04-10-16

Coen Peppelenbos, Oek de Jong, Cynthia Mc Leod, Matthieu Gosztola, Gabriel Loidolt, Koos Schuur, Roy Alton Blount Jr.

 

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. Zie ook alle tags voor Coen Peppelenbos op dit blog.

 

De valkunstenaar
(i.m. Bas Jan Ader)

Vallen is loslaten
het moment bepalen
dat je je overgeeft
aan zwaartekracht.

Ik ben te verdrietig
om je te vertellen
dat.

Vasthouden is de voorbode
van vallen. Vasthouden
is onzekerheid in de vingers.

De oceaan opvaren is
horizontaal vallen
je laat de onzekerheid
achter bij de mensen
die je uitzwaaien.

Je ziet mij huilen
je ziet mij vallen
je ziet mij vertrekken
dit laat je niet los.

 

 

Skater

Ik wandel met de bedaarde gang van
een bejaarde langs het spoor naar huis
de avond valt en op het verlaten
parkeerterrein komt een skater
tot leven zijn benen bewegen
met zijn hersens
in zijn tenen
hij kruist en draait
heeft geen verleden
lijkt te zweven
de cameraman houdt
van hem in beelden
legt hem vast in licht
van lantaarnpalen
laat herhalen en herhalen
dansende silhouetten op het asfalt
van de nacht de stad is al in slaap en
de laatste trein naar het westen verdwenen.

 

 
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)
Cover


 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Een man die in de toekomst springt

“De dag begint in het koffiehuis. Er loopt een heel kleine ober rond, een oude man die waarschijnlijk een zakbreuk heeft.
Wanneer hij zich buk! zie je in zijn zwarte broek: aan de binnenzijde van zijn rechterdij, iets vervaarlijks opdoemen en bewegen onder de stof, afhangend tot bijna op zijn knie. De eerste waterpijpen worden besteld. Hij brengt ze rond en bulct zich om er gloeiende kooltjes op te gooien. Men zit langs de wanden: die stofiìg groen zijn, aan kleine tafeltjes. Het is er een komen en gaan, en het lawaai van de straat dringt er volop binnen. Ik drink mijn bittere kofie met een glaasje water: en naast mij zit Louis Ferron. Zijn snor is vochtig. Hij leest Le progrès égyptien en draait onderwijl een sigaret. Het is vroeg in de ochtend, het begin van een warme en stofiìge dag in november.
Op straat zie ik de drukte van Kaïro. Uitpuilende bussen Mannen hangen er in trossen aan, hun djellaba’s wapperen in de wind. Bij de halte vecht men zich naar buiten, tegen de stroom in van degenen die willen instappen. De lenigsten wringen zich door de raampjes naar buiten Tegen een muur zit een bedelaar op zijn hurken Mensen lopen in drommen langs hem. Hij lijkt in zichzelf gekeerd, maar steekt toch steeds precies op tijd zijn hand uit om muntstukken aan te pakken Degene die geefi kijkt niet naar de bedelaar, hij vertraagt maar nauwelijks zijn pas en legt in het voorbijgaan geroutineerd zijn piasters in de uitgestoken hand.
Elke bedelaar heefi zijn plek en zijn methode. In Kairo is bedelen een vak.
Fahid verschijnt, onze gids. Hij is een grote, zelfs rijzige man, ijdel, trots op zijn goede manieren, zijn mondje Engels en zijn functie van Assistant Manager of the Ministry of Culture.”

 

 
Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

 

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri McLeod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia McLeod op dit blog.

