23-11-16

Paul Celan, Marcel Beyer, Max Goldt, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen, Henri Borel, Sait Faik Abasıyanık, Nirad C. Chaudhuri

 

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

UNTEN

Heimgeführt ins Vergessen
das Gast-Gespräch unsrer
langsamen Augen.

Heimgeführt Silbe um Silbe, verteilt
auf die tagblinden Würfel, nach denen
die spielende Hand greift, groß,
im Erwachen.

Und das Zuviel meiner Rede:
angelagert dem kleinen
Kristall in der Tracht deines Schweigens.


 

NACHT

Kies und Geröll. Und ein Scherbenton, dünn,
als Zuspruch der Stunde.

Augentausch, endlich, zur Unzeit:
bildbeständig,
verholzt
die Netzhaut –:
das Ewigkeitszeichen.

Denkbar:
droben, im Weltgestänge,
sterngleich,
das Rot zweier Münder.

Hörbar (vor Morgen?): ein Stein,
der den andern zum Ziel nahm.

 

 

...ruist de bron

Jullie gebed-, jullie laster-, jullie
gebedscherpe messen
van
mijn zwijgen.

Jullie met mij ver-
kreupelende woorden, jullie
mijn oprechte.

En jij:
jij, jij, jij
mijn dagelijks waar- en warer-
geschonden later
der rozen-:

Hoeveel, o hoeveel
wereld. Hoeveel
wegen.

Kruk jij, vleugel. Wij- -

Wij zullen het kinderlied zingen, dat,
hoor je, dat
met de men, met de sen, met de mensen, ja dat
met het kreupelhout en met
het ogenpaar, dat daar gereedlag als
traan-en-
als-traan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 
Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)
Cover


 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Marcel Beyer werd op 23 november 1965 in Tailfingen / Württemberg geboren. Zie ook alle tags voor Marcel Beyer op dit blog.

 

GRAPHIT

I
Schneekatze, die ihre Bahnen
zieht. Der Schneimeister
persönlich dirigiert den
Pistenbully am künstlichen

Hang. Ein Mann mit Strickmütze
und Daunenjacke, ein Mann
mit Zungenschlag, eine
Flachlandgestalt, ein Mann

aus Neuss. Draußen ganzjährig
Runkelrübenäckerweiten.
Ein Broich. Ein Busch. Ein
Rath. Da und dort ein Paar

Pappelzeilen. Hier aber: Wie er
seine Schneekatze durch die
Eiswelt jagt, den Räumschild
im Blick, die Fräse im Rücken,

in Zeitlupe und flück, flück, flück –
eine Schneekatze eben.
Eine Schneekatzennacht. So
führt er uns, der Schneimeister,

mit lässiger Hand vor, wie man in
Neuss am Rhein
Maschinenschnee zu
Schneekunst macht.


II
Hochsommer ’38. Schnittmeister
Eisenstein braucht dringend
einen zugefrorenen See,
verschneit. Mit Eismaschinen,

Schneekanonen kann die Mosfilm
ihm nicht dienen. Eisenstein
rodet ein Gelände vor der Stadt,
ebnet es ein, läßt kurzerhand

die halbe Landschaft asphaltieren.
Zuletzt der Schneeauftrag, ein
lichtaufsaugendes Gemisch
aus Naphthalin und Kreide.

Kameramann Tisse versteht sich
auf den Übergang von Weiß
zu Grau zu Schwarz, läßt
junge Tannen, herbeigekarrte

Schonungsware, hellblau bemalen
und mit Kalk bestreuen, Mehl.
Tisse macht Winterlicht. Ein
Peipussee 1242, der sich im

Verlauf der Schlacht rot zu färben
hat. Ohne Schneekoller aber,
soviel ist klar, fängt Eisenstein
gar nicht erst zu drehen an.

