28-02-17

Stephen Spender, Bart Koubaa, Luc Dellisse, John Montague, Marcel Pagnol, Bodo Morshäuser, Martin Suter, Yórgos Seféris, Howard Nemerov

 

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

 

The Labourer In The Vineyard

Here are the ragged towers of vines
Stepped down the slope in terraces.

Through torn spaces between spearing leaves
The lake glows with waters combed sideways,
And climbing up to reach the vine-spire vanes
The mountain crests beyond the far shore
Paint their sky of glass with rocks and snow.

Lake below, mountains above, between
Turrets of leaves, grape-triangles, the labourer stands.

His tanned trousers form a pedestal,
Coarse tree-trunk rising from the earth with bark
Peeled away at the navel to show
Shining torso of sun-burnished god
Breast of lyre, mouth coining song.

My ghostly, passing-by thoughts gather
Around his hilly shoulders, like those clouds
Around those mountain peaks their transient scrolls.

He is the classic writing all this day,
Through his mere physical being focussing
All into nakedness. His hand
With outspread fingers is a star whose rays
Concentrate timeless inspiration
Onto the god descended in a vineyard
With hand unclenched against the lake's taut sail
Flesh filled with statue, as the grape with wine.

 

 

He Will Watch The Hawk

He will watch the hawk with an indifferent eye
Or pitifully;
Nor on those eagles that so feared him, now
Will strain his brow;
Weapons men use, stone, sling and strong-thewed bow
He will not know.

This aristocrat, superb of all instinct,
With death close linked,
Had paced the enormous cloud, almost had won
War on the sun;
Till now, like Icarus mid-ocean-frowned,
Hands, wings are found.

 

 
Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)


 

De Vlaamse schrijver Bart Koubaa (pseudoniem van Bart van den Bossche) werd geboren op 28 februari 1968 in Eeklo. Zie ook alle tags voor Bart Koubaa op dit blog.

Uit: Een goede vriend

Ik zag een wit T-shirt met in het midden een Picasso-achtige sardien waaronder in stevige zwarte letters dream stond, daarna een zwart behaarde hand die uit het halfdonker tevoorschijn kwam. ‘Ivan,’ zei een man met een hartelijke glimlach op zijn bebaarde ronde gezicht en nadat hij me stevig de hand had geschud, stapte hij in het zuiderse zonlicht en omklemde het uittrekbare handvat van mijn koffer. Zo staken we de kalme straat over, hij voorop, mijn koffer achter zich meetrekkend, ik met mijn schoudertas om. Ik volgde hem over een lommerrijke strook op een breed voetpad vol drukke terrassen en statige winkels; links, op het zonovergoten plein dat als een oceaan van zwart-witte tegeltjes voor het theater golfde, herkende ik de Griekse zuil met de donkere koning erop. Nadat we dezelfde kalme straat rond het plein nog een keer hadden overgestoken, kwamen we in een brede winkelstraat met aan het einde de triomfboog waardoor ik een glimp van de Taag kon opvangen. Ivan wierp me af en toe een glimlach toe en stak ter hoogte van een krantenkiosk een hand naar links uit, als een fietser. Kort daarna stopte hij voor een souvenirwinkeltje. Hij deed de deur van het winkeltje dicht en toonde me hoe je die met een trucje kon openen. ‘Easy,’ zei hij en hij trok mijn koffer naar binnen, groette de winkeljuffrouw die een kruiswoordraadsel aan het invullen was en liep langs met prullaria volgestouwde rekken, vitrinekasten, bakken en draaibare kaartenrekken naar wat hij breed glimlachend de echte ingang van het appartement noemde. Voor hij die deur openmaakte, legde hij me nog uit dat ’s avonds in het winkeltje twee ijzeren rolluiken werden neergelaten, waardoor een gang van de straatdeur naar de tweede deur binnen ontstond. Het appartement dat ik voor een maand had gehuurd was helemaal boven op de vijfde verdieping, er was geen lift, en Ivan stond erop mijn koffer te dragen. ‘Sardienen,’ pufte hij toen hij op de tweede verdieping even stopte en zich met een draaiende handbeweging voor zijn snuivende neus de walm van geroosterde vis en knoflook toewaaide in de kille, rijk betegelde gang. Voor we het appartement in konden was er een poortje van traliewerk, dat je ook met een trucje kon openmaken. Na een paar trappen duwde hij een laatste deur voor me open en nodigde me met een breed handgebaar uit naar binnen te gaan. Daarna liep hij naar mijn koffer, die hij naast het poortje had laten staan en trok hem hortend en stotend over de trappen tot in de hal van het appartement.”

