17-09-17

H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

 

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Gehoorzaam de wesp

Gehoorzaam de wesp
en zijn angel: zet
zoetigheid op tafel
Geliefkoosde dranken

Onder de linden
is het goed toeven,
kleverig
met een wesp op je glas

De wet van de wesp
is ouder dan wielen
hard als gesloten water
in de winter

Tot prinsjesdag, in september
leven de wespen, daarna
gaan zij op reces en
sterven een voor een

 

 

De benzinepomp

Strogele vogelschrik
wreed gestroomlijnd

’s nachts op zijn mooist
in de benzineboomgaard,

verjaagt noch verschrikt:
lokt de koplamp.

Tondelzwam,
vuurgevaarlijk

niet gedetermineerd
door Linnaeus.

Eksters leidt hij langs
’t nikkel in de kassa,

de plukkers drenkt hij
in de boomgaard.

Romp zonder armen,
mokkend crucifix;

een zwam, onwelriekend
aan de muur van stallen.

Aluminium
dagen, ijzeren jaren

kloppend op de snelweg
voedt zijn boodschap.

Benzinepomp,
vijfde evangelieschrijver!

Zuilenheilige
die zijn volgelingen

toeroept ‘Vlieg
naar de koperen einder!

Daar is de zoetheid.
Daar hangt de vrucht’.

 

 

Klein Hoefblad

Hoefblad werpt zijn heel verre van
gloeiende sterren op de groene planeet,
trillende schijnsels in de winterwind:
ze zweven en staan toch bijna stil.

Niet erg dichtbij, op een stuk of wat
parsecs, brandt de Orionnevel op 't groot
gasveld; sterren vóór duizend eeuwen,
bloeiden op, t uur dat de verkenner

scheepging, zijn al bijna roemloze
reis naar de planeet, na parsecs geland.
Rondziend (op zijn stengel) fluistert hij
‘Orion’, pluis bootst de lichten na.

‘Alles zo klein hier’, seint hij stil
naar de Orionnevel: hoefblad blijft hier,
gast uit het blauw die zijn missie vergat,
onontraadseld, fbi en radar ten spijt.

 

 
H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)
Cover


 

De Nederlandse dichter, essayist en classicus Piet Gerbrandy werd geboren in Den Haag op 17 september 1958. Zie ook alle tags voor Piet Gerbrandy op dit blog.

 

Want bussen, die minacht
hij, tegen auto's voedt hij haat.
Verregend ploegt hij jarenlang
gerimpeld fietspad om.

Maar halverwege brak

krenk, gewricht laat los,
moeren rollen spottend
in de sloot. Stug hinkt
hij steppend voort naar Grol.
Geen griepje, nee liever steriele
slangen door de neus, haperende
symbolen op een schermpje, op de walkman,

die doorschreeuwt als ik niets meer hoor,
My Favorite Things. Zo wil ik dat het gaat:
weloverwogen en onopgemerkt.

Anonymus, particulier verzekerd.

 

 

Idyllen

I
Wat rent er die haas
voor je velgen van mes?
Moet hij dat hij zo'n
vaart ergens heen?

Nee, nooit werd hij waar
ook verwacht. Wat hem dreef
was vandaan, dat men sloot

zijn seizoen. Inderdaad
in geen velden zijn jager.

In je zog landt een koppel
gemaskerde duifgrijs
geharnaste kauwen in

aas dat - maar
langzaam - bedaart.

 

 
Piet Gerbrandy (Den Haag, 17 september 1958)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Sympathetic Portrait Of A Child

The murderer's little daughter
who is barely ten years old
jerks her shoulders
right and left
so as to catch a glimpse of me
without turning round.
Her skinny little arms
wrap themselves
this way then that
reversely about her body!
Nervously
she crushes her straw hat
about her eyes
and tilts her head
to deepen the shadow—
smiling excitedly!

As best as she can
she hides herself
in the full sunlight
her cordy legs writhing
beneath the little flowered dress
that leaves them bare
from mid-thigh to ankle—

Why has she chosen me
for the knife
that darts along her smile?