 

 
Marcel Beyer (Tailfingen, 23 november 1965)

 

 

De Duitse schrijver en muzikant Max Goldt (pseudoniem van Matthias Ernst) werd geboren op 23 november 1958 in Weende (nu Göttingen). Zie ook alle tags voor Max Goldt op dit blog.

Uit:Die Radiotrinkerin

„Wenn einer mault, kommt er in den Wandschrank, und Schluß damit. Tür schnappt zu, und tja, der kleine Hoffnungsträger muß verdursten. Eltern wären zu Recht empört über so einen Lehrer. Wie gut, daß ich nicht Lehrer bin!
Ich bin nicht Richter, bin nicht Lehrer, auch keine Marketenderin, um hier mal einen unpassenden Ausdruck einzuflechten – als solche würde ich fürs Kilo Wirsing glattweg
80 Mark verlangen und dabei auch noch schnippisch gukken –, was bin ich also, was bin ich denn?
Ei, ich bin ein Künstler. Ein Künstler hat es gut. Er braucht nur eine alte Tür mit Farbe zu beschmieren und zu sagen: Das ist Kunst. Käme dagegen ein Richter mit so einer Tür und sagte: Das ist Gerechtigkeit, würde man ihn verhöhnen, und einem Lehrer, der sich herausnähme, auf besagte Tür zu deuten mit dem Hinweis, dieses sei Erziehung, würde es kaum besser gehen. Ein Künstler dagegen, der sagt, das sei Kunst, erntet Lob, internationales womöglich, Zustimmung, hochdotierte Preise und gratis Inspirationsaufenthalte in Kulturmetropolen, wo der Wein in Strömen fließt und Frauen sich nicht lange zieren.
Künstlern zuliebe werden Straßen umbenannt und verbreitert, an denen dann mittags, wenn der Künstler Brötchen holen gefahren wird, fähnchenschwenkende Schulklassen stehen. Hausfrauen und Studentinnen fallen anschließend beim Bäcker in Ohnmacht.“

 

 
Max Goldt (Weende, 23 november 1958)
Affiche 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Jennifer Michael Hecht werd geboren op 23 november 1965 in New York. Zie ook alle tags voor Jennifer Michael Hecht op dit blog.

 

Gender Bender

Evolution settles for a while on various stable balances.
One is that some of the girls like cute boys and some
like ugly older men and sometimes women. The difference
between them is the ones who like older men were felt up

by their fathers or uncles or older brothers, or if he didn't
touch you, still you lived in his cauldron of curses and
urges which could be just as worse. They grow already old,
angry, and wise, they get rich, get mean, get theirs.

The untouched/uncursed others are happy never needing
to do much, and never do much more than good. They envy
their mean, rich, talented, drunk sisters. Good girls drink milk
and make milk and know they've missed out and know they're

better off. They might dance and design but won't rip out lungs
for a flag. Bad ones write books and slash red paint on canvas;
they've rage to vent, they've fault lines and will rip a toga off
a Caesar and stab a goat for the ether. It's as simple as that.

Either, deep in the dark of your history, someone showed you
that you could be used as a cash machine, as a popcorn popper,
as a rocket launch, as a coin-slot jackpot spunker, or they didn't
and you grew up unused and clueless. Either you got a clue

and spiked lunch or you got zilch but no punch. And you
never knew. It's exactly not anyone's fault. If it happened
and you don't like older men that's just because you like
them so much you won't let yourself have one. If you did

everyone would see. Then they would know what happened
a long time ago, with you and with that original him, whose eyes
you've been avoiding for decades gone forgotten. That's why
you date men smaller than you or not at all. Or maybe you've

turned into a man. It isn't anyone's fault, it is just human
and it is what happens. Or doesn't happen. That's that. Any
questions? If you see a girl dressed to say No one tells me
what to do, you know someone once told her what to do.

 

 
Jennifer Michael Hecht (New York, 23 november 1965)
 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Sipko Melissen werd geboren in Scheveningen op 23 november 1944. Zie ook alle tags voor Sipko Melissen op dit blog.

