06-05-17

Willem Kloos, Hélène Gelèns, Sasja Janssen, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue, Harry Martinson, Christian Morgenstern, Carl Ludwig Börne

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

Alle Zeven

Met zeven nagelen lag Ik geklonken
Op dit zwart rad van marteling, mijn Leven, -
Want zeven Hárten zijn mij ópgeblonken,
In pracht van Jeugd en Vreugde's innigst beven.

In zeven dromen was ik zwaar verdronken,
Dromen van deemoed en van liefde-geven,
Die alle zeven weer in 't Niet-zijn zonken:
Daarom gegroet, mystiek getal van Zeven!

Hártstochten gaan en komen op de maat
Van mijner diepre Ziel geheimvol deinen,
En heel mijn liefde was een morgendroom.

Maar, boven al de Schijn des Tijds uit, staat
Gij in uw koelte, al-enig-vaste-en-reine,
O, Cijfer, waar 'k op tuur, in vreemde schroom.

 

 

Verzen

XI.
Diep uit de nooit-doordringbare gewelven
Van Uwe Ziel klonk eens het vorstlijk woord,
't Woord van Uw Liefde, en dieper in Mij-zelven
Klonk 't en weerklonk door verre gang en poort.

Wij waren Eén Mysterie, maar het zwelgen
Van Tijd en Wereld heeft úw vlam versmoord,
En daarom sterf ik, maar het niet-te-delgen,
Nu, mijn Mysterie brandt ondoofbaar voort.

Ik was de God-op-aard, de Nooit-gekende,
Die zelf zijn Zelf niet zag, dan ééns op 't laatst,
Toen opstond en de kroon op 't hoofd zich drukte:

Gij zijt het Aardsche Kind, dat dorst te schenden
Wat Kind niet weet, en op het hoofd zich plaatst,
Wat voegelijker zijnen Vader smukte.

 

XII.
Ik wás uw Vader, ja, vol mededoogen,
Een vader, als geen ander kind ooit had:
Ik leerde u spreken, voelen, zien met oogen,
Loopen met voeten op uw wereldsch pad.

O Kind, mijn oogen hingen aan úwe oogen,
Enkel te weten, of gij iets niet hadt....
En daarom hebt gij mij zoo wreed bedrogen,
Wee, om wat weelde en weidschen vreugden-schat.

Ja, heel mijn leven was één melodie
Van koninklijke goedheid, en ik zie
Dees klare ziel zoo vrij van zonde en schulden.

En 'k ga thans heen uit dit heel slechte leven,
Wijl al die goedheid om mijn hoofd blijft zweven,
Heilge, in zijn eigen glorie-licht gehulde.

 

 
Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)
Hier met Pam (Willem), het oudste zoontje van Willem Witsen


 

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

Lief! Maar dat is niet genoeg

lief! maar dat is niet genoeg
hij wil weten hoe! van hier tot waar
tot maastricht casablanca de ochtendster
tot mijn huis hier om de hoek - hoe lief!

ik vind lief! lief genoeg
hij wil woorden die ronken

ik zeg: de langste lange twinkelhaar lief
de zachtste haar waarmee ik je omwikkel
van top tot teen een glanzende haarhuid
een doorzichtige haar want ik wil je zien

dat vindt hij wel een heel lange haar
hij wil woorden met waarheidswaarde

ik zeg: een lange zachte woordendraad lief
een fluisterdraad die je oor met een dwaas verhaal omspint
een grapjesdraad die je lip kriebelt je buik bloot lacht
een vuurdraad die jou in mijn armen trekt

ik begin bijna te ronken maar
hij wil woorden die zeggen: wel heel lief

ik ruk aan mijn draad
lief!

 

 

Afscheid 2

We hadden gezwegen ik aaide
haar wangen haar slapen het witte haar
aaide het haar werd zijde aaide
de strakke mond een stille lach

ze lichtte haar deken op
ik dacht wat een benen zo mooi
ze bestaan - af - zo lang
dacht dat zo mooi dan kan

steeds meer been en meer dan been
ik dacht wie wil ze dat ik ben ik aaide
haar wangen haar slapen aaide
haar zijden haar aaide

 

 
Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Sasja Janssen werd geboren op 6 mei 1968 in Venlo. Zie ook alle tags voor Sasja Janssen op dit blog. Zie ook alle tags voor Sasja Janssen op dit blog.

