19-04-17

Martin Michael Driessen, Marjoleine de Vos, Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Louis Amédée Achard, Pierre-Jean de Béranger, Gudrun Reinboth, Werner Rohner

 

De Nederlandse schrijver, vertaler en regisseur Martin Michael Driessen werd geboren op 19 april 1954 in Bloemendaal. Zie ook alle tags voor Martin Michael Driessen op dit blog.

Uit: Rivieren

“De kade stond onder water en er was maar nauwelijks genoeg ruimte om onder de eerste brug door te varen. Hij duwde af. Op deze zondagochtend was Sainte-Menehould even slaperig als hij. Er was niemand te bekennen. Hij stuurde de kano naar het midden van de stroom en bukte onder de middelste boog van de brug. Toen hij aan de andere kant het licht in voer en zich weer oprichtte, gingen er in een huis aan de linkeroever roestige vensterluiken open. Drie donkere, kroesharige kleine meisjes doken op en wuifden hem opgewonden toe. Hij zwaaide terug.
De kano stuurde goed, alleen stak de punt te veel omhoog, hoewel hij alle bagage voorin had gestouwd. Het was een lange aluminium Canadees, eigenlijk te groot voor een man alleen. Hij had hem aan zijn zoon cadeau gedaan op diens zestiende verjaardag. Ze waren er die zomer samen de Loire mee afgevaren, een groot stuk althans, langs Chambord en de andere beroemde kastelen. Dat was na de veelbelovende beginrepetities voor Don Carlos geweest. Later was hij zijn rol kwijtgeraakt omdat hij de regieassistente had geslagen. Waar hij tot op de dag van vandaag geen spijt van kon hebben. Wie geen respect heeft, begrijpt niets van theater. De rivier stroomde nu tussen overhangende bomen en struiken, zoals het nog tientallen kilometers zou doorgaan, althans volgens de vooroorlogse kanogids die hij de avond tevoren had geraadpleegd. ‘De Aisne,’ had hij gelezen, ‘is een gemoedelijke rivier, die zich in tallooze meanders door het lieflijke Noord-Fransche landschap slingert. Behalve incidenteele boomhindernissen zijn er tot aan de groote barrage van Autry generlei bijzondere problemen te verwachten.’ Des te beter, dacht hij, bijzondere problemen heb ik al genoeg aan boord.
Het was stil. De bomen met hun bollen van maretakken staken af tegen de parelgrijze morgenhemel. Bisamratten plonsden in het water en doken onder, als ze door het verschijnen van zijn kano verrast werden. Zwaluwen stortten zich uit hun nestgaten in de hoge, afgekalfde lemen oevers in de buitenbochten van de stroom en zochten een veilig heenkomen. La France Profonde, dacht hij terwijl hij met rustige peddelslagen koers hield, wat wil je meer.”

 

 
Martin Michael Driessen (Bloemendaal, 19 april 1954)


 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957. Zie ook alle tags voor Marjoleine de Vos op dit blog.

 

Kom op met uw boodschap

En daar is de engel! Juist zat ik te lezen
dit schitterend boek met handmatige plaatjes
die zeer mooi gelukt zijn, ik zie er mijzelf op.

Het gaat over vroeger maar dat is toch altijd
de waarheid van heden en ook voor de toekomst
die staat al geschreven met bloed in ons lijf.

't Is jammer nu dat het zo regent en vies is
de vuilnis daarbuiten de roestige fiets
maar spoedig verwacht ik weer vogels uit Ghana

ondergronds stroomt al het sap voor de bomen,
't is schijn slechts die winter ik weet wel
het echte is bezig maar wacht nog op later

opdat het vervuld wordt zoals het bedoeld is
er komt nog iets groots wonderbaarlijks
en daar ben ik klaar voor ik heb er zelfs zin in.

Kom op met uw boodschap ik popel te horen
hoe fijn en gezegend mijn lot is van vrouw
die zelf haar bijzondere baby gaat baren.

Toe engel vertel geen voorbije verhalen
en zeg mij de blijdschap die kom tin mijn heden
zolang al verwacht ik die knielend - haast eeuwig.

 

 

Mevrouw Despina ontmoet de rattenvanger

Stralende morgen met rijp op het weiland.
Klaar voor ervaring van inzicht en kalmte
loopt ze het licht in tot waar in de sloot
verzonken in graafwerk de rattenvanger zingt.
Vraagt ze schichtig naar dood en gevaren
lacht de man in het ijs, die luchtbellen wijst
van het wezen dat daar zich verschuilt.
In lieslaarzen komt hij de kant op, zegt
dat hij vrij is, geniet met zijn ogen de ruimte.

