23-02-17

César Aira, Ljoedmila Oelitskaja, Robert Gray, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Toon Kortooms, Erich Kästner, Sonya Hartnett, Maxim Februari

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: Hoe ik een non werd (Vertaald door Adri Boon)

“Mijn vader had zich er zo op verheugd me blij te kunnen maken, en dat was zo ongewoon voor hem, een afstandelijke, driftige man zonder merkbare zachtaardige kanten, dat het niet aangrijpen van zo’n gelegenheid me misdadig leek. Even overwoog ik zelfs, hoe vreselijk de gedachte ook, het hele ijsje op te eten, alleen om hem een plezier te doen. Het was een kuipje, het kleinste, voor kleine kinderen, maar het kwam me voor als een ton.
Ik weet niet of mijn heldhaftigheid zoiets zou kunnen opbrengen maar ik kon die niet eens op de proef stellen. De eerste hap had mijn gezicht onwillekeurig van walging doen vertrekken, en dat kon hem onmogelijk zijn ontgaan. Het was haast een overdreven grimas, de fysiologische reactie gepaard gaande met een psychische component van teleurstelling, angst en de tragische droefenis zelfs wat dit soort genoegens betreft mijn vader niet te kunnen volgen. Pogen dat te verbergen zou dwaas zijn geweest; zelfs op dit moment zou het onmogelijk zijn, want die grimas is niet meer van mijn gezicht verdwenen.
‘Wat is er?’
In zijn toon school meteen al alles wat erna kwam.
In normale omstandigheden zouden tranen me hebben verhinderd hem antwoord te geven. Ik huilde altijd heel snel, zoals veel hypergevoelige kinderen. Maar een oprisping van die vreselijke smaak, die was weggegleden naar mijn keel en nu als een zweepslag terugkwam, bezorgde me een schok.
‘Gggh…’
‘Wat is er?’
‘Het is… vies.’
‘Het is wat?’
‘Vies!’ gilde ik wanhopig.
‘Vind je het ijsje niet lekker?’
Ik herinnerde me dat hij onderweg, naast andere dingen die aangename verwachtingen schiepen, had gezegd: ‘Ik ben benieuwd of je ijs lekker vindt.’ Uiteraard in de veronderstelling dat ik het lekker zou vinden. Welk kind vindt ijs nou niet lekker?”

 

 
 César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)


 

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ljoedmila Oelitskaja op dit blog.

Uit:The Big Green Tent (Vertaald door Polly Gannon)

“Contrary to his regular school, at music school everyone sang the praises of Sanya. In his second year there, he played Grieg at his recital with a skill that few fifth-year students could muster. The small stature of the performer was also touching. At eight years old he was mistaken for a preschooler, and at twelve he looked like he was eight. For this reason, they dubbed him Gnome at his regular school. And the nickname was not an affectionate one; they made fun of him mercilessly. Sanya consciously avoided Ilya, not so much because of his teasing—which was not directed at Sanya, but which sometimes grazed him nonetheless—but because of their humiliating difference in size.
Mikha was the one who brought Sanya and Ilya together when he appeared in their midst in the fifth grade. His arrival was greeted with delight. A classic redhead, he was the ideal target for gibes.
His head was shaved bare, except for a crooked, reddish-gold tuft in front. He had translucent magenta-colored ears that stuck out from the sides of his head like sails; but they were in the wrong place, too close to his cheeks, somehow. He had milky white skin and freckles, and his eyes even had an orangey hue. As if all that weren’t enough, he was bespectacled, and a Jew, to boot.
The first time Mikha got beaten up was on the first day of school. The beating, which took place in the bathroom during recess, was a mild one—just a formality, to give him something to think about. It wasn’t even Murygin and Mutyukin who did it—they had better things to do—but their sidekicks and underlings. Mikha stoically took what was coming to him, then opened his book bag to take out a handkerchief and wipe away his snot. At that moment, a kitten squirmed out of the bag. The other boys grabbed the kitten and started tossing it back and forth. Just then, Ilya, the tallest boy in the class, walked in. He managed to intercept the kitten in midair, over the heads of the makeshift volleyball team, when the bell sounded, putting an end to the game.”