 

Manieren van Dobbelen

We zijn bij elkaar gedobbeld en zijn donkere handen
zijn mij onbekend, die kleine botjes als takjes
onderhuids ruiken naar tabak en dure poeder
hoeveel kinderen hoeveel vrouwen wonen er in die handpalm
ook je dood.
Zijn lange nagels, die jagen mij vrees aan voor straks
als we
maar eerst die hals uit, die nauwsluitende Sehnsucht.
Wat doen ogen als ze elkaar uitspelen?

Het is de dobbelsteen
die kraait sardonisch nog een keer nog een keer
tot ik mijn hals aandoe, om mijn ogen te vertrouwen.
De verdonkerde man knipt het pislicht aan en of ik garnalen lust.
Ik eet geen dieren die sprookjes spelen
zoals jij, zegt hij en zijn ogen knikkeren
zijn kassen over mij heen.

 

 

Wilde vinex

Ik ga mijn eigen dood uitkiezen, ik ben een vinexvrouw,
geen buitenmeisje.
Ik loop in mijn vlinderbroekje op het terras, ogen ploppen
overal uit, uit mijn benen, mijn buik en mijn broekje is zo klein
zacht en zo champagne, hier in deze wijk met houten kades
zonder water, waar meisjesbenen tegen de gevel groeien.

Ik ken een zwaluw die veren verpandt voor mijn noten
hij laat ze op mijn voeten vallen, ik bewaar ze voor de slaap.
Ik zie een man die hangt een kaarsrechte herinnering
over zijn vrouw, zijn kind de zoom die zij lospeutert.
Het wijst uit de hoek mijn tepels aan.
Ik draai mijn loop.
Ik ben een verschrikkelijk organisme dat uitverkiest.
Ik ben koningsblauw.
Ik sta in wilde schoonheid.

 

 
Sasja Janssen (Venlo, 6 mei 1968)

 

 

De Chileens-Amerikaanse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren. Zie ook alle tags voor Ariel Dorfman op dit blog.

Uit: Feeding on Dreams: Confessions of an Unrepentant Exile

“One of the ways for Americans to go beyond the insecurity that has been swallowing us since 9/11 is to admit that our suffering is neither unique nor exclusive. If we are willing to look at ourselves in the vast mirror of our common humanity, we may find ourselves connected with many apparently faraway men and women who have trekked through similar situations of injury and fury.
A message I was able to deliver with more forcefulness because I had, in 2005, recently become a US citizen.
I had resisted taking that step with as much passion as I had put into trying to remain in Chile during our unfortunate six months in 1990. My wife, the implacably practical Angélica had decided to seek naturalization soon after we resettled for good in the States, and then hauled our two sons to Charlotte, North Carolina, for the interviews and swearing-in ceremonies.
I was a tougher nut to crack. I had already switched allegiances twice before – from Argentina to the States and from the States to Chile – and damned if I was going to relapse a third time, especially now that physical absence might weaken my ties to Latin America. Though my obstinacy had more intricate reasons.
No matter how much I might proclaim my mission to be a bridge between the Americas, the voice I had created for myself, the persona I projected, was that of a Latino from the South. I derived authority, power, credentials from that outsider status, relished being a sort of unofficial spokesperson for those who could not make themselves heard from our derelict lands. I had grown comfortable with that tone and viewpoint. It served me well on television and radio, in my op-ed columns and interviews, in readings at bookstores and commencement speeches, a deepening of the perspective I had discovered that morning in Bethesda watching the snow that was and was not mine fall silently. It had crusted into a second skin, become a home away from home, struck the right balance by allowing me to intervene in both Chile and the States from a middle point of intersection and detachment. And each time after 9/11 that I faintly contemplated reconsidering Angélica’s arguments in favour of nationalization, something would flare up, in Santiago or Mexico or some neglected corner of Latin America and the words would come flying, in English and in Spanish, and I didn’t want to squander that – there is nothing more difficult to abandon than a voice.”

