03-12-16

Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli

 

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog.

Uit: De Leeuw Van Vlaanderen Of De Slag Der Gulden Sporen

"Komaan, De Chatillon," morde De St.-Pol tegen zijn broeder, "stijg op het ros van uw schildknaap en laat ons gaan, want Mijnheer De Valois is een ongelovige volksgezinde."
Intussen hadden de schildknapen hun wapens in de schede gestoken, en waren zij nu bezig met de paarden hunner meesters vooruit te brengen.
"Zijt gij klaar, Mijne heren?" vroeg De Valois. "Nu dan, spoedig voort, bid ik u; want anders komen wij de jacht te spade. Gij vazal, ga ter zijde; waarschuw ons wanneer wij moeten draaien.--Hoe ver zijn wij nog van Wijnendale?"
De jongeling nam zijn kap heuselijk van het hoofd, boog zich voor zijn redder en antwoordde: "Nog een korte mijl, mijn Heerschap."
"Bij mijn ziel!" sprak De St.-Pol. "Ik geloof dat dit een wolf in een schapenvel is."
"Dit heb ik reeds overlang gedacht," antwoordde de Kanselier Pierre Flotte, "want hij beziet ons als een wolf en luistert als een haas."
"Ha! Ha! Nu weet ik wie het is," riep De Chatillon. "Hebt gij nooit horen spreken van een wever met name Pieter Deconinck die te Brugge woont?"
"Mijne heren, gij bedriegt u voorwaar," bemerkte Raoul de Nesle, "ik heb de beruchte wever te Brugge zelf gesproken, en alhoewel hij deze in schalksheid te boven gaat, heeft hij slechts een oog en onze leidsman heeft er twee allergrootste. Ongetwijfeld bemint hij de oude Graaf van
Vlaanderen, en beschouwt onze komst als overwinnaars met een kwaad oog; dit is de zaak. Vergeeft hem de trouw die hij zijn ongelukkige Vorst bewaart."
"Het is lang genoeg hierover gesproken, Mijne heren," viel De Chatillon in.
"Laat ons van voorwerp veranderen. Ter goeder ure! Weet gij wat onze genadige Koning Philippe met dit land van Vlaanderen doen zal? Want op mijn woord, indien onze Vorst zijn schatkisten zo dicht hield als De Valois zijn mond gesloten houdt, zou het arm leven aan het Hof zijn."
"Dit zegt gij wel," antwoordde Pierre Flotte, "maar hij zwijgt niet met iedereen. Vertraagt de gang uwer paarden een weinig, Mijne heren, en ik zal u dingen zeggen die gij niet weet."

 

 
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)
Het Groeningemonument in Kortrijk, opgericht naar aanleiding van de 600ste verjaardag van de Guldensporenslag in 1902.


 

De Brits-Poolse schrijver Joseph Conrad werd geboren op 3 december 1857 in Berdichev, Rusland in een gezin met Poolse ouders. Zie ook alle tags voor Joseph Conrad op dit blog.

Uit: Victory

“There is, as every schoolboy knows in this scientific age, a very close chemical relation between coal and diamonds. It is the reason, I believe, why some people allude to coal as “black diamonds.” Both these commodities represent wealth; but coal is a much less portable form of property. There is, from that point of view, a deplorable lack of concentration in coal. Now, if a coal-mine could be put into one’s waistcoat pocket—but it can’t! At the same time, there is a fascination in coal, the supreme commodity of the age in which we are camped like bewildered travellers in a garish, unrestful hotel. And I suppose those two considerations, the practical and the mystical, prevented Heyst—Axel Heyst—from going away.
The Tropical Belt Coal Company went into liquidation. The world of finance is a mysterious world in which, incredible as the fact may appear, evaporation precedes liquidation. First the capital evaporates, and then the company goes into liquidation. These are very unnatural physics, but they account for the persistent inertia of Heyst, at which we “out there” used to laugh among ourselves—but not inimically. An inert body can do no harm to any one, provokes no hostility, is scarcely worth derision. It may, indeed, be in the way sometimes; but this could not be said of Axel Heyst. He was out of everybody’s way, as if he were perched on the highest peak of the Himalayas, and in a sense as conspicuous. Every one in that part of the world knew of him, dwelling on his little island. An island is but the top of a mountain. Axel Heyst, perched on it immovably, was surrounded, instead of the imponderable stormy and transparent ocean of air merging into infinity, by a tepid, shallow sea; a passionless offshoot of the great waters which embrace the continents of this globe. His most frequent visitors were shadows, the shadows of clouds, relieving the monotony of the inanimate, brooding sunshine of the tropics.”

