26-07-17

Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar, George Bernard Shaw, Hanya Yanagihara

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit:Vaslav

“En ik heb mevrouw nog zo gewaarschuwd. Maanden geleden al, begin oktober, meteen toen ik het aan zag komen. Kan best zijn dat ik toen te voorzichtig ben geweest, niet hard genoeg, gewoon omdat ik niet goed durfde. Het was ook een ijzingwekkende boodschap, verschrikkelijk! Haar zoiets te moeten zeggen over de man op wie ze haar hele ziel heeft ingezet, voor wie ze haar lijf heeft afgebeuld tot haar spieren ervan scheurden en het bloed in haar schoenen stond. Het ijzer in die wil! Ze heeft voor hem gestreden als een straatmeid en hem veroverd als een strateeg.
En nou dit.
Hoe kun je iemand die liefheeft voor zoiets de ogen openen?
Natuurlijk, het hoort niet dat een man als ik over zoiets begint, maar iemand moest het toch zeker doen? Ik heb het zo rustig mogelijk gebracht. Zakelijk bijna, zoals ik meld dat het bad klaarstaat of dat er aanmaakhout moet komen. Het laatste wat ik wilde was haar aan het schrikken maken, maar mij doet het evengoed pijn het te moeten aanzien. Ons allemaal hier in huis, maar mij misschien nog net iets meer. Ik, die dag in dag uit zoveel uren met hem optrek, had ik het dan zomaar stilletjes moeten laten gebeuren, terwijl ik zie wat er gaat komen? Ik weet als geen ander wat ons vandaag te wachten staat. Ik verzin het niet, ik heb het allemaal al eens eerder zien gebeuren, vroeger in Sils Maria. Niet nog een keer, dacht ik, niet nog een keer!
Ik heb het haar gezegd, maar ze wilde het niet horen. Wat had ik dan moeten doen, zwijgen? Ik herkende het gevaar. Ik zag het toch in zijn ogen. Het was mijn plicht daarop te wijzen. Dat is me niet in dank afgenomen. Marie en Lise vielen me nog bij, maar er was er maar één de kwaaie pier, dat voelde je. Die kilte. En later heeft ze dat gezegd ook, dat ik mijn plaats moest weten en dat als ik die niet kende, zij mij weg zou sturen. En desondanks ben ik er nog een keer op teruggekomen – ik moest toch wel!
Nog geen maand later, zodra het vrede was, begon ze brieven te schrijven. Twee, drie keer op een dag stuurde ze me naar de post. Geadresseerd aan theaters in Parijs, Londen en Monte Carlo, aan impresario’s en intendanten. Ook zag ik de namen van al die mensen over wie ze het altijd heeft, allemaal kunstenaars, sommigen zo beroemd dat wíj er in dit dal zelfs van gehoord hebben, zogenaamde oude vrienden, al heb ik ze hier nog nooit een voet zien zetten, op wie ze al haar hoop heeft gezet.”

 

 
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)
Maarten Heijmans (Vaslav) en Noortje Herlaar (Romola) in de toneelbewerking, Amsterdam, 2014


 

De Franse schrijver, journalist, regisseur en scenarist Gregoire Delacourt werd geboren op 26 juli 1960 in Valenciennes, Zie ook alle tags voor Gregoire Delacourt op dit blog.

Uit: Danser au bord de l'abîme

« Il y a de très nombreuses routes des vins.
Nous avons choisi l'une de celles de Provence - non pas parce qu'elle est la plus ancienne, parce que y craquettent les cigales, y embaume la lavande, y poussent les chênes verts, les oliviers, les genévriers, non pas parce que y coulent des torrents d'eau claire, y serpentent parfois des larmes de puisatière, y résonnent des colères de boulanger trompé, ou parce que les jours de mistral, on peut y entendre Marius, Mirèio ou Bobi, mais parce qu'il y fait beau dès les premiers jours du printemps, parce que Olivier voulait, une fois encore, sentir le soleil sur sa peau, une fois encore cette chaleur-là, qui fleure le monoï ou la vanille des huiles, une fois encore ressentir le vent tiède, légèrement salé, sur son visage, une fois encore voir la mer qui se fond dans le ciel, à l'approche du soir, et dessine un tableau sur lequel toutes les histoires peuvent s'écrire, une fois encore connaître l'heure magique où le soleil brunit les peaux, étire les ombres, et semble mettre le feu à la cime des pins, comme des torches de fête, une dernière fois prendre un petit déjeuner sous un platane au tronc pelé, une table de fer forgé, bancale, nappe blanche amidonnée, argenterie lourde et fatiguée, café clair, brûlant, jus d'oranges pressées, le bonheur simple d'une gorgée fraîche, presque glacée. »

 

 
Gregoire Delacourt (Valenciennes, 26 juli 1960)

 

 

De Vlaamse schrijver Yves Petry werd op 26 juli 1967 geboren in Tongeren. Zie ook alle tags voor Yves Petry op dit blog.