 

 
Ariel Dorfman (Buenos Aires, 6 mei 1942)
Cover 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Altersunterschied

Einmal
wenn du älter wirst
werde ich nicht mehr älter werden

Irgendwann werde ich dann
vielleicht
zu jung sein für dich

Jetzt aber
habe ich noch Angst
dass ich zu alt bin

Manchmal möchte ich drum
für mein Leben gern
sterben

 

 

Beziehungen zu einer Großmacht.

Mit den Mördern leben
ist ein verständlicher Wunsch
wenn man am Leben hängt
und wenn die Mörder stark sind
nur - mit den Mördern leben
kann eines Tages bedeuten
an den Mördern sterben
wie man mit ihnen gelebt hat.

 

 

Die drei Steine

Wie lange kann ich noch leben
Wenn mir die Hoffnung verloren geht?
Frage ich die drei Steine.

Der erste Stein sagt:
So viele Minuten du deinen Atem anhalten kannst
Unter Wasser
Noch so viele Jahre.

Der zweite Stein sagt:
Ohne Hoffnung
Kannst du noch leben
Solange du ohne Hoffnung
Noch leben willst

Der dritte Stein lacht:
Das hängt davon ab
Was du noch ‘Leben’ nennst
Wenn deine Hoffnung tot ist.

 

 
Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

 

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook alle tags voor Yasushi Inoue op dit blog.

Uit:The Hunting Gun(Vertaald door Michael Emmerich)

“And when you die, Uncle, not one person on this planet will even suspect that this love of yours existed. Until now, I always believed love was as bright as the sun, dazzlingly so, and that it should be eternally blessed by God and all the people around you. I knew love was like a clear stream that sparkled beautifully in the sun, and when the wind blew any number of soft ripples skittered across its surface, and its banks were gently held by the plants and trees and flowers, and it kept singing its pure music, always, as it grew wider and wider—that’s what love was to me. How could I have imagined a love that stretched out secretly, like an underground channel deep under the earth, flowing from who knew where to who knew where without ever feeling the sun’s rays?
For thirteen years Mother deceived me. She was still deceiving me when she died. I never dreamt we could have any secrets from each other, no matter what happened.
She used to say so herself, that we were mother and daughter, after all. The only thing she never talked about was the reason she and Father had to break up; she said I wouldn’t understand until it was time for me to get married myself. That made me want to grow up as quickly as I could. Not because I wanted to know what happened between Mother and Father, but because I thought having to keep that knowledge bottled up inside her must hurt Mother a lot. And it did, in fact, seem to be very painful. It never even occurred to me, though, that Mother might be keeping an altogether different secret from me!
When I was a girl, Mother used to tell me this story about a wolf who was enchanted by the devil and tricked a little rabbit. The wolf was turned into a stone for what he did. Mother tricked me, and she tricked Aunt Midori, and she tricked everyone else… it’s just incomprehensible. The devil who enchanted her must have been one terrible devil.”

 

 
Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook alle tags voor Harry Martinson op dit blog

 

Winter Piece

Delicate ermine tracks
cross lightly
in eights on the winter snow
there where a hidden ice-brook with its white fur roof
winds forward,
there where the swirling water had scooped out
a rippling bowl,
the otter drinks from the ice-eye.
When the children in red woolen caps come
to hear the singing of this polar roof,
the otter digs into his cave
and watches their eyes through chinks in the ice.

 

Vertaald door William Jay Smith en Leif Sjöberg

 

 

Sea Birds

Our thoughts are like sea birds -
always in flight.
When we eat meat soup
in the mess hall while passing Cape Cod
our old sea bird leaves a dropping
on that milepost of the sea - Rockall
or dozes off like a sleepy penguin -
with a newly washed shirt-front -
down by Mount Ross -
or doesit whisper like a fatigued dove
in Karen's ear, my sweet Karen,
in the mayor's kitchen in Kerteminde?
Our thoughts are like sea birds
and they always fly away from us;
and we sit in the mess hall while passing Cape Cod -
sooty, sweaty - and the meat soup...
well, it is definitely nothing to write home about -

 

Vertaald doorLars Nordstrom

 

 
Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)
 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Christian Morgenstern werd geboren in München op 6 mei 1871. Zie ook alle tags voor Christian Morgenstern op dit blog.