 

 

Sonnet In Search Of An Author

Nude bodies like peeled logs
sometimes give off a sweetest
odor, man and woman

under the trees in full excess
matching the cushion of

aromatic pine-drift fallen
threaded with trailing woodbine
a sonnet might be made of it

Might be made of it! odor of excess
odor of pine needles, odor of
peeled logs, odor of no odor
other than trailing woodbine that

has no odor, odor of a nude woman
sometimes, odor of a man.

 

 
William Carlos Williams (17 september 1883 - 4 maart 1963)

 

 

De Amerikaanse schrijver Ken Kesey werd geboren in La Junta (Colorado) op 17 september 1935. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Ken Kesey op dit blog.

Uit: Sometimes a Great Notion

“Down through the druid wood I saw Wildman join with Cleaver Creek, put on weight, exchange his lean and hungry look for one of more well-fed fanaticism. Then came Chichamoonga, the Indian Influence, whooping along with its banks war-painted with lupine and columbine. Then Dog Creek, then Olson Creek, then Weed Creek. Across a glacier-raked gorge I saw Lynx Falls spring hissing and spitting from her lair of fire-bright vine maple, claw the air with silver talons, then crash screeching into the tangle below. Darling Ida Creek slipped demurely from beneath a covered bridge to add her virginal presence, only to have the family name blackened immediately after by the bawdy rollicking of her brash sister, Jumping Nellie. There followed scores of relatives of various nationalities: White Man Creek, Dutchman Creek, Chinaman Creek, Deadman Creek, and even a Lost Creek, claiming with a vehement roar that, in spite of hundreds of other creeks in Oregon bearing the same name, she was the one and only original...Then Leaper Creek...Hideout Creek...Bossman Creek...I watched them one after another pass beneath their bridges to join in the gorge running alongside the highway, like members of a great clan marshaling into an army, rallying, swelling, marching to battle as the war chant became deeper and richer.”
(...)

“He had only smiled, condescendingly and therapeutically. "No, Leland, not you. You, and in fact quite a lot of your generation, have in some way been exiled from that particular sanctuary. It's become almost impossible for you to 'go mad' in the classical sense. At one time people conveniently 'went mad' and were never heard from again. Like a character in a romantic novel. But now"--And I think he even went so far as to yawn--"you are too hip to yourself on a psychological level. You are all too intimate with too many of the symptoms of insanity to be caught completely off your guard. Another thing: all of you have a talent for releasing frustration through clever fantasy. And you, you are the worst of the lot on that score. So... you may be neurotic as hell for the rest of your life, and miserable, maybe even do a short hitch at Bellvue and certainly good for another five years as a paying patient--but I'm afraid never completely out." He leaned back in his elegant Lounge-o-Chair. "Sorry to disappoint you but the best I can offer is plain old schizophrenia with delusional tendencies.”

 

 
Ken Kesey (17 september 1935 – 10 november 2001)
The Storyteller Ken Kesey Memorial in Eugene, Oregon

 

 

De Nederlandse toneel- en kroniekschrijver en essayist Abel Herzberg werd geboren in Amsterdam op 17 september 1893. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Abel Herzberg op dit blog.

