24-06-17

Madelon Székely-Lulofs, Johannes van het Kruis, Kurt Kusenberg, Ambrose Bierce, Jean-Baptiste Boyer d'Argens, Josse Kok

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

Uit: Rubber

“De chauffeur kroop weer achter het stuur. Het Fordje begon te reutelen en te puffen en langzaam reed de wagen de pont op.
Het water stond laag in de rivier; het had zes weken niet geregend. Er was haast geen stroom en de pont ging bijna onmerkbaar over. De veerman staarde in het water.... Wat kon het hém schelen of het lang duurde! Hij had immers toch niets te doen! En wat maakte het uit.... of je nu in een half uur over was of in tien minuten!
Uit verveling begon John een praatje met Pâ Karmo, die op de leuning van de pont zat.
‘Weinig water, Pâ Karmo.’
Pâ Karmo keek even over de rivier alsof hij haar vandaag nog niet gezien had. Dan knikte hij.
‘Weinig water, toewan.’
Een paar naakte inlandsche jongetjes baadden aan den oever.
‘Hoe staat het met de krokodillen.... zijn er véél?’
Pâ Karmo keek weer even over de rivier en knikte weer.
‘Veel krokodillen, toewan.... Als het zulk laag water is, zijn er altijd veel.’
‘En zijn die kinderen niet bang?’
Pâ Karmo hief zijn hoofd, keek even naar de badende jongens.
‘Nee, ze zijn niet bang,’ zei hij toen. En na een korte pauze liet hij er op volgen:
‘Ze zijn het al gewend om daar te baden.’
‘En gebeurt er nooit een ongeluk?’
‘Saja, toewan.... eergister is Si Pintjang van kampong Baroe meegetrokken door en krokodil.’
John ging wat rechter op zitten. Hij kende Si Pintjang.... een kleine, kreupel geboren maleische jongen, die wel eens water voor hem haalde om den motor bij te vullen.
‘En.... is hij dóód?’

 

 
Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)
Cover Tsjechische vertaling


 

De Spaanse heilige, mystiek dichter en kerkleraar Johannes van het Kruis werd geboren op 24 juni 1542 in Fontiveros bij Avila. Zie ook alle tags voor Johannes van het Kruis op dit blog.

Uit: Geestelijk hooglied (Vertaald door H. Blommestijn)

      Beurtzang tussen de ziel en de bruidegom

Hoe kan het, dat gij voortduurt,
O leven, dat niet leeft, waar ge hebt te leven?
Dat zelf, om aan te sterven,
De pijlen, die u treffen,
Maakt, van wat uw Geliefde in u gewekt heeft.

Eerst slaat Ge ’t hart een wonde,
Maar waarom het dan ook niet te genezen?
Waarom het mij te roven,
Als Gij het toch laat liggen
En u niet eigent, wat Ge eerst ontvreemd hebt?

Blust Gij dan toch mijn hartstocht,
Want niemand anders kan die immers stillen.
Zien moeten U mijn ogen,
Want Gij zijt er het Licht van,
Voor U alleen wil ik ze ook maar hebben.

Ontsluier mij uw bijzijn;
Mijn dood zij ’t U te aanschouwen in uw
schoonheid.
Bedenk toch, dat de kwelling
Der liefde nooit een eind neemt,

Dan door ’t beminde bijzijn en zijn aanblik.
O kristallijnen bronwel,
Mocht in het zilvrenschijnsel van uw wezen
Ge ineens te aanschouwen geven
De zo verbeide ogen,
Waarvan ik binnenin mij ’t vage beeld draag.

O wend ze af, Beminde,
Ik neem mijn opvlucht!

Bruidegom
Keer terug, mijn duive,
Daar nu het hert, het wonde,
In ’t zicht komt op de heuvel,
In ’t waaien van uw vlucht schept het zich koelte.

Bruid
Mijn Welbeminde, het bergland,
De dichtbeboste, eenzame valleien,
Eilanden, nooit geweten,
De ruisende rivieren,
De fluistring van de strelendzachte winden.

