14-09-16

Dolce far niente, Algernon Swinburne, Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty, Ivan Klíma

 

Dolce far niente

 

 
Hot Day door Sergej Sovkov, 2014

 

 

A Swimmer's Dream

V.
A dream, a dream is it all — the season,
The sky, the water, the wind, the shore?
A day-born dream of divine unreason,
A marvel moulded of sleep — no more?
For the cloudlike wave that my limbs while cleaving
Feel as in slumber beneath them heaving
Soothes the sense as to slumber, leaving
Sense of nought that was known of yore.

A purer passion, a lordlier leisure,
A peace more happy than lives on land,
Fulfils with pulse of diviner pleasure
The dreaming head and the steering hand.
I lean my cheek to the cold grey pillow,
The deep soft swell of the full broad pillow,
And close mine eyes for delight past measure,
And wish the wheel of the world would stand.

The wild-winged hour that we fain would capture
Falls as from heaven that its light feet clomb,
So brief, so soft, and so full the rapture
Was felt that soothed me with sense of home.
To sleep, to swim, and to dream, for ever —
Such joy the vision of man saw never;
For here too soon will a dark day sever
The sea-bird's wing from the sea-wave's foam.

A dream, and more than a dream, and dimmer
At once and brighter than dreams that flee,
The moment's joy of the seaward swimmer
Abides, remembered as truth may be.
Not all the joy and not all the glory
Must fade as leaves when the woods wax hoary;
For there the downs and the sea-banks glimmer,
And here to south of them swells the sea.

 

 
Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Een zomers Londen. Swinburne werd geboren in Londen.


 

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

Een mug (de mug)

Een mug (de mug)

beklimt, desnoods:
bestijgt een olifant
(de olifant).

Zo gooide iemand eens een bal op.
Deze stuiterde nog enige malen,
bleef toen zo goed als stil liggen.

 

 

Het is net of het zo stil is

Het is net of het zo stil is;

zo heb ik mij aangetroffen.

Ik ga rechtstaan en rek mij uit.
Ik draai mij om.
Blijf roerloos staan.

Ik hoor hoe het wiel
stil valt.
Ik blijf zo staan.

Dat zachte gesuis

hindert niet:
uit mijzelf komt het voort.

 

 

Denk iets dat je goed kent

Denk iets dat je goed kent.

Zeg: ze kamt haar haar.
Herhaal het: zij haar haar
kamt. Doe er een spiegel
bij. Maak het vertrouwder
dan je waarmaakt: de eerste
sneeuw/het eerste riet. Hoe
ze plotseling haar hoofd
naar voren of naar achteren
wierp. Zeg dat ze haar haar
kamde; zich naar voren of
naar achteren werpt. Terwijl
het sneeuwde of riet werd;
zich de eenbes verzwartte;
en zij haar haar kamt.

 

 
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)
 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

Uit: Der Schimmelreiter

„Mein Pferd war schon von selbst auf den Weg am Deich hinabgeschritten, der mich vor die Tür des Hauses führte. Ich sah wohl, daß es ein Wirtshaus war; denn vor den Fenstern gewahrte ich die sogenannten »Ricks«, das heißt auf zwei Ständern ruhende Balken mit großen eisernen Ringen, zum Anbinden des Viehes und der Pferde, die hier haltmachten.
Ich band das meine an einen derselben und überwies es dann dem Knechte, der mir beim Eintritt in den Flur entgegenkam: »Ist hier Versammlung?« frug ich ihn, da mir jetzt deutlich ein Geräusch von Menschenstimmen und Gläserklirren aus der Stubentür entgegendrang.
»Is wull so wat«, entgegnete der Knecht auf plattdeutsch – und ich erfuhr nachher, daß dieses neben dem Friesischen hier schon seit über hundert Jahren im Schwange gewesen sei –, »Diekgraf und Gevollmächtigten un wecke von de annern Interessenten! Dat is um 't hoge Water!«
Als ich eintrat, sah ich etwa ein Dutzend Männer an einem Tische sitzen, der unter den Fenstern entlanglief, eine Punschbowle stand darauf, und ein besonders stattlicher Mann schien die Herrschaft über sie zu führen.
Ich grüßte und bat, mich zu ihnen setzen zu dürfen, was bereitwillig gestattet wurde. »Sie halten hier die Wacht!« sagte ich, mich zu jenem Mann wendend, »es ist bös Wetter draußen; die Deiche werden ihre Not haben!«
»Gewiß«, erwiderte er; »wir, hier an der Ostseite, aber glauben, jetzt außer Gefahr zu sein; nur drüben an der andern Seite ist's nicht sicher, die Deiche sind dort meist noch mehr nach altem Muster; unser Hauptdeich ist schon im vorigen Jahrhundert umgelegt. – Uns ist vorhin da draußen kalt geworden, und Ihnen«, setzte er hinzu, »wird es ebenso gegangen sein; aber wir müssen hier noch ein paar Stunden aushalten; wir haben sichere Leute draußen, die uns Bericht erstatten.« Und ehe ich meine Bestellung bei dem Wirte machen konnte, war schon ein dampfendes Glas mir hingeschoben.
Ich erfuhr bald, daß mein freundlicher Nachbar der Deichgraf sei; wir waren ins Gespräch gekommen, und ich hatte begonnen, ihm meine seltsame Begegnung auf dem Deiche zu erzählen. Er wurde aufmerksam, und ich bemerkte plötzlich, daß alles Gespräch umher verstummt war. »Der Schimmelreiter!« rief einer aus der Gesellschaft, und eine Bewegung des Erschreckens ging durch die übrigen.
Der Deichgraf war aufgestanden. »Ihr braucht nicht zu erschrecken«, sprach er über den Tisch hin; »das ist nicht bloß für uns; Anno 17 hat es auch denen drüben gegolten; mögen sie auf alles vorgefaßt sein!«

