons for moving the various pieces about on the board. Then Singer began to keep a bottle of something good under the table to be taken out after each lesson. The Greek never got on to the erratic movements of the knights and the sweeping mobility of the queens, but he learned to make a few set, opening moves. He preferred the white pieces and would not play if the black men were given him. After the first moves Singer worked out the game by himself while his friend looked on drowsily. If Singer made brilliant attacks on his own men so that in the end the black king was killed, Antonapoulos was always very proud and pleased.”

 


Carson McCullers (19 februari 1917 - 29 september 1967)
Portret door Emanuel Romano, ca. 1949

Lees meer...

Michiel Stroink

 

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Hij studeerde journalistiek en literatuurwetenschappen in Utrecht. Stroink debuteerde in 2012 met de roman 'Of ik gek ben'. Het boek werd in 2016 verfilmt door Frank Lammers. In 2013 verscheen zijn tweede roman: 'Tilt'. Het boek werd genomineerd voor de Dioraphte literatuurprijs 2014 en won de publieksprijs. In 2015 schreef Stroink “Exit”, dat opnieuw erg positief werd ontvangen. “De notaris en het meisje” (2017) is zijn nieuwste roman

Uit: Tilt

“De wc-vloer van het Gran Casino is niet de beste plek om bij te komen. Mannelijke gokkers plassen haastig en ongericht. Ze willen snel weer tussen de neonlampen, het rumoer en de andere zenuwachtig zwetende mensen staan. De laatste druppels urine raken dan ook altijd verdeeld tussen de bril, de vloer en hun oudemannenslips. Het maakt de vloer kleverig en ranzig, maar je bewustzijn verliezen gebeurt meestal niet op een plek die je zelf uitkiest.
Max heeft de toiletpot nodig om overeind te komen. Met moeite gaat hij op de bril zitten en wurmt zijn rechterhand in zijn broekzak om de sleutel van zijn appartement te pakken. Met de sleutel zoekt hij in een klein wit envelopje naar wat laatste restjes coke. Snuifgeluiden zijn niet uitzonderlijk op deze wc’s. Hij maakt de sleutel schoon in zijn mond en voelt de drug in zijn tandvlees branden. Bij de wasbak vindt hij zijn whisky-cola en daarmee slikt hij drie paracetamols door.Wat een onzin dit; even doorzetten nog.
‘Waar bleef je?’vraagt Sven als Max terugkeert bij de pokertafel. ‘Ze wilden je stoel bijna aan een spleetoog geven.’ Sven is geen vriend, maar eerder een collega. Net als Max hoort hij bij het meubilair van de vier vaste pokertafels van het Gran Casino. Dit is de beste plek in Europa. De hoge blinds trekken spelers aan die snel rijk willen worden, en juist die spelers zijn interessant voor de professionals.
‘Ik kwam een oude vriend tegen,’ zegt Max. ‘En hou maar op met je gefakete interesse. Heb ik veel gemist?’
‘Niks. Hetis een Chinees feestje hier.’
Sinds een paar jaar lijkt er een Chinese invasie plaats te vinden in de Europese casino’s. Mahjong is uit, poker is in. Ze spelen voorspelbaar en zonder risico. Een tafel vol Chinezen is saaier dan een bejaardentehuis tijdens Lingo, maar hun aanwezigheid is handig als je de tafel wilt controleren. Ze brengen rust. Daar begint het spel eigenlijk al. Een goede pokerspeler bestudeert de tafels, kiest zijn veld en kiest zijn spelers. De enige variabele factor zijn de kaarten die hij krijgt, maar die doen er eigenlijk niet toe, dat weet zelfs de twaalfjarige internetspeler: poker speel je met mensen en niet met kaarten.
Dat is ook precies de reden dat een pokerprofessional altijd alles en iedereen moet kunnen zien. Alleen amateurs en eikels gaan vrijwillig naast de dealer zitten. Stoel drie en stoel zes hebben het beste uitzicht. En vanaf die plek is het vervolgens een kwestie van wachten. De professional speelt alleen maar de beste combinaties van kaarten, en die krijgt hij statistisch gezien een op de vijf keer.”