 

 
Johannes van het Kruis (24 juni 1542 – 14 december 1591)
Portret door Francisco de Zurbarán, 1656

 

 

De Duitse schrijver en criticus Kurt Kusenberg werd geboren op 24 juni 1904 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Kurt Kusenberg op dit blog.

Uit: Die Untat

“Um eine gewisse Jahrhundertwende machten die Forschungen des flämischen Gelehrten Talle so viel von sich reden, daß die Stadt Brenona ihn an ihre Universität berief. Die zu dein Schritt geraten hatten, durften Lob einfordern, denn wie ein Stern leuchtete seither der Na-me des großen Mannes über der ehrgeizigen Stadt und zog Scharen von Studenten an. Im gleichen Maße aber verblaßte und zerging das Ansehen des Professors Orlino, der bisher die Naturwissenschaften gelehrt und nun das Ordinariat an Talle hatte abtreten müssen. Mit den kühnen Versuchen, den scharfsinnigen und neuen Gedanken Talles verglichen, hörten sich Orlinos Vorlesungen dürftig an. Bald reichte der größte Hörsaal nicht aus, um alle Studenten zu fassen, die Talle begeistert zuströmten, während der kleinste bequem jene wenigen aufnahm, die Orlino noch nicht verlassen hatten. Tief sank die Waagschale, auf der Orlinos Leben ruhte. Des Unglücks nicht genug, verlor er zur selben Zeit einen Prozeß und geriet in ernste Geldsor-gen. Doch die Not zehrte nicht so bitter an ihm wie der Niedergang seines Rufes. Außerstande, sich. vor dein Größeren zu beugen und aus dessen warmherzig angetragener Freundschaft Ehre wie Nutzen zu ziehen, verhärte-te er und hing, sich und andere täuschend, seiner Mißgunst ein ehrbares Mäntelchen um. Den Freunden goß er ins Ohr, Talle versündige sich an der Wissenschaft und verderbe die Jugend, die unter seinem Banne Falschgeld ftir bare Münze, Gaukelwerk ftir Methode ansehe. Kurzum, er suchte Streit, wo es um Wettstreit ging, und haßte aus engem Herzen den Nebenbuhler, der ihn arglos überflügelt hatte. Dem Hassenden aber wird die Welt so klein, daß sie ftir zwei nicht Raum hat. "Er oder ich " grübelte Orlino. "Er - nicht ich! " Es wird ein Geheimnis bleiben, wie es ihm gelang, den Studenten Narda ftir seinen Plan zu gewinnen. Was an Geist, echter oder gespielter Würde und Beredungskunst in ihm lebte, muß Orlino dermaßen geschickt an den jungen, leichtgläubigen Menschen gewendet haben, daß dieser allen Ernstes zu der Überzeugung kam, die Ermordung Talles sei eine gute Tat, und sich bereit fand sie auszuführen.“

 

 
Kurt Kusenberg (24 juni 1904 – 3 oktober 1983)
Cover CD

 

 

De Amerikaanse satiricus, schrijver van korte verhalen en criticus, uitgever en journalist Ambrose Gwinnett Bierce werd geboren in Meigs County, Ohio op 24 juni 1842. Zie ook alle tags voor Ambrose Bierce op dit blog.

Uit: The Devil’s Dictionary

““Eat v.i.
To perform successively (and successfully) the functions of mastication, humectation, and deglutition. “I was in the drawing-room, enjoying my dinner,” said Brillat- Savarin, beginning an anecdote. “What!” interrupted Rochebriant; “eating dinner in a drawing-room?” “I must beg you to observe, monsieur,” explained the great gastronome, “that I did not say I was eating my dinner, but enjoying it. I had dined an hour before.”

Eavesdrop v.i.
Secretly to overhear a catalogue of the crimes and vices of another or yourself.
A lady with one of her ears applied
To an open keyhole heard, inside,
Two female gossips in converse free —
The subject engaging them was she.
“I think,” said one, “and my husband thinks
That she’s a prying, inquisitive minx!”
As soon as no more of it she could hear
The lady, indignant, removed her ear.
“I will not stay,” she said, with a pout,
“To hear my character lied about!”

