31-10-16

Dolce far niente, Henry Longfellow, Joseph Boyden, John Kea

 

Dolce far niente - Bij Halloween

 

 
The Haunted House door John Atkinson Grimshaw, 1874

 

 

Haunted Houses

All houses wherein men have lived and died
Are haunted houses. Through the open doors
The harmless phantoms on their errands glide,
With feet that make no sound upon the floors.

We meet them at the door-way, on the stair,
Along the passages they come and go,
Impalpable impressions on the air,
A sense of something moving to and fro.

There are more guests at table than the hosts
Invited; the illuminated hall
Is thronged with quiet, inoffensive ghosts,
As silent as the pictures on the wall.

The stranger at my fireside cannot see
The forms I see, nor hear the sounds I hear;
He but perceives what is; while unto me
All that has been is visible and clear.

We have no title-deeds to house or lands;
Owners and occupants of earlier dates
From graves forgotten stretch their dusty hands,
And hold in mortmain still their old estates.

The spirit-world around this world of sense
Floats like an atmosphere, and everywhere
Wafts through these earthly mists and vapours dense
A vital breath of more ethereal air.

Our little lives are kept in equipoise
By opposite attractions and desires;
The struggle of the instinct that enjoys,
And the more noble instinct that aspires.

These perturbations, this perpetual jar
Of earthly wants and aspirations high,
Come from the influence of an unseen star
An undiscovered planet in our sky.

And as the moon from some dark gate of cloud
Throws o’er the sea a floating bridge of light,
Across whose trembling planks our fancies crowd
Into the realm of mystery and night,—

So from the world of spirits there descends
A bridge of light, connecting it with this,
O’er whose unsteady floor, that sways and bends,
Wander our thoughts above the dark abyss.

 

 
Henry Longfellow (27 februari 1807 - 24 maart 1882)
West End Halloween Parade in Portland, Maine. Lomfellow wird geboren in Portland.

Lees meer...

30-10-16

Dolce far niente, Robert Frost, Jan Van Loy, Ezra Pound, Paul Valéry, Andrew Solomon

 

Dolce far niente

 

 
October door George Inness, 1886

 

October

O hushed October morning mild,
Thy leaves have ripened to the fall;
Tomorrow's wind, if it be wild,
Should waste them all.
The crows above the forest call;
Tomorrow they may form and go.
O hushed October morning mild,
Begin the hours of this day slow.
Make the day seem to us less brief.
Hearts not averse to being beguiled,
Beguile us in the way you know.
Release one leaf at break of day;
At noon release another leaf;
One from our trees, one far away.
Retard the sun with gentle mist;
Enchant the land with amethyst.
Slow, slow!
For the grapes' sake, if the were all,
Whose elaves already are burnt with frost,
Whose clustered fruit must else be lost—
For the grapes' sake along the all.

 

 
Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
Herfst in het Presidio park, San Francisco. Robert Frost werd geboren in San Francisco.

Lees meer...

29-10-16

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Mohsen Emadi, Lee Child, Dominick Dunne, Claire Goll

 

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

Uit: Die Wolken waren groß und weiß und zogen da oben hin

„Gestern, als der Boden noch frisch war und feucht, lebte in Berlin ein Mann, der sich – in der Hoffnung, mit diesem Namen Erfolg zu haben und glücklich zu werden - Roman nannte.
Seine greise Mutter wohnte tausend Kilometer weiter südwestlich und rief ihn mehrmals in der Woche an, an den Wochenenden fast immer, um zu fragen, wann er endlich bei ihr vorbeikomme und Schluss mache mit ihr; sie lebte nicht mehr gern. Er lachte jedes Mal mit einem kurzen, vernehmlichen Prusten und sagte, das sei nicht so einfach, wie sie sich das vorstelle.
Er hatte noch ein altes, eierschalfarbenes Telefon mit einer W'ählscheibe und einem Hörer, der wie ein Knochen aussah und mit einem spiralförmigen schwarzen Kabel am Apparat hing. Auf der Abdeckung der Sprechmuschel klebten vertrocknete Speisereste, die durch den I.uftausstoß bei diesem Prusten jeweils zwischen seinen Zähnen hervorspritzten. Sein vernehmliches Prusten war ihm unangenehm, so dass es ihm jedes Mal auf die Stimme schlug und er sich danach oft noch stundenlang räuspern musste, bevor er einen Satz herausbrachte. Irgendwo hatte er gelesen, räuspern helfe nichts, man müsse kräftig husten, um einen belegten Hals frei zu bekommen. Am Telefon traute er sich jedoch nicht zu husten, weil das im Ohr des Gesprächspartners wie eine kleine Explosion klingen würde.
Das Prusten hatte er sich angewöhnt, nachdem zwei seiner Bekannten eine Bemerkung von ihm – die er am Telefon gemacht hatte und die ohne seinen dazu ironisch lächelnden Gesichtsausdruck offenbar als Beleidigung aufgefasst werden konnte - missverstanden hatten, woraufhin sie den Kontakt zu ihm abbrachen. Auch als er einmal zu seiner Mutter sagte, zurzeit gehe es nicht - seine Pistole, die er zu diesem Zweck einsetzen wolle, sei leider verrostet, er müsse sie erst putzen -, trübte das die Atmosphäre zwischen ihnen.“