 

Der Hügel

Wie wundersam ist doch ein Hügel,
der sich ans Herz der Sonne legt,
indes des Winds gehalt'ner Flügel
des Gipfels Gräser leicht bewegt.

Mit bunten Faltertanz durchwebt sich,
von wilden Bienen singt die Luft
und aus der warmen Erde hebt sich
ein süßer hingeb'ner Duft.

 

 

Der Schnupfen

Ein Schnupfen hockt auf der Terrasse,
auf dass er sich ein Opfer fasse

- und stürzt alsbald mit großem Grimm
auf einen Menschen namens Schrimm.

Paul Schrimm erwidert prompt: "Pitschü!"
und hat ihn drauf bis Montag früh.

 

 

Die drei Spatzen

In einem leeren Haselstrauch,
da sitzen drei Spatzen,Bauch an Bauch.

Der Erich rechts und links der Franz
und mittendrin der freche Hans.

Sie haben die Augen zu, ganz zu,
und obendrüber,da schneit es, hu!

Sie rücken zusammen dicht an dicht,
so warm wie Hans hat's niemand nicht.

Sie hör'n alle drei ihrer Herzlein Gepoch.
Und wenn sie nicht weg sind,so sitzen sie noch.

 

 
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Cover biografie

 

 

De Duitse schrijver, journalist en criticus Carl Ludwig Börne werd in Frankfurt geboren als Juda Löb Baruch op 6 mei 1786. Zie ook alle tags voor Carl Ludwig Börne op dit blog.

Uit: Briefe aus Paris

“Paris, den 17. September 1830

Seit gestern bin ich hier, und alles ist vergessen. Ob ich gesund und froh, wie Sie es wünschen, in Paris angekommen oder durch mein Ankommen erst geworden bin, wüßte ich kaum zu bestimmen; doch glaube ich eher das letztere. Ich habe wunderliche Nerven. Wenn sie kein Lüftchen berührt, sind sie am unruhigsten und zittern wehklagende Töne gleich Elvirens Harfe in der »Schuld«. Diese Kränkelei macht mich so wütend, daß ich meine eignen Nerven zerreißen möchte. Sooft sie aber ein grober Sturmwind schlägt, bleiben sie philosophisch gelassen, und verlieren sie ja die Geduld, brummen sie doch männlich wie die Saiten einer Baßgeige. Ich kann es Ihnen nicht genug sagen, wie mir so behaglich worden gleich von der ersten Stunde an. Das moralische Klima von Paris tat mir immer wohl, ich atme freier, und meine deutsche Engbrüstigkeit verließ mich schon in Bondy. Rasch zog ich alle meine Bedenklichkeiten aus und stürzte mich jubelnd in das frische Wellengewühl. Ich möchte wissen, ob es andern Deutschen auch so begegnet wie mir, ob ihnen, wenn sie nach Paris kommen, wie Knaben zumute ist, wenn an schönen Sommerabenden die Schule geendigt und sie springen und spielen dürfen! Mir ist es gerade, als müßte ich unserm alten Konrektor einen Esel bohren.
– Ich wohne hinter dem Palais Royal. Die Zimmer sind gut, aber die enge Straße mit ihren hohen Häusern ist unfreundlich. Kein Sonnenblick den ganzen Tag. Und doch ist es mir manchmal noch zu hell; denn ich habe merkwürdige Gegenüber. Erstens sehe ich in die Küche eines Restaurateurs. Schon früh morgens fangen die ungewaschenen Köche zu tüchten und zu trachten an, und wenn man so mit ansieht, wie die Grazie, die allen französischen Schüsseln eigen ist, zustande kömmt, kann man die Eßlust auf eine ganze Woche verlieren.“

 

 
Ludwig Börne (6 mei 1786 – 12 februari 1837)
Monument in de Texaanse stad Boerne, die genoemd is naar de schrijver

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

De commentaren zijn gesloten.