'Mooi is 't als je 't leven te zien krijgt, een rat
op de wal die zich wast, een vrouw die zich redt.'

 

 
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

 

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

Mozart In Heaven

ON the 5th of December 1791 Wolfgang Amadeus Mozart entered heaven as a circus performer, turning marvelous pirouettes on a dazzling white horse.

The small astonished angels said: Who can that be ? Who in
         the world can that be ?
As never-before-heard melodies began to soar
Line after line above the staff.
For a moment the ineffable contemplation paused.
The Virgin kissed him on the forehead
And from then on Wolfgang Amadeus Mozart was the
         youngest of the angels.

 

 

The Woods

The woods toss and whirl and writhe and shake themselves
         from end to end!
Today the woods have something to tell.
And they howl and strain, root and branch, like an actress in
         a tragic play.

Every rebellious branch
Betrays the same frantic anxiety.
All feel the same secret fear.
Or if not, then they are all desperately begging the same
         urgent thing.

What do the woods know ? What are the woods beseeching ?
Are they begging water ?
But the water fell in floods only just now, whipping them,
beating them, shaking them without mercy.
Are they begging fire to cleanse themselves of the century-old
         dry rot ?
Or do they ask for nothing ? Do they merely wish to speak and cannot ?
Have they surprised the earth's secret through the delicate
         ears of their roots ?
The woods toss, whirl, strain and shake from end to end!
Today the woods are like a mob in collective delirium.

Only a single tuft of bamboos, standing somewhat apart,
Sways ever so lightly, so lightly, so very lighdy,
As if smiling at the general madness.

 

Vertaald door Dudley Poore.

 

 
Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)
Standbeeld in Rio de Janeiro

 

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog en ook voor n.c. kaser.

 

der kannibale

er reitet auf dem gefesselten
dem nackten schiebt er das messer
in den hals

der sinkt um blut sprudelt er teilt ihn
die eingeweide fallen heraus
er saeubert sie
er zieht dicke haken
durch die sehnen
der haengt
der kopf faellt
ins gebiß wird ein stueck zitrone ge-
legt

& dabei stehen
buddhisten &
katholiken &
anglikaner &
mohammeds juenger &
essen seufzend davon

 

 
n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)
Cover

 

 

De Russische schrijver Veniamin Kaverin werd geboren op 19 april 1902 in Pskov. Zie ook alle tags voor Veniamin Kaverin op dit blog.

Uit: Two captains (Vertaald door Bernard Isaacs)

“Even now I shudder at the memory of how Mother took on when she heard that Father had been arrested. She did not cry, but as soon as the ganger had gone, she sat down on the bed, and clenching her teeth, banged her head violently against the wall. My sister and I started howling, but she did not as much as glance at us. She kept beating her head against the wall, muttering something to herself. Then she got up, put on her shawl and went out.
Aunt Dasha managed the house for us all that day. We slept, or rather, my sister slept while I lay with open eyes, thinking, first about my father, how he had said goodbye to them all, then about the fat police-officer, then about his little boy in a sailor suit whom I had seen in the Governor's garden, then about the three-wheeler this boy had been riding (if only I had one like that!) and finally about nothing at all until mother came back. She looked dark and haggard, and Aunt Dasha ran up to her.
I don't know why, but it suddenly occurred to me that the policemen had hacked Father to pieces, and for several minutes I lay without stirring, beside myself with grief, hearing nothing. Then I realised that I was wrong: he was alive, but they wouldn't let Mother see him. Three times she repeated that they had arrested him for murder— the watchman had been killed in the night on the pontoon bridge-before I grasped that the night was last night, and the watchman was that very watchman, and the pontoon bridge was that very same bridge on which he had lain with outstretched arms. I jumped up, rushed to my mother and cried out. She took me in her arms. She must have thought I had taken fright. But I was already "speaking"... If only I had been able to speak then!
I wanted to tell her everything, absolutely everything— how I had stolen away to the Sands to catch crabs and how the dark man with the walking stick had appeared in the gap in the ramparts and how he had sworn and ground his teeth and then spat in the fire and gone off. No easy thing for a boy of eight who could barely utter two or three inarticulate words.” 