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

Lees meer...

Zbigniew Herbert, Aleksandr Zinovjev, Georg Engel, Jean Giraudoux, André Chénier, Lodewijk van Oord

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Zbigniew Herbert werd geboren op 29 oktober 1924 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Zbigniew Herbert op ditblog en ook mijn blog van 29 oktober 2009 en ook mijn blog van 29 oktober 2010

 

Meneer Cogito's twee benen

Het linkerbeen is normaal
optimistisch kun je zeggen
aan de korte kant
jongensachtig
glimlachend in de spieren
met een welgevormde kuit

het rechter
miserabel -
mager
met twee littekens
het ene langs de achillespees
het andere ovaal
lichtroze
de smadelijke herinnering aan een vlucht

links
is geneigd tot huppelen
tot dansen
geeft te veel om het leven
om iets te riskeren

rechts
is edelmoedig stijf
spot met elk gevaar

en zo
trekt
op zijn beide benen
links te vergelijken met Sancho Pancha
en rechts
herinnerend aan de dolende ridder

meneer Cogito
de wereld door
licht wankelend

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 
Zbigniew Herbert (29 oktober 1924 – 28 juli 1998)
Cover 

Lees meer...

Andrea Voigt

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Voigt studeerde Scandinavische Taal- en Letterkunde en Wijsbegeerte. Zij is mede-eigenaar van vertaalbureau Tekst|Support en vertaler van de tijdschriften Wetenschap in Beeld en Historia. In 2004 verscheen haar eerste gedichtenbundel “De tempel van Saturnus”. In 2007 volgde de roman “Augustus in Parijs”. Daarna publiceerde zij nog de dichtbundel “Serveer de makrelen”(2008) en de novelle “Los van de schittering” (2010) Gedichten van Voigt zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften, waaronder Tzum en Lopend Vuur, en op websites, zoals brakkehondblogt. In 2001 won zij de VU Podium Poëzieprijs voor het beste gedicht en in 2010 de Oerkroontjespen voor het beste Nederlandstalige boek volgens OER.

 

Zoekend langs de Maas

Ik zocht het smeedijzer van de stad
in de blauwe klinkers en het zandveld
het verband tussen zangers, patat
en de bibliotheek, driemasters, doctoren

de ritmische pols van moderne cafés
olietankers, de verlaten Euromast
in een glimmend zondagochtendlicht

een gezicht in een plas, maar iets
een reden om hier te zijn
om in deze stad het licht te zien
de uiteengedreven meeuwen jankend op de wind
de flats, de jaren zestig in de sneeuw

de regen raast over de Maas
van binnen vervuild maar verlicht

 

 

De tuin der zintuigen

Hoor je het ruisen van de vroege cyclamen
het klapperen van de vleugels van de vliegen
het vallen van de overrijpe pruimen in het gras
het zingen van de wind?

ruik je de geur van natte hagen in de doolhof
de geur van neergeregend stof
het kruidige basilicum, de selderij
het luie parfum van lavendel?

voel je de champagneblaadjes van de rozen
de stekels in je vingers, de druppels over je rug
voel je de beweging in de lucht
het ruwe hout van de hekken?

proef je in de tuin der zintuigen mijn huid
proef je mijn lippen, mijn handen op je lichaam
het fluweel van vlindervleugels op je tong
de stroeve rode peren en rabarber, de modder, het graniet?

zie je mij, zie je de fontein en het kasteel?
het wildebloemenveld en alles wat er is? zie je
jou en mij, en met je hoofd ver achterover:
de takken van de pruimenbomen tegen de blauwe lucht?

