24-03-17

Peter Bichsel, Martin Walser, Dario Fo, Lawrence Ferlinghetti, Jacob van Lennep, Jeroen Mettes, Harry Prenen, Willem van Iependaal, Top Naeff

 

De Zwitserse schrijver Peter Bichsel werd geboren op 24 maart 1935 in Luzern. Zie ook alle tags voor Peter Bichsel op dit blog.

Uit: San Salvador

„Er hatte sich eine Füllfeder gekauft.
Nachdem er mehrmals seine Unterschrift, dann seine Initialen, seine Adresse, einige Wellenlinien, dann die Adresse seiner Eltern auf ein Blatt gezeichnet hatte, nahm er einen neuen Bogen, faltete ihn sorgfältig und schrieb: „Mir ist es hier zu kalt“, dann, „ich gehe nach Südamerika“, dann hielt er inne, schraubte die Kappe auf die Feder, betrachtete den Bogen und sah, wie die Tinte eintrocknete und dunkel wurde [in der Papeterie garantierte man, daß sie schwarz werde], dann nahm er seine Feder erneut zur Hand und setzte noch seinen Namen Paul darunter.
Dann saß er da.
Später räumte er die Zeitungen vom Tisch, überflog dabei die Kinoinserate, dachte an irgend etwas, schob den Aschenbecher beiseite, zerriß den Zettel mit den Wellenlinien, entleerte seine Feder und füllte sie wieder. Für die Kinovorstellung war es jetzt zu spät.
Die Probe des Kirchenchores dauerte bis neun Uhr, um halb zehn würde Hildegard zurück sein. Er wartete auf Hildegard. Zu all dem Musik aus dem Radio. Jetzt drehte er das Radio ab.
Auf dem Tisch, mitten auf dem Tisch, lag nun der gefaltete Bogen, darauf stand in blauschwarzer Schrift sein Name Paul.
„Mir ist es hier zu kalt“, stand auch darauf.
Nun würde also Hildegard heimkommen, um halb zehn. Es war jetzt neun Uhr. Sie läse seine Mitteilung, erschräke dabei, glaubte wohl das mit Südamerika nicht, würde dennoch die Hemden im Kasten zählen, etwas müßte ja geschehen sein.
Sie würde in den „Löwen“ telefonieren.
Der „Löwen“ ist mittwochs geschlossen.“

 

 
Peter Bichsel (Luzern, 24 maart 1935)


 

De Duitse schrijver Martin Walser werd op 24 maart 1927 geboren in Wasserburg aan de Bodensee. Zie ook alle tags voor Martin Walser op dit blog.

Uit: Ein fliehendes Pferd

„Ans Wasser wollte er Kierkegaard nicht mitnehmen. Das hatte er als Fünfzehnjähriger getan. Zarathustra hatte er auf dem Bauch liegend gelesen. Snob, der er war, hatte er die französische Übersetzung gelesen. Ainsi parlait Zarathustra.
Sabines Vergnügen an den Vorbeiströmenden hatte inzwischen ein Lächeln erzeugt, das sich nicht mehr änderte. Er genierte sich für Sabines Lächeln. Er berührte sie am Oberarm. Wahrscheinlich sollte man reden miteinander. Ein alt werdendes Paar, das stumm auf Caféstühlen sitzt und der lebendigsten Promenade zuschaut, sieht komisch aus. Oder trostlos. Besonders, wenn die Frau noch dieses schon seit längerem verstorbene Lächeln trägt. Helmut mochte es nicht, wenn die Umwelt sich über Sabine und ihn Gedanken machen konnte, die zutrafen. Egal, was die Umwelt über ihn und Sabine dachte, es sollte falsch sein. Sobald es ihm gelang, Fehlschlüsse zu befördern, fühlte er sich wohl. Inkognito war seine Lieblingsvorstellung. In Stuttgart mußte er erleben, wie in der Nachbarschaft und in der Schule - und zwar bei Kollegen und bei Schülern - die Kenntnis über ihn zunahm. An ihm war der Spitzname Bodenspecht hängengeblieben. Das zeigte ihm, daß er mit einer geradezu höheren Art von Genauigkeit erfaßt, durchschaut und bezeichnet war.“

 

 
Martin Walser (Wasserburg, 24 maart 1927)

 

 

De Italiaanse regisseur, acteur en toneelschrijver Dario Fo werd geboren in Leggiuno-Sangiamo op 24 maart 1926. Zie ook alle tags voor Dario Fo op dit blog.