 

 
Bart Koubaa (Eeklo, 28 februari 1968)

 

 

De Ierse dichter John Montague werd geboren in New York op 28 februari 1929. Zie ook alle tags voor John Montague op dit blog.

 

Like dolmens round my childhood, the old people

Like dolmens round my childhood, the old people.
Jamie MacCrystal sang to himself,
A broken song without tune, without words;
He tipped me a penny every pension day,
Fed kindly crusts to winter birds.
When he died his cottage was robbed,
Mattress and money box torn and searched.
Only the corpse they didn't disturb.

Maggie Owens was surrounded by animals,
A mongrel bitch and shivering pups,
Even in her bedroom a she-goat cried.
She was a well of gossip defiled,
Fanged chronicler of a whole countryside:
Reputed a witch, all I could find
Was her lonely need to deride.

The Nialls lived along a mountain lane
Where heather bells bloomed, clumps of foxglove.
All were blind, with Blind Pension and Wireless,
Dead eyes serpent-flicked as one entered
To shelter from a downpour of mountain rain.
Crickets chirped under the rocking hearthstone
Until the muddy sun shone out again.

Mary Moore lived in a crumbling gatehouse,
Famous as Pisa for its leaning gable.
Bag-apron and boots, she tramped the fields
Driving lean cattle from a miry stable.
A by-word for fierceness, she fell asleep
Over love stories, Red Star and Red Circle,
Dreamed of gypsy love rites, by firelight sealed.

Wild Billy Eagleson married a Catholic servant girl
When all his Loyal family passed on:
We danced round him shouting "To Hell with King Billy,"
And dodged from the arc of his flailing blackthorn.
Forsaken by both creeds, he showed little concern
Until the Orange drums banged past in the summer
And bowler and sash aggressively shone.

Curate and doctor trudged to attend them,
Through knee-deep snow, through summer heat,
From main road to lane to broken path,
Gulping the mountain air with painful breath.
Sometimes they were found by neighbours,
Silent keepers of a smokeless hearth,
Suddenly cast in the mould of death.

Ancient Ireland, indeed! I was reared by her bedside,
The rune and the chant, evil eye and averted head,
Fomorian fierceness of family and local feud.
Gaunt figures of fear and of friendliness,
For years they trespassed on my dreams,
Until once, in a standing circle of stones,
I felt their shadows pass

Into that dark permanence of ancient forms.

 

 
John Montague (28 februari 1929 – 10 december 2016)
 

 

 

De Belgische-Franse dichter, schrijver, essayist, dramaturg en scenarioschrijver Luc Dellisse werd geboren op 28 februari 1953 in Brussel. Zie ook alle tags voor Luc Delisse op dit blog.

Uit: L'Invention du scénario

"Dans le cas d’un scénario de long métrage, vous vous lancez dans une entreprise qui peut durer un an ou davantage. Vous y engagez votre temps, votre conscience, et la
maîtrise de votre projet.
Vous aurez à défendre, argumenter, modifier, sacrifier vos plus belles trouvailles.
Le but de ce livre n’esr pas de faire passer un te5t, ni de décourager les vocations : mais l’écriture eEecdve et efficace d’un scénario doit reposer sur une nécessité forte et
non sur un malentendu.
QU’EST-Œ QU’UN RÉCIT
Un récit n’est pas une simple histoire. Un récit esr une histoire organisée et menée à bien.
Dans un récit, il y a autre chose que les matériaux bruts et péle-méle d’une histoire : il y a en outre tous les élé- ments de consrrucfion, de direcdon, d’enchänemenr des faits et de résolution.
Il n’y a place ni pour le flou (tout doit être perceptible), ni pour les coïncidences (tout doit être cohérent ou préparé).
Le terme intrigue s’impose lorsque tous les éléments ont trouvé leur jusre place, sans séquences inutiles, sans aucme perte d’énergie ou de sens ; lorsque le récit esr parfaitement struœuré."

 

 
Luc Dellisse (Brussel, 28 februari 1953)
Cover 

 

 

De Franse dichter, schrijver, dramaturg en regisseur Marcel Pagnol werd geboren op 28 februari 1895 in Aubagne, Bouches-du-Rhône. Zie ook alle tags voor Marcel Pagnol op dit blog.

