03-09-16

Jacq Firmin Vogelaar, Fritz J. Raddatz, Eduardo Galeano, Alison Lurie, Sergej Dovlatov, Kiran Desai, Ernst Meister, Lino Wirag

 

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Het dubbelleven van een evenwichtskunstenaar. Kafka's dagboeken en zijn schrijverschap

“Max Brod heeft als eerste Kafka's schrijftalent herkend en gestimuleerd. Ook is hij degene geweest die voor publikatiemogelijkheden heeft gezorgd en uiteindelijk de drie romans, de overgebleven verhalen, dagboeken en brieven voor vernietiging heeft behoed, tegen de al tussen 1919 en 1922 in de onvruchtbare periode vóór Der Prozess neergeschreven wilsbeschikking van Kafka in, dat alle nietgepubliceerde geschriften ongelezen verbrand moesten worden. Zonder Brod zouden we nu hoogstwaarschijnlijk geen Kafka lezen. Dit neemt niet weg dat hij het werk belast heeft met een zware hypotheek aan interpretaties. Waarom de ene interpretatie beter en langer beklijft dan de andere zal altijd een vraag blijven, met overtuigingskracht heeft het weinig te maken. Wanneer de inhoud van een literair werk tot herkenbare termen kan worden herleid, zal dat veel lezers meer houvast bieden dan een benadering via de literaire techniek. Er is zelfs een karakterisering van Kafka's werk die van de plicht tot lezen ontslaat; het is dan voldoende te weten dat hij een voorspelling heeft geschreven van de wereld waarin wij nu leven.
Het werk van Kafka is alleen in existentiële termen te vertalen via het bijwerk van dagboeken, brieven en getuigenissen van anderen. De literaire teksten, toch overwegend grotesk en fantastisch, geven daartoe weinig gelegenheid. Brief an den Vater bijvoorbeeld (vreemd genoeg vertaald als Brief aan zijn vader) is nooit bedoeld geweest als literaire tekst. Het ironische gevolg hiervan is dan dat uitgerekend de man die vooral of zelfs uitsluitend schrijver wilde zijn, zoals de dagboeken overduidelijk aantonen, in de eerste plaats als persoon beoordeeld wordt. Hoe discreet hij ook was inzake zijn eigen persoon, hoezeer hij er zelfs naar gestreefd heeft als persoon te verdwijnen en in het schrijven op te gaan, juist die omzichtigheid heeft alle aandacht op het persoonlijk leven gevestigd. Over een aantal zaken wenste Kafka niet te schrijven - om wat voor reden dan ook. Niet de minste reden is geweest dat gevoelens volgens hem alleen dan schriftelijk mochten worden vastgelegd wanneer dat ‘met de grootste volledigheid tot in alle incidentele consequenties, evenals met absolute waarachtigheid, kan geschieden’ (Tagebücher, 12.1. 1911). Het niet-spreken is vaak voor verzwijgen aangezien. Datgene wat hij wel schreef is daarom als een soort geheimschrift uitgelegd dat de oplossing van de vermeende raadsels zou bevatten.”

 

 
Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)
Portret door Opland, 2014


 

De Duitse schrijver, criticus, columnist, essayist en biograaf Fritz J. Raddatz werd geboren op 3 september 1931 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Fritz J. Raddatz op dit blog.