 

 
Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

12:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: michiel stroink, romenu |  Facebook |

18-02-17

Nick McDonell, Robbert Welagen, Bart FM Droog, Maarten Mourik, Huub Beurskens, Gaston Burssens, Toni Morrison, Elke Erb, Charlotte Van den Broeck

 

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: The Third Brother

“Mike tries to decode this and can't. Analect tells him again to stay out of trouble and that Bishop will take care of him. It seems to Mike that Bishop is pleased to have the help, but that there is more to it. When they are leaving the office, Analect tells Mike to wait for a moment, and when they are alone, he tells Mike that Dorr had been a friend of Mike's father, years ago. That they had all been good friends, actually, the three of them practically brothers, and that Mike's father would be glad for news of Dorr.
Mike looks out the window. He notices for the first time how really extraordinary the view from Analect's office is. Mike can see the whole city, enormous and smogged and throbbing. For a moment he can't believe the sound of it doesn't blow in the windows. But Analect's office sits quietly above it all, humming coolly. Mike is suddenly uneasy, with only the inch of glass between the two of them and the loud, empty space above the city. He looks back at Analect, who is frowning.
"Dorr and your father were sparring partners, when they boxed back in college," says Analect.
Mike looks back out over the city. He knew about the boxing, but his father had never mentioned Dorr. It all surprises him, but maybe it's just seeing his own features reflected in the glass, and the long drop to Hong Kong from fifty stories up.
When Mike was a small boy, his parents often entertained. In New York City in their world, they were famous for the dinners they gave in their big beach house at the end of Long Island, especially Thanksgiving. Mike remembered the candlelight and gluey cranberry sauce, which he would wipe off his hands into his hair. His older brother, Lyle, remembered the same things. There were servants, who disciplined Mike when his parents did not. One Filipino lady in particular boxed his ears. When he was older he remembered how it hurt but not her name. Their parents gave these dinners several years in a row. There were mostly the same guests, adults who would tousle Mike's fine but cranberried hair, and their children, a crew of beautiful, spoiled playmates whom Mike assumed he would know forever. He still saw some of them, at parties and dinners of their own on school breaks. At hearing that one or two of them had slid into addiction, Mike would remember chasing them through his mother's busy kitchen. His mother was never in the kitchen, of course, but it was definitely hers. Small paintings of vegetables and an antique mirror hung on its walls.”

 

 
Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

Lees meer...

Níkos Kazantzákis, Jean M. Auel, Mór Jókai, Hedwig Courths-Mahler, Alexander Kielland, Audre Lorde, Wallace Stegner, Leone Battista Alberti

 

De Griekse dichter en schrijver Níkos Kazantzákis werd geboren in Heraklion op 18 februari 1883. Zie ook alle tags voor Níkos Kazantzákis op dit blog.

Uit: The Odyssey (Vertaald door Kimon Friar)

O Sun, my quick coquetting eye, my red-haired hound,
sniff out all quarries that I love, give them swift chase,
tell me all that you've seen on earth, all that you've heard,
and I shall pass them through my entrails' secret forge
till slowly, with profound caresses, play and laughter,
stones, water, fire, and earth shall be transformed to spirit,
and the mud-winged and heavy soul, freed of its flesh,
shall like a flame serene ascend and fade in sun.

You've eaten and drunk well, my lads, on festive shores,
until the feast within you turned to dance and laughter,
love-bites and idle chatter that dissolved in flesh;
but in myself the meat turned monstrous, thewine rose,
a sea-chant leapt within me, rushed to knock me down,
until I longed to sing this song- make way, my brothers!
Oho, the festival lasts long, the place is small;
make way, let me have air, give me a ring to stretch in,
a place to spread my shinbones, kick up my heels,
so that my giddiness won't wound your wives and children.
As soon as I let my words loose along the shore
to hunt all mankind down, I know they'll choke my throat,
and when my full neck smothers and my pain grows vast
I shall rise up- make way!- to dance on raging shores.

 

 
Níkos Kazantzákis (18 februari 1883 - 26 oktober 1957)

Lees meer...

17-02-17

Shahrnush Parsipur, Willem Thies, Sadegh Hedayat, Yevgeni Grishkovetz, Albert Kuyle

 

De Iraanse schrijfster Shahrnush Parsipur werd geboren op 17 februari 1946 in Teheran. Zie ook alle tags voor Shahrnush Parsipur op dit blog.

