04-12-17

Rainer Maria Rilke, Geert Mak, Pat Donnez, Feridun Zaimoglu, Nikoloz Baratashvili, Emil Aarestrup, Nikolay Nekrasov, Trudi Guda, Thomas Carlyle

 

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

Uit: Die frühen Gedichte (Gebet der Mädchen zur Maria)

Schau, unsre Tage sind so eng
und bang das Nachtgemach;
wir langen alle ungelenk
den roten Rosen nach.

Du musst uns milde sein, Marie,
wir blühn aus deinem Blut,
und du allein kannst wissen, wie
so weh die Sehnsucht tut;

du hast ja dieses Mädchenweh
der Seele selbst erkannt:
sie fühlt sich an wie Weihnachtsschnee,
und steht doch ganz in Brand...

 

 

Ein Prophet

Ausgedehnt von riesigen Gesichten,
hell vom Feuerschein aus dem Verlauf
der Gerichte, die ihn nie vernichten, -
sind die Augen, schauend unter dichten
Brauen. Und in seinem Innern richten
sich schon wieder Worte auf,

nicht die seinen (denn was wären seine
und wie schonend waren sie vertan)
andre, harte: Eisenstücke, Steine,
die er schmelzen muß wie ein Vulkan,

um sie in dem Ausbruch seines Mundes
auszuwerfen, welcher flucht und flucht;
während seine Stirne, wie des Hundes
Stirne, das zu tragen sucht,

was der Herr von seiner Stirne nimmt:
Dieser, Dieser, den sie alle fänden,
folgten sie den großen Zeigehänden,
die Ihn weisen wie Er ist: ergrimmt.

Einmal war ich weich wie früher Weizen,
doch, du Rasender, du hast vermocht,
mir das hingehaltne Herz zu reizen,
daß es jetzt wie eines Löwen kocht.

Welchen Mund hast du mir zugemutet,
damals, da ich fast ein Knabe war:
eine Wunde wurde er: nun blutet
aus ihm Unglücksjahr um Unglücksjahr.

Täglich tönte ich von neuen Nöten,
die du, Unersättlicher, ersannst,
und sie konnten mir den Mund nicht töten;
sieh du zu, wie du ihn stillen kannst,

wenn, die wir zerstoßen und zerstören,
erst verloren sind und fernverlaufen
und vergangen sind in der Gefahr:
denn dann will ich in den Trümmerhaufen
endlich meine Stimme wiederhören,
die von Anfang an ein Heulen war.

 

 

Uit: Die Sonette an Orpheus, Erster Teil 

Das VIII. Sonett

Nur im Raum der Rühmung darf die Klage
gehn, die Nymphe des geweinten Quells,
wachend über unserm Niederschlage,
daß er klar sei an demselben Fels,

der die Tore trägt und die Altäre. -
Sieh, um ihre stillen Schultern früht
das Gefühl, daß sie die jüngste wäre
unter den Geschwistern im Gemüt.

Jubel weiß, und Sehnsucht ist geständig, -
nur die Klage lernt noch; mädchenhändig
zählt sie nächtelang das alte Schlimme.

Aber plötzlich, schräg und ungeübt,
hält sie doch ein Sternbild unsrer Stimme
in den Himmel, den ihr Hauch nicht trübt.

 

 
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Portret door Helmut Westhoff, 1901


 

De Nederlandse schrijver Geert Mak werd geboren op 4 december 1946 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Geert Mak op dit blog.

