25-07-17

Lieke Marsman, Sytze van der Zee, Elias Canetti, Max Dauthendey, Jovica Tasevski –, Eternijan, Annette Pehnt, Ottokar Kernstock, Albert Knapp, Louise Boege

 

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

Uit:Het tegenovergestelde van een mens

„Als kind hield ik ervan om te fantaseren dat ik een komkommer was. ’s Avonds lag ik met mijn armen langs mijn lichaam onder mijn dinosaurussendekbed, soms kaarsrecht, soms met mijn benen licht kromgetrokken, en probeerde voor heel even de gestalte van mijn lievelingsgroente aan te nemen. Ben een komkommer, ben een komkommer, ben een komkommer, fluisterde ik tegen mijn achtjarige zelf, totdat ik bedacht dat komkommers niet kunnen fluisteren. Vervolgens zei ik mijn mantra op in mijn hoofd, totdat me te binnen schoot dat komkommers ook niet in zichzelf kunnen praten. Maar doorgaans was ik tegen die tijd al in een zoete, diepe slaap gevallen. Nota bene: dit was in de tijd dat mindfulness nog niet bestond en ook meditatie nog iets zo exotisch was dat de meeste mensen er alleen maar van in paniek raakten.
Ik woonde met mijn ouders en mijn broer Carl in een Vinexwijk aan de rand van een middelgrote provinciestad. De huizen in onze straat waren gemaakt van witte bakstenen met lichtgrijs cement ertussen. De meeste bewoners hadden hun kozijnen blauw, rood of geel geverfd: primaire kleuren die fel afstaken bij het wit van de stenen. Er woonden veel kinderen in de wijk en daarom mochten de auto’s niet harder dan 30 kilometer per uur. Als logge beesten bewogen de gezinswagens zich voort naar school en werk, grazende bizons op een steppe van rechte stoepranden en basketbalpleintjes. Alleen ’s avonds laat hoorde je wel eens een auto snel optrekken. Zo nu en dan zelfs een scooter.
Van hun vakantiegeld kochten de mensen uit de straat een nieuwe parasol of een nieuwe hogedrukspuit. Of een vakantie natuurlijk. De meeste buren gingen net als wij op vakantie in eigen land, naar een bungalowpark op de Veluwe of een camping aan de Noordzeekust, maar zo nu en dan reed er eind augustus een zongebruinde familie de straat in die met caravan en partytent drie weken lang op een Spaans grasveldje had gestaan. Zij zouden op de buurtbarbecue die ieder jaar in het eerste weekend van september gehouden werd hoge ogen gooien.”

 

 
Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)


 

De Nederlandse journalist en schrijver Sytze van der Zee werd geboren op 25 juli 1939 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Sytze van der Zee op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

Uit: Vogelvrij

‘Ik had liever gehad dat ze me tegen de muur hadden gezet, dan was me veel bespaard gebleven.’ Hebt u er nooit met iemand over gesproken?‘In de eerste plaats: met wie? En in de tweede plaats was het geen mooi verhaal. Dat je in de gevangenis hebt gezeten.’ Voor een dochter of een zoon is het een verschrikkelijk verhaal: een vader die als V-man voor de SD en de Gestapo heeft gewerkt.‘Dat laatste heeft men mij toen ten laste gelegd. Maar u kunt me geloven of niet, ik heb in die tijd ook moeilijkheden gehad, in de HJot en bij Barbie, omdat ik geen ariër was. Toch geloofde ik in Hitler en ik had me vast voorgenomen mijn vaderland te dienen. Bij het leger kon ik niet terecht, dus ging ik naar de SD.’ Bent u nog wel eens in Nederland terug geweest?‘Nee, nooit.’ Zegt u de naam Rebecca Ensel iets? Zwijgend schudt hij het hoofd. Dezelfde reactie krijg ik als ik de namen van Nelly Liebermann en Metha Tailleur noem (alle drie vrouwen zou hij hebben verraden).Maar met Metha Tailleur bent u nog verloofd geweest.‘Ik heb nooit een verloofde gehad.’ Hebt u uw eerste of tweede vrouw dan niets over uw verleden verteld? ‘Dat heb ik niet. Na mijn vrijlating ben ik naar Frankfurt gegaan om een nieuw leven op te bouwen. Maar nu is alles kapot. Laten we een einde aan dit gesprek maken.’

 

 
Sytze van der Zee (Hilversum, 25 juli 1939)
Cover 

 

 

De Duitstalige schrijver Elias Canetti werd geboren op 25 juli 1905 in Russe in Bulgarije. Zie ook mijn blog van 25 juli 2010 en eveneens alle tags voor Elias Canetti op dit blog.