Uit: Frauen ohne Männer (Vertaald door Jutta Himmch)

„Der Garten, von Mauern aus Lehmstroh umgeben, saftig grün, lag jenseits des Dorfes, am Fluß, der das Grundstück begrenzte. Es war ein Kirschgarten, mit sauren und süßen Kirschen.
Auf dem Grundstück stand ein Wohngebäude, halb Land-, halb Stadthaus, mit drei Zimmern. Vor dem Haus befand sich ein Wasserbecken, voller Algen und Frösche. Rings um das Bassin war Kies gestreut, und unweit standen vereinzelte Weidenbäume. Nachmittags lag das dunkle Grün des Wassers mit dem hellen Grün der sich spiegelnden Weiden immer in lautlosem Wettstreit. Mahdokhtstimmte dasjedesmaltraurig,weilsieStreiterei überhaupt nicht mochte. Einfach und unkompliziert wie sie war,wünschte sie, alle und alles sollten sich miteinander vertragen, selbst die Myriaden von Grüntönen dieser Welt. So ruhige Farben, gewiß, und doch . . ., dachte sie.
Unter einem der Bäume stand, mit zweien ihrer vier Beine auf der Einfassung des Beckenrands, eine Bank, die auf dem glitschigen Untergrund jederzeit ins Wasser rutschen konnte. Auf dieser Bank saß Mahdokht und betrachtete das Wasser, die Spiegelbilder der Weiden in ihrem Streit, und das Blau des Himmels, das sich meist nachmittags machtvoll über diesem grünen Reigen erhob und Mahdokht wie der höchste Richter vorkam.
Wenn Mahdokht im Winter strickte oder erwog, Französisch zu lernen oder die Welt zu bereisen, dann deshalb, weil man in der Kälte gesunde Luft atmen konnte. Im Sommer hingegen war’s damit vorbei. Denn der Sommer war voller Rauch und Dunst und Staub, und es wimmelte von Autos und Menschen. Dazu diese großen, traurigen Fensterscheiben, die die stechende Sonne hereinließen.
Warum, zum Teufel, begreifen sie nicht, daß solche Fenster in unserem Land nichts taugen?
Das fragte sich Mahdokht und war auch deshalb schlecht gelaunt, weil sie der Einladung ihres älteren Bruders Huschang Khan notgedrungen gefolgt und hierher in den Garten gekommen war, wo ihr nun nichts anderes übrigblieb, als den Lärm der Kinder zuertragen,die den lieben langen Tag Geschrei machten, sich die Bäuche mit Kirschen vollschlugen, allabendlich Durchfall bekamen und nächtelang Joghurt aßen.
»Das ist Joghurt aus dem Dorf.«
»Ausgezeichnet, ja.«

 

 
Shahrnush Parsipur (Teheran, 17 februari 1946)

Lees meer...

Chaim Potok, Mo Yan, Frederik Hetmann, Emmy Hennings, Mori Ōgai

 

De Amerikaanse schrijver Chaim Potok werd geboren in New York City op 17 februari 1929. Zie ook alle tags voor Chaim Potok op dit blog.

Uit: The Chosen

“On a Sunday afternoon in early June, the fifteen members of my team met with our gym instructor in the play yard of our school. It was a warm day, and the sun was bright on the asphalt floor of the yard. The gym instructor was a short, chunky man in his early thirties who taught in the mornings in a nearby public high school and supplemented his income by teaching in our yeshiva during the afternoons. He wore a white polo shirt, white pants, and white sweater, and from the awkward way the little black skullcap sat perched on his round, balding head, it was clearly apparent that he was not accustomed to wearing it with any sort of regularity. When he talked he frequently thumped his right fist into his left palm to emphasize a point. He walked on the balls of his feet, almost in imitation of a boxer’s ring stance, and he was fanatically addicted to professional baseball. He had nursed our softball team along for two years, and by a mixture of patience, luck, shrewd manipulations during some tight ball games, and hard, fist-thumping harangues calculated to shove us into a patriotic awareness of the importance of athletics and physical fitness for the war effort, he was able to mold our original team of fifteen awkward fumblers into the top team of our league. His name was Mr. Galanter, and all of us wondered why he was not off somewhere fighting in the war.
During my two years with the team, I had become quite adept at second base and had also developed a swift underhand pitch that would tempt a batter into a swing but would drop into a curve at the last moment and slide just below the flaying bat for a strike. Mr. Galanter always began a ball game by putting me at second base and would use me as a pitcher only in very tight moments, because, as he put it once, “My baseball philosophy is grounded on the defensive solidarity of the infield.”
That afternoon we were scheduled to play the winning team of another neighborhood league, a team with a reputation for wild, offensive slugging and poor fielding. Mr. Galanter said he was counting upon our infield to act as a solid defensive front. Throughout the warm-up period, with only our team in the yard, he kept thumping his right fist into his left palm and shouting at us to be a solid defensive front."

