20-12-16

Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros, J. van Oudshoorn, Ramon Stoppelenburg, Jürg Laederach, Peter May

 

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Bukowski

het dichtersfeest was in volle gang
een waaier aan dranken klokte door de kelen
de stemmen werden met de minuut luidruchtiger

er hing die avond zoals dat heet
beslist iets in de lucht

B. ging aanvankelijk mee in de flow
verzorgde onopvallend zijn aandeel in de roes
maar toen de broeierigheid overkookte
en een onnoembare spleen
de poëten in (nog) hogere sferen bracht

zat B. reeds lang en breed op de wc-bril
aan een sigaret te lurken

in gedachten beitelend
aan een passende tussenzin

 

 

Woonlasten

Een potje binnenkomst in eigen kamer
lokt nog geen reactie uit, de materiële toeschouwers
zijn zich van geen kwaad bewust en zij zijn het.
Zij nagelen. Ik ben niet meer dan hun handige punaise,
hun onvolprezen, utilitaire diersoort; de grazende hechter
van bijvoorbeeld talloze bureauladen met inhoud
en wat hier van buiten als wind en vogelgezang
binnendringt. - Mijn verwaaide kop! Mijn onbezorgd gefluit!

Wat zal ik eens krachtdadig door het raam blijven kijken
verstenen als ik kan
deze bestemming bruskeren
met de handen in mijn zakken, berustend,
het stoffen ramen zemen voor eeuwig laten versloffen zo -
nee, liever toch dan Mohikaan middels feesten
een horde mededieren zuipsgewijs laten bekendmaken
mijn hier gevestigd, verankerd bestaan.
Het zogenaamd wellevend woningdom.   

 

 
Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)


 

De Canadese dichter, schrijver en acteur Sky Gilbert werd geboren op 20 december 1952 Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Sky Gilbert op dit blog.

 

Analysis

I have met Robert DeParis many times
there are so many boys who say things that are not true
I want to believe them
and when they are speaking, in fact, I do
they take me to other worlds
they tell me what to do
I follow because I am naturally obedient
I realize that there is a bit of Karla Homolka going on here
I was, after all, in the thrall of Robert DeParis
in his Travelodge room
being shaved and sprayed with cologne
I think it was the argument he had with that guy
in the third bar we went to
when Robert insisted that he knew Neil the owner
in fact, had just talked to him
and the guy said Neil is in Thailand
and Robert said yes, I just talked to him in Thailand
now keep the bar open you asshole we just want another drink
the manager appeared
it was very dramatic
everything is very dramatic with Robert
he had to calm down
so he started talking about Antoine
I am drawn to the demons
or the demons are drawn to me
somebody has to love them, right?
demons get lonely too.

 

 
Sky Gilbert (Norwich, 20 december 1952)
 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Friederike Mayröcker werd op 20 december 1924 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Friederike Mayröcker op dit blog.

 

ein überaus schönes und blaues Manöver / Lilien auf die Brust gemalt / für Thomas Kling

iin den Haaren die Lindenbaumfächer
nordafrikanischer Knötchenfrucht
springen im funkelnden Wind nämlich
zu Boden geschüttelt vom zaubrischen
Schopf oder Duft oder Hölderlins Jugendlocke
oder es steigt ein Hündchen schwammig
ins herbeigerufene Taxi
oder es stehen weiße Tennisschuhe zum Trocknen
in der Sonne am offenen Fenster
oder man liegt ausgestreckt mit wächsernen
Ohren auf einer Bank im Halbschatten des Baumes
welcher die Herzschläge zählt
/ einer heiligen Caterina von Siena
mit dem Lilienstab vor den weißen, vor den
halbgeöffneten Augen

 

 

Rom, 7. November 1994

durch die Viale Bruno Buozzi und am Hotel Lord Byron
vorüber, hinüber zum Kiosk, fragen ob Ansichtskarten von Rom,
der Mann mürrisch und mit seinen Händen mich abweisend, und
die hohe Platanenallee umschlungen vom zarten Dunst
des November wo ich lief und die Gesichter erblickte, die
schwebenden Fahrzeuge, leichtes Nieseln und kehrt machte
die andere Straßenseite zurücklief, mich nicht zu
verirren, während die Gefühle losgelassen, emporschwingend
die Wälder ohne Zögern mir folgten wie der tägliche
Aderlaß der Gedanken, wie die täglichen
GEDANKEN TOD SÜNDEN, verlispelt, und Abklatsch
(Hitzegestalt), auf dem runden Papierteller
mit alten Kaffeeflecken der poetische Furor : Baudelaire
in der Mundhöhle

 

 
Friederike Mayröcker (Wenen, 20 december 1924) 
Cover 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sandra Cisneros werd geboren op 20 december 1954 in Chicago. Zie ook alle tags voor Sandra Cisneros op dit blog.

