13-06-17

Fernando Pessoa , Willem Brakman, William Butler Yeats, Thomas Heerma van Voss, Tristane Banon, Marcel Theroux, Lode Zielens, Dorothy L. Sayers, Franz Alfred Muth

 

De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook alle tags voor Fernando Pessoa op dit blog.

 

Sonnet II

If that apparent part of life's delight
Our tingled flesh-sense circumscribes were seen
By aught save reflex and co-carnal sight,
Joy, flesh and life might prove but a gross screen.
Haply Truth's body is no eyable being,
Appearance even as appearance lies,
Haply our close, dark, vague, warm sense of seeing
Is the choked vision of blindfolded eyes.
Wherefrom what comes to thought's sense of life? Nought.
All is either the irrational world we see
Or some aught-else whose being-unknown doth rot
Its use for our thought's use. Whence taketh me
A qualm-like ache of life, a body-deep
Soul-hate of what we seek and what we weep.

 

 

Sonnet III

When I do think my meanest line shall be
More in Time's use than my creating whole,
That future eyes more clearly shall feel me
In this inked page than in my direct soul;
When I conjecture put to make me seeing
Good readers of me in some aftertime,
Thankful to some idea of my being
That doth not even my with gone true soul rime;
An anger at the essence of the world,
That makes this thus, or thinkable this wise,
Takes my soul by the throat and makes it hurled
In nightly horrors of despaired surmise,
And I become the mere sense of a rage
That lacks the very words whose waste might 'suage.

 

 

Sonnet IV

I could not think of thee as piecèd rot,
Yet such thou wert, for thou hadst been long dead;
Yet thou liv'dst entire in my seeing thought
And what thou wert in me had never fled.
Nay, I had fixed the moments of thy beauty-
Thy ebbing smile, thy kiss's readiness,
And memory had taught my heart the duty
To know thee ever at that deathlessness.
But when I came where thou wert laid, and saw
The natural flowers ignoring thee sans blame,
And the encroaching grass, with casual flaw,
Framing the stone to age where was thy name,
I knew not how to feel, nor what to be
Towards thy fate's material secrecy.

 

 
Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)
Fernando Pessoa door João Beja


 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman werd geboren op 13 juni 1922 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Willem Brakman op dit blog.

Uit: De Gegoeden

'Hij groette je,' zei de vrouw tegen de man die op het bospad naast haar liep. Het was een zware, brede man, die, omdat de zon al zo laag stond, veel schaduw wierp, een lange, schommelende schim, waarbij die van de vrouw nauwelijks opviel.
'Welke man, Maria Medik?' De vrouw wees geheel overbodig met de duim over haar schouder waarna de zware en brede bleef staan en zich omdraaide. Op een pad dat het hunne ging kruisen liep in het bovenaardse licht der late zonnestralen een magere, spierwitte figuur in een wat oranjige zwembroek, waarvan de pijpen ouderwets lang waren en bijna tot aan de knieën reikten. Wat onder de pijpen uitstak was stakig en wit, even stakig en wit als de armen, die, elk sterk zijwaarts getrokken, een kind meevoerden. Wat zijn rug betrof, daaraan vielen behalve de duidelijke ruggegraat ook de sterk uitstaande schouderbladen op. Aan het hoofd, dat wat slap en goeiig vooroverbungelde, ontsteeg zo nu en dan een rookwolkje.
Ook de vrouw was nu blijven staan, ze draaide zich echter niet om maar keek over haar schouder. 'Ken je hem, Popke?' vroeg ze, 'hij groette je.'
Eigenlijk gaf hij daar 's avonds pas antwoord op in hun zomerhuisje: hij zat aan de tafel onder de suizende gaslamp en steunde het grote hoofd met de handen omdat hij hoofdpijn had. Die hoofdpijn belette hem te lezen, deed hem wat wegsuffen over het houten tafelblad, de kringen, kerven en kwasten, en na zo een poosje te hebben weggedroomd zei hij: 'Maria Medik, ik weet bijna zeker dat dat Gerrit Slagter was vanmiddag, hij zal hier ook een huisje hebben.'
'Waar ken je die dan van?' vroeg de vrouw, die met een mandje op de schoot zat te breien. 'Nog van de zeevaartschool,' zei de man met lijzige stem, en hij wreef en kneedde zich het voorhoofd. 'Wat gezellig,' zei de vrouw, ze hield het hoofd wat schuin en zat zachtjes schuddend met de pennen te tikken. 'Praat hij zo?'
De man zweeg, hij stond op, drentelde wat heen en weer en zei toen: 'Ik ga eens buiten kijken of het soms volle maan is, want ik heb een gevoel of mijn hoofd op barsten staat.'
Vreemd groot en doodstil en bijna rond stond de maan boven het korenveld, zo groot had de man haar nog nooit gezien: ze was wat rooiig en terwijl hij keek suisde het hoog en ver in zijn oren.”