Uit: Mistero Buffo (Mary at the Cross, vertaald door Ed Emery)

“CHRIST: Mother, has your grief turned you mad, that you blaspheme so? That you say things without knowing what you say? Take her home, brothers, before she collapses with her grief.
MAN: Let us go, Mary. Make your son happy. Leave him in peace.
MARY: No. I shall not! Forgive me... Let me stay here close to him, and I won't say another word against his father. Or against anyone. Leave me... be so kind!
CHRIST: I have to die, mother, and it is hard. I have to let myself go, mother, and use up the breath that keeps me alive... But with you here tormenting your heart, mother, I can't... It just makes it harder...
MARY: I want to help you, my dearest one. Oh, don't make me go! Why can't we both die together, mother and son, so that they can put us, locked into an embrace, into one tomb?
SOLDIER: I told you before, lady! there is only one way to make him happy: kill him at once. If you want to hurry it up and take that lance leaning over there, we soldiers will pretend not to see, and you must run up under the cross and stick the point into him with all your strength, stick the lance right into his belly, right in, and then, in a moment, you will see Christ die. [The Madonna faints] What's the matter? Why did she faint? I never even touched her!
MAN: Lay her out... do it gently... and give her room to breathe...
WOMAN: Let's have something to cover her with... she's shivering with the cold...
OTHER MAN: I left my cloak at home...
MAN: Move aside there... Help me to lay her out...
OTHER MAN: And now be quiet and let her recover.
MARY: [As if in a dream] Who are you, up there, young man, I sem to know you. What is it that you want from me?
WOMAN: She's talking in her sleep, she's confused... she's having visions...
GABRIEL: I am Gabriel, the Anel of the Lord. I am he, oh Virgin, the herald of your solitary and delicate love.”

 

 
Dario Fo (Leggiuno-Sangiamo, 24 maart 1926)
Scene uit een uitvoering van “Mistero Buffo” in São Paulo, Brazilië, 2016

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Lawrence Ferlinghetti werd geboren op 24 maart 1919 in Yonkers, New York. Zie ook alle tags voor Lawrence Ferlinghetti op dit blog.

 

I Am Waiting (Fragment)

I am waiting for the Great Divide to ‘be crossed
and I am anxiously waiting
for the secret of eternal life to be discovered
by an obscure general practitioner
and I am waiting
for the storms of life
to be over
and I am waiting
to set sail for happiness
and I am waiting
for a reconstructed Mayflower
to reach America
with its picture story and tv rights
sold in advance to the natives
and I am waiting
for the lost music to sound again
in the Lost Continent
in a new rebirth of wonder

I am waiting for the day
that maketh all things clear
and I am awaiting retribution
for what America did
to Tom Sawyer
and I am waiting
for the American Boy
to take off Beauty’s clothes
and get on top of her
and I am waiting
for Alice in Wonderland
to retransmit to me
her total dream of innocence
and I am waiting
for Childe Roland to come
to the final darkest tower
and I am waiting
for Aphrodite
to grow live arms
at a final disarmament conference
in a new rebirth of wonder

I am waiting
to get some intimations
of immortality
by recollecting my early childhood
and I am waiting
for the green mornings to come again
youth’s dumb green fields come back again
and I am waiting
for some strains of unpremeditated art
to shake my typewriter
and I am waiting to write
the great indelible poem
and I am waiting
for the last long careless rapture
and I am perpetually waiting
for the fleeing lovers on the Grecian Urn
to catch each other up at last
and embrace
and I am waiting
perpetually and forever
a renaissance of wonder

 

 
Lawrence Ferlinghetti (Yonkers, 24 maart 1919)
In 2011 

 

De Nederlandse schrijver Jacob van Lennep werd geboren te Amsterdam op 24 maart 1802. Zie ook alle tags voor Jacob van Lennep op dit blog.

Uit: Dagboek van mijne reis (1823)