 

 
Chaim Potok (17 februari 1929 – 23 juli 2002)

Lees meer...

Jaroslav Vrchlický

 

De Tsjechische dichter en schrijver Jaroslav Vrchlický (eig. Emilius Jakob Frida) werd geboren op 17 februari 1853 in Louny, Bohemen. Hij woonde tien jaar bij zijn oom, een pastor in de buurt van Keulen. Hier volgde hij de eerste jaren van de basisschool. Hij doorliep vanaf 1862 de gymnasia in Slaný, in Praag en deed eindexamen in 1872 in Klatovy. In de voetsporen van zijn oom bezocht hij na zijn eindexamen het seminarie van de Praagse aartsbisschop, maar in 1873 stapte hij over naar de Faculteit der Letteren van de Karelsuniversiteit in Praag, waar hij geschiedenis, filosofie en Romaanse filologie studeerde. Zijn eerste literaire werk werd gedrukt door de uitgeefster Sofia Podlipská. In Praag sloot hij vriendschappen met Zikmund Winter, Josef Vaclav Sladek en Alois Jirasek. Zij vormden de groep Lumírovců. Vanaf 1875 werkte hij als secretaris en docent van de zonen van de adellijke familie Montecuccoli-Laderchi, eerst in Merano in de buurt van Modena, en later Livorno. Op voorspraak van Leopold graaf von Thun und Hohenstein werd hij in 1877 benoemd tot secretaris van de Tsjechisch Praagse Polytechnische Hogeschool. In 1901 werd hij samen met Antonin Dvorak geridderd, en de Oostenrijkse keizer Franz Joseph I benoemde hem tot lid van de Eerste Kamer van de Keizerlijke Raad in Wenen. Vrchlický verdedigde de eis van het algemeen kiesrecht. In 1893 werd hij benoemd tot hoogleraar in de Europese literatuur aan de Karelsuniversiteit. Hij was ook een lid van de Tsjechische Academie van Wetenschappen en Kunsten. Vrchlický schreef naast lyrische ook epische poëzie, toneelstukken, proza ​​en literaire essays en vertaalde op grote schaal uit diverse talen, bijv. Dante, Goethe, Shelley, Baudelaire, Poe en Whitman in het Tsjechisch. Hij was één van de belangrijkste stemmen van het tijdschrift Lumír en werd acht keer voor de Nobelprijs voor de Literatuur genomineerd.

 

The Tree Of Life

Walt Whitman watched Louisiana’s blooming.
I in Bohemia see it – God’s own verve!
The same expanse and filled with joy consuming,
same joy in hundreds of its offshoots zooming,
same yearning arms and hearts and lips observe!

The tree of life! — I bare my head in wonder
and lift my arms and hands up high in praise;
may Dawn bedeck it with her golden splendour,
may rosy morn up-flare, its glory render,
may Night with its own shade protect its gaze!

Something about it, constant, ever living,
to sing for one the dying pressing dream,
a hundred blossoms blaze for one less giving…
Oh wondrous, arcane mysteries conceiving!
A beehive in its boughs to hear you seem!

Lo, from the faded, fresh new leaves are burgeoning,
life’s one incessant constant revelry!
Yours there to read in leaves e'er freshly surging,
pure life, in strands you see in weave emerging
all round carousing, graceful, orderly!

And in its shade a hundredfold embracing,
and in its branches birdsong never fails,
a hundred kissing mouths, arms interlacing,
“We’re happy!” blend a thousand voices, facing,
and here a child, and there a bloom exhales!