Uit:Het boek tegen de dood (Vertaald door Ria van Hengel)

“Je eigen jaren als aflossing voor de anderen. Iemand geeft mensen die hij waardevol acht enkele van zijn eigen jaren, om hun leven te verlengen. Hem is een lang bestaan voorspeld; hij weet dat hij zijn honderdste verjaardag zou bereiken. Dan besluit hij om er met behulp van reizen en grondig onderzoek achter te komen wie zijn jaren nodig heeft. Hij deelt ze heel weloverwogen uit, nooit te veel, nooit te weinig; het is een vermoeiend beroep. In de tijd die hij voor zijn eigen leven overhoudt, moet hij zorgen dat er optimaal van zijn offer gebruik wordt gemaakt.
De mare van zijn wonderlijke handel verspreidt zich al snel. Hij valt in handen van speculanten die aan zijn jaren willen verdienen. Ze moeten hem overtuigen van de levenswaarde, de algemene betekenis, het nut van hun cliënten, maar in werkelijkheid zijn dat stokoude belachelijke vrouwtjes, met veel geld en nog meer verlangen naar nog een paar belachelijke jaartjes erbij. De speculanten
produceren dus waardevolle mensen, want die weldoener, een zuiver mens, gaat het helemaal niet om geld. Het beperkte aantal jaren van zijn leven maakt die jaren steeds kostbaarder; hoe minder er overblijven, des te meer mensen dringen op om ervan te genieten. Er ontstaan een soort heimelijke aandelen die van hand tot hand gaan en waanzinnige koersen bereiken. Degenen die al jaren hadden ontvangen voordat het speculeren begon, worden opgespoord en op allerlei manieren aangezet hun rechten van de hand te doen. Jaren worden versnipperd tot maanden en tot weken. Zij die hun rechten door koop hebben verkregen, vormen een vennootschap met een bestuur en verkiezingen. Die moet voornamelijk het moment in de gaten houden dat de weldoener het allang vastgestelde eindpunt van zijn leven bereikt. Vanaf dat moment is het van hen.
(...)

[In de nacht na 14 Sha’abaan (de achtste maand van het islamitisch jaar) worden in alle moskeeën speciale diensten gehouden. De traditionele reden is dat ‘in die nacht de lotusboom in het paradijs, die de namen van alle levende mensen op zijn bladeren heeft staan, wordt geschud, en het blad van de sterveling van wie bepaald is dat hij het volgende jaar zal sterven, valt verdorrend op de grond’.]

Hij heeft de neiging alles op het meest verkeerde moment te doen; een troosteloze wanorde in de tijd, alsof hij niet kan accepteren dat de tijd onomkeerbaar is. Als hij de dingen in hun juiste volgorde doet, is hij bang dat hij de dood, waar al die volgordes naartoe leiden, erkent.”

 

 
Elias Canetti (25 juli 1905 - 14 augustus 1994)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schilder Max Dauthendey werd geboren op 25 juli 1867 in Würzburg. Zie ook alle tags voor Max Dathendey op dit blog.

Uit:Der Geist meines Vaters

“Heute war ich am Grabe meines Vaters.

Unsere Familiengruft, in welcher mein Vater und meine Mutter begraben liegen, suche ich manchmal auf, um mich zu überzeugen, daß der Gärtner, dem das Grab in Obhut gegeben ist, seine Pflicht tut. Ich kaufe dann in der Gärtnerei, die neben dem Kirchhof liegt, ein paar blühende Blumenstöcke und lasse sie von einem Gärtnerburschen an das Grab tragen. Wenn der Gärtner am Grabstein die Blumentöpfe niedergestellt und sich wieder entfernt hat, lese ich gern die Jahreszahlen der Geburts- und Sterbetage auf der schwarzen Marmortafel.
1819 wurde mein Vater geboren, 1896 starb er. Also liegt nahezu ein Jahrhundert mit ihm hier unter dem Efeu begraben. Dieser kleine Erdenfleck hat Herz, Augen und Gedanken in sich aufgenommen, die einmal, so wie ich jetzt, durch Millionen Meilen hindurch im Weltraum die ferne Sonne fühlen und durch Millionen Meilen hindurch nachts die Sterne betrachten konnten.
Mein eigenes Herz aber und meine Augen und Gedanken können, wenn sie vor diesem Grabe stehen, die Gestalten der Toten nicht unter diese paar Fuß Erde zwingen. Meine Toten gehen mit mir hin zum Grabe und gehen mit mir vom Grabe fort. Nur wenn ich auf die Nebengräber sehe, die in langer Reihe den Weg säumen, an dem unsere Gruft liegt, nur dort in den anderen Gräbern sehe ich im Geist tote Menschen liegen. Aber wenn ein Trauernder in der Ferne auf den Friedhofwegen daherkommt, an einem Grabe stehenbleibt und, so wie ich, seine Verstorbenen besuchen will, dann fühle ich; auch die anderen, wenn sie an ihre Gräber treten, können keine Angehörigen sich ins Grab hineindenken. Die Toten sind auferstanden aus jedem Grab, sobald an dasselbe ein Trauernder ehrfurchtsvoll hintritt.
Ach, aus diesen kleinen Erdenzellen, die da in langen Reihen, in unzähligen Straßen durch den Kirchhof nebeneinander eingegraben sind, strömen aus jeder Zelle Welten von Erinnerungen. Die kleinen eingezäunten Blumenäckerlein enthalten oft Königreiche und Weltteile voll lebender Erinnerungen.“

