02-11-17

E. du Perron, Désanne van Brederode, Kees van den Heuvel, Charlotte Mutsaers, Odysseas Elytis, Augusta Peaux, Thomas Mallon, Bilal Xhaferri, Leo Perutz

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (Eddy) du Perron werd geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.

 

Sonnet van burgerdeugd

De trammen tuimlen door de lange straten;
Al 't leven buiten, en de ramen dicht;
Wat thee voor ons en de avond te verpraten.
De lamp streelt rustig ons voornaam gezicht.

Inbrekers, wurgers, rovers en piraten,
En de eerste Zondvloed en het laatst Gericht -
Elke onrust heeft ons deugdzaam hart verlaten.
O thee! o vriendschap! o kalmerend licht!

Straks 't koesterende donker; morgen lopen
Wij opgefleurd te kopen of verkopen:
Tragedie blijft tragedie, klein of groot.

Genoeg vermoeienis om 's nachts te slapen;
Alle overgangen tussen lach en gapen;
En aan het eind, de Liefderijke Dood.

 

 

Een grote stilte

De stilte zwelt uit de ingeslapen nacht
En zuigt ons gans en onweerstaanbaar binnen.
Een hoornstoot gilde alsof een wilde jacht,
losbarstend als een onweer, zou beginnen -

En toen niets meer: de ondragelijke vracht
van tè veel jaren, 't koele en donkre linnen
van de eeuwge stilte op onze wankle wacht.
De vijand zal ons altijd overwinnen!

Wij kruisen de armen op onze enge borst,
zwelgend het duister met de dikke dorst
van wie om water kreunde eer hij verstomde.

En deze vracht, dit groot benauwen wordt
voorsmaak van het gebeente dat verdort
onder het marmer, in de rèchte tombe.

 

 

Een mannetje alleen

'k Sta aan mijn venster. Het is laat.
Ik kijk neer op de stille straat.
In duisternis. Waar niemand gaat.

Van nergens komt meer één geluid.
'k Sta met mijn hoofd tegen een ruit.
Wanneer gaat die lantaren uit?

Eén lichtkring op wat vunzigheid.
Dat goor is met die gloor in strijd.
Daar gaat zelfs geen verloren meid.

In mij is net zo'n stille straat.
Waar niet één lamp te branden staat.
Waar sedert lang geen mens meer gaat.

 

 
E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)
In de jaren 1920 in Parijs


 

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Désanne van Brederode op dit blog.

Uit: Vallende vorst

“Waar hadden ze ’s avonds gegeten? En wat? Hoe was de avond verlopen, welke kleren had hij gedragen, hoe had de stof aangevoeld, hoe was het gesteld met zijn huid, met zijn haren? Plakten ze? Roken ze naar zeewater, zweet of chloor? Had hij voor het slapengaan nog gedoucht? Was het op een bepaald ogenblik gaan onweren, was hij tot zijn spijt toch even angstig geweest, had hij de slaap niet kunnen vatten door geluiden uit de buurtuinen, het blaffen van een hond, het zoemen van een mug, dicht bij zijn gezicht?
Het was de veertienjarige Caspar er niet om te doen geweest zich de stemming, de essentie van een hele zomervakantie voor de geest te halen. Evenmin om het terugvinden van een speciale dag die hij wilde blijven onthouden. Het had hem simpelweg een geruststellende gedachte geleken dat hij midden in de winter, rond Kerstmis, een voorbije dag in juli, begin augustus, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat kon herbeleven, van uur tot uur, zonder daarbij aantekeningen of foto’s nodig te hebben.
Hij bouwde de verdwenen dag zelfstandig weer op, en vooral: vrijwillig. Er moest enige denkinspanning bij komen kijken, en het resultaat diende verwant te zijn aan een film, een documentaire, eerder dan aan een impressionistisch schilderij. Levensecht. Geloofwaardig. Niet uitsluitend mooi of aangenaam. Dus zeker geen idylle, geen idealisering achteraf.
Na deze kleine nachtmeditatie had hij zijn verbeelding de opdracht gegeven om in één moeite door vooruit te blikken, in de richting van een zomerdag in het jaar dat op het punt van aanbreken stond. Kon hij met dezelfde precisie, dezelfde feitelijkheid, een dag die nog zou kunnen komen... verzinnen? Zonder zich geremd te voelen door het ontbreken van kennis over de vakantieplannen van zijn ouders – en zonder zelfcensuur toe te passen daar waar zijn fantasie ruimschoots de grenzen van al het mogelijke en waarschijnlijke overschreed?
Kon hij zich zichzelf voorstellen, liftend door de woestijnachtige binnenlanden van Spanje (het rauwe, zongeblakerde koninkrijk van de omgevallen vraagtekens) en daarna woest verliefd kussend, met een donkerharige danseres, gekleed in zo’n wijde flamencojurk met zwarte en bloedrode stroken die hij kende van de verpakking van de scherp ruikende Maja-zeepjes in het badkamerkastje bij zijn oma? Kon hij zich ook de meest absurde situaties inbeelden met dezelfde ernst waarmee hij nog geen kwartier ervoor zijn geheugen aan het werk had gezet?”