Uit: Rilke

„War er eine Rose, die eine Rose im Knopfloch trug, ein «poetischer Kunstglasbläser und Zierathämmerer» (wie ein Kritiker ihn nannte) – oder ein strenger Wortmeißler, der seinem Credo «Dinge machen aus Angst» folgte? War er ein «überschminktes Frauenzimmer», wie sein Kollege Georg Heym ihn verspottete, und «ein bißchen dumm», was Gottfried Benn argwöhnte – oder war er ein formsüchtiger Kunstkenner, der ganz früh die Bedeutung von Thomas Mann, das Genie der Picasso und Cézanne erkannte, in Worten geradezu demütiger Ergriffenheit sich dem Schönen als Geschmackskategorie verweigerte, um das Gran Wahnsinn im Kunstwerk zu preisen? War er eine «mit großem Aufwand rotierende Bedeutsamkeitsmaschine», haltlos, beliebig, aus deren absichtlich Ungefährem «die großen Formeln herausrauschen» – oder ein sich Leben und Liebe Versagender, um jene Gedichte zu schaffen, deren bohrender Schmerz uns noch heute frieren macht? War er ein Feintäschler, wie das französische Wort Portefeuilleur eingedeutscht wurde; also ein Preziosenfabrikant, der seine kostbar zurechtgeschliffenen Diamanten in mit edlem Samt ausgeschlagenen Saffianschatullen feilbot – oder ein Sternenfänger, dessen unermeßlicher Hunger nach Licht eine in Finsternis darbende Welt heller machte? Selbst Lobpreisende wie Stefan Zweig sprachen von «erlauchter Goldschmiedekunst», und er selber erläuterte gelegentlich erlesene Begriffe wie «Rauten» mit dem Hinweis auf prachtprachtvoll angeordnete Brillanten, Perlen und Rubine.
Zeitgenossen priesen und höhnten ihn. Willy Haas, der eine Generation jüngere Prager, erzählt, weder er noch irgend jemand seiner Umgebung habe auch nur den geringsten Berührungspunkt mit Rilke gehabt, und alles, «was Rilke in seinem Werk und in seinem Leben getan hat, um irgendwelche uradelige Abstammung anzudeuten oder dem Leser zu suggerieren, ist etwas, was mir, und ich glaube uns allen, furchtbar auf die Nerven gegangen ist».
Der Schriftsteller Hans Egon Holthusen dagegen zählt die Duineser Elegien und die Sonette an Orpheus neben Valérys Charmes und dem Ulysses von James Joyce zu den maßgeblichen und horizontbildenden Meisterwerken der modernen Literatur; während eine seiner vertrauten Damen, die Fürstin Marie von Thurn und Taxis, Lyrikgeschenke mit einem «es ist Entzückendes darunter und alles ist reizend» wie Konfektpräsente quittiert – zum Hauptwerk der Elegien heißt es: «Das entzückende kleine Buch kommt zu Ihren anderen Manuscripten in dem kleinen chinesischen Möbel in der Bibliothek; eine Sienesische Madonna süß und verträumt hält darüber Wache.»

 

 
Fritz J. Raddatz (3 september 1931 - 26 februari 2015)
Cover 

 

 

De Uruguayaanse schrijver, essayist en journalist Eduardo Hughes Galeano werd geboren op 3 september 1940 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduardo Galeano op dit blog.

Uit: Open Veins of Latin America: Five Centuries of the Pillage of a Continent

 

The Nobodies

Fleas dream of buying themselves a dog, and nobodies dream of escaping
poverty: that one magical day good luck will suddenly rain down on
them---will rain down in buckets. But good luck doesn't rain down
yesterday, today, tomorrow, or ever. Good luck doesn't even fall in a
fine drizzle, no matter how hard the nobodies summon it, even if their
left hand is tickling, or if they begin the new day with their right
foot, or start the new year with a change of brooms.

The nobodies: nobody's children, owners of nothing. The nobodies: the
no ones, the nobodied, running like rabbits, dying through life,
screwed every which way.

Who are not, but could be.
Who don't speak languages, but dialects.
Who don't have religions, but superstitions.
Who don't create art, but handicrafts.
Who don't have culture, but folklore.
Who are not human beings, but human resources.
Who do not have faces, but arms.
Who do not have names, but numbers.
Who do not appear in the history of the world, but in the police
blotter of the local paper.
The nobodies, who are not worth the bullet that kills them.