 

 
Joseph Conrad (3 december 1857 – 3 augustus 1924)
Portret door Walter Tittle, 1923-1924

 

 

De Nederlandse schrijver Herman Heijermans werd geboren op 3 december 1864 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Herman Heijermans op dit blog.

Uit: Glück auf!

“Eerste bedrijf.
(Een behaaglijk-gemeubileerd privé-kantoor van twee-plans-diepte. Dadelijk tegen den achterwand, tusschen de twee vensters, een dubbel bureau-ministre. De zonneluiken staan buitenwaarts, naar de zijde eener omrasterde plaats geopend. Bij de overzij-schutting is wat verdord bestoven klimop en 'n gedeelte van 'n spoorwaggon zichtbaar. Rechts in den achterwand eene deur. Om hierdoor binnen te komen, moet men de twee vensters voorbij en vervolgens een gang door, die ook toegang tot kantoorlokalen geeft. Eerste plan links een gloeiende vulkachel met gebogen pijp. Tweede plan dito nog een deur, waarnaast een kleerenstandaard, geheel met jassen en hooge hoeden behangen. Langs de twee plannen rechts een met groen kleed en papieren beleide tafel. Lederen fauteuils daarom heen. Aan de wanden tabellen, spoorkaarten, enz. Ochtend. De ramen weelderigen in aanplassend licht).

Eerste tooneel.
Baumgarten senior, 1ste Mijnbestuurder, 2de Mijnbestuurder, 1ste Aandeelhouder, 2de Aandeelhouder, Wied, later Kantoorklerk.
Baumgarten
(staande aan het hoofd van de tafel, een redevoering besluitend).
En daarmee heb ik gezegd, daarmee ben ik aan het slot van mijn beschouwingen, en stel ik nog eens voor tot dadelijke stemming over te gaan!
(Zit neer).
1ste Aandeelhouder.
Jawel! Bravo!
(Klapt met geestdrift in de handen).
Bravo! Bravo! Volkomen mee eens!
2de Aandeelhouder.
Mijnheer de voorzitter, met uw permissie...
Baumgarten.
Nee waarde heer, nee allervoortreffelijkste kerel, we onderwerpen ons per se niet, we doen nog niet de concessie van letterlijk 'n speldeknop!
1ste Mijnbestuurder.
Onder geen omstandigheden!
2de Aandeelhouder
(aarzelend).
Ja, ja, maarè, maarè... Is dat nou wel in 't belang - in 't positieve belang van den - van den kleinen aandeelhouder? Toen ik aan de beurs - en ik ben geen uitzondering...”

 

 
Herman Heijermans (3 december 1864 – 22 november 1924)
De acteurs van de Nederlandsche Tooneelvereeniging in “Glück auf”, Amsterdam 1912

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Grace Andreacchi werd geboren op 3 december 1954 in New York. Zie ook alle tags voor Grace Andreacchi op dit blog.