 

 
Veniamin Kaverin (19 april 1902 – 4 mei 1989)
Monument voor “De twee kapiteins” in Pskov

 

 

De Franse schrijver Louis Amédée Achard werd geboren op 19 april 1814 in Marseille Zie ook alle tags voor Louis Amédée Achard op dit blog.

Uit: Belle-Rose

« Il n’était pas beau parleur, mais il agissait avec une hardiesse et une résolution extrêmes aussitôt qu’il croyait être dans son droit. Sa force le faisait redouter de tous les écoliers du faubourg et de la banlieue, comme sa droiture l’en faisait aimer. On le prenait volontiers pour juge dans toutes les querelles d’enfants ; Jacques rendait son arrêt, l’appuyait au besoin de quelques bons coups de poing, et tout le monde s’en retournait content. Quand il y avait une dispute et des batailles pour des cerises ou quelque toupie d’Allemagne, aussitôt qu’on voyait arriver Jacques, les plus tapageurs se taisaient et les plus faibles se redressaient ; Jacques écartait les combattants, se faisait rendre compte des causes du débat, distribuait un conseil aux uns, une taloche aux autres, adjugeait l’objet en litige et mettait chacun d’accord par une partie de quilles.
Il lui arrivait parfois de s’adresser à plus grand et plus fort que lui ; mais la crainte d’être battu ne l’arrêtait pas. Dix fois terrassé, il se relevait dix fois ; vaincu la veille, il recommençait le lendemain, et tel était l’empire de son courage appuyé sur le sentiment de la justice inné en lui, qu’il finissait toujours par l’emporter. Mais ce petit garçon déterminé, qui n’aurait pas reculé devant dix gendarmes du roi, se troublait et balbutiait devant une petite fille qui pouvait bien avoir quatre ans de moins que lui. Il suffisait de la présence de Mlle Suzanne de Malzonvilliers pour l’arrêter au beau milieu de ses exercices les plus violents. Aussitôt qu’il l’apercevait, il dégringolait du haut des peupliers où il dénichait les pies, lâchait le bras du méchant drôle qu’il était en train de corriger, ou laissait aller le taureau contre lequel il luttait. Il ne fallait à la demoiselle qu’un signe imperceptible de son doigt, rien qu’un regard, pour faire accourir à son côté Jacques, tout rouge et tout confus.
Le père de Mlle de Malzonvilliers était un riche traitant qui avait profité, pour faire fortune, du temps de la Fronde, où tant d’autres se ruinèrent. Il ne s’était pas toujours appelé du nom brillant de Malzonvilliers, qui était celui d’une terre où il avait mis le plus clair de son bien ; mais en homme avisé, il avait pensé qu’il pouvait, ainsi que d’autres bourgeois de sa connaissance, troquer le nom roturier de son père contre un nom qui fit honneur à ses écus."

 

 
Louis Amédée Achard (19 april 1814 – 24 maart 1875)
Beeld op Père-Lachaise, Parijs

 

 

De Franse dichter en schrijver van liedteksten Pierre-Jean de Béranger werd geboren op 19 april 1780 in Parijs. Zie ook alle tags voor Pierre-Jean de Béranger op dit blog.

 

Mes cheveux

Mes bons amis, que je vous prêche à table,
Moi, l’apôtre de la gaîté.
Opposez tous au destin peu traitable
Le repos et la liberté ;
À la grandeur, à la richesse,
Préférez des loisirs heureux.
C’est mon avis, moi de qui la sagesse
A fait tomber tous les cheveux.

Mes bons amis, voulez-vous dans la joie
Passer quelques instants sereins,
Buvez un peu ; c’est dans le vin qu’on noie
L’ennui, l’humeur et les chagrins.
À longs flots puisez l’allégresse
Dans ces flacons d’un vin mousseux.
C’est mon avis, moi de qui la sagesse
A fait tomber tous les cheveux.

Mes bons amis, et bien boire et bien rire
N’est rien encor sans les amours.
Que la beauté vous charme et vous attire ;
Dans ses bras coulez tous vos jours.

Gloire, trésors, santé, jeunesse,
Sacrifiez tout à ses vœux.
C’est mon avis, moi de qui la sagesse
A fait tomber tous les cheveux.