Uit: Jonge mannen aan zee

“In grote opwinding was ik uit Amsterdam vertrokken en hoewel ik naar het noorden reed, hield ik mijzelf voor dat ik alle kanten op kon. Het visitekaartje met de beide telefoonnummers had ik in het zijvakje van de weekendtas gestoken; de aansteker zat in de binnenzak van mijn jasje.
Een van de bandjes met de Johannes Passion, die uit de dagen rond de dood van mijn vader in de auto waren blijven liggen, zette ik op. De muziek van het orkest en koor steeg uit het landschap op en drong de auto binnen en waar ik de tekst kende probeerde ik mee te zingen. Later op de dag was regen beloofd, maar voorlopig strekte een groot Della Robbia-blauw zich over snelweg en landschap uit. Aan de horizon lagen wolken van wit porselein rustig te wachten tot ze op mochten stijgen.
God zegende het landschap en ik werd, omdat ik hier toch reed, en passant meegenomen. Ich folge Dir gleichfalls mit mitfreudigen Schriften. Met tranen in de ogen had ik voor de televisie gezeten en geluisterd naar het jongenskoor en gekeken naar het jongetje van tien, elf jaar dat de aria van Bach met onschuldige overgave had gezongen. Laat de kinderen de aria's zingen. Mein Leben mein Licht.
Na de afsluitdijk bleef het landschap open en de lucht blauw. De vaart waarmee de passiemuziek werd uitgevoerd, gaf mij vleugels en zingend of neuriënd zat ik achter het stuur. Steeds wanneer de evangelist het verhaal verder vertelde kwam er even rust, maar snel volgde weer een aria of barstte het koor in jubel uit of klacht. Op de vraag die uit heldere jongenskelen opklonk: Wohin? kwam de onrustige reactie van het orkest en het was of de hele natuur muzikaal in de ban kwam van de vraag Wohin? Stemmen en orkest achtervolgden elkaar om te eindigen in de herhaald gestelde vraag die als een ijle echo de ruimte vulde, Wohin? En de bas die de passage meegezongen had, rondde af door het antwoord nog één keer duidelijk neer te zetten: Nach Golgotha.”

 

 
Sipko Melissen (Scheveningen, 23 november 1944)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Henri Jean Francois Borel werd geboren in Dordrecht op 23 november 1869. Zie ook alle tags voor Henri Borel op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit: Het jongetje

“Hij woonde van zijn vroegste jeugd af in den Haag. - Zaterdag- en Woensdagmiddag was er geen school, en dan ging hij meestal naar den Dierentuin. Hij was daar al jaren lang geregeld naar toe gegaan en was de grootste vrinden met alle beesten, van de papegaaien aan den ingang af tot de olifant toe, die hij nog had zien aankomen toen ze heel klein was, in een hok met luchtgaten, op een wagen. Onder zijn jasje nam hij altijd stukken brood mee, die hij thuis uit den broodbak haalde. Hij was te groot om een mandje mee te nemen en hij moest eens een jongen tegenkomen waar hij Apache en Comanche mee speelde, met heusche pistolen en messen! Daarom verstopte hij het in een doekje onder zijn jasje, dat dan wel eens heel raar ópstond. - Als het brood op was plukte hij gras af voor de herten, dat was verboden en dus erg prettig om te doen.
En zóó gebeurde het. Op een Woensdag in de vacantie, den 18en Juli 1883, zoowat om vier uur. Hij wist dat allemaal precies, want hij heeft het opgeschreven in een dagboek dat hij daarna is gaan maken, en dat ik zelf heb gelezen.
Het was op een stil plekje in den dierentuin, met veel groen, waar het heerlijk rook van zoeten bloemengeur, rozen en heliotropen. Er was heel veel licht. Alles was heel blij en vertrouwd. –“