 

 
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

 

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

In Departing Light (Fragment)

We sit and listen to the bird-song, which is like wandering lines
of wet paint –
it is like an abstract expressionist at work, his flourishes and
then
the touches
barely there,
and is going on all over the stretched sky.
If I read aloud skimmingly from the newspaper, she immediately falls asleep.
I stroke her face and she wakes
and looking at me intently she says something like, ‘That was
a nice stick.’
In our sitting about
she has also said, relevant of nothing, ‘The desert is a tongue.’
‘A red tongue?’
‘That’s right, it’s a
it’s a sort of
you know – it’s a – it’s a long
motor car.’
When I told her I might go to Cambridge for a time, she said to me, ‘Cambridge
is a very old seat of learning. Be sure –’
but it became too much –
‘be sure
of the short Christmas flowers.’ I get dizzy,
nauseous,
when I try to think about what is happening inside her head. I keep her
out there for hours, propping her
straight, as
she dozes, and drifts into waking; away from the stench and
the screams of the ward. The worst
of all this, for me, is that despite such talk, now is the most peace
I’ve known her to have. She reminisces,
momentarily, thinking that I am one of her long-dead
brothers. ‘Didn’t we have some fun
on those horses, when we were kids?’ she’ll say, giving
her thigh a little slap. Alzheimer’s
is nirvana, in her case.

 

 
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jef Geeraerts op dit blog.

Uit: Gangreen 1 / Black Venus

“…ik had toen, gelukkig maar. een ijzeren kofier vol boeken bij me en als ik niet op jacht ging of als het stortregende‚ lag ik op mijn veldbed, naakt. nerveus, onzeker en soms. als de wind plotseling opstak, sprong ik zwetend van angst naar buiten en keek omhoog, naar de zwarte muur van lianen, dode takken, bladeren zwammen, slangen, spinnen. zestig meter of hoger boven mij ergens aan vastgehaakt om me eenmaal te verpletteren, als alles tijdens een onweer los zou schieten terwijl ik naast die vrouw lag als een boa of een groene leguaan en dan rookte ik hele dagen, verdoofd, amorf. geen mens en las en liet me drijven op de trage uren van eten, slapen, de avond voelen nakomen en dus beginnen te denken aan wat we tijdens de nacht zouden spelen en ze heette Marie-Jeanne en ze was erg lief, speels als een antiloope, en jong en mooi. o zo mooi en ze lachte veel en praatte honderduit en ze had gave tanden als een kudde ooien die opkomen uit het wed en ze had de haren in lange dunne knoetjes gebonden als de antennes van een weersattelíet en ze had dichte krulletjes op haar venusberg en stevige schaamlipjes en een koele spannende kont onder het dunne katoentje en na de eerste trage, allesomvattende, de wereld begrenzende kus, één gretige zuignap, was haar clitoris een bolletje kwik dat steeds maar de top van mijn middelvinger trachtte te ontsnappen en na drie nachten kende ze grondig alles wat veel later zogenaamd ervaren vrouwen verheugd zou doen opkijken en haar vader, een beschaafde stille timmerman(hij heette niet Jozef, maar Cyprien), was erg opgetogen over deze verhouding en in plaats van aan de weg te arbeiden zoals het zijn plicht was, ging hij op jacht voor zijn nieuwe schoonzoon…”

 

 
Jef Geeraerts (23 februari 1930 – 11 mei 2015)
Cover 

 

 

De Britse schrijver Bernard Cornwell werd geboren op 23 februari 1944 in Londen. Zie ook alle tags voor Bernard Cornwell op dit blog.