 

 
Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

11:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: andrea voigt, romenu |  Facebook |

28-10-16

Evelyn Waugh, Jan Weiler, JMH Berckmans, John Hollander, Al Galidi, Uwe Tellkamp, Johannes Daniel Falk, Karl Philipp Conz

 

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit:Brideshead Revisited

“Sebastian lived at Christ Church, high in Meadow Buildings. He was alone when I came, peeling a plover's egg taken from the large nest of moss in the centre of his table.
'I've just counted them,' he said. 'There were five each and two over, so I'm having the two. I'm unaccountably hungry today. I put myself unreservedly in the hands of Dolbear and Goodall, and feel so drugged that I've begun to believe that the whole of yesterday evening was a dream. Please don't wake me up.
He was entrancing, with that epicene beauty which in extreme youth sings aloud for love and withers at the first cold wind.
His room was filled with a. strange jumble of objects—a harmonium in a gothic case, an elephant's-foot waste-paper basket, a dome of wax fruit, two disproportionately large Sèvres vases, framed drawings by Daumier—made all the more incongruous by the austere college furniture and the large luncheon table. His chimney-piece was covered in cards of invitation from London hostesses.

 

 
Anthony Anfrews (Sebastian) en Jeremy Irons (Charles) in de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

'That beast Hobson has put Aloysius next door,' he said. 'Perhaps it's as well, as there wouldn't have been any plovers' eggs for him. D'you know, Hobson hates Aloysius. I wish I had a scout like yours. He was sweet to me this morning where some people might have been quite strict.'
The party assembled. There were three Etonian freshmen, mild, elegant, detached young men who had all been to a dance in London the night before, and spoke of it as though it had been the funeral of a near but unloved kinsman. Each as he came into the room made first for the plovers' eggs, then noticed Sebastian and then myself with a polite lack of curiosity which seemed to say: 'We should not dream of being so offensive as to suggest that you never met us before.'
'The first this year,' they said. 'Where do you get them?'
'Mummy sends them from Brideshead. They always lay early for her.'
When the eggs were gone and we were eating the lobster Newburg, the last guest arrived.
'My dear,' he said, 'I couldn't get away before. I was lunching with my p-ppreposterous tutor. He thought it 'was very odd my leaving when I did. I told him I had to change for F-f-footer.'

 

 
Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

Lees meer...

27-10-16

Sylvia Plath, Dylan Thomas, Zadie Smith, Nawal el Saadawi, Albrecht Rodenbach, Jamie McKendrick, Fran Lebowitz

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

All Appearance

The smile of iceboxes annihilates me.
Such blue currents in the veins of my loved one!
I hear her great heart purr.

From her lips ampersands and percent signs
Exit like kisses.
It is Monday in her mind: morals

Launder and present themselves.
What am I to make of these contradictions?
I wear white cuffs, I bow.

Is this love then, this red material
Issuing from the steele needle that flies so blindingly?
It will make little dresses and coats,

It will cover a dynasty.
How her body opens and shuts-
A Swiss watch, jeweled in the hinges!

O heart, such disorganization!
The stars are flashing like terrible numerals.
ABC, her eyelids say.

 

 

Incommunicado

The groundhog on the mountain did not run
But fatly scuttled into the splayed fern
And faced me, back to a ledge of dirt, to rattle
Her sallow rodent teeth like castanets
Against my leaning down, would not exchange
For that wary clatter sound or gesture
Of love : claws braced, at bay, my currency not hers.

Such meetings never occur in marchen
Where love-met groundhogs love one in return,
Where straight talk is the rule, whether warm or hostile,
Which no gruff animal misinterprets.
From what grace am I fallen. Tongues are strange,
Signs say nothing. The falcon who spoke clear
To Canacee cries gibberish to coarsened ears.

 

 

Dirge for a Joker

Always in the middle of a kiss
Came the profane stimulus to cough;
Always from the pulpit during service
Leaned the devil prompting you to laugh.