 

 
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)
Cover

 

 

De Macedonische dichter Jovica Tasevski – Eternijan werd geboren op 25 juli 1976 in Skopje. Zie ook alle tags voor Jovica Tasevski – Eternijan op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

 

Engram

When dark ice
fell on the cotton fields
of Adonai

Engram

Cherubim threaded
through the needles of the Black Dough
The light wings don't erode

Engram

Clear magma strikes
from the Mild Pupils
The Stony face cannot be eroded

Engram

The herds of heaven will pass over her shell
with their heavy hoofs
Will the dark axis swing

Engram

 

Vertaald door Marija Girevska

 

 
Jovica Tasevski – Eternijan (Skopje, 25 juli 1976)

 

 

De Duitse schrijfster Annette Pehnt werd geboren op 25 juli 1967 in Keulen. Zie ook alle tags voor Annette Pehnt op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

Uit: Hier kommt Michelle

„Hier kommt Michelle eine reizende junge Abi-turientin mit einem schmalen, flinken Körper, einer ra-schen Auffassungsgabe und einer ausgeprägten Schwä-che für Katzen. Im Moment kann sie aber keine halten, denn sie weiß nicht, wo sie die nächsten Jahre verbrin-gen wird, und Katzen brauchen Sicherheit. Michelle dagegen ist bereit, einiges auszuprobieren, schließlich hat sie sich in den letzten Jahren sehr am Riemen geris-sen, und gelohnt hat es sich, das sagt jeder, und sie selbst sagt es sich voller Stolz. Ein gutes, nein ein sehr gutes, ein überdurchschnittliches Abitur, und Michelle ist das nicht in den Schoß gefallen, sie hat fleißig gelernt, zum Glück kann sie sich die Dinge leicht merken, solange sie nicht allzu kompliziert sind, und ihre Eltern haben sie sehr unterstützt, und auch ihr Freund hat sie sehr unter-stützt, das allerdings ist ein trauriges Kapitel, denn der Freund hat sich aus dem Staub gemacht, mit einer ande-ren ist er über alle Berge, nach Australien sogar, weiter geht es ja gar nicht, aber Michelle ist das ganz recht, so muss sie wenigstens nicht befürchten, ihn ständig im Supermarkt oder im Kino zu treffen, und wenn sie ein-sam ist, hat sie ja genug Freundinnen, die ihr beistehen, und bald wird sie sowieso haben, und auch nicht für Katzen, weil sie ihr Stu-dium beginnen wird. Sie wird über dem Studium nicht die Eltern vernachlässigen, und die Freundinnen nach Möglichkeit auch nicht, und den schmalen flinken Kör-per nicht, den sie im Fitnessstudio trainiert, aber das kann sie ja auch als Studentin tun, die Zeit wird sie sich eben nehmen.
Hier ist die Erzählerin. Sie reibt sich die Hände, weil sie dieses harmlose Mädchen mit groben Strichen entwor-fen hat und sich jetzt schon, wo die Erfindung doch gerade erst zu leben begonnen hat, darauf freut, ihr Knüppel zwischen die Beine zu werfen. Vom morali-schen Standpunkt her ist diese Erzählerin also höchst zweifelhaft und zugleich simpel. Warum macht sie es sich so leicht? Warum verspottet sie ihr Geschöpf, bevor es überhaupt richtig losgeht? Warum wagt sie sich nicht an eine komplexere Figur? Das hat sie doch bisher auch ganz gut gekonnt. Die Figuren der letzten Romane: zutiefst gebrochen, vielleicht gar gescheitert, Suchende, für die keine Lösungen mehr zur Verfügung stehen, Reisende, die nicht ankommen werden, poeti-sche Existenzen, phantasievolle, abgründige Charak-tere. Die übrigens auch interessante Namen trugen. Und jetzt: diese Michelle.“