Walt Whitman saw Louisiana’s budding,
I in Bohemia see it, home, out call,
I sing my song with boughs outstretched and leading
with faith in Joy, Love, Life and Fortune’s bidding…
Oh, happy tree of life, our joy, grow tall!

 

Vertaald door Václav Z J Pinkava

 

 
Jaroslav Vrchlický (17 februari 1853 - 9 september 1912)
Portret door Jan Vilímek

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jaroslav vrchlický, romenu |  Facebook |

Jack Gilbert

 

De Amerikaanse dichter Jack Gilbert werd geboren in Pittsburgh op 17 februari 1925. Na de middelbare school werkte hij als colporteur, ongedierteverdelger en staalarbeider. Zijn interesse voor poëzie en schrijven ontwikkelde hij aan de Universiteit van Pittsburgh, samen met zijn klasgenoot Gerald Stern. Gilbert kreeg met zijn eerste gedichtenbundel “Views of Jeopardy” in 1962 al spoedig erkenning en hij kreeg veel aandacht van de media. Toch trok hij zich terug uit zijn eerdere activiteiten in de poëzie scene van San Francisco poetry en vertrok naar Europa. Daar reisde hij van land naar land reisde en leefde van een Guggenheim Fellowship beurs. Bijna zijn gehele carrière na de publicatie van zijn eerste bundel is gekenmerkt door een, zoals hij in interviews heeft omschreven, zelf-opgelegd isolement. Sommigen zien hierin een spirituele zoektocht en zijn vervreemding van de hoofdstroom van de Amerikaanse cultuur. Anderen doen dit af als een langdurig verblijf als “professioneel gast des huizes” op kosten van welgestelde Amerikaanse literaire bewonderaars. Na het debuut verschenen nog maar een paar andere gedichtenbundels en dat met grote tussenpozen. Gilbert bleef echter schrijven. Tussen zijn boeken door leverde hij bij gelegenheid bijdragen aan The American Poetry Review, Genesis West, The Quarterly, Poetry, Ironwood, The Kenyon Review en The New Yorker. Zijn werk werd onderscheiden met een groot aantal prijzen en nominaties. Jack Gilbert is goed bevriend met de dichteres Linda Gregg, een van zijn vroegere studenten, met wie hij 6 jaar getrouwd was. Ook was hij getrouwd met Michiko Nogami, die het onderwerp vormt van veel van zijn gedichten. Gedurende de jaren vijftig van de 20e eeuw had Gilbert in San Francisco een langdurige relatie met de Beat dichteres Laura Ulewicz. Gilbert leed zijn laatste jaren aan dementie en overleed op 87-jarige leeftijd in een verzorgingstehuis in Berkeley.

 

Searching For Pittsburgh

The fox pushes softly, blindly through me at night,
between the liver and the stomach. Comes to the heart
and hesitates. Considers and then goes around it.
Trying to escape the mildness of our violent world.
Goes deeper, searching for what remains of Pittsburgh
in me. The rusting mills sprawled gigantically
along three rivers. The authority of them.
The gritty alleys where we played every evening were
stained pink by the inferno always surging in the sky,
as though Christ and the Father were still fashioning the Earth.
Locomotives driving through the cold rain,
lordly and bestial in their strength. Massive water
flowing morning and night throughout a city
girded with ninety bridges. Sumptuous-shouldered,
sleek-thighed, obstinate and majestic, unquenchable.
All grip and flood, mighty sucking and deep-rooted grace.
A city of brick and tired wood. Ox and sovereign spirit.
Primitive Pittsburgh. Winter month after month telling
of death. The beauty forcing us as much as harshness.
Our spirits forged in that wilderness, our minds forged
by the heart. Making together a consequence of America.
The fox watched me build my Pittsburgh again and again.
In Paris afternoons on Buttes-Chaumont. On Greek islands
with their fields of stone. In beds with women, sometimes,
amid their gentleness. Now the fox will live in our ruined
house. My tomatoes grow ripe among weeds and the sound
of water. In this happy place my serious heart has made.

 

Divorce

Woke up suddenly thinking I heard crying.
Rushed through the dark house.
Stopped, remembering. Stood looking
out at bright moonlight on concrete.