 

 
Eduardo Galeano (3 september 1940 – 13 april 2015)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en literatuurwetenschapster Alison Lurie werd geboren op 3 september 1926 in Chicago, Illinois. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Alison Lurie op dit blog.

Uit:The Last Resort

“At three A.M. on a windy late-November night, Jenny Walker woke in her historic house in an historic New England town, and sensed from the slope of the mattress and the chill of the flowered percale sheets that Wilkie Walker, the world-famous writer and naturalist, was not in bed beside her.
Often now Jenny woke to this absence. The first time, after lying half awake for twenty minutes, she tiptoed downstairs and found her husband sitting in the kitchen with a mug of tea. Wilkie smiled briefly and replied to her questions that of course he was all right, that everything was all right. "Go back to bed, darling," he told her, and Jenny followed his instructions, just as she had done for a quarter century.
After that night she didn't go to look for him, but now and then she would mention his absence the next morning. Wilkie would say that he'd had a little indigestion and needed a glass of soda water, or wanted to write down an idea. There was no reason to be concerned about him, his tone implied. Indeed her concern was unwelcome, possibly even irritating.
But since the day they met, Jenny had been more concerned about Wilkie Walker than anyone or anything in the world. He had come into the University Housing Office at UCLA where she was working after graduation while she waited to see what would happen next in her life. It was a misty, hot summer morning when Wilkie appeared: the most interesting-looking older man Jenny had ever seen, with his broad height, his full explorer's mustache; his shock of blond-brown hair, steel-blue eyes, and sudden dazzling smile. Dazzled, she heard him ask about sabbatical sublets for the fall. He wanted somewhere quiet with a garden--he liked to work out of doors if he could, he explained--but he also hoped to be within a half-hour's walk of the university. Which no doubt wasn't possible, he added with another radiant smile.
But Jenny was able to assure him that she knew just the place. And two days later, while she was still dreaming of Wilkie's visit and wondering if she could get leave to audit his lectures, he reappeared to thank her and ask her to have lunch with him.”

 

 
Alison Lurie (Chigaco, 3 september 1926) Cover

 

 

De Russische schrijver Sergej Dovlatov werd geboren op 3 september 1941 in Ufa, in het zuiden van Rusland. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Sergej Dovlatov op dit blog.

Uit: Pushkin Hills (Vertaald door Katherine Dovlatov)

“No, really, are you unwell?”
“I drink too much... Would you like a beer?”
“Why do you drink?” she asked.
What could I say?
“It’s a secret,” I said, “a little mystery...”
“So you’ve decided to work at the museum?”
“Exactly.”
“I knew it right away.”
“Do I look like the literary type?”
“Mitrofanov was seeing you off. He’s an extremely learned
Pushkin scholar. Are you good friends?”
“I’m good friends,” I said, “with his bad side...”
“How do you mean?”
“Never mind.”
“You should read Gordin, Shchegolev,Tsyavlovskaya... Kern’s memoirs...” and one of the popular brochures on the dangers of alcohol.”
“You know, I’ve read so much about the dangers of alcohol that I decided to give it up... reading, that is.”
“You’re impossible to talk to.”

 

 
Sergej Dovlatov (3 september 1941 - 24 augustus 1990)
 

 

 

De Indische schrijfster Kiran Desai werd geboren op 3 september 1971 in New Dehli. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Kiran Desai op dit blog.