Behind mock-ceremony of your grief
Lurked the burlesque instinct of the ham;
You never altered your amused belief
That life was a mere monumental sham.

From the comic accident of birth
To the final grotesque joke of death
Your malady of sacrilegious mirth
Spread gay contagion with each clever breath.

Now you must play the straight man for a term
And tolerate the humor of the worm.

 

 
Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)
Hier met dichter en echtgenoot Ted Hughes

Lees meer...

26-10-16

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Karin Boye, Trevor Joyce, Pat Conroy

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

Uit: Dagboek 1970

“VRIJDAG 2 JANUARI 1970
Een halve celestone.
Om negen uur op met het bevrijdende gevoel dat we weer met zijn drieën zijn. Kachel opgerakeld, thee gezet. Dan gaat Jeroen zijn kamerdeur open en zien we zijn slaperige hoofd. Thee met cake naast dat hoofd op de grond en het is weer even rustig. Het vriesweer is voorbij.
Het is vochtig. Ik had het vannacht al horen regenen op het dak. Ik zet, op verzoek van Jeroen, de eerste plaat van Fats Waller op. ‘Ain’t Misbehavin”. Voor de katten een blik haring in tomatensaus uit de supermarkt opengemaakt dat kennelijk al jaren oud is. De inhoud ziet eruit als een slijmerig beschimmelde sok in baksteengruis. Na het koffie drinken en het hapje groene kool met fricandeau gaan we rondrijden.
Het is voorjaarsachtig zacht. We gaan de Waddenkant langs. Bij de schorren staan duizenden scholeksters allemaal dezelfde kant op. Indrukwekkend. We kijken er lang naar door de kijker. Even voor Oost zien we een wulp vliegen. Heilige ibis van het noorden. Op de Waddenzee eilanden van ijs waar honderden vogels op zitten. Meeuwen en eenden. We doen even boodschappen in Den Burg. Zie verschrikkelijk lekkere donkere meid met brede dijen onder minirok. Ik zou wel met één duik van mijn kop onder die rok mijn tong willen doorhalen. Kopen vis (tong nota bene) en rum. Rijden via Oudeschild verder langs de Waddenkant. Dan gaan we naar Den Hoorn. Stoppen bij de kerk en lopen over het kerkhof. Drijver ligt er begraven. De kerk is uit 1646. Ik zeg tegen Jeroen dat hij vier jaar na ‘De Nachtwacht’ is gebouwd en Karina zegt twee jaar voor het Verdrag van Münster. Het einde van de Tachtigjarige Oorlog. Bij de Mokbaai ligt er gewoon een vrouw aan de kant van de weg met een rood-wit gestreepte ijsmuts op naar de lucht te kijken. Bij De Koog lopen we even naar zee. Er liggen verbruikte rotjes en vuurpijlen op het strand.
Thuis thee met rum. Jeroen en Karina spelen uit het Teleac- schaakboek de wedstrijd tussen Euwe en Aljechin na uit 1934 in Zürich.
(Kende de naam Aljechin van Wim de Kler uit 1942. Zijn broer, die op de hertog van Windsor leek, schaakte.) Wit won gemakkelijk door zijn pluspion,’ herhaalt Jeroen steeds. Dat is gewoon te gek. ‘Hulde aan het loperpaar.’ Het klinkt echt een beetje lullig. Tak!!”

 

 
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)
Cover

Lees meer...

Man Booker Prize 2016 voor Paul Beatty

 

Man Booker Prize 2016 voor Paul Beatty

De Amerikaanse schrijver Paul Beatty heeft de Man Booker Prize 2016 gewonnen met zijn roman “The Sellout”. Beatty is de eerste Amerikaan die de prijs ontvangt. Zie ook alle tags voor Paul Beatty op dit blog.

