19-12-16

Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Alexander Gumz, Hanny Michaelis, Italo Svevo

 

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: De eenzaamheid van de priemgetallen (Vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd)

“Alice Della Rocca haatte de skilessen. Ze haatte de wekker die ook in de kerstvakantie om half acht ’s morgens afging en haar vader die haar tijdens het ontbijt aanstaarde en onder tafel zenuwachtig met zijn been op en neer wipte, alsof hij wilde zeggen vooruit, schiet op. Ze haatte de wollen maillot die in haar dijen prikte, de skiwanten waarin ze haar vingers niet kon bewegen, de helm die haar wangen platdrukte en het gespje dat in haar kaak stak, en dan die skischoenen die altijd te strak zaten en waarmee ze liep als een gorilla.
‘Nou, drink je die melk nog op of niet?’ zei haar vader voor de zoveelste keer.
Alice werkte een paar slokken gloeiend hete melk weg, waaraan ze eerst haar tong en toen haar slokdarm en maag brandde.
‘Zo, en vandaag laat je zien wie je bent,’ zei hij. Wie ben ik dan? dacht ze.
Daarna duwde hij haar, als een mummie ingepakt in haar groene skipak vol vaantjes en lichtgevende sponsorop-schriften, de deur uit. Het was op dat uur tien graden on-der nul en de zon was niet meer dan een schijf van net iets grijzer grijs dan de mist die alles omhulde. Alice voelde de melk in haar maag klotsen, terwijl ze met haar ski’s over haar schouder in de sneeuw wegzakte, want totdat je zo goed bent dat iemand anders ze voor je draagt, moet je je ski’s zelf dragen.
‘Hou de achterkant naar voren, anders vermoord je nog iemand,’ zei haar vader.
Aan het eind van het seizoen kreeg je van de skiclub een speld met sterretjes erop. Elk jaar een sterretje meer, vanaf dat je vier was en groot genoeg om het zitje van de sleeplift tussen je benen te laten duwen, tot je negen was en je er zelf op kon gaan zitten. Drie zilveren sterren en daarna nog drie gouden. Elk jaar een speld om je duidelijk te maken dat je weer wat verder was en een stap dichter bij de wedstrijden, die Alice de stuipen op het lijf joegen. Ze was er nu al mee bezig, terwijl ze nog maar drie sterren had.
Om precies half negen, als de skistations opengingen, moest ze bij de stoeltjeslift zijn. De rest van het klasje stond er al, in een soort kring, als een regiment soldaatjes ingepakt in hun uniform en stram van de kou en de slaap. Ze prikten hun skistokken in de sneeuw en leunden erop, het uiteinde onder hun oksels geklemd. Met die naar beneden bungelende armen leken het net vogelverschrikkers. Niemand had zin om te praten, Alice al helemaal niet.
Haar vader gaf twee veel te harde tikken op haar helm, alsof hij haar stevig in de sneeuw wilde planten.
‘Geef ze van katoen. En denk eraan: gewicht naar voren, begrepen? Ge-wicht-naar-vo-ren,’ zei hij.”

 

 
Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)


 

De Franse dichter en schrijver Jean Genet werd geboren op 19 december 1910 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean Genet op mijn blog

Uit: De meiden (Vertaald door Paul Beers)