Mes bons amis, du sort et de l’envie
On brave ainsi les traits cuisants.
En peu de jours usant toute la vie,
On en retranche les vieux ans.
Achetez la plus douce ivresse
Au prix d’un âge malheureux.
C’est mon avis, moi de qui la sagesse
A fait tomber tous les cheveux.

 

 
Pierre-Jean de Béranger (19 april 1780 – 16 juli 1857)
Portret door Ary Scheffer, 1850

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Gudrun Reinboth werd geboren op 19 april 1943 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Gudrun Reinboth op dit blog.

 

nach dem sturm

offener himmel
über farnen und moos

geborstene kronen
zu füßen
klagt ins gewölk
stamm um stamm
selbst junge birken
biegsame tänzerinnen
widerstanden nicht

wir erdverbraucher
paradiese nicht schonend
an höllen nicht glaubend
wie werden wir
die vokabel erde
unseren kindeskindern
buchstabieren

 

 

Úit: Gnadengesuche

Warum habt ihr mir euren Gott wie einen Mühlstein umgehängt?-
Durch tausend Höllen bin ich gegangen,
durch Tod und Schrecken und Gottesfinsternisse,
bis er mich ergriffen hat,
jener Leuchtende und Unbegrenzte,
vor dem David tanzte und Salomo sang,
der Jesus hervorbrachte,
und der sich finden lässt in uns selbst,
ob unser Geist mit Gestirnen spielt,
oder sich spiegelt im Traumauge des Säuglings...
Nun hör ich den Gesang aller Sonnen
und wiege mich lachend im All.

 

 
Gudrun Reinboth (Berlijn, 19 april 1943)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Zwitserse schrijver Werner Rohner werd in 1975 geboren in Zürich. Zie ook alle tags voor Werner Rohner op dit blog.

Uit: Das Ende der Schonzeit

“So steht es in einer Akte des Staats schutzes, die er mir, nachdem ich ihn vor ein paar Monaten zum ersten Mal überhaupt getroffen habe, kommentarlos zugesandt hat. Als ich noch ein Junge war, erzählte mir Mutter bloss, dieser David habe ihr die Welt so wunderbar erklären können, dass sie anfangs kaum mehr geschlafen habe. Zur Arbeit aber, schob sie schnell und etwas verlegen nach, sei sie trotzdem nie zu spät gekommen. Doch irgendwann hatte sie aufgehört, über ihn zu spre-chen, so wie sie, nachdem sie mir gesagt hatte, ihre ganze Wirbelsäule sei voll mit Metastasen, aufhörte, über den Krebs zu sprechen. Auch über den Tod und die Zukunft sprach sie nicht mehr und erst recht nicht darüber, dass ich versprochen hatte, ihr zu helfen. »Wenn es gar nicht mehr anders geht, Joris, dann musst du ...«, hier harte sie kurz gestockt, »wenn ich nur noch Schmerzen hab und dalieg, dann musst du mir helfen, ja?!« Dabei schaute sie mich an, schaute und schaute, bis ich nichts anderes mehr tun konnte als nicken. Das Schweigen aber hatte schon früher begonnen. Es war schleichend gekommen, wahrscheinlich sprachen wir im-mer weniger, bis es mir irgendwann auffiel, plötzlich, und nur dieser eine Satz übrig blieb: Wenn ich noch zehn Jahre weiterrauchen kann, bin ich zufrieden. Immer und immer wieder wiederholte sie ihn, als würde sie von Muratti dafür bezahlt. Manchmal hatte sie eine Art Trotz in der Stimme, manchmal lächelte sie verschmitzt dazu, als reiche das aus, um dem Tod ein Schnippchen zu schlagen; und nie änderte sie die Anzahl der Jahre. Wenn ich ihr im Spital die brennende Zigarette zwischen die spröden Lippen steckte, nuckelte sie mehr daran, als dass sie inhalierte; ich erzählte ihr irgendetwas und folgte dabei ihrem Blick aus dem Fenster. Manchmal aber schaute ich einfach nur sie an, wie sie mit der linken Hand ihren Weihnachtsbaum festhielt, so nannte sie den Ständer, an dem die Infusionsbeutel hingen, und mit der rechten Hand die Zigarette. Ihre Finger waren dürr geworden, und ihre Knöchel standen heraus wie eine verwachsene Wirbelsäule. Die Nägel waren grellrot, was mir unpassend erschien, auch wenn Rebekka sie ihr lackiert hatte.“

 

 
Werner Rohner (Zürich, 1975)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn blog van 19 april 2015 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.