“Overal waren de schoonste huizen gesloopt, en die nog bestonden dreigden in te storten of stonden alleen, als treurden zij eenzaam op een kerkhof. Groote grasweiden, waar runddieren, paarden of schapen liepen vertoonden zich daar, waar voorheen trotsche gebouwen stonden: de magazijnen der eens zoo bloeiende Oost Indische Compagnie bestaan niet meer, slechts een huisgezin, dat nog meest te Leyden woont houdt nog koets en paarden, terwijl er in 1800 achttien waren, die zulks doen konden; de kleine visscherij* levert weinig meer op; en de groote (haring)visscherij is bijna geheel vervallen.
Vele oorzaken hebben hiertoe samengeloopen: de eerste is dat de haring visscherij niet meer zoo uitsluitend door onze natie wordt verricht als te voren, dat andere volken er zich mede bemoeid hebben en zelfs eenigzins het kaken hebben nagebootst. Daar nu hun haring veel goedkooper is, en de Russische boeren, bij welke veel consumptie van die visch is, weinig het onderscheid in smaak proeven, wordt die meer op den duur door hun gezocht dan de onze, die duurder is; ook heeft de haring zijne vorige standplaatsen verlaten; verscheidene visschers hebben dus om maar visch te huis te brengen zich onder de kusten begeven en daar hom- of kuit-zieke haring gevischt; andere verzuimden de haring welke 's avonds niet gekaakt was, over boord te werpen en kaakten dus den volgenden dag doode visch; hierdoor ontving de oude naam der Hollandsche haring een geweldigen knak; de meeste schuld echter ligt bij het aannemen van vreemde schippers, die zich het kaken slecht verstonden of min naauwgezet te werk gingen. Zoo verloren nu in het vorige jaar de reeders alles wat zij tot de uitrusting besteed hadden, 't geen ruim een ton bedroeg; de heer ABEGG, die van den koning van Pruissen geene premie voor de haringvisscherij erlangen kon, kwam in 1821 met vierentwintig buizen van Emden naar Enkhuizen, alwaar hij in triomf werd ingehaald, zoo zelfs dat de paarden van voor zijn rijtuig afgespannen werden, en hij door 't gepeupel voortgetrokken. Dan in twee jaren schoot hij ƒ 100.000 bij de visscherij in; hierom zendt hij dit jaar slechts de helft zijner buizen uit; de stad zal indien hare visscherij dit jaar even onvoordeelig uitvalt, dezelve geheel laten varen. –“

 

 
Jacob van Lennep (24 maart 1802 – 25 augustus 1868)
De Zuiderhavendijk in Enkhuizen door Cornelis Springer, 1868

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en blogger Jeroen Mettes werd geboren in Valkenswaard op 24 maart 1978. Zie ook alle tags voor Jeroen Mettes op dit blog.

Uit: N30

“Tv kijken is óók solidair zijn. Containers razen voorbij. Er zit een krekel op mijn bureau; ik kan hem niet zien, maar ik zie de tijdschriften bewegen. Als ik een kakkerlak vermoord wikkel ik hem in keukenpapier, en voordat ik hem doorspoel zing ik de Marseillaise. Kleuters reflecteren zonlicht beter. Ze bevestigt wasknijpers aan de pijpen: mand, mond, hand, mand, enz. ‘Do not wear contact lenses!’waarschuwt een e-mail. ‘Trapped chemicals may cause eye damage.’ Je moet de wereld niet menselijker maken dan hij is. In plaats van haar te bellen schrijf ik e-mail. De biobak leunt op zijn deksel; een open (zwarte) mond ontvangt de zon. Twee duiven zoeken brood aan weerszijden van de schaduw. Wat overblijft is metafoor. 20% gratis.
…pff weg! Een komma. Jeroen! Ik zou graag zo’n pak vlinders van je overnemen; elke dag komt mij uit; wanneer kom je? Ik lees Adorno in haar bikini. Als je je aan de wet houdt hoef je je ook niet onderdrukt te voelen. (…) Strikt semi-autobiografisch. Een vuist vol pinda’s. Ik kan me niet herinneren dat we ooit een échte hut hebben gebouwd in de bossen rond Valkenswaard. Volgende week zal er bloesem hangen aan de bomen langs de hele laan, deze hele laan (Paukesven). Is dit een beetje jouw belevingswereld? Maar… Maar, maar… Hier breekt de geschiedenis af. Je zult huilen met je ogen open, je zult weten waarom, je zult naakt in het donker liggen en dan in het licht, je zult niet hoeven vragen: ‘Wat moet ik doen?’ In een wereld waarin winst en milieu langzaam aan elkaar gekoppeld raken, hebben multinationals ingezien dat maatschappelijk ondernemen de toekomst heeft. In mijn vroegste herinnering draagt ze een pak van lood; ze heeft een baby (‘ik’) in haar armen. Een tram komt uit de mist op ons af. Is het de wind of een machine? Ik wacht bij de McDonald’s met zijn vriend tot hij terugkeert met de cocaïne.”

 

 
Jeroen Mettes (24 maart 1978 - 21 september 2006)
Cover

 

 

De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook alle tags voor Harry Prenen op dit blog.

 

Morinde

Goede nacht, gegroet Morinde, Morinde!
Al je vuur dat ik beminde
Doofde uit
Als een nachtkaars in de tuit
En geen vlam is meer te vinden,
Goede nacht , voorgoed Morinde,

Nee, ik laat mij niet meer vangen
Ook al heb je gouden spangen aangedaan
Wie in zulk een valstrik gaan.
Kunnen slechts den dood verlangen:
Nee, ik laat mij niet meer vangen.
Daarom, ga maar heen Morinde,
Ik zal wel een ander vinden
Die mij wacht
Want je schoonheid als de nacht
Is alleen geschikt voor blinden
Daarom, ga maar heen Morinde!