““SOLANGE:
Eindelijk! Mevrouw is dood! Ze ligt op de vloer... gewurgd met rubberen afwashandschoenen. Mevrouw kan blijven zitten. Mevrouw mag nu juffrouw tegen me zeggen, Mejuffrouw Solange! Precies, om wat ik gedaan heb, ja! Voor mevrouw en meneer ben ik voortaan mejuffrouw Solange Lemercier. Mevrouw had die zwarte jurk uit moeten trekken... 't is bespottelijk.
(Zij imiteert de stem van mevrouw.)
Zie mij nu, nota bene in de rouw voor mijn meid. Bij het hek van het kerkhof, kwamen alle meiden hier uit de buurt mij begroeten, alsof ik van de familie was. Ik ben zo vaak eigen met ze geweest, zo écht familiair. Nu heeft de dode de grap doorgedreven tot het bittere einde. 0! Mevrouw... Ik ben nu uws gelijke. Ik buig mijn hoofd voor niemand meer.
(Zij lacht.)
Nee, meneer de inspecteur, nee... U zult nooit iets te weten komen. Niets. Over mijn werk niet. En over ons werk niet. En over onze samenwerking niet. En niets over deze moord... De garderobe van mevrouw? Die mag mevrouw houden. Mijn zuster en ik hebben onze eigen spulletjes. Die droegen we 's nachts vooral, in 't geheim. Moet u daarom lachen? Ik maak meneer aan 't lachen. Hij denkt, dat ik gek ben. Hij vindt, dat meiden genoeg goeie smaak moeten hebben, om niet het gedrag na te apen, waar alleen mevrouw het recht toe bezit. Maar meneer! Mevrouw ontgaat tenminste mijn eenzaamheid niet! Enfin! Nu ben ik alleen. Verschrikkelijk! Ik zou nu keihard en gemeen tegen u kunnen doen, maar ik kan ook heel lief zijn... Mevrouw zal haar angsten te boven komen. Ze zal ze zelfs heel goed te boven komen. Tussen haar bloemen, haar parfums, en haar garderobe. De witte jurk, die u droeg op dat liefdadigheidsbal en die ik u eigenlijk niet graag zag dragen.
Maar ik heb mijn zuster, ja, daar heb ik 't over, daar durf ik over te praten, mevrouw, ik durf alles mevrouw, ik behoud mij het recht voor om alles te durven. En wie kan mij tegenhouden, mij het zwijgen opleggen? Wie? Ik ben gedienstig geweest. Ik heb gedienstig geglimlacht tegen mevrouw. Ik heb me gebogen om het bed op te maken, gebogen om de vloer te dweilen, gebogen om de groente te wassen, om aan de deuren te luisteren, krom heb ik me gebogen. Maar nu sta ik rechtop en blijf ik rechtop. Ik ben de moordenares. Juffrouw Solange, die haar zuster heeft gewurgd. Nee, inspecteur, jullie komen niets van me te weten. Dit zijn dingen die alleen ons aangaan. 't Enige wat u weten mag, is dat Solange heeft doorgezet tot het einde. Ze gaat nu weg".

 

 
Jean Genet (19 december 1910 – 15 april 1986)
Scene uit een opvoering in Belfort, Frankrijk, 2011

 

 

De Amerikaanse schrijver en radiopresentator Michelangelo Signorile werd geboren op 19 december 1960 in Jersey Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Michelangelo Signorile op dit blog.

Uit: Hitting Hard (Rome’s Sex Summit)

“The issues with which the church is grappling are thus much thornier than they appear. And as if they are not complicated and controversial enough, another element far in the background is that sex between priests and teens, as well as with other adults, is not always abusive either?something else that many liberal and openly gay pundits have not wanted to discuss (but which the case of Father Shanley, out partying it up in Palm Springs, also underscores). For every case of abuse of young people we've heard about there are perhaps many more that we'll never read about, locked away in people's minds, never reported (or reported, but locked away in a church file somewhere). But for every case of abuse between an older teen and a member of the clergy, who knows how many cases there are of consensual sex between such teens and priests?
When I was 17, I had sex with a Catholic clergyman on Staten Island, a man in his 20s. He was not someone from my church (I met him at a flea market), so this was not someone in a position of authority over me. There was nothing abusive or coercive about it. In fact, I saw the incident as something exciting, as part of my own sexual evolution and growth as a teenager, discovering my sexuality?and I felt sorry for this poor soul, walled off in his self-imposed prison. I knew he was hungry for it and had limited options. And I knew he'd be easy to get. If anything, one could say that I was the one targeting him. Yes, some will say that kids can be very pushy, and that that doesn't absolve the adult in such a situation. But when we're talking about people just on the cusp of legal adulthood, it all gets pretty murky.”