 

 
Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.

 

Brommen

Ik zit hier tussen gangsters, maniakken
Ontvoerders, valsemunters, boevenpak
Het wemelt van de zware criminelen
Het is bepaald geen pretje in de bak

Ik moet de hele dag door zakjes plakken
En ondertussen klinkt maar steeds muzak
Daarna mag ik me rustig gaan vervelen
Het is bepaald geen pretje in de bak

Ik ben voorzien van alle ongemakken
Het tocht, het galmt, het stinkt (ammoniak)
Zelfs ratten willen deze cel niet delen
Het is bepaald geen pretje in de bak

Justitie heeft me vreselijk te pakken
Ik zweer het: ik zal nooit meer iemand kelen
Het is bepaald geen pretje in de bak.

 

 

Zelfbeheersing

Ik voel zo af en toe
Een vreselijke lust
Waarmee ik maar niets doe
Vanwege het taboe
Dat op het vleselijke rust

 

 
Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)

 

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942. Zie ook alle tags van Charlotte Mutsaers op dit blog.

Uit: Harnas van Hansaplast

“Vlak voor Oudjaar, op 29 december 2001, werd mijn broer Barend dood op zijn bed gevonden in een gloednieuw pyjamajasje zonder broek. Geen gewone dood (voor zover een dood ooit gewoon kan zijn); hij was pas eenenvijftig en slechts omringd door grote stapels porno. Kort daarvoor had ik een krantenbericht gelezen over een man die dood was aangetroffen onder aan een Spaanse rots, met blote pik en een kip zieltogend aan zijn voeten. Ook zoiets.
Ze zeggen wel eens dat iemand het leven heeft verlaten. Maar het ligt omgekeerd. Het leven verlaat ons, en meestal niet gracieus. Het sluipt uit je weg zonder afscheid te nemen, vraagt nooit of het schikt en laat je barsten te midden van de shit. Elk leven is qualitate qua een Unvollendete; voltooide levens bestaan niet.
Jarenlang heb ik getracht een boek over mijn broer te schrijven, maar ik kreeg het niet uit mijn pen. Grote lappen tekst zagen het levenslicht en werden met onevenredige snelheid weer verworpen. Dat had alles te maken met de spreuk die er op het gymnasium bij ons was ingehengst: De mortuis nil nisi bene (Over de doden niets dan goeds), een sympathiek gebod waaraan ik niet wou tornen. Maar zo edel en verstandig ben ik niet, waardoor ik mezelf er meer en meer onder werkte. Ga er maar van uit dat zoiets slopend is.
En hoe ik dan met de dood op mijn hielen rondjes trok door de Amsterdamse binnenstad, die me groter voorkwam dan het ganse heelal. Hoe ik om mij heen de smakkende bevolking en boven mijn hoofd de grijnzende bewolking zag, die me steeds dezelfde vraag leken te stellen: ‘Wat moet jij nou, kleine vlo. Lekker leven of lekker schrijven? Het een of het ander.’ Alsof ik de keus had. Alsof ik niet van nature alles begeerde wat leuk, lief en lekker was. Waarna ik dan maar weer een warme kroket van Oma Bob uit de muur trok en me genietend tussen de smulpapen naar huis begaf, met vette lippen en het besef dat mijn guilty pleasure me alvast volmaakt met de mensheid verbond en verbroederde. Laat ik de vergeefse uren maar niet optellen.”