Uit: Mary's Tale

“He told me not to be afraid, but I wasn’t. I’d been expecting him for a long time, ever since that day they took me to the temple when I was very small and showed me to the High Priest. He put his hand on my head, I remember trying to look up at him through the weight of his woollen sleeve that was brushing my face – he said, ‘A true daughter of Israel!’ and blessed me. My mother and my father were not like those of other children, for they were old. One day my mother took me to the Golden Gate. ‘This is where is happened,’ she said. ‘An angel promised us a child, and that child is you.’ Ever since then I’d been expecting that angel to turn up some day. And then he did.
‘Fear not!’ he said. But the Lord is the strength of my life, of whom should I be afraid? He came softly into the room, so softly that at first I did not even notice him. I was reading my book, and thinking very hard about a particular story in it, the story of the prophet Daniel, who was able to read the writing on the King’s wall. And then I noticed a beam of light that fell across the floor, stopping just at my feet. I looked up, and he was there. What is an angel like, you ask? Like a man, and yet not like a man. Smaller, at least this angel was small, about my own size if not perhaps a bit smaller – another reason I was not afraid of him. He got down on one knee, a bit awkwardly I thought, and his wings folded neatly into his back, like those of a large dove. The wings were much prettier than a dove’s wings, though, for they had many little eyes in them, eyes of all different colours, that winked and blinked and shone. The light seemed to come from the angel’s head, and was soft, like moonlight.
He called me by name and said I was full of grace. This troubled me at first, I did not think he could mean me. How am I full of grace, I wondered? My mother, she is full of grace, her hands make bread and flowers. I am not yet like her, and fear I may never be. When I make the bread or tend the garden I often go wandering in my thoughts with the kings and prophets, and so the bread sometimes burns in the oven.“

 
Grace Andreacchi (New York, 3 december 1954) 
Cover

 

 

De Italiaanse schrijver Ugo Riccarelli werd geboren op 3 december 1954 in Turijn. Zie ook alle tags voor Ugo Riccarelli op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010..

Uit: Der vollkommene Schmerz (Vertaald door Karin Krieger)

„Daher faßte er sich am Nachmittag eines ungewöhnlich milden Sonntags im Februar, kaum daß die Witwe mit dem Geschirrspülen fertig war, ein Herz und wagte einen Schritt nach vorn. Er hatte sich den ganzen Vormittag mit der Frage herumgeschlagen, was er wohl sagen könnte – zunächst eine kleine Einleitung, um seine Kühnheit zu rechtfertigen und das Gespräch in Gang zu bringen, als Vorwort sozusagen, und dann die Bitte um einen gemeinsamen Spaziergang, nur so, um sich im Gespräch Gesellschaft zu leisten, nicht ohne der Frau den Fluchtweg einer sehr wahrscheinlichen Ablehnung offenzuhalten. Er hätte natürlich Verständnis für ihre Stellung als Witwe, dafür, daß es ungebührlich sein könnte, sich zusammen mit ihm zu zeigen – und so weiter. Er hatte all diese Gedanken mehrfach hin und her gewälzt und glaubte sich nun für einen Versuch gerüstet. Es war das erstemal, daß er einer erwachsenen Frau in einer so heiklen Situation gegenüberstand. Die Liebe, die er in seinem Landstrich kennengelernt hatte, bestand aus flüchtigen Blicken und raschen, den Vätern oder Ehemännern geraubten Gesten, die schnell vollzogen waren. In weniger als einem Atemzug. Hier ging es darum, mit offenen Karten zu spielen und keinesfalls beleidigend zu sein. Eine gestandene Frau, verwitwet und allein. Den Kopf mit solcherlei Überlegungen vollgestopft, steuerte der Maestro auf die Witwe Bartoli zu, die sich mit ihrer Stickarbeit an die offene Küchentür gesetzt hatte, durch die man den Himmel und die Ebene sah. Mit einem Herzen, das ihm bis zum Hals schlug, während seine Hände die Krempe seines Hutes mißhandelten, baute er sich vor der Frau, vor dem Himmel und vor der Ebene auf und versuchte, ein Wort zu sagen und all seinen Mut gegen diese Mauer aus Schönheit zu stemmen, die sie und die Landschaft vor ihm errichteten.“

 
Ugo Riccarelli (Turijn, 3 december 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn vorige blog van vandaag.

De commentaren zijn gesloten.