 

 
Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Iependaal werd geboren in Rotterdam op 24 maart 1891. Zie ook alle tags voor Willem van Iependaal op dit blog.

 

Mijn Rotterdam

Hoe heb ik jou, mijn Rotterdam teruggevonden!
Je huizen aan puin en je havens vernield!
Ik voelde mezelf bij jouw aanblik geschonden
en vloekte; een biecht hoezeer ik van je hield!
Het krommende straatje waar ik werd geboren,
de school en m'n honk... Het is alles vergaan!
Ik zag nog alleen een geblakerde toren
in het gruis van vermorzelde jeugdjaren staan....

Er stond in een bouwput een heikar te hijgen:
weer dreunde en schalde het deel van de stad,
waar 't rossige leven van tieren en tijgen,
voor de zeeman aan wal z'n bekoringen had.
Er relden geen ruzies, er blonken geen glazen,
er deunde geen orgel, er zwierde geen rok.
Er was nog alleen maar dat bonken en razen
van de zwoegende kar en het vallende blok.

Maar ver in de haven, daar wenkten de kranen,
de boegen, de bruggen en mast achter de mast,
de Maas en de meeuwen, de vlaggen en vanen
en strekkende lijnen van takels en last!
Er zwaaiden weer bakken! Er lalden weer lieren!
De zon zette water en wimpels in vlam.
De hijgende heikar bleef halen en vieren;
de beukende hartslag van 't nieuw Rotterdam!

 

 
Willem van Iependaal (24 maart 1891 - 23 oktober 1970)
Rotterdam in mei 1940

 

 

De Nederlandse schrijfster Top Naeff (eig. Anthonetta van Rhijn-Naeff) werd geboren op 24 maart 1878 in Dordrecht. Zie ook alle tags voor Top Naeff op dit blog.

Uit: School-ydillen

“Jet, 'n beetje gekalmeerd in haar eerste enthousiasme voor die nieuwe schikking, hield zich groot:
‘Zou mejuffrouw Henriëtte van Marle voor deze eereplaats te gunstig bekend staan?’ vroeg ze waardig en dan, met 'n ondeugende flikkering in haar levendige bruine oogen zag ze Lien aan en zei plagend: ‘Dan blijf ik maar op mijn oude plaats op de tweede bank, toch altijd nog beter dan jij op de eerste, en misschien valt dat nieuwe kind ook nog wel mee en laat ze me 'n beetje afkijken.’ Jet was in haar hart van 't tegendeel overtuigd, maar ze kon Lien niet goed uitstaan.
Jeanne zat in den spiegel te kijken:
‘Hoe heet ze?’ vroeg zij.
Niemand wist 't.
‘Ik weet alleen, dat haar moeder een Amerikaansche was, en al lang geleden gestorven; Adriaan vertelde 't van morgen aan 't ontbijt,’ antwoordde Noes.
‘Ik stel me zoo iets voor,’ begon Lien weer, die er over had zitten denken waar ze Jet nu weer eens onaangenaam mee kon zijn, ‘als onze Kaatje, jelui weet wel, ons loopmeisje, dat we altijd 't “brebis” noemen. Nou, zoo iets brebis-achtigs, een die voortdurend bloost, heel bedeesd praat, en haar oogen haast niet op durft slaan.’
Jet, 't slachtoffer was weer heelemaal terneergeslagen, vergat, dat 't van Lien slechts 'n bloote veronderstelling was, ging aan de piano zitten, en speelde ‘home sweet home’, zóó droefgeestig en gevoelvol, dat ze, puur van gevoel, er aanhoudend naast sloeg.
Lien keek zegevierend rond, tevreden over 't succes van de vergelijking met Kaatje; Noes grabbelde op den grond naar spelden; Jeanne zat met 'n zakdoek waar ze telkens aan likte haar armband op te poetsen, en allen dachten over 't nieuwe kind, dat den volgenden dag zou komen.
Jet dacht aan haar met een woede, die zich in aangrijpende accoorden luchtte, Noes met kalme nieuwsgierigheid, Lien met heimelijk pleizier, als 'n voorwerp dat Jet in den weg kon zitten, en Jeanne met 'n zekere tevredenheid in 't vooruitzicht 'n geestverwante in haar te zullen ontdekken."

 

 
Top Naeff (24 maart 1878 – 21 april 1953)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2013 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.