 

 
Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)
Cover

 

 

De Griekse dichter Odysseas Elytis (pseudoniem voor Odysseas Alepoudhelis) werd op 2 november 1911 te Iraklion op Kreta geboren. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Odysseas Elytis op dit blog.

 

What do you want

What do you want what do you look for
where is the meaning that fell from your hands
The music you alone hear and the naked
Feet that shift earth like a dancer’s
While the comet of her hair tosses and a spark
Falls before you on the carpet
Where you watch the truth deceive you.
Where are you going what sorrow what burning
Dress is this that detaches your flesh what
Transformed ancient spring to make you give oracles
Thus leaf by leaf and pebble by pebble
Youth kneeling in the transparent deep
The more I sleep and dream the more I see you rise
With a basket of green shells and seaweed
Bitting as if a coin the same sea that
Gave you the very shining the very light the meaning you seek

 

 

We walked in the fields all day

We walked in the fields all day
With the women, the suns, our dogs
We played we sang we drank water
Fresh as it leapt out from the centuries
In the late afternoon for one moment we sat
And we looked each other deeply in the eyes.
A butterfly flew from our breasts
It was whiter
Than the small white branch of the edge of our dreams
We knew that it was never to be extinguished
How it had no memory of what worms it pulled

In the evening we lit a fire
And we sang around and around:

Fire beautiful fire don’t pity the logs
Fire beautiful fire don’t reach to the ash
Fire beautiful fire burn for us
tell us life.

We call her life, we grab her by the hand
We look at her eyes which look back at us
And if what intoxicates us is a magnet, we recognize it

 

Vertaald door Jeffrey Carson en Nikos Sarris

 

 
Odysseas Elytis (2 november 1911 – 18 maart 1996)

 

 

De Nederlandse dichteres Augusta Guerdina Peaux werd geboren in Simonshaven op 2 november 1859. Zie ook alle tags voor Augusta Peaux op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Een verbena

Een bloem bloeit aan de wegen
bleek in een zon van jaren her,
rood - haar laaft de regen
die viel in een zomer, al ver.

Spokende zomergnomen
mengen de beker en breken het brood;
haar drenken verre dromen,
zij bloeit zo bleek, zo rood.

 

 

Als toen

Wat blauw en wat wolken die blank staan
stil boven de duinenlijn,
de bogen van duinhelm die rank gaan
rijzen uit wiegend gedein.
In 't voetpad de zandige sporen
van 't karrenwiel, breed en zo diep;
ver over de velden de toren
een wachter en toch of hij sliep.
In greppels het geelbruine water
al wazig van 't kiemende groen....
de wilgen, de velden, het water,
de zon en de wind - zoals toen.

 

 
Augusta Peaux (2 november 1859 - 23 februari 1944)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver en criticus Thomas Mallon werd geboren op 2 november 1951 in Glen Cove, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Mallon op dit blog en eveneens mijn blog van 2 november 2010

Uit: Yours Ever

“It embarrasses me to admit that I began writing this book when a first-class stamp cost twenty-nine cents. Well, here we are, the price half again as much and I a third again as old, and my excuses no better than what one usually offers when finally answering a letter that’s been under the paperweight for ages longer than one ever meant it to be.
But a person can’t adequately procrastinate without at least one semi-valid rationalization, and so here’s mine: if this book had come out, as it was supposed to, around 1997, it would have appeared just as e-mail was reaching Everyman and beginning to kill, or revive (there are both schools of thought), the practice and art of letter writing. Whichever the case, the book would have come ashore just as a sea change was making the waters even more interesting.
Letters had always defeated distance, but with the coming of e-mail, time seemed to be vanquished as well. It’s worth spending a minute or two pondering the physics of the thing, which interested Charles Lamb even early in the nineteenth century. Domestic mail was already a marvel—“One drops a packet at Lombard Street, and in twenty-four hours a friend in Cumberland gets it as fresh as if it came in ice”*—but in his essay “Distant Correspondents” (1822), Lamb seemed to regard remoteness and delay as inherent, vexing elements of the whole epistolary enterprise. Considering the gap between the dispatch and receipt of a far-traveling letter, he wrote: “Not only does truth, in these long intervals, unessence herself, but (what is harder) one cannot venture a crude fiction, for the fear that it may ripen into a truth upon the voyage.”
In Lamb’s view, sentiment, unlike revenge, “requires to be served up hot . . . If it have time to cool, it is the most tasteless of all cold meats.” He even imagines poor sentiment being “hoisted into a ship . . . pawed about and handled between the rude jests of tarpaulin ruffians.”

