19-09-16

Crauss, Patrick Marber, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Crauss op dit blog.

 

Uit: Schönheit des Wassers

 

I
gefürchtetes wasser: die alten Stehen
bereit im korrodierenden bild. firnis;
vedute. ein wehr ophelischen sehnens.
natur und ermüdung, gischtkragen

an faltigen hälsen; die freude am schönen.
ertrinken. die STRANDUNG wird que" sein.

 

II
der fluss ist verschwiegen. kein stein,
kein froé'tiges gurgeln; die mädchen
sterben woanders, hier ruhen sie. nur:
trügt diese TRANCE nicht? wir haben
erfahren, wasser kann mehr. und einsam
bereits wird das warten den burschen.
auf brechen die wege und reissen. da!

 


de angst in eigen persoon
is een vrouw met krullend haar en een man
langs de straat, de wind zwiept regen
tussen de wissers, de auto glijdt
veel te langzaam richting afscheid, het licht
is een kegel, de keel is een knoop, de ogen zijn schrik
en de mond te verkrampt om te schreeuwen –
de stem is kwijt, dat is het begin.

de angst in eigen persoon
is een stadsautoweg, geheel dichtgesneeuwd en een jongen
met heimwee, de auto glijdt langzamer nu, want de
afrit versperd, blijft liggen en achter de mast
wordt de knaap overvallen door een ijskoude rilling.
wensen vervliegen, bevriezen, het beeld is heel groen,
de lust eraan rood en de jongen spoedig

weer thuis, is de angst een huwelijk, een minnaar op
de openbare weg en een wachtende vader, met weinig woorden
verstijft de toestand zoals regen verandert in sneeuw.
verklaringen liegen, worden ontmaskerd, zodra men ze gelooft
en verstoffen in een kastje vol waarheid.

de angst is een film, een vraatzuchtig wezen, waarvoor
een stad ’s nachts bang is, de angst is een oeroude
draad, die zich door het leven heen weeft.


Vertaald door Frans Roumen

 

 
Crauss (Siegen, 19 september 1971)


 

De Engelse schrijver, acteur en regisseur Patrick Marber werd geboren op 19 september 1964 in Londen. Zie ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

Uit: After Miss Julie

“JULIE : Did I tell you about my mother? She was quite common, you know . . . she had this thing about women's emancipation . . . she swore she'd never marry so she told my father she would be his lover but never his wife. But then, i was born, I was . . . a mistake really -. . . So they got married and my mother brought me up as a child of nature, she used me to demonstrate the equality of sexes. She used to dress me up in boy’s clothes and made me learn about farming - she made me kill a fox when l was - and then she reorganised the estate, the women had to do the men's work and the men the women's. We were the laughing stock of the whole county. Finally my father snapped and she fell in line. But she began to stay out all night . . . she took lovers, people talked, she blamed my father for the failure of her brave new world . . . her infidelities were her revenge. They rowed constantly. and fought, she often had terrible gashes and bruises . . . he did too, she was very strong when she was angry . . . and then there was a rumour that my father tried to kill himself - [. . .] he failed . . . (Smiling) obviously. I didn’t know whose side I was on . . . maybe I learnt all my emotions by the age of ten and never developed any more . . . a child experiences the world so deeply . . . without the sophistication to protect itself . . . it’s not fair really.
Anyway, my mother almost on her death-bed . . . no, on her death- bed, made me swear that I'd never be a slave to any man.”

 

 
Patrick Marber (Londen, 19 september 1964)
Scene uit een opvoering in Londen, 2012

 

 

De Engelse dichter en schrijver Sir William Gerald Golding werd geboren in St. Columb Minor, Newquay, Cornwall, op 19 september 1911. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor William Golding op dit blog.

Uit: Lord of the flies

“Piggy was looking determined and began to take off his shorts. Presently he was palely and fatly naked. He tiptoed down the sandy side of the pool, and sat there up to his neck in water smiling proudly at Ralph.
"Aren't you going to swim?"
Piggy shook his head.
"I can't swim. I wasn't allowed. My asthma--"
"Sucks to your ass-mar!"
Piggy bore this with a sort of humble patience. "You can't half swim well."
Ralph paddled backwards down the slope, immersed his mouth and blew a jet of water into the air. Then he lifted his chin and spoke.
"I could swim when I was five. Daddy taught me. He's a commander in the Navy. When he gets leave he'll come and rescue us. What's your father?"
Piggy flushed suddenly.
"My dad's dead," he said quickly, "and my mum--"
He took off his glasses and looked vainly for something with which to clean them.
"I used to live with my auntie. She kept a candy store. I used to get ever so many candies. As many as I liked. When'll your dad rescue us?"
"Soon as he can."
Piggy rose dripping from the water and stood naked, cleaning his glasses with a sock. The only sound that reached them now through the heat of the morning was the long, grinding roar of the breakers on the reef.”

 

 
William Golding (19 september 1911 – 19 juni 1993)
Scene uit de film van Harry Hook uit 1990 

 

 

De Zuidafrikaanse dichteres en schrijfster Ingrid Jonker werd geboren op 19 september 1933 bij Komberley (Noord Kaap). Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Ingrid Jonker op dit blog.

 

Windliedjie

Waar slaap my liefde, my liefde vannag
sterre wat wieg in die denne en winde
sterre wat wieg en sterre wat wag
waar slaap my liefde, my liefde vannag?

Denneboom donker, rooipad en naglied,
naglied van diere en duistere winde
Waar slaap my liefde, wie stil sy verdriet
en sal ek my liefde, my liefde weer vinde?

Winterwind, lei my deur bittere nagte
tot uit die duister ek saggies kan staar
hoedat hy sluimer, en sluimerend my smarte
eindelik diep in my hart laat bedaar!