Uit: De maagd Marino

“De deur gaat open, en het is voor Marino geen verrassing dat de man die op het toneel verschijnt alleen maar een onderbroek aanheeft. Dat hebben ze zo afgesproken. Verrassender is de uitdrukking op het gezicht van de man. De half gesloten ogen wijzen op een zekere staat van verdoving. Zijn passen zijn ietwat onzeker. Maar de strak gespannen kaakspieren drukken een intense vastberadenheid uit.
De kin is lichtjes geheven, de lippen steken uitdagend naar voren. Hij lijkt op een kruising van een zombie en een martelaar, op een slaapwandelaar glinsterend van strijdlust.
Hoogstwaarschijnlijk is dat een effect van de drugs die hij heeft ingenomen.
De gordijnen in de woonkamer zijn zorgvuldig gesloten.
Er is geen glimp van buiten meer op te vangen. In een hoek van de kamer verspreidt een staande lamp onder een bleke, grofkatoenen kap een niet al te helder licht. Het zou bijna gezellig kunnen zijn, als de ruimte verder niet leeg was, op een eettafel met twee stoelen en een sofa na.
Op een van die stoelen zit Marino. Waar hij vooraf al bang voor was, overvalt hem ineens als een vaststaand feit: het moment is niet goed gekozen. Niet omdat het nog te vroeg is, niet omdat het reeds te laat is, niet omdat een ander tijdstip beter zou zijn geweest, maar omdat het verkeerd is zelf een tijdstip te kiezen.
Nu kan hij niet meer terug. Hij staat op en volgt de man die zwijgend met zijn rug tegen een muur gaat staan. Links en rechts van hem, op een armlengte afstand, bevinden zich de twee metalen ringen die daar enkele dagen geleden zijn aangebracht. Met de twee stukken touw die op de tafel klaarlagen, knoopt Marino de polsen van de man vast aan de ringen.
Ook wat hem verder te doen staat, hebben ze vooraf besproken.
Over het gezicht van de man ligt een nogal dromerige uitdrukking, om zijn lippen hangt zelfs iets wat zweemt naar spot, alsof hij Marino’s verlegenheid grappig vindt. Marino haalt een reep stof die hij uit een oude jurk heeft geknipt uit zijn broekzak en blinddoekt er de man mee, die dat zonder het minste verzet ondergaat.”

 

 
Yves Petry (Tongeren, 26 juli 1967)

 

 

De Vlaamse schrijfster Anne Provoost werd geboren in Poperinge op 26 juli 1964. Zie ook alle tags voor Anne Provoost op dit blog en ook mijn blog van 26 juli 2010.

Uit: Looking into the sun (Vertaald door John Nieuwenhuizen)

“I won’t be allowed into the house, even though my legs are bleeding. I realize this even before I get to the boardwalk after cutting across the stubble field. I’ve pulled my socks up as high as I can, but they’re only thin cotton, and very soon my shins are covered in scratches. I don’t stop to inspect them. All my attention is on the house, on the motionless shapes on the veranda.
Locusts float ahead of me when I leave the track on my way to the boardwalk. The grass on the edges of the field is almost taller than me. My feet get caught in the blackberry bushes and the thorns rear at my legs. Without slowing my pace, I hit out at the prickles as if they’re insects. Something tells me that scratches don’t matter now, that the important thing is to get inside the house.
But I can’t go in, I can tell by the attitude of the men on the veranda. There are four of them. They’re wearing caps with earflaps turned up, and lace-up rubber boots. They are leaning against the wall and the screen door. Each has one leg pulled up and his arms crossed. Bags hang off their belts. They don’t speak. Like cattle in a thunderstorm, they all look in the same direction: to the silos in the distance, just past the bend in the asphalt track.
Not that I’m not used to them being there. The men quite often stand about on the veranda. No sooner is the threshing of the grain done, when they come round to show off their horses, to talk about cartridges and bullets, to choose the right time to start the hunt. But the fact that they are still here at this hour of the day is surprising. By this time, they’re usually in a hurry to go and hang the day’s catch in their cellars, pluck the birds from the previous hunt, which have lost their stiffness, light the fires and put fat in the pot. Today, they haven’t even unsaddled their horses, just loosened the nosebands; the animals stand uncomfortably on the dirt track, snorting.”

 

 
Anne Provoost (Poperinge, 26 juli 1964)

 

 

De Engelse schrijver en criticus Aldous Huxley werd geboren op 26 juli 1894 in Godalming, Surrey. Zie ook mijn blog van 26 juli 2010 en eveneens alle tags voor Aldous Huxley op dit blog.