Uit: De levens van Jan Six

“Een familie van stand sleept wat mee door de tijd. Dit huis heeft kastplanken vol zilveren eierdopjes, drinkglazen, antieke pijpenkoppen en ivoren tandenborstels — met duizend gaatjes, de haren zijn verteerd. Er staat Venetiaans glaswerk en sommige smalle drinkglazen van de 17e-eeuwse voorouders zijn er ook nog, dun en hoog om de enorme kanten kragen te ontzien. Er hangt een pomander, een fraai bewerkt korfje met amber dat deftige dames vroeger aan een kettinkje tussen de plooien van hun rokken hingen om luizen en schaamlucht te weren. Gedenkpenningen en ridderordes liggen er, wat losjes op een stapel, naast een diamanten ring van tsaar Aleksandr I, een cadeautje toen hij op bezoek kwam: ‘L’empereur Alexandre à M. Van Winter, 4 Juillet 1814.’ In de bibliotheek: duizenden tekeningen, dagboeken, kattebelletjes, brieven, vele eeuwen bij elkaar, en nog altijd springlevend.
Bij de trap kijkt een meisje schuw de wereld in. Ze is ergens in het midden van de 18e eeuw geboren. Ze is stijf ingesnoerd, een zwaar gewatteerde valhoed had ze om haar hoofd, zo leerden rijke kinderen toen veilig lopen. In haar hand houdt ze een pop gekneld, een poppetje met een pop.
Boven ligt de zaal, de grote woonkamer die elk grachtenhuis kent. De ramen zijn er hoog en licht, ze zien uit op een tuin met hoge bomen, buxushagen, rozenperken, hortensia’s, rododendrons. Het is een oase van stilte waar soms een groene vlucht ontheemde parkieten langs kwettert, met een stokoud speelhuisje voor de kinderen en in het midden een strenge zonnewijzer.”

 


Geert Mak (Vlaardingen, 4 december 1946)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver, dichter, interviewer, performer en radiomaker Pat Donnez werd geboren in Mechelen op 4 december 1958. Zie ook alle tags voor Pat Donnez op dit blog.

 

Wij kunnen heel goed met bomen praten

Wij kunnen heel goed met
bomen praten
Over de takken en hoe
zij het maken
Kreupel en dood hout
houdt ons het meeste bezig
Of de jonge blaadjes al
maatjes zijn met de wind
Ook de wortels als ze klagen
- niemand kijkt naar ons
om meneer
zullen we als het past
helpen hun last te dragen
Nooit verlaten we het bos
zonder een klop op de harde bast

Wij kunnen heel goed met
bomen praten
maar moeten niet wagen
het met elkaar te doen

 

 

Mobieltje
Voor mijn zoon

Zeventien en van ons
al lang niet meer
nooit geweest
hooguit van zichzelf
Ik bel hem op
Opa is – hier breekt mijn zin
(Een bom in zijn gezicht)
Hij braakt en danst
op laatste puberbenen
de dode uit zijn vel

 

 
Pat Donnez (Mechelen, 4 december 1958)

 

 

De Duitse schrijver en beeldend kunstenaar van Turkse afkomst Feridun Zaimoglu werd geboren op 4 december 1964 in Bolu. Zie ook alle tags voor Feridun Zaimoglu op dit blog.