 

 
Jack Gilbert (17 februari 1925 – 13 november 2012)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jack gilbert, romenu |  Facebook |

16-02-17

Gelukkige liefde (Wislawa Szymborska)

 

Dolce far niente - Bij een Diamanten Huwelijk

 

 
Der alte Charmeur door Emil Rudolf Weiß (1875 – 1942)

 

 

Gelukkige liefde

Gelukkige liefde. Is dat normaal,
verdient dat respect, heeft dat nut-
wat moet de wereld met twee mensen
die voor elkaar de hele wereld zijn?

Zonder enige verdienste tot elkaar verheven,
stom toevallig twee uit een miljoen
en er toch van overtuigd
dat het zo moest gaan – als beloning waarvoor?
Voor niets;
het licht valt nergens vandaan –
waarom juist op hen, en niet op anderen?
Is dat kwetsend voor ons rechtsgevoel?
– Jazeker.
Schendt dat onze zorgvuldig opgeworpen principes,
stoot het de moraal van zijn top?
– Het een zowel als het ander.

Kijk eens naar het gelukkige stel:
als ze zich nu een beetje inhielden,
om hun vrienden te sterken
neerslachtigheid voorgaven!
Hoor eens hoe ze lachen – aanstootgevend.
Wat voor taal ze bezigen – alleen in schijn begrijpelijk.
En dan al die vormelijkheden, poespas,
die subtiele verplichtingen jegens elkander –
het lijkt wel een komplot achter de mensheid om!

Je kunt nauwelijks voorzien waartoe dit zou leiden,
als hun voorbeeld nagevolgd kon worden.
Waarop zouden poëzie, religie nog kunnen hopen,
wat zou men respecteren, wat nalaten,
wie zou in de kring willen blijven.

Gelukkige liefde? Is dat echt nodig?
Tact en gezond verstand gebieden ons erover te zwijgen
als over een schandaal in Hogere Sferen.
Prachtige kindertjes worden zonder haar hulp geboren.
Nimmer zou ze de aarde kunnen bevolken,
ze komt immers maar zo zelden voor.

Laat de mensen die geen gelukkige liefde kennen
maar volhouden dat er nergens gelukkige liefde is.
Met dat geloof valt het hun lichter te leven, en te sterven.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 
Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)
Bnin (Kórnik). Wislawa Szymborska werd geboren in Bnin.

Lees meer...

15-02-17

Richard Blanco, Elke Heidenreich, Chrystine Brouillet, Hans Kruppa, Douglas Hofstadter, Wilhelm Jensen, Demetrius Vikelas

 

De Amerikaanse dichter Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

Mother Picking Produce

She scratches the oranges then smells the peel,
presses an avocado just enough to judge its ripeness,
polishes the Macintoshes searching for bruises.

She selects with hands that have thickened, fingers
that have swollen with history around the white gold
of a wedding ring she now wears as a widow.

Unlike the archived photos of young, slender digits
captive around black and white orange blossoms,
her spotted hands now reaching into the colors.

I see all the folklore of her childhood, the fields,
the fruit she once picked from the very tree,
the wiry roots she pulled out of the very ground.

And now, among the collapsed boxes of yucca,
through crumbling pyramids of golden mangos,
she moves with the same instinct and skill.

This is how she survives death and her son,
on these humble duties that will never change,
on those habits of living which keep a life a life.

She holds up red grapes to ask me what I think,
and what I think is this, a new poem about her-
the grapes look like dusty rubies in her hands,

what I say is this: they look sweet, very sweet.

 

 

Contemplations at the Virgin de la Caridad Cafetería, Inc.

Que será, el café of this holy, incorporated place,
the wild steam of scorched espresso cakes rising
like mirages from the aromatic waste, waving
over the coffee-glossed lips of these faces

assembled for a standing breakfast of nostalgia,
of tastes that swirl with the delicacy of memories
in these forty-cent cups of brown sugar histories,
in the swirling froth of café-con-leche, que será,

what have they seen that they cannot forget—
the broad-leaf waves of tabaco and plaintains
the clay dust of red and nameless mountains,
que será, that this morning I too am a speck;

I am the brilliant guitar of a tropical morning
speaking Spanish and ribboning through potions
of waist-high steam and green cane oceans,
que será, drums vanishing and returning,

the African gods that rule a rhythmic land
playing their music: bongó, bembé, conga;
que será, that cast the spells of this rumba,
this wild birthright, this tropical dance

with the palms of this exotic confusion;
que será, that I too should be a question,
que será, what have I seen, what do I know—
culture of café and loss, this place I call home.

