16-11-16

Chinua Achebe, Anton Koolhaas, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer, Jónas Hallgrímsson

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Dereliction

I quit the carved stool
in my father’s hut to the swelling
chant of saber-tooth termites
raising in the pith of its wood
a white-bellied stalagmite

Where does a runner go
whose oily grip drops
the baton handed by the faithful one
in a hard, merciless race? Or
the priestly elder who barters
for the curio collector’s head
of tobacco the holy staff
of his people?

Let them try the land
where the sea retreats
Let them try the land
where the sea retreats

 

 

Lazarus

The breath-taking
of his sisters when the word
spread: He is risen! But a
man who has lived a full life
will have others to
reckon with beside his
sisters. Certainly that keen-eyed
subordinate who has moved up
to his table at the office, for
him resurrection is an awful
embarrassment The luckless
people of Ogbaku knew its
terrors that day the twin-headed
evil strode their highway. It
could not have been easy
picking up again the blood-spattered
clubs they had cast away; or to
turn from the battered body
of the barrister lying beside his
battered limousine to finish off
their own man, stirring now suddenly
in wide-eyed resurrection How well
they understood those grim-faced
villagers wielding their crimson
weapons once more that at the hour
of his rising their kinsman
avenged in murder would turn
away from them in obedience
to other fraternities, would turn indeed
their own accuser and in one
breath obliterate their plea
and justification! So they killed
him a second time that day on the
threshold of a promising resurrection.

 

 
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)


 

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

Uit:Vleugels voor een rat

“Op de middag, toen de rat W. Raudt in de gleuf achter de stenen rand van de brug zat, stierf dus de boer. En nadat de rat daar een hele tijd had gezeten, haalde hij diep adem, ging terug over de rand en het weiland in met de vele koeienflappen en liep daar tussendoor, tot hij opnieuw voor water stond. De waterval. En ook daar liep hij onderdoor en nu belandde hij bij het groene huisje met de vergeelde en uitgedorde snoekenkoppen en daar schoot hij onder.
En hoewel het daar, om te voorkomen dat er ratten zouden komen, vol lag met vergif, bleef hij een tijd zitten zonder iets te eten. Toen rook hij aan enkele van de vergiftigde boterhammen, die hengelaars, die van het huisje gebruik maakten (en het al min of meer als hun eigendom beschouwden, omdat de oude boer er toch niet meer naar omkeek; ze hadden het zelfs nieuw geschilderd) er hadden neergelegd en hij begreep dat hij daar af moest blijven.
Hij begreep dat zo triomfantelijk, dat hij ineens recht overeind ging zitten en flink zijn kop stootte tegen de vloer van het huisje; maar dat gaf niets en vervolgens kwam hij er weer onderuit en draafde hij een paar keer heen en terug onder de waterval door, om dat pad goed te kennen en toen kwam hij, tegen het einde van de middag voor het eerst terecht aan de rand van de binnenhof van de boerderij. Bij de schuur en de stallen en de rommel en de gele wanden van het huis en de open deur van het huis, die de gestorven boer in zijn kop had en hij liep snel langs de wand van de schuur, van ongelijkvormig gestapelde stenen en toen, terwijl de schemering begon te vallen, binnen in de schuur.”

 

 
Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

 

De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

Uit: Eine Zeit ohne Tod (Vertaald door Marianne Gareis)