Uit: The Sellout

“For the twenty years I knew him, Dad had been the interim dean of the department of psychology at West Riverside Community College. For him, having grown up as a stable manager's son on a small horse ranch in Lexington, Kentucky, farming was nostalgic. And when he came out west with a teaching position, the opportunity to live in a black community and breed horses was too good to pass up, even if he'd never really been able to afford the mortgage and the upkeep.
Maybe if he'd been a comparative psychologist, some of the horses and cows would've lived past the age of three and the tomatoes would've had fewer worms, but in his heart he was more interested in black liberty than in pest management and the well-being of the animal kingdom. And in his quest to unlock the keys to mental freedom, I was his Anna Freud, his little case study, and when he wasn't teaching me how to ride, he was replicating famous social science experiments with me as both the control and the experimental group. Like any "primitive" Negro child lucky enough to reach the formal operational stage, I've come to realize that I had a shitty upbringing that I'll never be able to live down.
I suppose if one takes into account the lack of an ethics committee to oversee my dad's childrearing methodologies, the experiments started innocently enough. In the early part of the twentieth century, the behaviorists Watson and Rayner, in an attempt to prove that fear was a learned behavior, exposed nine-month-old "Little Albert" to neutral stimuli like white rats, monkeys, and sheaves of burned newsprint. Initially, the baby test subject was unperturbed by the series of simians, rodents, and flames, but after Watson repeatedly paired the rats with unconscionably loud noises, over time "Little Albert" developed a fear not only of white rats but of all things furry. When I was seven months, Pops placed objects like toy police cars, cold cans of Pabst Blue Ribbon, Richard Nixon campaign buttons, and a copy of The Economist in my bassinet, but instead of conditioning me with a deafening clang, I learned to be afraid of the presented stimuli because they were accompanied by him taking out the family .38 Special and firing several window-rattling rounds into the ceiling, while shouting, "Nigger, go back to Africa!" loud enough to make himself heard over the quadraphonic console stereo blasting "Sweet Home Alabama" in the living room. To this day I've never been able to sit through even the most mundane TV crime drama, I have a strange affinity for Neil Young, and whenever I have trouble sleeping, I don't listen to recorded rainstorms or crashing waves but to the Watergate tapes.”

 

 
Paul Beatty (Los Angeles, 9 juni 1962)

25-10-16

Willem Wilmink, Christine D'haen, Anne Tyler, Elif Shafak, Daniel Mark Epstein, Peter Rühmkorf, Jakob Hein, Hélène Swarth, Geoffrey Chaucer

 

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

 

Voorspoken

De boer schrok zich die avond lam:
een trein die door zijn weiland kwam
had hij gehoord.
Toen was het weg. Het was niet waar.
Pas twee jaar later is er daar
een trein ontspoord.

Ook iemand zag, terwijl hij sliep
een auto zinken in het diep,
een heel gezin.
Precies de plek heeft hij gezien:
de auto reed een dag nadien
het water in.

Soms is er vage lampenschijn
uit ramen waar geen huizen zijn,
alleen maar grond.
Al wat bestaat heeft steeds bestaan
en wat vergaat is al vergaan
eer het bestond.

 

 

Spelende meisjes

Vol sombere doemgedachten
geraakte ik in een straat
waar meisjes aan 't spelen waren
en we kwamen aan de praat.

Turkse en Surinaamse
en sommige autochtoon
en ze hadden er nauwelijks weet van,
ze speelden daar gewoon.

Mijn sombere visioenen
van een wereld die verging,
vervaagden in 't licht van die kinderen
tot een herinnering.

Want die meisjes met aardige ogen
en met hun prachtige haar
zullen de kinderen baren
voor de komende duizend jaar.

 

 
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

Lees meer...

24-10-16

Onno Kosters, Kester Freriks, Aristide von Bienefeldt, August Graf von Platen, Ernest Claes, Zsuzsa Bánk, Denise Levertov, Norman Rush, Robert Greacen

 

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

De omgekeerde wereld

En als hij dan bij mij in zijn
afdeling aan de deur komt,
Robinson komt geldlopen:
wat een portret.
 
Een ziedend oogcontact (een vette knipoog
maar ik, literator tenslotte,
bied hem een madeleine van eigen deeg,
een bloomrijke sigaar - daar
heeft hij niet van terug),
 
zijn optrede achter de rug
en hij loopt zoals hij poept,
z'n verboden bootmansstoel onder z'n kont;
vliegen kan hij niet (de geest is sterk,
maar het vlees is sterker), zijn helm
van haar (Robinson die niks gebeuren kan,
en zie, het gebeurt),
 
zijn spierballen die zich, volgevreten knolgewassen,
aan de aarde van zijn zwartgespannen T-shirt
trachten te ontworstelen,
zijn onooglijke bril (een prachtig montuur
en waarachtig niet duur), zijn onoirbaar
gehoorapparaat, de inzetters en sponzen
die uit zijn gordel steken,
het broodje bal dat nog uit zijn holle kies riekt,
het convenant gevelonderhoud dat hem uit de achterzak piept,
de wisser.
    