 

 
Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)
In 1964

 

 

De Ierse dichter, toneelschrijver en mysticus William Butler Yeats werd geboren in Sandymount bij Dublin op 13 juni 1865. Zie ook alle tags voor William Butler Yeats op dit blog.

 

Two Songs Rewritten For The Tune's Sake

I
My Paistin Finn is my sole desire,
And I am shrunken to skin and bone,
For all my heart has had for its hire
Is what I can whistle alone and alone.
Oro, oro.!
Tomorrow night I will break down the door.
What is the good of a man and he
Alone and alone, with a speckled shin?
I would that I drank with my love on my knee
Between two barrels at the inn.
Oro, oro.!

To-morrow night I will break down the door.
Alone and alone nine nights I lay
Between two bushes under the rain;
I thought to have whistled her down that
I whistled and whistled and whistled in vain.
Oro, oro!
To-morrow night I will break down the door.

 

II
I would that I were an old beggar
Rolling a blind pearl eye,
For he cannot see my lady
Go gallivanting by;
A dreary, dreepy beggar
Without a friend on the earth
But a thieving rascally cur --
O a beggar blind from his birth;
Or anything else but a rhymer
Without a thing in his head
But rhymes for a beautiful lady,
He rhyming alone in his bed.

 

 
William Butler Yeats (13 juni 1865 – 28 januari 1939)
Portret door Sarah Purser, 1898

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

Uit: De Allestafel

‘Je hoeft niet zo hard te praten.’ Hij bewaart de kalmte, zoals gebruikelijk. ‘Ik vind het niet minder, ik vond het leuk en ik vind het leuk. Alleen anders, niet zoals vroeger, daar moet ik even aan wennen.’
‘Wat doet dat ertoe? Wat heeft wennen met schoonheid te maken?’
‘Daar heb ik het helemaal niet over. Het enige wat ik zeg is dat ik je haar mooi vind, alleen zit het anders en daar moet ik aan wennen, dat is alles.’ Alsof hij dingen niet leuk vindt of waardeert als hij niet meteen staat te jubelen.
‘Ik denk het niet zomaar, jij straalt het uit. Als iemand je complimenteert, geef je geen krimp. Als je ergens mee geholpen wordt, bedank je meestal niet eens. Het lijkt alsof je het niet meer ziet, alsof het je niks meer kan schelen.’ Bij het woord ‘niks’ houdt ze even in, alsof ze er zelf van schrikt, alsof ze zich ineens realiseert dat het daar allemaal op neerkomt, dat dat is wat hij is, wat hij uiteindelijk voorstelt: helemaal niks.
Hij ziet hoe ze hem streng aankijkt terwijl ze verder praat, met haar handen gebarend en hevig articulerend.
Er belandt speeksel op zijn hand en op de tafel. Hij schudt zijn hoofd. Ze spuugt op hem en op haar vader.
Hij merkt dat hij verbaasd is. Een gebrek aan oog voor het mooie, dat is wel het laatste wat hem verweten kan worden. Vaak genoeg hemelt hij een album op waar verder nauwelijks iemand waarde aan hecht. Hij luistert onbevooroordeeld en heeft een pure en frisse blik op de dingen. Het is ook al meer dan eens voorgekomen dat hij een album de grond in boort dat fantastisch wordt gevonden. Mark Oldings ziet het mooie wel, maar kijkt niet met dezelfde bril als de rest van de wereld.”

 

 
Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

 

De Franse journaliste en schrijfster Tristane Banon werd geboren op 13 juni 1979 in Neuilly-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Tristane Banon op dit blog.

Uit: “Erreurs avouées…”.

