15-10-17

Herfst (Jacqueline van der Waals). Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

 
La Maison Bourgeoise à l'Hermitage door Camille Pissarro, 1873

 

 

Herfst

Vreemd, dat boom en tak zoo stil staan
In het gouden licht vandaag,
Dat de bladertjes zoo stil gaan,
't Een na 't ander, naar omlaag.

Dat het zonlicht zoo voorzichtig
Door de ijlheid straalt van 't lof,
En het groene blad doorzichtig
En veel eed'ler maakt van stof,

Dat het windje in de twijgen
Zoo behoedzaam gaat te werk
En aleen wat blaadjes zijgen
Doet op 't pad en 't bloemenperk,

Zonder 't wazig diep te raken
Waar de groene schemer blauwt,
Of den goudglans schuw te maken
In het ijlbebladerd hout,

Of te roeren aan den vijver,
Waar zeer statiglijk en traag
Twee voorname zwanen drijven
Met hun spiegelbeeld omlaag,

En wat late najaarsrozen,
Als bewasemend amethyst,
Al den weemoed van hun broze
Schoonheid heffen in den mist.

 

 
Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)
Het Lange Voorhout in Den Haag, de geboortestad van Jacqueline van der Waals

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e oktober ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

A. F.Th. van der Heijden, Heinz Helle, Boualem Sansal, Riekus Waskowsky, Friedrich Nietzsche, Alfred Neumann

 

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog en alle tags voor van der Heijden op dt blog.

Uit: Kwaadschiks

“Met de vurige kegel van een half opgerookte Marlboro brandt cliënt zorgvuldig gaatjes in een bijna leeg koffiebekertje. De kleine ruimte vult zich met een scherpe menggeur van tabak, koffie en verschroeid plastic. Hij verwijdt met de peuk een van de ontstane openingen, en opeens ziet Quispel wat het voorstelt: niet zomaar een gezicht, maar een rudimentaire versie van De schreeuw van Edvard Munch. Alles om maar geen kennis te hoeven nemen van de filmbeelden. Langs de overvloedig met grind bestrooide oprijlaan naar de aula staat een rij politieagenten, eerder 'op de plaats rust' dan in de houding. Bij het gebouw heeft zich een kleine menigte verzameld, waaruit bossen bloemen opwolken. `Zo'n teraardebestelling krijgen doorgaans alleen de zogeheten Bekende Nederlanders,' zegt Quispel. 'Of vaderlandse criminelen van aanzien.' `Jouw begrafenis, Ernst,' zegt cliënt, rook uitblazend, 'wordt opgeluisterd door alle misdadigers die jij uit de bak hebt weten te houden. De oude seriemoordenaar Peddemors voorop. Honderden dankbare onschuldigen, die zich alleen in zoverre schuldig voelen dat ze een nagel aan jouw doodskist waren. Ik hoop ook van de partij te zijn.' `Praat wat zachter,' zegt de advocaat, geschrokken van het plotselinge stemgeluid. Hij werpt een waarschuwende blik op het one-way venster in de wand. 'Let op wat je uitkraamt. Het klinkt al bijna als een bekentenis.' 'Ik dacht dat je mij juist van mijn zwijgrecht afwenste te helpen.' `Ik wil gewoon dat je ophoudt met stommetje spelen tijdens de verhoren.' Quispel fluistert nu bijna. 'Je beroepen op het zwijgrecht, akkoord, maar je moet het wel consequent doen. Jou een beetje kennende, Nico... jij houdt dit niet lang vol. Daar neem ik vergif op in.' Voor hem zit een gedrongen man van zevenenveertig, niet buitensporig gezet, maar wel met een puntig embonpoint. Zijn gezicht, al wat minder pafferig na een week 'in volledige beperking', staat dodelijk vermoeid, met onder de ogen wallen van een goor blauw dat aan verkleurde stempelinkt doet denken. Als hij het hoofd over zijn kunstwerk buigt om er met zijn sigaret nog wat aan te veranderen, wordt zijn kalende kruin zichtbaar. De huid daar heeft de tint van bloedsinaasappel, ongeveer zoals Quispel zich een gescalpeerde in de boeken van Karl May voorstelde, die hij rond zijn twaalfde las. De haarkrans rondom is nog donker maar grijst aan de slapen — en ook in de oren, waar vlassige plukken uitsteken. Iemand moet hem in het huis van bewaring kleren gebracht hebben, want hij draagt niet langer de plunje die hij bij zijn arrestatie aanhad. Zijn verder niet versleten, zelfs nog nieuw ogende sweater zit vol schroeigaatjes, als van iemand die regelmatig onder invloed in slaap valt met een brandende peuk. De zwarte merkbroek is vol grijze asvingers gestempeld, alsof een bakker zijn meelhanden aan zijn zondagse kledij heeft afgeklopt. Wat ik zocht,' zegt cliënt, 'was niet het zwijgen, maar de stilte.'

 

 
A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

Lees meer...

Michail Lermontov, Italo Calvino, Tessa de Loo, P.G. Wodehouse, Mario Puzo, Vergilius, Kees Beekmans

 

De Russische dichter en schrijver Michail Joerjevitsj Lermontov werd geboren op 15 oktober 1814 in Moskou. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michail Lermontov op dit blog.

 

The Dream

In noon's heat, in a dale of Dagestan
With lead inside my breast, stirless I lay;
The deep wound still smoked on; my blood
Kept trickling drop by drop away.
On the dale's sand alone I lay. The cliffs
Crowded around in ledges steep,
And the sun scorched their tawny tops
And scorched me - but I slept death's sleep.
And in a dream I saw an evening feast
That in my native land with bright lights shone;
Among young women crowned with flowers,
A merry talk concerning me went on.
But in the merry talk not joining,
One of them sat there lost in thought,
And in a melancholy dream
Her young soul was immersed - God knows by what.
And of a dale in Dagestan she dreamt;
In that dale lay the corpse of one she knew;
Within his breast a smoking wound showed black,
And blood ran in a stream that colder grew.

 

 

Heaven And The Stars
Brilliant heavens of evening,

Distant stars clearly shining,
Bright as the rapture of childhood,
O why dare I send you nevermore greeting--
Stars, who are shining as clear as my joy?
What is thy sorrow?
Mortals make question.
This is my sorrow;
The heavens and the stars are--heaven and stars ever,
I am alas! but a perishing man!
Forever mortal
Envies his neighbor;
I envy rather
Ye in your freedom, ye stars ever radiant,
And only would be in your places!

 

 
Michail Lermontov (15 oktober 1814 - 27 juli 1841)
Lermontov, Poesjkin en Gogol op het Nationale Monument in het Kremlin van Novgorod

Lees meer...