 

 
Annette Pehnt (Keulen, 25 juli 1967)
Keulen

 

 

De Oostenrijkse dichter, priester en Augustijner Koorheer Ottokar Kernstock werd geboren op 25 juli 1848 in Marburg an der Drau. Zie ook alle tags voor Ottckar Kernstock op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

 

Der Hexenwald

"Bleib, Friedel!" fleht’ Wildmeisters Gret’,
"Im Wald haust eine Hex’.
Was im Geäst sich blicken läßt,
Versteinert oder wurzelt fest
Im Grund wie ein Waldgewächs."

"Komm’ mit, komm’ mit und fürcht’ dich nit!"
Sprach kosend der Garzun, .
"Im Wald, lieb Kind, da ruht sich’s lind.
Zwei’n, die in Treu’n verbunden sind,
Kann keine Hexe was tun."

"O Schau und glaub’! Schon grinst durchs Laub
Das Hirschgespenst aus Stein.
Und das Gerank’, wie Birken blank,
Die Körper sind es, weiß und schlank,
Verwunschener Waldfräulein.

Den Weidmann und den Stöberhund,
Gebannt in Strunk und Strauch,
Des Ritters Leib dort in der Eib’
Verhext hat Sie das Zauberweib.
Fort! Sonst verhext sie uns auch.

"Der Knab’ umschlang das Mägdlein bang -
Da kam die Zauberei:
Es standen stumm, die Welt ringsum
Vergessend, im Waldheiligtum
Wie angewurzelt die zwei.

 

 
Ottokar Kernstock (25 juli 1848 – 5 november 1928)
In 1914

 

 

De Duitse dominee en dichter Albert Knapp werd geboren op 25 juli 1798 in Tübingen. Zie ook alle tags voor Albert Knapp op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

 

Der Quell der Freude

Möchtest du dich freuen? —
Außer Ihm, dem Treuen,
Gibt es keine Lust!
Christus nur hat Freude!
Ist nach langem Leide
Dir noch nicht bewußt,
Daß dein Herz
In sich nur Schmerz,
Und allein in Seiner Gabe
Keinen Frieden habe?

Sieh' die Wolken jagen,
Hoch vom Sturm getragen,
Durch den Himmel fern;
Aber droben schimmert
Ewig unzertrümmert
Gottes Morgenstern.
Kennst ihn du? —
In stiller Ruh

Siehet er aus seinen Höhen
Nachtgewölk verwehen.
Bist du losgekettet,
Von dir selbst errettet,
Und dem Retter treu:
Dann nur magst du sagen,
Daß in deinen Tagen
Edle Freude sey. —
Sichrer Mluth,
Der Sünde thut,
Hüpft auf einer morschen Schwelle
Ueber'm Schlund der Hölle.

O daß du entbrenntest,
Und im Geist erkenntest
Jesu Freundlichkeit, —
Und, wenn du Ihn liebest,
Ihm zur Seite bliebest!
Dann, am Ziel der seit,
Sprächest du
Mit süßer Ruh:
"Herr, mein Hirt!
Quell aller Freuden,
Niemand soll uns scheiden!"

 

 
Albert Knapp (25 juli 1798 – 18 juni 1864)
Knapps geboortehuis in Tübingen (met de de rode luiken)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres en schrijfster Louise Boege werd geboren in 1985 in Würzburg. Zie ook alle tags voor Louise Boege op dit blog en ook mijn blog van 25 juli 2010

Uit: Kaspers Freundin

„Hinten hängt dem Herrn das Hemd aus der Hose, und das Hemd ist grün und ungefähr viertausendmal gewaschen. Es ist mit kleinen Elefanten bedruckt. Auf der Tweedhose des Herrn sind einige mikroskopisch kleine braune, vielleicht rote, vielleicht von Obst, Flecken. Ein sehr breiter Gürtel hält diese schöne Kleidung um einen sehr dürren Körper zusammen.
Der Herr spielt. Die Läufe gelingen ihm gut. Alles klingt ganz gut, um nicht zu sagen: schön. Beinah hat Kasper eine Gänsehaut, beinah macht sich eine feierliche Stimmung breit, wunderschön, und Kasper denkt:
Aber er hat ja Recht, diese komische Lampe macht doch tatsächlich ein ganz angenehmes Licht.“

 

 
Louise Boege (Würzburg, 1985)

De commentaren zijn gesloten.