Uit: Evangelio

„Hauptmann von Berlepsch, Burgvogt und mein Ob-riger, ruft, ich tret an zum Bericht. Hab Schloss und Riegel, Tor und Türen geprüft. Bin den Wehrgang ab-gegangen, hab in dunkle Ecken gestochen. Hab die Eseltreiber arg befragt, ob sich Kerle nach der Feste er-kundigen. Hab in die Ledereimer zum Brandlöschen geschaut, prall voll. Hab es geschmeckt, Wasser ohne verdächtige Beigabe, sonst hätt ich längst gekotzt oder wär brüllend verreckt. Der Hauptmann entlässt mich, ich schreit zum Tor, der Wächter Schrotter und der Wächter Herwig senken die Spieße. Ich zeig ihnen das Losungszeichen, sie bleiben wachsam. »Rück heran«, sagt Schrotter, »möcht die Narbe an der Lippe sehen.« »Hab nur eine hinterm linken Ohr«, rufich. »Er ist es«, sagt Herwig, »sein Gesicht ist am Abtritt gedüngt und gewachsen.« »Dich tret ich wund, da fällst du wie ein Ochse und rollst runter nach Eisenach«, sage ich.
»Bist du's wirklich?«, sagt Schrotter und greift wie im Kinderspiel mit Grimm nach seinem Schwert. Dann lachen die Schalksnarren. Ich bin keiner von ihnen. Bin ein gerauter Kerl, geho-belte, geschliffene Fresse. Kein Gesang und kein Weib macht mich weich. Solang der Himmel nicht einstürzt und mein Kopf nicht birst, kann ich das Eisen halten. Das ist mein Brot. Bin ein ungeratener Kaufinannssohn, entschied mich gegen den Vater für ein andres Leben. Man spannt Kalbsfell über die Trommel und schlägt nur einmal darauf, da kommen die Hurenböcke und Zerlumpten schon hergelaufen. Das ist die Rotte der Knechte im Krieg. Der Obrist sprach mir und andren Knechten von der Kriegsgemeinde, von der Beschir-mung des weiten Landes, über das der Fürst wacht. Wir wurden dahin und dorthin geschickt. Sturm und Schlacht, ich sah viele böse Stücke. Ich hab Hund fres-sen müssen, und Ratte und Pferdemaul und Klumpen Erde. Krieg ist Mann fresset Bin in Fehden zerrieben worden. Hab etliches Volk gelöscht. Hab Kopf von den Achseln geschlagen ... Sie zügeln die Aufsässigen, mich können sie nicht bannen. Sie haben sich vor allen anderen der besseren Christlichkeit verschrieben. Schlüge ich einen Span vom Scheit, der Span wär klüger als die Kerle. Mich hassen sie wegen meiner zerschlitzten Montur, wegen meiner Landsknechtart. Ich bin am Verrichten, ich reiß mich los von ihrem Hohn. Was der Pöbel plaudert, beißt ein, ihr Wort beißt ein, ich darf 's nicht achten.“

 
Feridun Zaimoglu (Bolu, 4 december 1964)

 

 

De Georgische schrijver en dichter Nikoloz Baratashvili werd geboren op 4 december 1817 in Tbilisi. Zie ook alle tags voor Nikoloz Baratashvili op dit blog.

 

De oorring

Zoals de vlinder
Zacht laat schommelen
Een mooi gevormde lelie
Speelt de oorring zacht
Speelt in de hals van de schoonheid
Met de schaduw, met zijn schaduw.

O benijdenswaardig
Wie ademhaalt
In jouw schaduw, schommelende oorring.
Teer en trillend zorg
Je voor een klein briesje
Zachtjes koelt het de gloed van het hart.
Oorring! betoverend
Doe je koken het bloed
Zeg, wie stilt onder je de lippen?
Slurpt daar de sorbet
Van de onsterfelijkheid
Vlijt zijn dorstende ziel tegen je aan?

 

Vertaald (uit het Duits) door Frans Roumen

 

 
Nikoloz Baratashvili (4 december 1817 – 21 oktober 1844) 
Portret door Lado Gudiashvili, 1950 (detail)

 

 

De Deense dichter Emil Aarestrup werd geboren op 4 december 1800 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Emil Aarestrup op dit blog en ook mijn blog van 4 december 2010

 

Voor een vriendin

Er ligt een betovering op je lippen,
Er is een afgrond in je blik,
Er iwoont in de klankkleur van je stem
Een droom van hemelse muziek

Op je voorhoofd ligt een gloed,
Een donkere glans over je gelaat,
Er stroomt de geur van tere bloemen
Overal waar je gaat en staat.

Er schuilt een schat aan eeuw'ge wijsheid
In het kuilte van je wangen zacht,
Een springbron van verfrissing is er die
Voor alle harten in je wacht.

Uit je innerlijke wereld dringt
Een opgetogen voorjaarstraan -
Een die ik ken, wiens lof ik zing.
En die ik nooit kan laten gaan.