 

 

Daisies in Namaqualand

Why do we still listen
to the answers given by the daisies
to the wind to the sun
what has become of the little kokkewiets

Behind the closed forehead
where perhaps a twig still tumbles
from a drowned springtime
Behind my word killed in action
Behind our divided home
Behind the heart locked against itself
Behind wire fences, camps, locations
Behind the silence where foreign languages
fall like bells at a funeral
Behind our land torn apart

sits the green mantis of the veld
and dazed we still hear
small blue Namaqualand daisy
answering something, believing something, knowing something.

 

Vertaald door Antjie Krog en André Brink

 

 
Ingrid Jonker (19 september 1933 – 19 juli 1965)
Affiche voor een herdenkingsprogramma, 2005 

 

 

De Surinaamse dichter en schrijver Orlando Emanuels werd geboren in Paramaribo op 19 september 1927. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Orlando Emanuels op dit blog.

Uit:De duivel verkoopt zijn ziel

“‘Die belediging moet je hun betaald zetten! Prestigekwestie. Laat die kloten ervoor boeten! Heb je er echt alles voor over om het beste verhaal van je carrière te schrijven? Met mijn hulp is succes gegarandeerd.’ Heeft hij gedroomd? Is hij weer bezopen geweest of heeft hij hallucinaties gehad, die zo sterk waren dat hij zich nu zelfs zijn eigen arrogantie in het gesprek met de bezoeker kan herinneren?
‘Natuurlijk heb ik er alles voor over, maar wie ben jij dat je meent mij, Edward John Mesquita, te kunnen helpen schrijven?’
‘Ach, dat doet er niet toe. Je wil je beste verhaal schrijven, maar je weet zelf dat je daar niet toe in staat bent! Dat is waar het tenslotte om gaat.’
In het toilet laat hij het koude water over zijn hoofd lopen. Steeds duidelijker wordt het gesprek. Op zijn vraag welk percentage van het auteurshonorarium er van hem verlangd werd, had zijn bezoeker haast fluisterend gereageerd: ‘Ik verlang geen enkele beloning. Je moet er alleen mee instemmen dat dit verhaal je laatste is. Zoals een topsporter op het hoogtepunt van zijn roem afscheid weet te nemen, zo zal je met dit verhaal de kroon op het werk zetten en de pen voorgoed in je zak steken.’
‘Akkoord’, roept hij dan opeens luid, ‘kom maar op met je verhaal.’ De stem heeft gelijk. Het enige wat telt is het produceren van een verhaal dat zijn beste moet worden.
Voor hij aan het bureau gaat zitten haalt hij alle schakelaars over. Het huis baadt in het licht. Hij sluit de whiskyfles weg. Voor één keer sterk zijn, niet drinken, helder blijven en schrijven.
Het moment waarop hij de pen in zijn hand neemt, beginnen zijn vingers op de hem zo bekende wijze te tintelen. Hij weet wat dit betekent, zo zijn al zijn bestsellers geboren. Hij schrijft met een inzet als nooit tevoren, zo totaal met alle registers open. Zijn opgekropte zelfminachting als alcoholist, de teleurstelling van het niet halen van de bestsellerslijst van zijn laatste boeken, zijn vernedering door de uitgevers en het vooruitzicht op wraak geven hem een ongekende vitaliteit.”

                                                                                                                                  

 
Orlando Emanuels (Paramaribo, 19 september 1927)
Paramaribo, de Jules Wijdenboschbrug

 

 

De Franse romanschrijver, regisseur, acteur, toneel- en scenarioschrijver Jean-Claude Carrière werd geboren op 19 september 1931 in Colombières-sur-Orb, Hérault. Zie ook alle tags voorJean-Claude Carrière op dit blog en ook mijn blog van 19 september 2009 en ook mijn blog van 19 september 2010.

Uit: La controverse de Valladolid

“Introduits dans le couvent (à toutes fins utiles ils ont apporté une lettre de l’évêque de Puebla, un adversaire déclaré de Las Casas), ils s’adressent à un ou deux moines, glissent un mensonge et un peu d’argent, là encore. Non, non, ce n’est pas la peine de déranger le père supérieur. Un jour comme aujourd’hui, il doit être très occupé. Ils ne sont là qu’en observateurs, envoyés par l’évêque de Puebla (ils montrent la lettre), et s’ils arrivent au tout dernier moment, c’est à cause de cette maudite navigation. Dieu a inventé le vent, et le diable a fait les tempêtes.
Ils ne demandent pas à pénétrer dans la salle capitulaire, loin de là, cela risquerait de déranger. Ce qu’ils voudraient, c’est pouvoir entendre tous les arguments, car l’affaire les intéresse, ils ont de la famille là-bas, et des domestiques qui comptent sur eux, et des plantations toutes récentes. Qu’ils n’aient pas fait au moins, tout ce long voyage pour rien.
Les moines se laissent convaincre, après quelques conciliabules, et conduisent les deux hommes dans le dédale du couvent, à travers une galerie qui domine le cloître, puis dans des escaliers de plus en plus étroits, jusqu’à une sorte de niche aménagée près de l’orgue, où ils pourront se dissimuler et tout entendre, sinon voir.
Ils se mettent là, assis sur le sol, l’oreille tendue, à travers une mince ouverture en forme de trèfle, vers la grande salle d’où leur parvient le chant latin qui se poursuit et bientôt se termine. Ils respirent un peu. L’un des deux hommes enlève une de ses bottes, qui lui fait mal. Son bas est déchiré. Son pied sent fort. L’autre ne semble pas le remarquer."

 

 
Jean-Claude Carrière (Colombières-sur-Orb, 19 september 1931)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2015 deel 2.

 

De commentaren zijn gesloten.