Uit: Eléments d’une thermodynamique nouvelle

"Les cours de Physique et Chimie étaient faits par M.Oneto.
Il avait une petite barbiche noire, il ressemblait à Méphistophélès, mais en beaucoup plus jeune ; il avait beaucoup d’autorité, et une grande bonté.
Comme M.Cros, il roulait les r ; comme M.Cros, il avait pour nous une sorte d’affectueux mépris.
Un programme parfaitement imbécile exigeait qu’il enseignât, en cent cinquante leçons, toute la Physique et toute la Chimie, à des gaillards qui ne savaient pas résoudre une équation du premier degré, et qui lui arrivaient en droite ligne du cours de Philosophie : c’est-à-dire complètement écrémés par Beckerley, Fichte-grain-de-sable, l’impératif catégorique, le Pragmatisme, Auguste Comte et Baralipton.
Alors, avec beaucoup de patience, et pour amuser les grands idiots que nous étions, il faisait des expériences. Lorsque je pense à ces classes de sciences je vois un morceau de fil de fer qui brûle dans un bocal d’oxygène ; une lampe à mercure qui verdit la barde, pourtant si noire, de M.Oneto ; une éprouvette qu’il secoue en disant : «
Vous allez voir : ça va tourner au bleu » (et ça tourne au rouge le plus vif) ; enfin, je vois –apothéose de mes classes de physique – un morceau de sodium affolé qui tire des bordées foudroyantes à la surface d’une sorte de pot de chambre, et qui jette des éclairs subits, avec des crachotements irrités, au sein d’un incendie sous-marin."

 

 
Marcel Pagnol (28 februari 1895 – 18 april 1974)
Op een afiche n.a.v. zijn 120e geboortedag in 2015 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Bodo Morshäuser werd geboren op 28 februari 1953 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Bodo Morshäuser op dit blog.

Uit: Und die Sonne scheint

„Zwei Verkäuferinnen, deren Geschäfte es nicht mehr gab, waren so langsam zu Fuß unterwegs, als sollten die zweihundert Meter, die sie noch hatten, bloß nicht enden, während ein Radfahrer nach dem anderen sie umkurvte, einer gar absteigen musste. Er hatte ein so langsames Gehen nicht erwartet und den Bremspunkt an einer Verengung falsch berechnet. Gegenüber stand ein alter Mann auf dieselbe Weise wie immer an seinem Fenster und schaute zu denselben Stellen wie immer schon. Neuerdings belegte ein Schuttcontainer eine der Parkbuchten, erst noch in tiefem Schatten, im nächsten Moment im Sonnenlicht, und gleich darauf wieder im Schatten. Eine Straßenseite war trocken, die andere nass.
Ich saß an der Scheibe eines Cafés und sah mich selbst vorübergehen. Als ich mich über eine bestimmte Gestalt, die ich seit Jahren oder Jahrzehnten vom Sehen kannte, innerlich lustig machen wollte, fiel mir ein, dass ich selbst einmal solch eine Erscheinung gewesen war. Sah ich nicht einsam aus, wie ich vor mir selbst vorüberging? Ja, ich sah einsam und verloren aus, aber nicht zurückgezogen vor anderen, sondern vor mir selbst. Sah aus wie einer, der sich für alles Mögliche interessierte, nur nicht für sich. In welch friedlicher Gegend ich doch gewohnt hatte.
Bis dorthin drangen die Kämpfe nicht vor. Was einen in meiner alten Straße umwehte, konnte man für den perfekten Frieden halten. Zwar wurde viel geklagt, doch waren Anlässe nicht zu erkennen. Man saß in Cafés, im Sommer davor, und hörte man von Sorgen, so schienen deren Schauplätze so fern zu sein wie die Nordatlantikströmung, wie brasilianische Regenwälder oder wie ein Waffentest im Südpazifik. Gleichzeitig wurden Sorgen um Globales als allerpersön.”

 

 
Bodo Morshäuser (Berlijn, 28 februari 1953)
Cover

 

 

De Zwitserse schrijver Martin Suter werd geboren op 29 februari 1948 in Zürich. Zie ook alle tags voor Martin Suter op dit blog.