 
Henri Borel (23 november 1869 - 31 augustus 1933)
Henri Borel met zijn leraar Mandarijn-Chinees, Soerabaja, ca. 1911

 

 

De Turkse schrijver Sait Faik Abasıyanık werd geboren op 23 november 1906 in Adapazarı. Zie ook alle tags voor Sait Faik Abasıyanık op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit: Hisht, Hisht!... (Vertaald door Ufuk Özdağ)

“Hisht! it said again.
This time, perhaps out of unwillingness, I turned around and looked: I had a slight feeling that someone might be hiding in the bushes.
I knelt down at the edge of the sidewalk. A little in the distance, a donkey was grazing; it too had the color of green almond; its mouth, teeth, ears, neck . . . What a beauty. Grazing. Eating the grass with a sound like crunch crunch crunch. Could it be that I heard this crunch crunch sound as a hisht hisht? A sound quite different from the sound of a donkey biting off grass went:
Hisht hisht hisht!
It happens that sometimes, on your earlobe, a voice that you are very familiar with suddenly calls out your name. Isn’t that possible? Very rarely, though. Maybe it could be that, I thought, a voice that you love, that you remember, from inside your own head, calling out to you, voiceless. Quite a possibility.
All of a sudden a strange yellow fog, with no resemblance to a cloud, covered the sun. A dirty hand culled and pulled a cloth from the green almond back of a donkey. It dressed the donkey with the usual ash gray color, old threadbare overcoat. I stepped down to the road. Well, I said to myself, he may keep on saying “hisht” as much as he wants . . . whether he is a real, fun-loving friend, or whether there is no one around and it is me, my very self, a madman, whispering “hisht hisht” to my own ear . . . I will not care.
Maybe it’s a bird. Maybe it’s a tortoise. Maybe a hedgehog. Or maybe a fish, a monster, calling out from the sea nearby. Maybe a cormorant. Maybe a mihaliki1 bird.
Or better still, why don’t I, myself, start a “hisht hisht.” Right at that instant, I began murmuring a sound, not at all resembling the hisht hisht sound that was going on . . . a sound, though I wrestled, that would not resemble the sound I had been hearing."

 
Sait Faik Abasıyanık (23 november 1906 – 11 mei 1954)

 

 

De Bengaals-Indische schrijver Nirad C. Chaudhuri werd geboren op 23 november 1897 in Kishoreganj. Zie ook alle tags voor Nirad C. Chaudhuri op dit blog.

Uit: A Passage to England

“There is a belief in the West that we Hindus regard the world as an illusion. We do not, and indeed cannot, for the only idea of an after-life unquestioningly accepted by a Hindu - the unconscious assumption behind all that he does – is that he will be born again and again in the same old world and live in it virtually for etemity, with only short breaks for passage from one birth to another.
What he is told beyond this by the philosopher: is neither very intelligible nor attractive. It only asmree him of the negation of everything he knows, an Absolute Nothing. A people who have learnt to believe in that way are not likely to be the persons most ready to dismiss the world as insubstantial.
But perhaps we give the nations of the West the impression of being indifirerent to the world. by their standards, by exhibiting a marked lack of energy in meddling with our environment. This. however, is partly due to the climate, which makes us easygoing and indolent, not such bad things to be in the low latitudes. In equal measure it is to be set down to a subconseicus philosophy which is not less logial than the conscioust formulated philosophy of the Vedanta. We simply act in the spirit of the saying that you cannot have your cake and eat it.
Now, to enjoy the world is to exploit it, and to exploit it is to reduce in substance. It is natural in Christian Oecidentals to indulge this propensiry. Their religion teaches them to put their faith in a trmscendental world and to live in anticipation of it, in the hope ofleading an eternal though disembodied existence after the destruction of the material universe.”

 

 
Nirad C. Chaudhuri (23 november 1897 – 1 augustus 1999)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e november ook mijn blog van 23 november 2014 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.