De man voor het raam.
De man naast de muur.
 
Ik vraag hem hoe het gaat en hij antwoordt:
‘Het kon niet beter. Anders ging het wel beter.’
 
Het gevoel op de ladder. Als een vis op het hoge.
 
Dus ik lappen.


 
Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

Lees meer...

23-10-16

Michel van der Plas, Masiela Lusha, Augusten Burroughs, Robert Bridges, Adalbert Stifter, Nick Tosches, Rodja Weigand, Gjergj Fishta, Restif de la Bretonne

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

Aan een experimenteel dichter

Geen rotterdam dan amsterdam
geen moeder man dan vader
jouw rok is boter dan de ham
mijn hemd is altijd nader

al jart je met je vrienden bil
al jas je met hen klaver
en speel je liever haaf dan spil,
schmidt is toch altijd haver

jij bent veel zeker dan ikzelf
en toch leef ik veel sober
jij droomt dat je eylders drinkt ik delf
het spit onder de ober.

 

 

En soms wil zij opnieuw het meisje wezen

En soms wil zij opnieuw het meisje wezen
waarvan zij in haar oude dagboek leest:
dat bloemen water gaf en plots bedeesd
begreep waarom die voor het najaar vrezen
dat zondagmiddags voor het raam ging lezen
en dat naar vruchten reikte, appels ’t meest,
en dat, voor prinsen lang gereed geweest,
van duizend wensen nooit was te genezen.

Het boek glijdt dichtgevallen in haar schoot.
Zij is zover gezworven in die dingen
mag weer drie wensen doen voor ’t avondrood
en, blozend, zachtjes bij de vleugel zingen.
Zij wordt niet wakker voor het avondbrood
hoewel de gangklok luide aan blijft dringen.

 

 

Tussen de kinderen die het strand langsrennen

Tussen de kinderen die het strand langsrennen
en schreeuwend spelen en een grote vlag
meedragen, moet ik weer één kind herkennen
aan zijn droomogen, aan zijn stille lach:
de jongen die ik nooit meer zal ontwennen,
die leefde op een anders lichte dag
dan deze, en die, vluchtend voor de stemmen,
verwonderd naar het spel der golven zag.

Hij staat er nog tussen zijn speelgenoten,
zij roepen hem, maar peinzend blijft hij staren
naar verre zeilen van de verre boten.
Als ik hem aan wil spreken over jaren,
die ondanks nog zijn beeld bewaren,
is hij reeds heen. - Ik heb hem zelf verstoten.

           

 
Michel van der Plas (23 oktober 1927 -21 juli 2013)

Lees meer...

Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten (Annette von Droste-Hülshoff )

 

Onafhankelijk van geboortedata

 


Geef aan de keizer wat van de keizer is door Maerten de Vos - 1602

 

 

Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten
Evang.: Vom Zinsgroschen

Gebt Gott sein Recht und gebt's dem Kaiser auch!
Sein Odem ist's, der um den Obern schwebet,
Aus Hochmut nicht; in Eigenwillen hebet
Nicht eure Rechte gen den heil'gen Brauch.
Doch Gott und Welt im Streit: da, Brüder, gebet
Nicht mehr auf Kaiserwort als Dunst und Rauch.
Er ist der Oberste, dem alle Macht
Zusammen bricht, wie dürres Reisig kracht.

Den Eltern gib und gib auch Gott sein Recht!
O weh des Tiefgesunknen, dem verloren
Der frömmste Trieb, Jedwedem angeboren,
Den Freisten stempelnd zum beglückten Knecht.
Doch stell' den Wächter an der Ehrfurcht Toren
Und halte das Gewissen rein und echt;
Er ist der Vater, dem du Seel' und Leib
Verschuldest, mehr als irgend Mann und Weib.

Den Gatten lieb' und denk' an Gott dabei!
Er gab den Segen dir, als am Altare
Den Eid du sprachst, gewaltig bis zur Bahre
In Fesseln legend deine Lieb' und Treu'.
Doch wird die Liebe Torheit, o dann wahre,
O halte deine tiefsten Gluten frei!
Er ist es, dem du einer Flamme Zoll
Mußt zahlen, die kein Mensch empfangen soll.