Uit: Hullabaloo In The Guava Orchard

„But Kulfi was not thinking of the baby in her belly like a little fish. She was thinking of fish themselves. Of fish in many forms. Of fish big enough and good enough to feed the hunger that had overtaken her in the past months like a wave. She thought of fish curries and fish kebabs. Of pomfret, bekti, ruhi. Of shoals of whiskered shrimp. Of chewy mussels. She thought of food abundant in all its many incarnations. Of fenugreek and camel milk, yam and corn. Mangoes and coconuts and custard apples. Mushrooms sprouting like umbrellas in the monsoon season. Nuts, wrinkled in their shells, brown-skinned, milky-fleshed.
The house was small for her big desire. She walked from the tiny blue bedroom to the kitchen thick with the smell of kerosene, around the table and chairs, up and down the balcony, down the stairs past the rooms of neighbors who shook their heads over her, then around the jamun tree in the middle of the courtyard.
'Oh dear, what is going to become of this woman?' said Lakshmiji, the Raipurs, the Bengali teacher, and all of the others when they looked out of their windows, when they gossiped at the tea stall or sat in each other's houses eating peanuts together. 'There was always something odd about her,' they said. 'You could tell this from the minute she entered Shahkot.'
Meal after meal of just rice and lentils could not begin to satisfy the hunger that grew inside Kulfi; she bribed the vegetable sellers and the fruit sellers and the butcher with squares of silk, with embroidery, a satin petticoat, an earring set in gold, a silver nutcracker, bits of her dowry that had not yet been pawned. She bribed them until they had nothing left to give her anyway. By then, her hunger was so fierce, it was like a big, prowling animal. In her mind, aubergines grew large and purple and crisp, and then, in a pan, turned tender and melting. Ladyfingers were flavored with tamarind and coriander. Chicken was stewed with cloves and cardomon. She thought of chopping and bubbling, of frying, slicing, stirring, grating.”

 

 
Kiran Desai (New Dehli, 3 september 1971)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Meister werd geboren op 3 september 1911 in Haspe. Zie ook alle tags voor Ernst Meister op dit blog.

Uit: Wandloser Raum

 

Und was
will diese Sonne
uns, was

Springt
aus enger Pforte
jener großen Glut?

Ich weiß
nichts Dunkleres
denn das Licht.

 

 

Spät in der Zeit
wirst du sagen,
du seist

ein Mensch gewesen.

Du sagst es nicht,
kannst es nicht sagen –
du sagst es jetzt.

 

 

O BLUMEN!
Hier auf dem
Balkon
seh ich euch stehen
im Sonnenlicht
das lösliche
Gewölbe.
Ihr andern auch
seid gegenwärtig.

 

 
Ernst Meister (3 september 1911 - 15 juni 1979)
Zelfportret, z.j.

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichter, schrijver en striptekenaar Lino Wirag werd geboren in 1983 in Pforzheim. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Lino Wirag op dit blog.

Uit: Vom Verschwinden der Satire im Literaturbetrieb

Am 20.10.06 verkündete die taz dann das »Satirewunder«: »In fast allen Tageszeitungen gibt es eine satirische Ecke, ursprünglich mal als Ausgleich und Ausklang zu den harten aktuellen Meldungen gedacht, mittlerweile mehr oder weniger gediegen und entwickelt.« Doch nicht nur das. Zwar schimpfte Jenni Zylka über den unkomischen »satirischen Monatsrückblick Ultimo« auf n-tv, pries dann aber die Sendung Extra 3 (NDR) und die Rubrik Toll! in Frontal 21 (ZDF) als herzeigbare Formate – unerwähnt blieben die Beiträge von Polylux (ARD).
Satirisches Fernsehen arbeitet mit den gleichen Mitteln wie die Printverwandtschaft – Übertreibung, Verzerrung, Umkehrung etc. –, vor allem aber mit dem Kontrast zwischen Bild- und Tonebene. Entweder setzt ein mokanter Off-Sprecher die gezeigten Bilder in einen neuen Zusammenhang, oder die Fernsehauftritte von Politikern werden neu »synchronisiert«. Auch die »Zuschauerverarsche« aus Verstehen Sie Spaß?-Zeiten erlebt neue Formen: In Polylux traktiert Carsten van Ryssen arglose Berliner mit kaum richtig zu beantwortenden Fragen (»Gehören Sie auch zum Prekariat?«)“.

 

 
Lino Wirag (Pforzheim, 1983)

De commentaren zijn gesloten.