 


Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

Lees meer...

Stacie Cassarino

 

De Amerkiaanse dichteres en schrijfster Stacie Cassarino werd geboren op 15 februari 1975 in Hartford, Connecticut. Zij studeerde aan Middlebury College (BA, 1997), aan de Universiteit van Washington (MA, 2000) en UCLA (PhD, 2014). Cassarino doceerde aan de faculteiten Engels van Middlebury College in Vermont, het Pratt Institute in Brooklyn en UCLA. Ze heeft ook als privé chef-kok gewerkt en in Babbo in New York City gekookt. Zij werkt als copy editor op ELLE.com. Haar poëzie werd gepubliceerd in belangrijke literaire tijdschriften zoals The New Republic, Verse Daily, Gulf Coast, Crazyhorse, Iowa Review, Georgia Review, AGNI en de Comstock Review. Haar gedicht "Summer Solstice" kreeg prominente aandacht op de radio in Garrison Keillor's The Writers 'Almanac in 2011. In 2005 won ze de "Discovery" / De Joan Leiman Jacobson Poetry Award, in 2007 werd zij genomineerd voor de Rona Jaffe Writer Award en zij werd twee keer genomineerd voor de Pushcart-prijs. Zij heeft ook een grote prijs ontvangen van het Astraea Foundation Writer's Fund. Haar dichtbundel “Zero at the Bone” werd in 2009 gepubliceerd. Daarvoor kreeg zij in 2010 de Lambda Literary Award en de Audre Lorde Award.

 

Firework

The day my body caught fire
the woodland darkened. The horizon
was a sea of maids, rushing to piece me
back into a girl. Out of the girl came yellow
flowers, came stem & sepal.
You never happened, they said.
The meadow was a narration of lessness.
Inside the corral, horses fell
from the impact of lightning. They broke
down. I heard gunshots in my sleep.
I was a keeper of breath,
of hay. I walked a field, collecting bones.
You can build a house out of bones.
You can stand at the doorway
quarrelling with your legs to enter
or run until you turn to ash.

 

 

Snowshoe to Otter Creek

love lasts by not lasting
—Jack Gilbert

I’m mapping this new year’s vanishings:
lover, yellow house, the knowledge of surfaces.
This is not a story of return.
There are times I wish I could erase
the mind’s lucidity, the difficulty of Sundays,
my fervor to be touched
by a woman two Februarys gone. What brings the body
back, grieved and cloven, tromping these woods
with nothing to confide in? New snow reassumes
the circleting trees, the bridge above the creek
where I stand like a stranger to my life.
There is no single moment of loss, there is
an amassing. The disbeliever sleeps at an angle
in the bed. The orchard is a graveyard.
Is this the real end? Someone shoveling her way out
with cold intention? Someone naming her missing?

 

 
Stacie Cassarino (Hartford, 15 februari 1975)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stacie cassarino, romenu |  Facebook |

14-02-17

Nähe des Geliebten (Johann Wolfgang von Goethe), Piet Paaltjes, Hanna Bervoets

 

Bij Valentijnsdag - Dolce far niente

 

 
The Eve of St Valentine door George Smith, 1871

 

 

Nähe des Geliebten

Ich denke dein, wenn mir der Sonne Schimmer
vom Meere strahlt;
ich denke dein, wenn sich des Mondes Flimmer
in Quellen malt.

Ich sehe dich, wenn auf dem fernen Wege
der Staub sich hebt;
in tiefer Nacht, wenn auf dem schmalen Stege
der Wanderer bebt.

Ich höre dich, wenn dort mit dumpfen Rauschen
die Welle steigt;
im stillen Haine geh ich oft zu lauschen,
wenn alles schweigt.

Ich bin bei dir, du seist auch noch so ferne,
du bist mir nah!
Die Sonne sinkt, bald leuchten mir die Sterne.
O wärst du da!

 

 
Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Frankfurt am Main, Der Römer. Goethe werd geboren in Frankfurt.

 

Lees meer...