Uit: The Pagan Lord

“There is a way of battle. In the end the shield walls must meet and the slaughter will begin and one side will prevail and the other will be beaten down in a welter of butchery, but before the blades clash and before the shields crash, men must summon the nerve to make the charge. The two sides stare at each other, they taunt and insult each other. The young fools of each army will prance ahead of the wall and challenge their enemy to single combat, they will boast of the widows they plan to make and of the orphans who will weep for their fathers’ deaths. And the young fools fight and half of them will die, and the other half strut their bloody victory, but there is still no true victory because the shield walls have not met. And still the waiting goes on. Some men vomit with fear, others sing, some pray, but then at last one side will advance. It is usually a slow advance. Men crouch behind their shields, knowing that spears, axes and arrows will greet them before the shields slam together, and only when they are close, really close, does the attacker charge. Then there is a great bellow of noise, a roar of anger and fear, and the shields meet like thunder and the big blades fall and the swords stab and the shrieks fill the sky as the two shield walls fight to the death. That is the way of battle.
And Cnut broke it.
It began in the usual way. My shield wall stood at the very edge of the ford which was no more than twenty paces across. We were on the western bank, Cnut’s men were arriving from the east and, as they reached the crossroads, they dismounted. Boys took the horses and led them to a pasture while the warriors unslung their shields and looked for their battle-companions. They were arriving in groups. It was plain they had hurried and were strung out along the road, but their numbers grew swiftly. They gathered some five hundred paces from us where they formed a swine-head. I had expected that.
‘Confident bastards,’ Finan muttered.
‘Wouldn’t you be?’

 
Bernard Cornwell (Londen, 23 februari 1944) 

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Beekman en Beekman

‘Wat is ’t, Hendrik?’ vroegen de gebroeders.
‘Stik,’ zei Hendrik.
Dat was nou echt onredelijk! Zij meenden het zo goed, zij hadden zelfs daarnet een warme genegenheid voor Van Ham gevoeld, toen hij zijn leven voor hen in de waagschaal stelde.
‘Wij konden er niks aan doen. ’t Was d’n Haas zijn schuld,’ zeiden de gebroeders deemoedig.
‘Stik,’ gromde Hendrik weer.
En ja, daar had hij beet! Hij viste aan het uiteinde van zijn stuk boonstaak een vormloos voorwerp uit het water. Hij greep het in zijn hand en sloeg er eerst de modder af. Toen wrong hij het vocht eruit en bracht dan een beetje perspectief in het ding. Kijk, dachten de gebroeders, dat is zijn pet geweest. Er kwam weinig van terecht, zo weinig zelfs dat Hendrik het hoofddeksel tussen duim en wijsvinger nam en het terug in het kanaal zwierde. Toen toog hij brullend op huis aan.
‘Wij zullen ervoor moeten boeten,’ zeiden de gebroeders tegen elkander.
Hun vermoeden was echter voorlopig ongegrond. Wantvader en moeder Van Ham waren niet flauw gevallen. Dat zijn Friezen nooit, zegt men.
‘Het zal je eigen schuld wel zijn,’ zei de oude Van Ham in zijn onvervalst noordelijk dialect, dat door Hendrik nog juist op het randje af verstaan werd, daar hij op school dat Brabants had aangeleerd.
Hendrik brulde.
‘Zwijg stil!’ zei de boer. Het had toch waarachtig niks om het lijf. Noem eens één jongen in deze streken, die niet een paar keer in zijn jeugd het kanaal in duvelde! Dat hoorde erbij. Het zou dwaasheid zijn: in Peelland, en niet af en toe je buik vol veenwater!”

 

 
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)  
Cover

 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Der März

Sonne lag krank im Bett.
Sitzt nun am Ofen.
Liest, was gewesen ist.
Liest Katastrophen.

Springflut und Havarie,
Sturm und Lawinen, -
gibt es denn niemals Ruh
drunten bei ihnen.

Schaut den Kalender an.
Steht drauf: "Es werde!"
Greift nach dem Opernglas.
Blickt auf die Erde.

Schnee vom vergangenen Jahr
blieb nicht der gleiche.
Liegt wie ein Bettbezug
klein auf der Bleiche.

Winter macht Inventur.
Will sich verändern.
Schrieb auf ein Angebot
aus andern Ländern.

Mustert im Fortgehn noch
Weiden und Erlen.
Kätzchen blühn silbergrau.
Schimmern wie Perlen.

In Baum und Krume regt
sich's allenthalben.
Radio meldet schon
Störche und Schwalben.