Uit: Brave new World

“These may think it a great thing to have everything, as they suppose, their own way–to depend on no one–to have to think of nothing out of sight, to be without the irksomeness of continual acknowledgment, continual prayer, continual reference of what they do to the will of another. But as time goes on, they, as all men, will find that independence was not made for man–that it is an unnatural state–will do for a while, but will not carry us on safely to the end …'" Mustapha Mond paused, put down the first book and, picking up the other, turned over the pages. "Take this, for example," he said, and in his deep voice once more began to read: "'A man grows old; he feels in himself that radical sense of weakness, of listlessness, of discomfort, which accompanies the advance of age; and, feeling thus, imagines himself merely sick, lulling his fears with the notion that this distressing condition is due to some particular cause, from which, as from an illness, he hopes to recover. Vain imaginings! That sickness is old age; and a horrible disease it is. They say that it is the fear of death and of what comes after death that makes men turn to religion as they advance in years. But my own experience has given me the conviction that, quite apart from any such terrors or imaginings, the religious sentiment tends to develop as we grow older; to develop because, as the passions grow calm, as the fancy and sensibilities are less excited and less excitable, our reason becomes less troubled in its working, less obscured by the images, desires and distractions, in which it used to be absorbed; whereupon God emerges as from behind a cloud; our soul feels, sees, turns towards the source of all light; turns naturally and inevitably; for now that all that gave to the world of sensations its life and charms has begun to leak away from us, now that phenomenal existence is no more bolstered up by impressions from within or from without, we feel the need to lean on something that abides, something that will never play us false–a reality, an absolute and everlasting truth. Yes, we inevitably turn to God; for this religious sentiment is of its nature so pure, so delightful to the soul that experiences it, that it makes up to us for all our other losses."

 

 
Aldous Huxley (26 juli 1894 – 22 november 1963)
Cover biografie

 

 

De Engelse schrijver Nicholas Evans werd geboren op 26 juli 1950 in Bromsgrove. Zie ook alle tags voor Nicholas Evans op dit blog en ook mijn blog van 26 juli 2010.

Uit: The Brave

“They found the tracks at dawn in the damp sand beside the river about a mile downstream from where the wagons had circled for the night. Flint got off his horse, the odd-looking one that was black at the front and white at the back, as if someone had started spraying him with paint then had second thoughts. Flint knelt down to have a closer look at the tracks. Bill Hawks stayed on his horse watching him and every so often glancing nervously up at the scrubby slope that rose steeply behind them. He clearly thought the Indians who had kidnapped the little girl might be watching. He pulled out his gun, checked it was loaded, then holstered it again.
“What do you reckon?”
Flint didn’t answer. To anyone else, including Bill Hawks, the tracks just looked like holes in the mud. But to Flint McCullough they told a whole story.
“Must have ridden downstream in the water so as not to leave tracks around camp,” Bill said. “You can see this is where they came out.”
Flint still didn’t look at him.
“Uh-huh. At least, that’s what they want us to think.”
He swung himself back into the saddle and steered his horse into the water.
“What do you mean?”
Again Flint didn’t reply. He rode across the shallows to the opposite bank, then followed it downstream another thirty yards or so, his eyes scanning every rock and clump of grass. Then he found what he was looking for.
“Flint? Mind telling me what’s going on?”
“Come see for yourself.”
Bill rode across to join him. Flint had dismounted again and was squatting on the bank, peering at the ground.
“Darn it, Flint, will you tell me what you’re up to? What are we waiting for? Let’s get after them.”
“See here, among the rocks? More hoof marks. Deeper ones. The tracks on the other side are kinda shallow. No riders. It’s an old Shoshone trick. They turn some horses loose then double up to send you off on the wrong trail. This here’s the way they went.”

 

 
 Nicholas Evans (Bromsgrove, 26 juli 1950)

 

 

De Indonesische dichter Chairil Anwar werd geboren op 26 juli 1922 in Medan. Zie ook alle tags voor Chairil Anwar op dit blog en ook mijn blog van 26 juli 2010.

 

Pines in the Distance

Pines scatter in the distance,
as day becomes night,
branches slap weakly at the window,
pushed by a sultry wind.

I'm now a person who can survive,
so long ago I left childhood behind,
though once there was something,
that now counts for nothing at all.

Life is but postponement of defeat,
a growing estrangement from youth's unfettered love
a knowing there's always something left unsaid,
before we finally acquiesce.