Gopete Sherany


Eccentricity n.
A method of distinction so cheap that fools employ it to accentuate their incapacity.

Economy n.
Purchasing the barrel of whiskey that you do not need for the price of the cow that you cannot afford.”

 

 
Ambrose Bierce (24 juni 1842 - ? 1913/1914)
Cover

 

 

De Franse schrijver en filosoof Jean-Baptiste de Boyer, Marquis d'Argens werd geboren op 24 juni 1704 in Aix-en-Provence. Zie ook alle tags voor Jean-Baptiste Boyer d'Argens op dit blog.

Uit: Memoires

“Les aventures qui me sont arrivées ont quelque chose de si surprenant, et forment des incidens si particuliers, que j’hésiterais à les écrire, si elles n’étaient connues de bien des gens, sous les yeux de qui elles se sont passées, ou si je les destinais à être imprimées ; mais je ne les couche sur le papier que pour ma satisfaction. Je suis assuré qu’elles ne verront jamais le jour ; rien n’a pu m’obliger à farder, ni à déguiser la vérité. J’ai dit naturellement ce que je pensais sur des matières assez délicates ; c’est là, je crois, la façon dont il serait à souhaiter que tout le monde écrivit, et c’est aussi ce qui me met en repos sur la vérité de mon récit.
Je suis né à Aix en Provence, d’une famille noble et distinguée dans sa province. Je fus destiné en naissant à être de robe, ainsi que le sont chez moi la plupart des aînés, et quatre frères que j’avais, dont trois étaient chevaliers de Malte et l’autre abbé, ont tâché de faire leur fortune, les premiers dans le service et le dernier dans l’église. L’état qu’on me voulait faire prendre me paraissait affreux ; je le regardais comme le tombeau des plaisirs. La vie voluptueuse d’un officier avait pour moi des charmes bien plus brillans que le pénible soin d’instruire et de juger les procès d’autrui.
Je le témoignai plusieurs fois à mon père qui, lassé plutôt que convaincu par mes importunités, me plaça dans le régiment de Toulouse, auprès d’un de mes parens. Je n’avais alors que quatorze à quinze ans ; je me regardais comme l’homme du monde le plus heureux d’avoir secoué le joug de mille maîtres incommodes. Deux ans s’écoulèrent dans cette félicité parfaite. La peste qui pour lors ravageait ma patrie, pouvait à peine balancer dans mon cœur le plaisir que j’avais d’être hors de tutelle.
La contagion étant finie en Provence, mon père souhaita de me voir. Je me rendis de Strasbourg à Aix ; lorsque j’arrivai chez moi, mes parens furent charmés de voir combien je m’étais formé ; je n’avais plus l’air du collége, deux ans de garnison m’avaient donné les manières d’un petit-maitre ; j’avois le cœur tendre, mais je ne m’en étais encore aperçu que vaguement. J’aimais généralement tout ce qu’on appelle femmes, et ne me croyais point susceptible d’une passion durable ; j’éprouvai bientôt le contraire ; je devins sensible pour le reste de ma vie, et cette passion m’a jeté dans un enchaînement de malheurs dont je ne verrai peut-être la fin qu’avec celle de ma vie."

 

 
Jean-Baptiste Boyer d'Argens (24 juni 1704 – 11 januari 1771)
Aix-en-Provence.

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Josse Kok werd geboren in Zeist in 1983.Kok woont in Dordrecht en werkt in een staalmagazijn. Zie ook alle tags voor Josse Kok op dit blog.

 

Stamgast

Ik draag een hemel in mijn hoofd.
Daarin ben jij ook uitgenodigd.
Sterker nog, je moet er zijn.
Die engelen, ze roken niet.

De barman met de witte baard
zal ons een straffe drank
serveren. Dat is hem geraden.
Ons gezelschap, onbetaalbaar.

De laatste ronde is voorspeld.
Met horeca zijn wij bekend.
De hemel in een dronken hoofd
giet ons vol bijgeloof.

 

 
Josse Kok (Zeist, 1983)

De commentaren zijn gesloten.