Uit:Meat and vegetables

“Wat doet nou per slot van rekening die hele 5de Mei ertoe? De gewone man gelooft het allang. Om aan de 5de Mei te denken, daar moet je toch voor gaan zitten! Dat is toch een karwei! Laat de redactie van dit nummer ons nu eens eerlijk biechten, hoeveel moeite het heeft gekost, om zijn inhoud bij elkaar te krijgen? Hoeveel spontaneïteit zit er achter? Ik weet zelf het best, wat een moeite het kost, je gedachten op een stuk voor een nummer, dat aan de 5de Mei is gewijd, te verzamelen. Waarom duurt het tien jaren voordat een boekwerk als Onderdrukking en Verzet gereed kan komen? Waar is de verontwaardiging gebleven, de vaart in het denken uit de jaren 1940-1945?
Je kunt het ook anders zeggen, en iemand die proza schrijft, zegt de dingen het best op de meest prozaïsche manier.
Kijk, op 3 October eet iedere goede Leidenaar, en eigenlijk iedere goede vaderlander, hutspot met klapstuk. Waarom eet geen mens op de 5de Mei meat and vegetables? Daar is geen minister voor nodig, geen regering en geen erecomité. Dat heeft niets met de economie te maken of met de industrialisatie. Waren de meat and vegetables, die de Canadezen medebrachten, minder welkom dan destijds, na het beleg van Leiden, de hutspot? De Joden eten op Pasen matzes. Waarachtig niet, omdat ze zo lekker zijn, al zijn ze dat. En op Poerim hamansoren, en ze steken op het Inwijdingsfeest een lichtje aan. Zonder regering en zonder minister en zonder bijzondere propaganda. En ze weten heel goed waarom. Ze herdenken feiten van duizenden jaren geleden. Ligt 5 Mei 1945 dan zoveel langer terug? Maar daar heb je die vervelende Joden weer. En de redactie wil per se, dat ik daarover schrijf.
Ze zal haar zin hebben.”

 
Abel Herzberg (17 september 1893 - Amsterdam, 19 mei 1989)

 

 

De Indiase dichter, schrijver, schilder en regisseur Dilip Purushottam Chitre werd geboren op 17 september 1938 in Baroda. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Dilip Chitre op dit blog.

 

Dichter sein

Es war bloß ein Traum Namdeo und Vitthal Erschienen mir im Traum
Mach du gefälligst Gedichte Sagte Namdeo Hör auf deine Zeit zu vergeuden
Vitthal gab mir das Versmaß Und einen Klaps Um mich zu wecken Aus meinem Traum Im Traum
Die Gesamtsumme Der Gedichte die Namdeo zu schreiben gelobte War eine Billion Sagte er Alle ungeschriebenen, Tuka Fallen auf dich
Gewährtest du mir Nur Zuflucht, Herr Dir zu Füßen zu weilen In einer Reihe von Heiligen
Ich hab schon hinter mir gelassen Die Welt die mir lieb war Steh nicht still Du bist am Zug jetzt
Meine Kaste ist niedrig Meine Herkunft gering Ein bißchen Hilfe von dir Hält lange vor
Dank Namdeo Hast du mich besucht In einem Traum und der ließ mir zurück Poesie
Das ist wirklich ungewöhnlich, Hari Es heißt du linderst Leid Und hier steh ich, dein treuer Diener Und mein Haus ist heimgesucht von Poesie
Je mehr ich glänze mit Gedichten dir zum Lob Desto mehr läßt mein Werk scheint's zu wünschen übrig Das ist noch so ein erstaunlicher Widerspruch Sorge ist der Lohn für Achtsamkeit
Sagt Tuka: Herr, gerade wird mir's klar Dir zu dienen ist die äußerste Schwierigkeit
Bin ich ganz vom Boden abgehoben Bilde mir ein daß ich Gedichte schreibe Bestimmt werden die Dichter dich loben All die Prominenten lachen über mich
Des Lebens schwerste Prüfung Muß heute mir gelingen Wovon ich keine Ahnung hab Davon soll ich jetzt singen
Ich bin das Unschuldslamm das sündigen soll Was ich anstellen muß kann ich nicht sagen Anfänger bin ich in der Kunst ganz unbeschlagen Mein Meister selbst ist mir verhüllt
O Herr, erleuchte und begeistre mich Sagt Tuka: meine Zeit vollendet sich
Wo beginnt man mit dir O Herr, du hast keine Anfangszeile Es ist so schwer dich in Gang zu setzen
Alles was ich versuchte ging schief Du hast alle meine Möglichkeiten erschöpft
Was ich eben noch sagte hat sich in Luft aufgelöst Und ich lieg wieder am Boden
Sagt Tuka: ich bin wie betäubt Mir fällt nicht ein einziges Wort ein

 

Vertaald door Lothar Lutze

 