„Am darauffolgenden Tag starb niemand. Diese allen Lebensregeln zuwiderlaufende Tatsache löste bei den Menschen ungeheure Verwirrung aus, und die war in jeder Hinsicht gerechtfertigt, wenn wir uns vergegenwärtigen, dass in den vierzig Bänden der Universellen Weltgeschichte kein einziges derartiges Phänomen belegt ist, dass nämlich ein kompletter Tag mit vollen vierundzwanzig Stunden, aufgeteilt in Tag-, Nacht-, Morgen- und Abendstunden, vergangen wäre, ohne dass sich ein krankheitsbedingter Todesfall, ein tödlicher Sturz oder ein erfolgreicher Selbstmord ereignet hätte, nichts, absolut gar nichts. Nicht einmal einer dieser nach Festivitäten so üblichen Autounfälle, bei denen die heitere Sorglosigkeit und ein Übermaß an Alkohol sich auf den Straßen gegenseitig herausfordern und abstimmen, wer als Erster zu Tode kommen soll. Der Silvesterabend hatte nicht den üblichen unheilvollen Rattenschwanz von Todesfällen nach sich gezogen, es war, als hätte die alte Atropos mit ihrem gefletschten Pferdegebiss beschlossen, ihre Schere für einen Tag ruhen zu lassen. Blut floss dennoch, und nicht zu knapp.
Verwirrt, bestürzt, ihren Brechreiz mühsam unterdrückend zogen die Feuerwehrleute menschliche Körper aus den Trümmern, die nach der mathematischen Logik von Zusammenstößen mausetot hätten sein müssen, trotz der Schwere ihrer Verletzungen und der erlittenen Traumata jedoch noch immer am Leben waren und mit herzzerreißendem Sirenengeheul in die Krankenhäuser eingeliefert wurden. Keiner dieser Menschen sollte auf dem Weg dorthin sterben, und alle sollten die pessimistischen ärztlichen Prognosen widerlegen, Der arme Teufel hat keine Chance, man sollte ihn gar nicht erst operieren, wie beispielsweise der Chirurg zur Krankenschwester sagte, während diese ihm den Mundschutz umband.“

 

 
José Saramago (16 november 1922 - 18 juni 2010)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

Uit: Mijn betere ik

“Men houdt Carmiggelt voor een milde man, die in iedereen wel iets goeds zag. In werkelijkheid was hij zeer emotioneel en vol opinies.
Door de jaren heeft ook menig geopinieerd stuk van hem in Het Parool gestaan, maar uit de bundels zijn die weggelaten. Hij zei dat ze hem ontraden werden en ik vroeg niet door wie. Als ooit het Verzameld Werk verschijnt zal men ze terugvinden. Niet alleen stukjes over politieke verschijnselen (Hongaarse revolutie, Cuba, fellow travellers, moffen en zo), maar ook over mensen die hij wreed of dom vond. Hij had een scherp instinct voor het leugenachtige.
Toen ik ongeveer een jaar lang de Tamar-kolom geschreven had, het zal dus in 1962 geweest zijn, droomde ik eens dat Simon Carmiggelt mij uitnodigde om bij hem en zijn vrouw op bezoek te komen. Ik kwam, zijn vrouw heette Annie Schmidt. Ze waren hartelijk tegen mij en zeiden dat ze mijn stukjes goed vonden. Ik was zo verrukt van die droom dat ik hem opgeschreven heb in een dagboekje: Simon Carmiggelt en Annie M.G. Schmidt gaven mij hun zegen! Ik kende beiden alleen uit hun werk, maar in die droom waren het mijn ouders. Liefhebbende ouders, ik verzon ze bij elkaar. (Van mijn echte ouders was de liefl1ebbende helft in de oorlog vermoord, de andere helft hield naar eigen zeggen niet van mij.)
In juli 1964, mijn eerste bundel was net verschenen, stond er een Kronkel getiteld ‘Tamar’ in de krant. Meneer Carmiggelt was buitengewoon te spreken over mij: ‘Toen ik alles gelezen had, kreeg ik zin om te gaan schrijven. Dat is een compliment. Wim Kan is zeer bedeesd om naar de tv te kijken “want,” zegt hij, “als het slecht is en flauw ontzinkt mij alle moed. Alleen iets goeds inspireert.” En dat is waar.’ Ik had die zegen dus niet uit de lucht gegrepen.”

 

 
Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)

 

 

De Amerikaanse dichter Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

 

For A Cook

What I remember most is what he did to the couple
who sent his best pasta back to the kitchen,
pronouncing it "too thin." Capers and kalamata
olives tossed with squid-ink angelhair
—salty, he used to say, as sweat on a black man's cock.
He said this often, not only to shock:
food should be made with love, and love to him was sweat,
saliva, tears. What do they want from me?
he muttered, adding an egg, more Parmesan, a pint
of heavy cream, and tossed it all together,
the straw-yellow sauce stringy with albumen,
thickened with semen as an afterthought.
Now he is dead. I write the recipe of all
of him that's still out there in circulation:
tips of fingers and knuckles, pared away to scars
by the big knives, carelessly julienned
together with the root vegetables, the stray chips
of thumbnail, here and there a curled black hair,
spit hissing in a skillet, a drop of blood in the sauce,
the oil of his hand glazing the dough.

 

 
Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

 

De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ook alle tags voor Daniel Wallace op dit blog.