« Dominique Strauss-Kahn est un toxicomane du lieu commun. Je voudrais en savoir plus sur l'homme et tente une intrusion sur un terrain plus personnel.
- Et vous, l'erreur, vous connaissez? La première, vous vous souvenez?
- Ma première erreur dans la vie? Ce sont mille erreurs à la suite!
Jolie répartie. Pirouette d'acrobate. Ça comble le vide, mais pas le creux du contenu. Mais où est le contenu? Les réponses de Strauss-Kahn ne sont plus qu'un contenant. Il tente de jouer de son charme, voudrait que nous jouions à un autre jeu. C'est un enfant: il récite sa leçon, mais pense a la récré.
- Sérieusement.
- Sérieusement , je pense que ma première véritable erreur est de ne pas avoir choisi de faire des études scientifiques, et la dernière d'avoir accepté de répondre à vos questions! Je ne rabâche pas mes erreurs, mais il y a des erreurs qui nous poursuivent longtemps. Les ennuis que j'ai eus sur le plan judiciaire par exemple, étaient dû à une erreur de ma part: des manipulations informatiques erronées. Dans l'affaire de la Mnef, il y a eu des erreurs de date sur des factures parce que je n'avais pas fait assez attention aux détails, etc. Si j'avais regardé précisément ces factures, je n'aurais pas commis ces erreurs. Je n'ai pas vraiment fait attention, je les ai laissées partir avec une date erronée et ça a créé tout un tas de problèmes. Dans l'affaire de la cassette Méry, ma grosse erreur est de n'y avoir même pas prêté attention et, du coup, de l'avoir laissée disparaître sans même savoir de quoi il s'agissait. Je ne l'ai jamais visionnée. Pour autant, je n'ai pas pu m'en débarrasser facilement et passer à autre chose parce que ça a mis du temps à se solder. Le problème, c'est que l'erreur nous poursuit tant que toutes ses conséquences n'ont pas été épuisées. Une fois que les conséquences sont épuisées, le mieux, psychologiquement, est d'évacuer très vite."

 

 
Tristane Banon (Neuilly-sur-Seine,13juni 1979)

 

 

De Britse schrijver en presentator Marcel Theroux werd geboren op 13 juni 1968 in Kampala, Oeganda. Zie ook alle tags voor Marcel Theroux op dit blog.

Uit:Strange Bodies

“Well, what to make of that? The thing gave me a creepy feeling. He didn’t look the same—which of us did?— but there was no doubt in my mind that the man I’d seen was him. When you’ve known someone the way we knew each other, you just know. And yet the evidence of the obituary was right in front of me.
Reading it over, I was struck by what a lot he’d achieved, and also reminded why the two of us were ultimately badly matched. I was an anomaly at Downing, a state-school girl who thought Goethe was pronounced “Go-eath,” and who got mixed up between China and Japan. On the few occasions I met his mother I could tell he was tense in case I said something stupid. It’s odd, I suppose, for me to have a Cambridge degree and yet feel intellectually insecure, but that’s how intimidating she seemed.
He won a fellowship to Yale at the beginning of our final year. He wouldn’t take it up for another ten months, but I was hurt because he seemed to have written me out of his future. I ended things with him, hoping, I think, to force some acknowledgment from him that I would be part of his plans. I knew from our friends that it hurt him, but he took it stoically, like some bitter but necessary medicine. We hardly spoke that whole year, but we went to the May Ball together, because the previous year he’d promised he’d take me, and he was a man of his word. He’d started seeing someone else by then. My memory of the evening is shot through with a kind of sadness: that feeling I had perpetually when I was twenty-one that I was on the wrong side of the door to where the fun and laughter were. And I suppose I was still a little in love with him. But after graduation, we slipped out of each other’s lives. We exchanged letters when his mother died. Then silence.”

 

 
Marcel Theroux (Kampala, 13 juni 1968)

 

 

De Vlaamse schrijver Lode Zielens werd geboren in Antwerpen op 13 juni 1901. Zie ook alle tags voor Lode Zielens op dit blog.