 
Dilip Chitre (17 september 1938 – 10 december 2009)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ludwig Roman Fleischer werd geboren op 17 september 1952 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ludwig Fleischer op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

Uit: Der Büttelschrei. Die Ilias, die Äneis und die göttliche Komödie in Schüttelreimen

 

Wir stückten früh. Er sagte: Auf nun in die finst’re Limbusnacht.
Kein Heiliger ist dort, der milde unter seinem Nimbus lacht.
Vielmehr sind’s Frühgeburten, die nie Böses taten, am Bösen litten.
Und dennoch würden sie vergeblich Jesus ums Erlösen bitten.
Der größte Christenschuft kann sich von Sünden durch die Beicht’ entleeren,
selbst knapp vorm Tod. Doch die gerechten Heiden kann Gott leicht entbehren.
(....)

Ich bin Erzähler, Schüttler. ‘S zeig als Worterheischer Fleiß ich,
und ich gesteh’s: nicht Kantendübel, sondern Fleischer heiß ich.
Stirb ich, will ich Olymp-wärts, mit Dionysos und Hermes leben
Und mich hinweg von aller Unbill dieses Erdenlärmes heben.
Doch denk’ ich – tu den Geist mit Wein jetzt freudedurstig heben, laben,
dass wir nur dieses eine, ach so kurze Erdenleben haben.

 

 
Ludwig Roman Fleischer (Wenen, 17 september 1952)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Albertine Sarrazin werd geboren op 17 september 1937 in Allgiers. Zie ook alle tags voor Albertine Sarrazin op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

 

Sur les frais oreillers de marbre ciselé

Sur les frais oreillers de marbre ciselé
Où fane un lourd feston de corolles savantes
Se confondent sans fin les amants aux amantes
Qui se sont fait mourir du verbe ensorcelé

Avares du vieillir ô vous enviez-les
D'avoir sur le tremplin des extases si lentes
Laissé ce million de minutes naissantes
Et bien royalement le monde tel qu'il est

Cette nuit-là comme il s'aimèrent sans mensonge
Quelque pouce géant dans sa toute bonté
À fait rouler leurs yeux hors des coffres du songe

Cependant que très loin sur les terres bénies
Les violons têtus enchantaient les Asies
Et riaient de tendresse leurs divinités

 

 

Je suis en mal du mal que j'aime

Je suis en mal du mal que j'aime
Du ciel fauve où bat sans arrêt
Appel rythmé la forêt
Pour l'impossible poème.

Dans nos courses d'enfant pas sage
Sous le dôme d'air et de lait
Comme la fontaine volait
Légèrement au visage.

Le vent bruni couleur de flûte
Dans le sable nous effaçait
Et douce pluie dansait
Mêlant nos pas en sa chute.

 

 
Albertine Sarrazin (17 september 1937 – 10 juli 1967)

 

 

De Engelse dichteres schrijfster Mary Stewart werd geboren op 17 september 1916 in Sunderland. Zie ook alle tags voor Mary Stewart op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

 

Lidice

This is a conquered village. Here is death
Sitting in silence; stone from very stone
Has dropped, and grey grass of oblivion
Crawls in the cracks to blot the lines beneath.
Cottage, street, orchard — blackened boughs uplifted
That have borne fearful fruit — and everywhere,
Over the village that has died in fear,
The thin essential dust has drifted, drifted.

This was a conquered village: but the hour
In which it died brought it beyond the clutch
Of fear, to freedom; and the tyrant's touch
Startled potentiality to power.
Oh fools who did this thing, who dream of winning
Safe from day's arrow, from the noonday's terror,
Authors of unimaginable error —
Did you not know the End is the Beginning?

There is no end, oh blind. Though you have shot
The fortunate men, though girls in different graves
Lie crying through the night, though you call slaves
Children with murdered eyes — yet you forgot
There is no end. Since you have blindly made
Dangerous what lay dormant here before,
You who have murdered sleep shall sleep no more,
And shall, who wrought by terror, be afraid.

 

 
Mary Stewart (17 september 1916 – 9 mei 2014)

De commentaren zijn gesloten.