Uit: Tutuba

Met de handen op de rug wandelde hij naar het voordek. Hij keek naar de kanonnen op de voorplecht; alle twaalf keurig gepoetst; hij had ze goddank niet een keer nodig had gehad. Op het voordek bleef hij weer even staan en keek naar het boegbeeld. Eigenlijk een vreemd boegbeeld; ook een vreemde naam voor een schip, Leusden. Waarom eigenlijk Leusden? De meeste schepen die hij kende, hadden namen van vrouwen. En zo voelde het voor een kapitein ook aan. Alsof het schip een vrouw was; soms een lieve vrouw, soms een koppige weerbarstige vrouw. Deze reis was de Leusden een lieve meegaande vrouw geweest; hij glimlachte en wandelde naar het achterdek.
Hij zag daar de vier mannen liggen en de vrouwen onder het zeildoek. Hij had de hele reis niet een keer een vrouw gehaald, maar nu had hij behoefte aan een vrouw; hij moest toch maar eentje meenemen. Hij liep op het zeildoek, pakte de eerste de beste arm die hi j vond en trok de vrouw mee. Ze liep gedwee achter hem. Toen hij in zijn kajuit kwam en een kaars aanstak, zag hij dat het een heel jong meisje was. Het schepsel stond letterlijk te beven. Nou ja; een liefdesscène zou het heus niet worden; als ze deed wat van haar verwacht werd, was het vlug voorbij. Hij beval haar op bed te liggen en deed zijn schoenen uit. Vlug en zonder veel omhaal nam hij haar en toen het voorbij was, beduidde hij haar om op te staan. Ze keek hem angstig aan; hij bedacht dat hij haar natuurlijk iets moest geven. Wat gaf je aan zo’n schepsel? Hij graaide in zijn broekzak en haalde een munt te voorschijn. Het bleek een halve daalder te zijn. Dat was te veel, dacht hij. Hij voelde nog eens in zijn zak; alleen een neusdoek, verder niets. Die munt was te veel, maar ja, het moest dan maar. Hij gooide het geld samen met de neusdoek op tafel en wenkte het meisje dat ze dat moest nemen en weggaan.
Dat deed ze, ze pakte iets van de tafel, deed de deur open en verdween. Maar ze liet de deur openstaan en door de luchtstroom woei zijn kaars uit. Stom wicht, dacht hij, want hij moest nu opstaan om de deur dicht te doen. In het donker stootte hij zijn grote teen tegen het kistje. Au! Dat verdomde kistje! dacht hij terwijl hij zijn pijnlijke teen wreef en naar zijn bed strompelde. Op bed zittend en wrijvend aan zijn teen, dacht hij dat hij toch niet moest denken ‘verdomd kistje’. Als alles goed ging en de voortekenen niet bedrogen, had hij over een poosje zelf wel een kistje met goud. Met die prettige gedachte viel hij in slaap.”

 

 
Cynthia McLeod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

 

 

De Franse dichter en schrijver Matthieu Gosztola werd geboren op 4 oktober 1981 in Le Mans (Sarthe). Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Matthieu Gosztola op dit blog.

Uit:Rencontre avec Balthus

Un merle sautille sur la pelouse
Jai tourné la tête au bon moment
Pour entendre les quelques notes
De la mélodie de son geste
Mais pas toi

Je n’aüends pas qu’il repasse
J’ai la vie près de moi
Tu es la vie
La mort n’existe pas
Elle ne prendra pas les dernières imag
Que j’ai de toi

Je te regarde
Je continue
De lever mon bras lentement

J ’ai des gestes très lents
Pour t’habiller

 

Il fait beau
Je suis attentif
À chaque geste que je fais
Pour ne surtout pas te heurter
Ni même le silence
Que je remercie les lèvres fermées
Pour ne pas le troubler

Que je remercie
Pour la façon
Qu‘il a de nous prendre dans ses bras

Puis je te brosse les cheveux
En faisant très attention
Pour que tu n’aies jamais ma]
Pendant que s‘ouvre (pour nous contenir)
Silencieusement
Le poème


 
Matthieu Gosztola (Le Mans, 4 oktober 1981)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gabriel Loidolt werd geboren op 4 oktober 1953 in Eibiswald. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gabriel Loidolt op dit blog.