An deine Kinder hänge nur dein Herz,
In deren Adern rollt dein eignes Leben;
Das Gottesbild, in deine Hand gegeben,
Es nicht zu lieben, wäre herber Schmerz.
Doch siehst du zwischen Glück und Schuld es schweben,
Wend' deine Augen, stoß es niederwärts;
Er, über tausend Kinder lieb und hehr,
Er sieht dir nach, ist deine Seele schwer.

Und auch dem Freunde halte Treue fest,
Mit der die Ehre innig sich verbunden,
Ein irdisch Gut, was Gnade doch gefunden,
So lang es nicht die Hand der Tugend läßt.
Doch nahen glänzender Versuchung Stunden,
Dann aller Erdenrücksicht gib den Rest
Und klammre an den Einen dich, der dann
Dir mehr als Freund und Ehre geben kann.

So biete Jedem, was sein Recht begehrt,
Und nimm von Jedem, was du darfst empfangen;
Dein Herz, es mag an zarten Banden hangen,
Die Gottes Huld so gnadenvoll gewährt;
Doch drüber wie ein Glutstern das Verlangen
Nach Einem leuchte, irdisch unversehrt,
Nach Einem, ohne den dein Herz so warm
Ewig verlassen bliebe doch und arm.

 


Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Friedhofskapelle Mariä Himmelfahrt in Meersburg, Annette von Droste-Hülshoff werd naast de kapel begraven.

11:03 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: romenu, annette von droste-hülshoff |  Facebook |

22-10-16

Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Jonas Lüscher, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle, Ivan Boenin, Timur Vermes

 

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: Magnus

“In de krant stond een artikel over een Chinese buschauffeur. De chauffeur had een boete gekregen omdat hij zijn bus had achtergelaten in een drukke straat in de stad Wuhan. Volgens het artikel had hij tijdens zijn werk heimwee gekregen, zijn bus stilgezet, een taxi aangehouden en was hij naar huis gegaan. De stilstaande bus veroorzaakte een file in de straten van de stad en de chauffeur kreeg een boete van vijfhonderd yuan. Ik zat in de keuken en dacht aan de buschauffeur, probeerde langs een wereld aan steden, velden, bergen en zeeën in het hoofd te kijken van de man die heimwee kreeg tijdens een gewone werkdag. Tot dat moment was ik in de veronderstelling dat heimwee ontstond op verre reizen op onoverkomelijke afstanden in tijd en plaats, maar deze chauffeur was gewoon aan het werk in de stad waar hij woonde, miste zijn familie en nam een taxi naar huis.
Ik probeerde onze laatste dagen te reconstrueren, om te ontdekken waarom ze was vertrokken, maar ik herinnerde me eigenlijk vooral één ding. De laatste dag dat ze er nog was had ze een cd gedraaid van een net doorgebroken Amsterdamse singer-songwriter: Ted Robin. Hij was een liedje komen spelen in het televisieprogramma waar zij op de redactie werkte en daarna had ze zijn cd gekregen. De liedjes waren een soundtrack bij mijn dagen geworden en ik kreeg ze niet uit mijn hoofd, zelfs niet nadat ze vertrokken was.
Would it be different if I were a dog, zong Ted als ik opstond. En ‘Sunday Morning Drugs’. The story of my life — Sunday morning church — the only way to survive — with my Sunday morning drugs. In het begin deed ik alsof er een last van mijn schouders was gevallen nadat ze was vertrokken en het was mijn overtuiging dat ik haar langzaam zou vergeten, dat de herinneringen aan haar plaats zouden maken voor herinneringen aan nieuwe vrouwen, nieuwe huizen, andere ijsbeervoetensloffen en betere gesprekken. Het zou een kwestie van tijd zijn voor dat gebeurde.
De eerste beelden van Caro liggen aan de andere kant van het millennium, tijdens een reis naar Florence met een stuk of veertig vijfdeklassers van het Maartenscollege. Er hingen twee lijsten aan een pilaar in de hal van de school: een voor de reis naar Rome en een voor de reis naar Florence. Tegen de tijd dat ik me eindelijk had laten overtuigen om mee te gaan was de lijst voor Rome al vol.”

 

 
Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

Lees meer...