Schneeglöckchen ahnen nun,
was sie bedeuten.
Wenn Du die Augen schließt,
hörst Du sie läuten.

 

 
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)
Affiche voor een tentoonstelling in München

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

Uit: Of A Boy

“The youngster's had rounded the first corner, a right turn, when they were seen again. This witness, a woman shaking crumbs from her kitchen mat, also recognised them, having walked on countless occasions past the Metfords' picket-fenced front yard, where the children often played. She saw that the eldest girl, ten-year-old Veronica, was holding her brother's hand. The girl's pale hair caught the light, a flag of sunshine down her spine; the boy's blue shadow yearned out from his feet, lean and gangle-limbed. The middle child, Zoe, wandered behind her siblings, lashing a eucalypt switch through the air. Following her was a man, fair, quite tall, thin. He wore his lank hair fashionably long. The witness assumed the man was with the children, for he walked just a step behind.
Two corners later, the Metfords were seen for a third time. The frenzied barking of a terrier made its owner look up from a crossword. Through a window he saw the children step uneasily onto the nature strip, putting distance between themselves and the unfenced canine. He saw the older girl say something to the small ones, stern and reasuring. The children kept to the grass, Veronica shepherding her brother protectively, until they were beyond sight of the house. The dog did not chase them, but gave a final militant bark. It trotted across the nature strip and sniffed the footprints in the weeds. There were other smells that must be investigated too. The owner watched until his pet returned satisfied to the veranda, resuming its vigil. This witness would insist that at no time while he was looking into the street did he see a man of any description trailing the three children.”

 

 
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Zie ook alle tags voor Maxim Februari op dit blog en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

Uit:Nawoord bij Franz Kafka, Verzameld werk

“Je hoort wel eens zeggen dat Kafka zijn roem voor een deel te danken heeft aan de grappige klank van zijn naam. Zo’n kwieke trochee met zulke krachtige k-klanken. Hoe kun je die ooit vergeten? Maar ook die naam blijkt al te zijn geoccupeerd door zijn vader en wordt door Kafka graag aan hem afgestaan. Zelf, schrijft hij, is hij namelijk niet echt een Kafka. Hij aardt meer naar zijn moeder, die Löwy heet, en uit een schroomvallige familie stamt. Jij, daarentegen, schrijft hij, jij bent ‘een echte Kafka wat betreft kracht, gezondheid, eetlust, stemvolume, welbespraaktheid, zelfvoldaanheid, zelfverzekerdheid, uithoudingsvermogen, tegenwoordigheid van geest, mensenkennis, een zekere gulheid, natuurlijk ook met alle bij die deugden horende zwakheden, waartoe je temperament en je driftbuien je drijven.’
Het is al met geen imposant beeld dat Franz Kafka hier van zijn eigen leven schetst. In de brief aan zijn vader ontbreekt de zwarte humor die het vluchten, wegduiken en sterven in zijn overige werk zoveel wranger en indrukwekkender maakt. Als je de brief gebruikt als aanknopingspunt om de rest van zijn werk autobiografisch te lezen, gaat dan ook veel teloor van de spot die Franz Kafka op de wereld loslaat. Op het moment dat je zijn werk stikt persoonlijk gaat zien, en niet als het commentaar van een superieure geest die de wereld tot in de diepste krochten en kieren doorziet, kan het gebeuren dat de neuroses van de schrijver op je overslaan en dat je naar adem begint te snakken. Zoveel angst, zo weinig licht en lucht!
Nu zijn er wel goede redenen om de autobiografie over de romans en verhalen heen te leggen en te kijken of het allemaal past. Je kunt gemakkelijk zinnen uit zijn proza koppelen aan beschrijvingen van zijn leven. Zijn vader is inderdaad precies die redeloze tiran, ‘de hoogste instantie’, die Franz Kafka steeds weer in zijn werk laat terugkeren. Hermann Kafka vergelijkt de vrienden van zijn zoon met ongedierte - daarin herken je de eerste zin uit De gedaanteverwisseling: ‘Toen Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd."

 

 
Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2015 en ook mijn blog van 23 februari 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

De commentaren zijn gesloten.