 

 
Michelangelo Signorile (New York, 19 december 1960)

 

 

De Amerikaanse schrijver en musicus Tristan Egolf werd geboren op 19 december 1971 in San Lorenzo del Escorial in Spanje. Zie ook alle tags voor Tristan Egolf op dit blog.

Uit: Lord of the Barnyard

“But the precarious nature of the situation was never more apparent than on the afternoon a routine blast turned up a fully intact, perfectly preserved, calcified skeleton of a grown wooly mammoth. The moment `exhibit 1A,' as it would later be called, appeared on the southern end of the main quarry, the coal-truck operators leapt out of their rigs and ran screaming along the ledge with their heads in their hands. They swore that was it -- it was all over; they would be shut down for the entire season this time. They stood in a flap-jawed row along the drop off, staring down at the half-submerged ribcage protruding from the gravel. Visions of terminal unemployment and public disgrace swept over them. It probably would've been curtains for the entire company right then and there had one man not quietly stepped forward and told them all to keep their hats on. At the time, the head of the human resources department at Ebony Steed was a barrel-chested, charismatic graduate of the university of St. Louis by the name of Ford Kaltenbrunner. Kaltenbrunner, in his trademark levelheaded manner, climbed down into the quarry, threw a black tarp over the latest find, and instructed everyone to take a break. All eyes followed him as he made his way back up the embankment to Castor's office-house.
The outcome of the resulting conference was this: the company's administrators unanimously concluded, under advisement from Kaltenbrunner, that it was high time Ebony Steed took a few basic matters into its own hands. In the interest of self-preservation and at the risk of crippling legal repercussions, it was thereby decreed that, from that day forward, all significant archaeological finds would be handled in a clandestine manner. Kaltenbrunner himself was appointed overseer of the coverup. Beginning with the latest discovery, all artifacts were to be recorded, dusted off, and turned over to him personally. He would then package the material with any pertinent information intact, and store it in a secret, well-concealed location where no one, including Castor, could get to it. The less anyone knew of its whereabouts, the more secure the coverup, it was reasoned.
The new policy was effective immediately. Consequently, the company wasn't shut down once for the next eleven years.“

 

 
Tristan Egolf (19 december 1971 – 7 mei 2005)

 

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog..

 

Zirkus Apollo

Ein Variant fährt auf der Promenade
Hin und her
Mit einem Pappmachéhai auf dem Dach

Aus zwei Lautsprechern rieseln Versprechen
Von großen Erlebnissen
Die den Besucher des Zirkus Apollo erwarten

Nah an der Küste wittern lebende Haie Blut
Sonnenschirme warten niedergeschlagen aufs Dunkel
Während Clowns weinen und Kinder lachen

Inmitten der venezianischen Festung
Versinkt der Feuerball der Sonne und von meinem Balkon
Sehe ich den Zirkus Apollo brennen

 

 

Sieh mich, Mond

Kommt zu mir herauf, Bäume
Durchs Gras dass den Regen saugt
Kommt herauf und werdet groß
Im Augenblick der Dauer meines Lebens

Komm zu mir herunter, Himmel
Greif mich mit Sternen
Mit deiner schwarzen, nassen Nacht
Und deinem beruhigenden Meer aus Blau

Sieh mich, Mond, meine Vorhut
Der Äußersten Liebe
In dir spiegele ich mich und sehe
Zu meiner Freude meiner Geliebten Antlitz.