 

 
Thomas Mallon (Glen Cove, 2 november 1951)

 

 

De Albanese dichter en schrijver Bilal Xhaferri werd geboren op 2 november 1935 in Ninat bij Konispol. Zie ook alle tags voor Bilal Xhaferri op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Ballade tchame

L’arc-en-ciel, comme un salut aux larmes d’adieu,
disparut au loin,
sur des langues de flammes,
sous la pluie...

Loin disparut, enflammée, la Tchameria
et tous les chemins mènent vers le nord.
Hurle le vent de la Méditerranée sur les anciennes contrées épirotes,
sur nos chères contrées ancestrales.

Sur les pâtures abandonnées paissent les éclairs.
Les oliveraies non cueillies tonnent comme des vagues sur les collines.
Et partout la terre tchame,
couverte de nuages,
soupire noyée de sang et de larmes,
restée déserte,
sans patron.

Nous montrent la direction les balles, qui sifflent dans le noir.
Nous éclairent le chemin les flammes, qui ont envahi toute la terre
Derrière nos épaules la tempête bat les portes détruites des maisons
et les routes s’allongent en suivant le vent.

Nous, peuple muhajir **, nous marchons sous la pluie...
Adieu, Tchameria !

 

 
Bilal Xhaferri (2 november 1935 – 14 oktober 1986)
Ninat

 

 

De Oostenrijkse schrijver Leo Perutz werd geboren op 2 november 1882 in Praag. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Leo Perutz op dit blog.

Uit: Zwischen neun und neun

„Das Gespräch drehte sich um das Mißgeschick, das der Frau Püchl mit einer aus Ungarn bezogenen Sendung Brimsenkäs zugestoßen war. Und in diesem Gespräch wurden sie durch das Erscheinen Stanislaus Dembas unterbrochen, eben jenes Herrn Stanislaus Demba, dessen merkwürdiges Verhalten den beiden Frauen noch wochenlang reichlichen Gesprächsstoff bot.
Demba war dreimal an der Tür vorbeigegangen, ehe er sich entschloß, einzutreten, und hatte jedesmal einen scheuen Blick in das Ladeninnere geworfen. Es sah aus, als suche er jemanden. Auch die Art, wie er eintrat, war auffallend: Er drückte die Klinke nicht mit der Hand, sondern mit dem linken Ellbogen nieder, und bemühte sich sodann, mit dem rechten Knie die Tür aufzustoßen, was ihm nach einigen Versuchen auch gelang.
Dann schob er sich in den Laden. Er war ein großer, breitschultriger Mensch mit einem kurzen, rötlichen Schnurrbart in einem sonst glattrasierten Gesicht. Er trug seinen hellbraunen Überzieher zu einer Art Wulst gewickelt, in welchem seine Hände staken, wie in einem Muff. Er schien einen langen Weg hinter sich zu haben, seine Stiefel waren schmutzig, seine Hosen bis zu den Knien hinauf mit Straßenkot bespritzt.
»Ein Butterbrot, bitte!« verlangte er.
Frau Püchl langte nach dem Messer, ließ sich aber vorerst in ihrem Gespräch mit der Trafikantin nicht stören.
»Also schon das hat mir net g'fall'n: Wie das Kistl ankommt, wiegt's vierasiebz'g Kilo, und i hab' doch von dem Brimsen fünfasiebz'g Kilo b'stellt. Na, und wie i erst den Deckel aufmach', – na also, i sag' Ihna, der Brimsen hat ausg'schaut, da ß ma'n hätt' glei auf a Sommerfrisch'n schicken können zur Erholung. Alles wach, alles zerlaufen. Was bekommt der Herr?«
Stanislaus Demba hatte in seiner Ungeduld mit dem Fuß mehrere Male heftig gegen den Ladentisch gestoßen. »Ein Butterbrot, bitte, aber rasch. Ich habe Eile."

 

 
Leo Perutz (2 november 1882 – 25 augustus 1957)
Monument bij de Wolfgangsee in Ried bij St. Wolfgang

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers eveneens mijn blog van 2 november 2008, mijn blog van 2 november 2007 en ook mijn blog van 2 november 2006.

De commentaren zijn gesloten.