 

You Called Me Corazón

That was enough
for me to forgive you.
To spirit a tiger
from its cell.

Called me corazón
in that instant before
I let go the phone
back to its cradle.

Your voice small.
Heat of your eyes,
how I would've placed
my mouth on each.

Said corazón
and the word blazed
like a branch of jacaranda.

 

 

Bay Poem from Berkeley

Mornings I still
reach for you before
opening my eyes.

An antique habit from
last summer when we pulled
each other into the heat of groin

and belly, slept with an arm
around the other.
The Texas sun was like that.
Like a body asleep beside you.

But when I open my eyes
to the flannel and down,
mist at the window and blue
light from the bay, I remember
where I am.

This weight
on the other side of the bed
is only books, not you. What
I said I loved more than you.
True.

Though these mornings
I wish books loved back.

 


 
Sandra Cisneros (Chicago, 20 december 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver J. van Oudshoorn (pseudoniem van Jan Koos Feylbrief) werd geboren in Den Haag op 20 december 1876. Zie ook alle tags voor J. van Oudshoorn op dit blog.

Uit: Willem Mertens’ levensspiegel

‘Wat zou dit wijde landschap met de ruischend-brekende zee hem thans wezen zonder de kleine, donkere menschfiguur? Hij verhaastte zijn stap en naderkomend aan de zoo vertrouwde groep van den man in bukkende houding bij de plompe kar, waarvoor in vage omtrekken het groezelig paard en het mat-belichte opspetten van een te wilde golf, voelde hij zich in een lichte verrukking bijna gelukkig. Hoe aanlokkelijk verscheen de hem wachtende taak thans bij de aanschouwing van den eenvoudigen mensch in rustige overgave aan den arbeid te midden van gods wonderlijke natuur. Met een diepe opademing herkreeg hij, voor het laatst, denzelfden twijfelloozen aanblik van de wereld, waarmede de zwoeger tijdens een rustpooze over zee tuurde.
Het lag alles slechts aan hem zelf. Hoe had hij het kunnen vergeten? Hem wachtte een nieuwe betrekking met goede vooruitzichten. Men had hem de hand gereikt en het zou dwaasheid zijn in onverzoenlijkheid te blijven volharden. Vóór alles hier van daan, want tusschen de menschen en het liefde-warme leven lag de toekomst.
In de tram op weg naar huis merkte hij zijn enthousiasme danig minderen. Hij was de jaren te lang van hen gescheiden geweest om zich zoo op eenmaal vertrouwd met hen te voelen. Toch trachtte hij slechts hun beste eigenschappen, hun degelijk-, hun gemakkelijkheid in den omgang, voor alles hun nuchtere rust, tot hun recht te doen komen. Hij gaf zich moeite om echt ongedwongen te lachen tegen een juffrouw die naast hem met haar kindje bezig was. Het baatte alles niet. Hem bemachtigde een steeds grootere afkeer van hun wezen, zoodat hij ten slotte vanuit zijn eenzamen hoek toch weder stug en verachtelijk op hun doen en laten neer zag."

 

 
J. van Oudshoorn (20 december 1876 – 31 juli 1951)

 

De Nederlandse schrijver Ramon Stoppelenburg werd geboren in Leiden op 20 december 1976. Zie ook alle tags voor Ramon Stoppelenburg op dit blog.

Uit Let me stay for a day

« Eventually the secret service declared me unfit. They said I’d gone crazy, they said. I was sad, but meanwhile I knew what was hidden in Britain’s soil and how I could make lots of money from it. The only thing I needed to do was find it.’
I looked at him as though I believed him, but inside I was laughing my head off. I didn’t doubt this all being his truth, particularly when he told me how the medicinal tests had ruined his body, but I’d never heard such a bizarre story.
Douglas would have loved to take me on his search for gold, but because there was the Foot and Mouth Epidemic at the time in 2001, the local police officer wouldn’t allow him to go to his work. I would have liked to give it a try.
In the morning I skipped the cold shower and after a quick breakfast, I was ready to depart again. Douglas took me down in his van and - out of affection for the barking dogs - I sat in the back seat again until Douglas dropped me off at the motorway. I thanked him for hosting me for a day and his interesting stories.
On my way to my next destination, I got a lift from a man who, when was young, had hitchhiked through large parts of Europe. He told me how he ended up in Amsterdam once and he bought a big bundle of cannabis.
After a while he reached the German border where he was told to either hand it in or smoke it all. He camped several days at the border and smoked it. My driver laughed out loud for narrating his discernment in my home country.
Having picked me up from such a remote spot on the motorway, he wondered where I came from.
‘I stayed with a gold panner in Daer,’ I told him.“

 

 
Ramon Stoppelenburg (Leiden, 20 december 1976)

 

 

De Zwitserse schrijver Jürg Laederach werd geboren op 20 december 1945 in Basel. Zie ook alle tags voor Jürg Laederach op dit blog.