 

Vertaald door Christian A. Christiansen

 

 
Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

WO DIESE RÄNDER ENDEN

an den rändern des verliebtseins sagst du
steht irgendwas und nervt lässt dich
nicht gehen und nicht bleiben obwohl
(das sehe ich an deinen händen)
mehr als klar ist du willst nichts daran ändern

die weissen anfahrtszeichen aus der luft
so gut zu sehen verziehen sich
unter deinen sohlen wenn du
den schlüssel an den mund hebst
dich um dich drehst und sagst

du willst mit allen tanzen die jetzt noch
in der sonne stehen (auf grossen parkplätzen)
einmal pro woche abgespritzt damit
die kunden auch als freunde gehen
damit dir endlich klar wird

wo diese ränder enden

 

 
Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

 

De Nederlandse dichteres Hanny Michaelis werd geboren in Amsterdam op 19 december 1922. Zie ook alle tags voor Hanny Michaelis op dit blog.

 

Onaangekondigd bezoek

Onaangekondigd bezoek.
Met mijn heimelijkste verwachting
ten voeten uit geconfronteerd
hoor ik ternauwernood
wat er tegen me gezegd wordt
en wat ik antwoord, geef ik
me kijkend over aan een ogenblik
waarmee ik samenval.

 

 

Tot diep in de avond

Tot diep in de avond
blijven de honderden spreeuwen
in hun slaapbomen aan de
drukke gracht klaarwakker.
Bij elke onverwachte
geluidsexplosie zetten ze
het op een schreeuwen.
Hun schril protest
versplintert het uurglas
van de nacht, geeft stem
aan de stomme wanhoop
van wie door innerlijk
tumult bezocht slapeloos
in het donker liggen.

 

 
Hanny Michaelis (19 december 1922 - 11 juni 2007)
Cover

 

 

De Italiaanse schrijver Italo Svevo (pseudoniem van Aron Hector Schmitz) werd geboren op 19 december 1861 in Triëst. Zie ook alle tags voor Italo Svevo op mijn blog

Uit:Ein gelungener Streich (Vertaald door Barbara Kleiner)

„Es heiratete eine Nichte meiner Frau, in einem Alter, da junge Mädchen aufhören, dies zu sein und zu alten Jungfern werden. Bis vor Kurzem hatte sie sich von diesem Leben abgewandt, doch dann hatte der Druck der ganzen Familie sie dazu gebracht, ins Leben zurückzukehren, und auf ih­ren Wunsch nach Reinheit und Frömmigkeit ver­zichtend, hatte sie eingewilligt, mit einem jungen Mann Umgang zu pflegen, den die Familie als gute Partie ausgewählt hatte. Bald darauf: addio Frömmigkeit, addio Träume von tugendhafter Einsamkeit, und das Datum für die Hochzeit war sogar früher festgesetzt worden, als die Angehöri­gen zu wünschen gewagt hätten. Und jetzt saßen wir am Vorabend der Hochzeit beim Essen.
Ich als alter Schwerenöter lachte. Was hatte der junge Mann angestellt, um sie zu so raschem Sinneswandel zu bewegen?
Vermutlich hatte er sie in die Arme geschlossen, um sie die Freuden des Lebens spüren zu lassen, hatte sie also mehr ver­führt als überzeugt. Deshalb musste man ihnen viel Glück wünschen. alle haben, wenn sie hei­raten, Glückwünsche nötig, aber dieses Mädchen mehr als alle anderen. Was für ein Desaster, wenn sie es eines Tages bedauern sollte, diesen Weg eingeschlagen zu haben, vor dem es sie instinktiv gegraut hatte. Und auch ich erhob mehrmals das Glas, begleitet von Glückwünschen, die ich so­gar auf den speziellen Fall abzustimmen wusste:
«Seid froh, ein oder zwei Jahre lang, dann werdet ihr in dem Bewusstsein, dass ihr eure Zeit genossen habt, die folgenden langen Jahre leichter er­tragen. Von der Freude bleibt nur die sehnsüchtige Erinnerung zurück, die auch ein Schmerz ist, aber ein Schmerz, der das eigentliche Leiden, das Leiden am Leben, überdeckt."

 

 
Italo Svevo (19 december 1861 – 13 september 1928)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

 

De commentaren zijn gesloten.