 

 

Announcement

To dictate is not my intent,
Fate is separate loneliness-es.
I choose you from among the rest, but
in a moment we are snared by loneliness once more.
There was a time I truly wanted you,
to be as children in crowning darkness,
and we kissed and fondled, not tiring.
I did not want to ever let you go.
Do not unite your life with mine,
for I cannot be with anyone for very long
I write now on a ship, in some nameless sea.

 

 
Chairil Anwar (26 juli 1922 – 28 april 1949)
Portret door Toto Haryanto

 

 

De Ierse toneelschrijver, socialist en theatercriticus George Bernard Shaw werd geboren in Dublin op 26 juli 1856. Zie ook mijn blog van 26 juli 2010 en eveneens alle tags voor George Bernard Shaw op dit blog.

Uit: Love Among the Artists

“One fine afternoon during the Easter holidays, Kensington Gardens were in their freshest spring green, and the steps of the Albert Memorial dotted with country visitors, who alternately conned their guidebooks and stared up at the golden gentleman under the shrine, trying to reconcile the reality with the description, whilst their Cockney friends, indifferent to shrine and statue, gazed idly at the fashionable drive below. One group in particular was composed of an old gentleman intent upon the Memorial, a young lady intent upon her guide-book, and a young gentleman intent upon the young lady. She looked a woman of force and intelligence; and her boldly curved nose and chin, elastic step, upright carriage, resolute bearing, and thick black hair, secured at the base of the neck by a broad crimson ribbon, made those whom her appearance pleased think her strikingly handsome. The rest thought her strikingly ugly; but she would perhaps have forgiven them for the sake of the implied admission that she was at least not commonplace ; for her costume, consisting of an ample black cloak lined with white fur, and a broad hat with red feather and underbrim of sea green silk, was of the sort affected by women who strenuously cultivate themselves, and insist upon their individuality. She was not at all like her father, the grey-haired gentleman who, scanning the Memorial with eager watery eyes, was uttering occasional ejaculations of wonder at the sum it must have cost. The younger man, who might have been thirty or thereabout, was slight and of moderate stature. His fine hair, of a pale golden color, already turning to a silvery brown, curled delicately over his temples, where it was beginning to wear away. A short beard set off his features, which were those of a man of exceptional sensitiveness and refinement. He was the Londoner of the party; and he waited with devoted patience whilst his companions satisfied their curiosity. It was pleasant to watch them, for he was not gloating over her, nor she too conscious that she was making the sunshine brighter for him; and yet they were quite evidently young lovers, and as happy as people at their age know how to be.
At last the old gentleman's appetite for the Memorial yielded to the fatigue of standing on the stone steps and looking upwards. He proposed that they should find a seat and examine the edifice from a little distance."

 

 
George Bernard Shaw (26 juli 1856 – 2 november 1950)
Cover

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara werd geboren in 1975 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Hanya Yanagihara op dit blog.

Uit: Een klein leven (Vertaald door Josephine Ruitenberg en Kitty Pouwels)

‘Wie wil er nou sowieso op de hoek van 25th en 2nd wonen?’ vroeg JB. Ze zaten bij Pho Viet Huong in Chinatown, waar ze elke twee weken met elkaar aten. Het eten was er niet fantastisch – de pho smaakte verdacht naar suiker, het limoensap naar zeep, en naderhand werd er altijd wel íémand ziek – maar toch bleven ze er komen, uit gewoonte maar ook uit noodzaak.
Bij Pho Viet Huong kreeg je voor vijf dollar een kom soep of een broodje, of je nam een van de hoofdgerechten, die acht à tien dollar kostten maar veel groter waren, zodat je de helft kon bewaren voor de volgende dag of als snack voor ’s avonds laat. Alleen Malcolm at zijn maaltijd nooit helemaal op en bewaarde het restant ook niet; als hij genoeg had schoof hij zijn bord naar het midden van de tafel, zodat Willem en JB, die altijd honger hadden, de rest konden opeten.
‘Het is geen kwestie van willen, JB,’ zei Willem geduldig, ‘maar we hebben niet echt een keus. We hebben geen geld, weet je nog?’ ‘Ik snap niet waarom jullie niet gewoon blijven waar jullie zitten,’ zei Malcolm, die zijn paddestoelen en tofu heen en weer schoof over zijn bord – hij bestelde altijd hetzelfde: oesterzwammen en gesmoorde tofu in een stroperige bruine saus – terwijl Willem en JB er verlekkerd naar keken.
‘Dat kan ik niet,’ zei Willem. ‘Dat weet je toch?’ Hij had het in de afgelopen drie maanden al zeker tien keer aan Malcolm uitgelegd. ‘Merritts vriend trekt bij hem in, dus ik moet verhuizen.’
‘Maar waarom moet jij verhuizen?’

 
Hanya Yanagihara (Los Angeles, 1975)

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.