Uit: Ein perfekter Freund

„Weshalb?"
"Man hatte im Computertomogramm eine Hirnprellung festgestellt, und der Arzt entschied, Sie in Narkose zu behalten und den Hirndruck zu überwachen. Wenn er gestiegen wäre, hätte das geheissen, dass das Hirn anschwillt oder eine Blutung auftritt."
"Was passiert dann?"
"Es ist nicht angeschwollen."
"Ich war in einem künstlichen Koma?"
"In einer Langzeitnarkose. Zwei Tage."
Fabio fielen die Augen zu. "Wo ist meine Freundin?"
"Ich nehme an, zu Hause. Es ist kurz nach Mitternacht."
"Ist sie schon lange gegangen?"
"Ich weiss nicht. Ich bin die Nachtschwester", antwortete die Stimme. Jetzt wieder von jenseits des Flusses.
Norina wusch seinen Bauch mit einem weichen Lappen. Er spürte ihre leichte Hand und die Wärme des Lappens. Er lag mit leicht gespreizten Beinen da und stellte sich schlafend. Er hörte es plätschern, wenn sie den Lappen auswrang, und konnte es kaum erwarten, bis sie ihn wieder berührte.
Sie seifte Schamhaare und Leisten ein. Endlich spürte er ihre Finger an seinem Penis. Sie hob ihn an - und ein stechender Schmerz durchzuckte ihn. Fabio schrie auf.
"Pardon." Eine Männerstimme.
Er schlug die Augen auf. Ein Mann stand neben dem Bett. Er war etwa in seinem Alter und trug das weissblond gefärbte Haar millimeterkurz. Er hatte eine blaue Baumwollhose an und darüber eine blaue, lose, kurzärmelige Bluse mit einem Namensschild. Er hob die Hände bedauernd in die Höhe. "Der Blasenkatheter, sorry. Wissen Sie, wo Sie sind?" Fabio schaute sich um. Neben dem Bett ein Infusionsständer, an der Wand ein Tisch mit einem Blumenstrauss, darüber ein Kruzifix. "Sieht nach Krankenhaus aus."

 

 
Martin Suter (Zürich, 29 februari 1948)

 

 

De Griekse dichter Yórgos Seféris werd geboren in Smyrna (nu Izmir, in Turkije) op 29 februari 1900. Zie ook alle tags voor Yórgos Seféris op dit blog.

 

Letter Of Mathios Paskalis

The skyscrapers of New York will never know the coolness that comes down on Kifisia
but when I see the two cypress trees above your familiar church
with the paintings of the damned being tortured in fire and brimstone
then I recall the two chimneys behind the cedars I used to like so much when I was abroad.

All through March rheumatism wracked your lovely loins and in summer you went to Aidipsos.
God! what a struggle it is for life to keep going, as though it were a swollen river passing through the eye of a needle.
Heavy heat till nightfall, the stars discharging midges, I myself drinking bitter lemonades and still remaining thirsty;
Moon and movies, phantoms and the suffocating pestiferous harbour.

Verina, life has ruined us, along with the Attic skies and the intellectuals clambering up their own heads
and the landscapes reduced by drought and hunger to posing
like young men selling their souls in order to wear a monocle
like young girls — sunflowers swallowing their heads so as to become lilies.

The days go by slowly; my own days circulate among the clocks dragging the second hand in tow.
Remember how we used to twist breathless through the alleys so as not to be gutted by the headlights of cars.
The idea of the world abroad enveloped us and closed us in like a net
and we left with a sharp knife hidden within us and you said ‘Harmodios and Aristogeiton'.

Verina, lower your head so that I can see you, though even if I were to see you I'd want to look beyond.
What's a man's value? What does he want and how will he justify his existence at the Second Coming?
Ah, to find myself on a derelict ship lost in the Pacific Ocean alone with the sea and the wind
alone and without a wireless or strength to fight the elements.

 

 
Yórgos Seféris (29 februari 1900 - 20 september 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter en literatuurdocent Howard Nemerov werd geboren op 29 februari 1920 in New York. Zie ook alle tags voor Howard Nemerov op dit blog.

 

Political Reflection
loquitur the sparrow in the Zoo

No bars are set too close, no mesh too fine
To keep me from the eagle and the lion,
Whom keepers feed that I may freely dine.
This goes to show that if you have the wit
To be small, common, cute, and live on shit,
Though the cage fret kings, you may make free with it

 

 

The Beautiful Lawn Sprinkler

What gives it power makes it change its mind
At each extreme, and lean its rising rain
Down low, first one and then the other way;
In which exchange humility and pride
Reverse, forgive, arise, and die again,
Wherefore it holds at both ends of the day
The rainbow in its scattering grains of spray.

 

 
Howard Nemerov (29 februari 1920 – 5 juli 1991) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e februari ook mijn blog van 28 februari 2016 deel 1 en ook deel 2.en ook mijn blog van 29 februari 2016.

De commentaren zijn gesloten.