Uit: Depeschen nach Mailland

„Gesendet: Dienstag, 19. März 2002 17:07

Da ich mich sorgfältig grippeimpfen ließ, ist klar, daß ich Grippe dies Jahr besonders heftig bekomme. Das Täschli kann nur vom Säli sein, ein entzückendes, großartiges Täschli, es stahl mir Zeit, weil ich es bewunderte, staunend davor saß, es mit den Farben mehrerer Tischflächen abglich, dann verzweifelt ein Wort für es suchte. Es ist ganz klar ein Täschli, weil ich nämlich schon innerlich fühlte, daß du mir das Wort wegnehmen willst, nein, es gehört mir, das Täschli, Hände weg, ich hau dir auf die Finger, mein Täschli. Sieht übrigens ziemlich gut aus, und der Deckel flappt so hin und her. Nun kommen wir zum Entscheidenden, denn es ist klar, daß wir plattenaustauschend bei der Verpackung landen würden: ich stehe nun unter dem Druck, dir meinen einzigartigen LATZ schicken zu müssen, wart ab, also, zunächst zögert man, wie aufmachen, dann findet man’s raus und macht’s auf und hebt den Latz an.
Das Besondere wird sein, wenn es dann kommt, daß du nie vermutest, darin könne eine CD stecken, weil’s so dünn ist, ich meine, es ist ein Vexierbild, aber angesichts der Festmaterie hast du den Eindruck, es sei dünner als ein Täschli, obschon es das nicht ist, du bist aber davon überzeugt, es ist das Dünnste überhaupt, du fängst schon an dich damit zu rasieren, aber dann kannst du die Gillette eben öffnen und es ist noch was drin; macht aber das Täschli nicht überflüssig, besonders weil es nur einenLatz und einTäschli gibt. UnsereCollectionistauf natürliche Weise begrenzt, zwei Platten, links im Zimmer des achten Stockes, rechts im Zimmer des vierten Untergeschosses, immer von der einen zu der ananderen, eine Dame am Arm, die wiederum ihr Täschli trägt.“

 

 
Jürg Laederach (Basel, 20 december 1945)
 

 

De Schotse schrijver Peter May werd geboren op 20 december 1951 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Peter May op dit blog.

Uit: Coffin Road

“I chuckle, though there is really nothing to laugh about. It is the irony, I suppose. ‘The first summer I was here, I landed one day to find that the Lighthouse Board had sent in decorators to paint the place. Everything was opened up. The guys were okay with me taking a look around and we got chatting. The forecast was good, and they expected to be here for a few days. So I spun them the story about writing a book and said I would probably be back tomorrow. And I was. Only this time with a pack of Blu-tack. When they were having their lunch, I took the keys from the inner and outer doors and made impressions. Dead simple. Had keys cut, and access to the place whenever I wanted thereafter.’ The final panel falls away in my hands, and I reach in to retrieve a black plastic bag. I hand it up to Jon, and he peels back the plastic to look inside. As I stand up, I lift one of the wooden panels. I know that this is the one chance I will get, while he is distracted, and I swing the panel at his head as hard as I can. The force with which it hits him sends a judder back up my arms to my shoulders, and I actually hear it snap. He falls to his knees, dropping the hard drive, and his gun skids away across the floor. Sally is so startled, she barely has time to move before I punch her hard in the face. I feel teeth breaking beneath the force of my knuckles, behind lips I once kissed with tenderness and lust. Blood bubbles at her mouth. I grab Karen by the arm and hustle her fast down the corridor, kicking open the door and dragging her out into the night. The storm hits us with a force that assails all the senses. The wind is deafening, driving stinging rain horizontally into our faces. The cold wraps icy fingers around us, instantly numbing. Beyond the protection of the walls, it is worse, and I find it nearly impossible to keep my feet as I pull my daughter off into the dark. Only the relentless turning of the lamp in the light room above us provides any illumination. We turn right, and I know that almost immediately the island drops away into a chasm that must be two or three hundred feet deep. I can hear the ocean rushing into it. Snarling, snapping at the rocks below and sending an amplified roar almost straight up into the air. I guide Karen away from it, half-dragging her, until we reach a small cluster of rocks and I push her flat into the ground behind them. I tear away the tape that binds her wrists, then roll her on to her back to peel away the strip of it over her mouth.”

 

 
Peter May (Glasgow, 20 december 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

De commentaren zijn gesloten.