 

 
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
Cover

 

 

De Surinaamse schrijver Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

Uit: Âtman

“Ze is direkt anders tegen mij. Ik ben geen Hindostaans kind meer uit het distrikt. Ze hoeft het gevaar in mij niet meer te bezweren. Ze let nu beter op mij. Zij rekent mij niet meer tot de Hindostanen. Ook niet tot de Creoolse kinderen met kroeshaar en een donkere huid. Maar weer tot die groep, die anderen zijn. Die het dichtst bij de Hollanders horen en worden gerekend. Een ongedefinieerde elite. Lichtgekleurden, met glad of bijna glad haar, kinderen van hoge functionarissen, voor wie het niet meer uitmaakt of zij glad of kroeshaar, een donkere of lichte huid hebben. Zij hebben een status.
(…)

Dit verleden heeft mij gevormd. Mijn studie hervormd, tot wat het nu is. Eenmaal in Holland was het deze kracht, welke mijn westerse conceptie als concertpianist deed exploderen. [...] Mijn geest werd zuiverder, ik kon beter begrijpen en enthousiaster zoeken. Het huis waarin ik werd grootgebracht, geen bedrog, maar een verleden waarin ik werd gevormd. Ik was geen verrader onder de Hindostanen. Ik rook de Neger zijn zweet en ik wist dat Javaanse vrouwen soms op sirih pruimden.”

 

 
Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)
 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

 

Identificatie

Daar vloeit van de zon
het schoonste licht af
het licht van Suriname
ik meet in het woud
het beste hout
het hout van Suriname
 
bouw dan een huis
van licht en hout
voor de beste vrouw
de vrouw van Suriname
hang in de prilste dauw
de mooiste vlag uit
de vlag van Suriname
laat alle fiere kinderen
het schoonste volkslied zingen
het lied van Suriname!

 

 

Dit wankel huis

Hindostanen en Creolen
hebben het gezegd
de laatsten het bevolen
er is een avontuur te vondeling gelegd.
 
en wij staan onbehulpzaam toe te zien
hoe het bederf invreet
in de huid van 't jonge kind
 
God had ik maar de macht
een lied te zingen waarnaar men
luistert in dit wankel huis
dat zo gebarsten is en dreigt
omver te vallen in een onverhoedse nacht.

 

 
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

De Noord-Ierse schrijver Bernard MacLaverty werd geboren in Belfast op 14 september 1942. Zie ook alle tags voor Bernard MacLaverty op dit blog.

Uit: A Time to Dance

“She was always shouting. Last night, for instance, she had started into him for watching T.V.
From the side. She had dragged him round to the chair in front of it.
‘That’s the way the manufacturers make the sets. They put the picture on the front. But oh
no, that’s not good enough for our Nelson. He has to watch it from the side. Squint, my arse, you’ll just go blind – stark, staring blind.’
Nelson had then turned his head and watched it from the front. She had never mentioned the blindness before. Up until now all she had said was, ‘If you don’t wear them patches that eye of yours will turn in till it’s looking at your brains. God knows, not that it’ll have much to look at.’
His mother was Irish. That was why she had a name like Skelly. That was why she talked funny. But she was proud of the way she talked and nothing angered her more than to hear Nelson saying ‘Ah ken’ and ‘What like is it?
’ She kept telling him that someday they were going back, when she had enough ha’pence scraped together. ‘Until then I’ll not let them make a Scotchman out of you.’ But Nelson talked the way he talked.
His mother had called him Nelson because she said that she thought his father had been a seafaring man. The day the boy was born she had read an article in the Reader’s Digest about Nelson Rockefeller, one of the richest men in the world. It seemed only right to give the boy a good start. She thought it also had the advantage that it couldn’t be shortened, but she was wrong. Most of the boys in the scheme called him Nelly Skelly.”

 

 
Bernard MacLaverty (Belfast, 14 september 1942)
Cover

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Ivan Klima op dit blog.

Uit: Lovers for a Day (Vertaald door Gerald Turner)

'Well take good care of yourself
'Why don't you believe me?'
'Don't cause me grief, Kateřina.'
The door opens. The witch with the coffee pot lets out some of the pale blue light and typewriter din. Is that you, Kateřina — how are you — fine thanks — it suits you, every inch the young lady, where did you buy the skirt, and you're bigger than your Mum, come on show me, you really are — it's my hair that does it, I tease it.
'You're not up to something are you, Kateřina?'
'No, I'm not, really Mum.'
She has powdered the wrinkles round her eyes — for that slob, but what's she supposed to do, now that Daddy avoids her? 'No, really, Mum. It's lovely out.'
'What's up, Kateřina? You're being distant, somehow. Don't stay out late.'
'No, I won't.'
She says goodbye to the one-armed watchman. Outside it is bright and sunny and oddly deserted. The rush hour is over. He's probably just getting up. They get up late in student residences. If only I'd been able to study too. I'd have enjoyed it: preferably biology or literature. But those two would have had to keep me for the four years and 'where would they have found the money, those penniless pen-pushers? He has to pay for his tart and she has to keep her slob, if she's going to have any fun any more — I'd sooner hang myself.”

 

 
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2015.

De commentaren zijn gesloten.