Vertaald door Frans Roumen

 

 
Emil Aarestrup (4 december 1800 – 21 juli 1856)
Cover

 

 

De Russische dichter Nikolay Nekrasov werd geboren op 4 december 1821 in Nemirovo. Zie ook alle tags voor Nikolay Nekrasov op dit blogen ook mijn blog van 4 december 2009.

 

Uit: Russische Frauen

Erster Teil

Die Schlittenkutsche steht vorm Haus,
Stabil und prächtig sieht sie aus.

Der alte Graf persönlich fuhr
Vorsorglich eine Probetour.

Die Pferde sind schon vorgespannt,
Er setzt die Lampe drin in Brand,

Rückt noch zurecht die Kissen schnell,
Rollt aus das dicke Bärenfell, .

Spricht ein Gebet und hängt alsdann
Die heilige Ikone an.

Auf schluchzt er nun: „Oh, Herzeleid,
Katja, mein Kind, verläßt mich heut!“

 

1
„Ja, Väterchen, ich reise nun,
Bereitet’s Euch auch Schmerz.
Ihr wißt, nichts andres kann ich tun,
Sonst bricht mir selbst das Herz.

Nur einer lindert meine Qual. . .
Lebt wohl, auf Wiedersehn !
Kommt, segnet mich zum letzten Mal,
Laßt mich in Frieden gehn !“

 

Vertaald doorIlse Hofmeister

 

 
Nikolay Nekrasov (4 december 1821 – 8 januari 1878)
Borstbeeld in Moskou

 

 

De Surinaamse dichteres en cultureel antropologe Gertrude (Trudi) Marie Guda werd geboren in Paramaribo op 4 december 1940. Zie ook alle tags voor Trudi Guda op dit blog en ook mijn blog van 4 december 2010

 

De tuin (Fragment)

de tuin van steen,
grijzende kloosters
op zondag,
zondag,

Zongen de stenen,
lang geleden?
marmeren orgels,
granieten klepels,

de tuin van steen,
stervende pleinen
op zondag,
zondag

Kijk

het gebruinde kind
verdwaald in Europa,
in Europa,
het verstoten kind,

het kind uit de rimboe,
het blinde kind
in koude verward

Nooit komt het winterse land
meer in bloei,
de tuin van steen,
verloren glimlach

Had de jager
een sleutel
van spinrag,
een ring
van rozen

en zweeg hij,
zweeg hij,

 

 
Trudi Guda (Paramaribo, 4 december 1940)

 

 

De Schotse dichter en schrijver Thomas Carlyle werd geboren in Ecclefechan, gelegen in de regio Dumfries and Galloway in Schotland op 4 december 1795. Zie ook alle tags voor Thomas Carlyle op dit blog.

 

Fortuna

The wind blows east, the wind blows west,
And the frost falls and the rain:
A weary heart went thankful to rest,
And must rise to toil again, ’gain,
And must rise to toil again.

The wind blows east, the wind blows west,
And there comes good luck and bad;
The thriftiest man is the cheerfulest;
’Tis a thriftless thing to be sad, sad,
’Tis a thriftless thing to be sad.

The wind blows east, the wind blows west;
Ye shall know a tree by its fruit:
This world, they say, is worst to the best;—
But a dastard has evil to boot, boot,
But a dastard has evil to boot.

The wind blows east, the wind blows west;
What skills it to mourn or to talk?
A journey I have, and far ere I rest;
I must bundle my wallets and walk, walk,
I must bundle my wallets and walk.

The wind does blow as it lists alway;
Canst thou change this world to thy mind?
The world will wander its own wise way;
I also will wander mine, mine,
I also will wander mine.

 

 
Thomas Carlyle (4 december 1795 - 5 februari 1881)
Portret door Helen Allingham, 1879

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e december ook mijn blog van 4 december 2016 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 december 2008 en ook mijn blog van 4 december 2007 en mijn blog van 4 december 2006.

 

De commentaren zijn gesloten.