Uit: Mops, het jongetje en ik

“Maar gelukkig, er was dan toch nog de zon....
Een bussel licht viel naar beneden en op een houten kelderval kwam een plak zonnelicht getuimeld - een weidetje boterbloemen....
Mops zag het wel.
Hij keek me nog even aan en ging in dat zonnegelicht knusjes zitten, dat lodderig straathondje!
En ja, ge zaagt het hem aan, dat het hem deugd deed, 't lekker zongetoover, en wat een kostelijk plezier was hem dat niet, nu de warmte streelend over z'n schraal lijveken gleed? Even - of beeldde ik me dat maar in? - was er een vonk in zijn oogen geschoten. Maar dan stonden ze weer vol berusting, vol onverschilligheid.... Mops zette zich dan op zijn hukken, rolde zijn prachtigen, aristokratischen staart tusschen de beenen, plantte de voorste pooten dieper het plankiertje in en hield het hoofd rechtop. Ge zoudt zeggen: de leeuw van Waterloo, maar.... minder heldhaftig....
En toen gebeurde het.
't Jongetje....
Van verre hoorde ik - wat boeide me toch aan die straatplek? - hem naderen. Fluitend een - 'k zal 't maar zeggen - ontuchtig straatliedeken, dat jammerlijk klonk in zijn kinderbek, want een kind was hij nog, - dat jongetje. Amper veertien, schat ik. Nauw van de school en al op de fabriek. 't Blauwe pak stond hem niet, daar was hij nog veel te jong voor. 't Zat hem trouwens te breed, en de vele lappen lieten denken, dat ook vader het al gedragen had.....
't Jongetje had een bussel ijzeren staven op den schouder, - een zwaren last, docht me, - maar hij floot er duchtig op los.... dat vuile liedje, en zoo oud was 't jongetje nog niet dat dit hem stond. En jammer was het bovendien voor de vele Vlaamsche liedjes die er zijn en die, naar ik meen, toch niet voor de meeuwen op de Schelde gedicht werden....”

 

 
Lode Zielens (13 juni 1901 - 28 november 1944)
<Cover

 

 

De Engelse schrijfster, dichteres en vertaalster Dorothy Leigh Sayers werd geboren op 13 juni 1893 in Oxford. Zie ook alle tags voor Dorothy L. Sayers op dit blog.

Uit:Thrones, Dominations

'Socially ambiguous? Ah! you admit, then, that the Englishman in fact despises all other races but his own.'

'Until he has had time to assimilate them. What he despises is not other races but other civilisations. He does not wish to be called a dago; but if he is born with dark eyes and an olive complexion, he is pleased to trace those features back to a Spanish hidalgo, cast away upon the English coast in the wreck of the Great Armada. Everything with us is a matter of sentiment and association.'
'A strange people!'said Monsieur Daumier. 'And yet, the national type is unmistakable. You see a man -- you know at once that he is English, and that is all you ever know about him. Take, for example, the couple at the table opposite. He is, undoubtedly, an Englishman of the leisured and wealthy class. He has a slightly military air and is very much bronzed -- but that may be due only to the habit of le sport. One would say, looking at him, that he had no interest in life beyond fox-hunting -- except indeed that he is clearly very much enamoured of his extremely beautiful companion. Yet for all I know, he may be a member of parliament, a financier, or a writer of very successful novels. His face tells nothing.'
Mr Delagardie darted a glance at the diners in question.
'Ah, yes!' he said. 'Tell me what you make of him and the woman with him. You are right; she is an exquisite creature. I have always had a faiblesse for the true red-blonde. They have the capacity for passion.'
'It Is, I think, passion that is in question at the moment,' replied Monsieur Daumier. 'She is, I imagine, mistress and not wife -- or rather, for she is married, not his wife. If any generalisation is possible about Englishmen, it is that they take their wives for granted. They do not carefully cultivate the flower of passion with the pruning-scissors. They permit it to seed away into a settled affection, fruitful and natural, but not decorative, Observe them in conversation. Either they do not listen to what their wives say at all, or they attend with the intelligent courtesy one accords to a talkative stranger."

 

 
Dorothy L. Sayers (13 juni 1893 – 17 december 1957)
Standbeeld in Witham doorJohn Doubleday

 

 

De Duitse dichter, schrijver en priester Franz Alfred Muth werd geboren op 13 juni 1839 in Hadamar. Zie ook alle tags voor Franz Alfred Muth op dit blog.

 

Nach dem Haus schau' ich hinüber

Nach dem Haus schau' ich hinüber,
Sternenklar ist rings die Nacht;
Nach dem Haus schau' ich hinüber:
Deiner hab' ich heiß gedacht.

Magst nicht mehr herübersehen
Mit dem ros'gen Angesicht,
In die Fremde muß ich gehen
Ohne Sonne ohne Licht.

In die Fremde muß ich gehen,
Und den Gruß verweht der Wind;
Werd' dich nimmer wiedersehen,
Süßes, heißgeliebtes Kind.

 

 
Franz Alfred Muth (13 juni 1839 - 3 november 1890)
Ansichtkaart met Muth en het dorp Dombach waar hij pastor was.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

De commentaren zijn gesloten.