Uit: Join Me

“l'd opened it immediately and excitedly. and then read it over and over again. I found it one of the most incredible letters I'd ever received.
Why? Because it was a reply to my advert. The advert I'd placed on a whim. And it contained a passport photo of Christian. smiling. Smiling at me; the bloke he'd joined.
‘Wow,’ l’d said to myself. ‘Someone actually did it
l was overawed. I had my first joinee. A new best friend. of sorts. I mean imagine it. From now on, whatever happened. I would always have this; I would always have Christian Jones of London NW1. Even if no one else ever deemed me worthy of joining in the future even if no one in the entire world ever wanted to accept my offer again Chris Jones was mine. and mine alone. My friend. My mate. My cheeky-faced pal.
Granted. we hadn't actually met yet. and if it came down to it and the whole world treated me with disinterest and scorn, why would he feel any difierent? But I had a hunch Jonesy wouldn‘t desert me. We’d come thisfar. me and him. and besides. I was already calling him ‘Jonesy'.
I should probably explain.
You see. like all good books. this one takes place just after the death of an old Swiss man. And. like all good books - modern classics. You might say - this one unwittingly began life in spring, on a farm, in a village. in a Switzerland sprinkled with sunlight and dew.
It’s early aftemoon. and the old Swiss man is tired.
He’s not as young as he used to be - because he’s old - and the farm he once ran with tireless efficiency has got the better of him. as it does every day now. He hasn’t many animals. nor many crops. but he still tries to clean out the cowshed and find fresh hay for the goats and keep up with the weeds. which never seem to tire as he does, the weedy green bastards. He is ninety.”

 

 
Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)
Cover

 

De Nederlandse literator, kunsthistoricus, archeoloog en katholiek priester Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer werd geboren in Bolsward op 16 november 1904. Zie ook alle tags voor Frits van der Meer op dit blog.

Uit:Geloof en Eredienst

“Wat vele goedonderlegde gelovigen verontrust, is, dat zij de begrippen en vooral de voorstellingen waarop hun geloofsleven scheen te berusten en welke de taal des geloofs hanteert, langzamerhand erkennen als ficties, dat wil zeggen niet als fabels of verzinsels, maar als niet-gewone werkelijkheden. Wat zij niet doorzien, is, dat- deze zogenaamde ficties werkelijke effecten hebben, en bijgevolg niet anders dan sterke werkelijkheden kunnen zijn. Dat gebrek aan inzicht is de enige oorzaak van hun geloofsonzekerheid en soms van hun geloofspaniek. De ongewone werkelijkheden, die Paul Valéry op zijn drastische manier ‘ficties’ noemde, en waaronder ook hij de niet onmiddellijk tastbare werkelijkheden verstond, functioneren, in de godsdienst evenzo als in de Wetenschap, het Recht en de Staat. Niet alleen in voorbije eeuwen hebben zij gefunctioneerd; zij doen dat nog, en onverminderd; zonder die 
ficties valt iedere maatschappij terug in barbaarse 
anarchie.”

 

 
Frits van der Meer (16 november 1904 – 19 juli 1994)

 

 

De IJslandse dichter en natuurwetenschapper Jónas Hallgrímsson werd geboren op 16 november 1807 in Öxnadalur. Zie ook alle tags voor Jónas Hallgrímsson op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

The Solitary

Over scarp, over fen,
over gully and glen
I have gone on the feet of the breeze,
ever meaning to find
an abode for my mind
in the mountains and valleys and seas.

But I found not a one,
all the places were gone,
they were packed with the living and dead.
Now I live all alone
in a lodge of my own
where the licking flames are red.

 

 

Eagle Mountain Glacier

Out under Eagle Mountain,
where ice lies broad and bright --
don't imagine I dreamed this! --
some Danes made camp last night.

Today they crawled from their covers
to cook a breakfast buffet
and soon they were gobbling and guzzling
and gulping and slurping away.

Facts on that far-off glacier
are few and hard to obtain.
I doubt that the Danes will bring us
data a bit germane.

 

 

Spring And Fall

Brimming springtime brings from sleep
brooks with jaunty prattle,
shaping life anew in sheep --
shepherds too! -- and cattle.

Thrushes warble, throats aglow,
through the plains and islands --
I like roundup, even so,
when autumn fills the highlands.



 
Jónas Hallgrímsson (16 november 1807 – 26 mei 1845)
Op een IJslands kronenbiljet

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.