Uit: Die irische Geliebte

„Kurz vor Weihnachten jedoch hatte sie erneut Probleme mit dem Wagen. Ich kam gerade auf den Parkplatz, tatsächlich zufällig, falls der Zufall nicht der unendliche Spielraum Gottes ist. Die Sonne war unsichtbar, aber die Wolken über uns hatten gleißende Ränder, von denen aus das Licht fächerartig ausstrahlte. In Claire unten goß es in Strömen.
"Hello Dany, warum streikt der Motor schon wieder?" stieß Laura verzweifelt aus. Ich lächelte. "Weil dein Lenkrad auf der falschen Seite ist." Sie lachte.
Ein Handy hätte mich wohl überflüssig gemacht, das gab es noch nicht. So stieg sie in meinen Wagen, fütterte mich mit einem Minzbonbon und ließ sich zur Werkstätte fahren, um dem Mechaniker vom letzten Mal die Leviten zu lesen. Dann bat sie mich, sie zur Playing School zu fahren.
Auf der Fahrt schaltete ich oft, um ihren Schenkel zu streifen. Aber nicht zu oft. Selbstverständlich entschuldigte ich mich. Laura kicherte bald ungeniert, sie hatte mich durchschaut. Ich hatte kein schlechtes Gewissen. Es war ein plumper Trick, aber auch ein kleines Ritual, das Ritual hilft einem über gewisse Hürden hinweg. Mein eigentlicher Trick war ein ganz anderer - weil der Sicherheitsbeamte weder am Schranken stand, noch in seiner Kabine hockte, ich aber halten mußte, sah ich meine Begleitung an und sagte in das heftiger werdende Trommeln des Regens:
"Ich würde dich liebend gern küssen, Laura."
Wohl irritiert von so viel unverschämter Wahrheit starrte sie mich plötzlich mit halb offenem Mund an. Ich packte sie blitzschnell am Ansatz des Pferdezopfs und drückte meine Lippen auf ihre. Zu meiner Überraschung fand ich ihre Zunge schnell, atmete ihren warmen Minzeduft in Schüben ein. "O God!" stieß sie bald nach Luft schnappend aus, während sie sich mit den Füßen gegen den Boden stemmte und der Regen als gnädiger Vorhang die Scheiben herunterfloß.“

 

 
Gabriel Loidolt (Eibiswald, 4 oktober 1953)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Jacobus Gerardus (Koos) Schuur werd geboren in Veendam op 4 oktober1915. Zie ook alle tags voor Koos Schuur op dit blog.

 

Een kind tekent
voor A. Marja

koe en paard kakelbont
en een huis van karton
en op de weg een hond
en in de lucht een zon

(het heeft de boom vergeten)

de zon is geel, de hond is bruin
de weg is wit - de witte weg -
en helemaal rondom de tuin
tot aan het huis een groene heg

(maar 't heeft de boom vergeten)

het huis is rood, het dak is rood
en uit de schoorsteen komt wat rook
waar is de boom?
o sapperloot
nu is de boom er ook

 

 
Koos Schuur (4 oktober 1915 – 1 december 1995)
Cover brievenboek 

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist, musicus en acteur Roy Alton Blount Jr. werd geboren op 4 oktober 1941 in Indianapolis, Indiana. Zie ook alle tags voor Roy Alton Blount Jr. op dit blog en ook alle tags voor Roy Blount jr. en eveneens mijn blog van 4 oktober 2010.

Uit: Save Room for Pie

“My wife, Joan, and I live partly in rural western Massachusetts, where one minute people are discussing the different tastes of bear (very strong) and woodchuck—I guess you don’t ever want to try muskrat, though people do—and the next minute the topic turns to whether turmeric has to be organic. Just the other night in the midst of a hearty meal, we were Googling to see how much more nutritious sesame seeds are with the hulls on than with them off. Not a simple matter, because while the hulls do have food value they also contain—never mind. I try to keep things light by asking how many sesame seeds you should take daily. But these are, after all, matters of life and death.
Speaking of which, I heard the other day that Google has a task force working on an end to death. Not Google’s death, people’s. If eternal life is anything like teen sex (probably not, come to think of it), it will no doubt come along too late for me. But let’s say I get the message, through Gmail: “Hooray, immortality is here! Click for two weeks free.” And I don’t reply right away. Google, again: “Grateful? No? What else do you want?”
Here is my response: “Mashed potatoes with that. And gravy.”
Because there will be a catch. To live forever, I’ll have to give up food, except for Googruel or Gvittles or whatever they’re going to call the only sustenance you can live on forever. Maybe something virtual, you don’t even get to chew. And I’ll have to think long and hard.
“Everybody has their own ideas of paradise. Ours is very traditional,” says Philo Merriday, resident manager of a motel and theme park outside Gatlinburg, Tennessee, known as Heaven on Earth.According to a review this week on FamilyDestinations.com (three stars out of five), Heaven on Earth strives to give guests a foretaste of glory divine. Instead of a pool, Heaven on Earth has a cloud—a gauzy expanse that the reviewer, after lying on it in a long white gown, found “relaxing.” Harp music is piped in, and guests are encouraged to play along on instruments provided on a basis of first come, first served. Attendants passing out complimentary ambrosia and angel food cake are not winged but are otherwise celestially attired, and guests may experience sensations of flying by hooking up to cables on a loop around the complex. No religious services are held. “We’re nondenominational,” says Merriday. “Anyway, church in heaven would be gilding the lily. We want you to feel that you’rethere.”

 

 
Roy Alton Blount Jr. (Indianapolis, 4 oktober 1941)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.