23-07-16

Hubert Selby jr., Raymond Chandler, Matthias Spiegel, Tim Reus

 

De Amerikaanse schrijver Hubert Selby jr. werd op 23 juli 1928 in Brooklyn, New York geboren. Zie ook alle tags voor Hubert Selby jr. op dit blog en ook mijn blog van 23 juli 2010.

Uit: Requiem for a Dream

“There was a sky somewhere above the tops of the buildings, with stars and a moon and all the things there are in a sky, but they were content to think of the distant street lights as planets and stars. If the lights prevented you from seeing the heavens, then preform a little magic and change reality to fit the need. The street lights were now planets and stars and moon. ”
(…)

“I think thats one of the problems with the world today, nobody knows who they are. everyone is running around looking for an identity, or trying to borrow one, only they dont know it. they actually think they know who they are and hat they are? theyre just a bunch of schleppers...who have no idea what a search for personal truth and identity really is, which would be alright if they didn't get in your way, but they insist that they know everything and that if you dont live their way then youre not living properly and they want to take your space away...they actually want to somehow get into your space and live in it and change it or destroy it...they just cant believe that you know what you are doing and that you are happy and content with it. you see thats the problem right there. if they could see that then they wouldnt have to feel threatened and feel that they have to destroy you before you destroy them. they just cant get it through their philistine heads that you are happy where you are and dont want to have anything to do with them. my space is mine and thats enough for me.”

 

 
Hubert Selby jr. (23 juli 1928 – 26 april 2004)


 

De Amerikaanse schrijver Raymond Thornton Chandler werd geboren in Chicago op 23 juli 1888. Zie ook alle tags voor Raymond Chandler op dit blog en ook mijn blog van 23 juli 2010.

Uit: The Big Sleep

“She was twenty or so, small and delicately put together, but she looked durable. She wore pale blue slacks and they looked well on her. She walked as if she were floating. Her hair was a fine tawny wave cut much shorter than the current fashion of pageboy tresses curled in at the bottom. Her eyes were slategray, and had almost no expression when they looked at me. She came over near me and smiled with her mouth and she had little sharp predatory teeth, as white as fresh orange pits and as shiny as porcelain. They glistened between her thin too taut lips. Her face lacked color and didn’t look too healthy.
“Tall, aren’t you?” she said.
“I didn’t mean to be.”
Her eyes rounded. She was puzzled. She was thinking. I could see, even on that short acquaintance, that thinking was always going to be a bother to her.
“Handsome too,” she said. “And I bet you know it.” I grunted.
“What’s your name?”
“Reilly,” I said. “Doghouse Reilly.”
“That’s a funny name.” She bit her lip and turned her head a little and looked at me along her eyes. Then she lowered her lashes until they almost cuddled her cheeks and slowly raised them again, like a theater curtain. I was to get to know that trick. That was supposed to make me roll over on my back with all four paws in the air.
“Are you a prizefighter?” she asked, when I didn’t.
“Not exactly. I’m a sleuth.”
“A-a-“ She tossed her head angrily, and the rich color of it glistened in the rather dim light of the big hall. “You’re making fun of me.”
“Uh-uh.”
“What?”
“Get on with you,” I said. “You heard me.”

 

 
Raymond Chandler (23 juli 1888 – 26 maart 1959)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Duitse schrijver Matthias Spiegel werd geboren in 1970 in Bad Dürkheim/ Pfalz en woont tegenwoordig in Kaiserslautern. Zie ook alle tags voor Matthiias Spiegel op dit blog.

Uit: Die Klette

„Es gab ein Gezeter. Die Kinder flüchteten vor ihren wütenden Müttern ins Meer bis diese sich wieder beruhigten. Ich setzte mich in den Sand, genoss die Brise und sah hinaus aufs Meer. Die Wellen kräuselten sich. Weit draußen tanzten winzige Fischerboote auf den Schaumkronen. Ernesto setzte sich neben mich. Er hatte seine Haare mit Pomade niedergerungen. Sie waren flach wie eine Diskusscheibe. Ich hob den Kopf und erkannte nun die Aufschrift auf seinem T-Shirt: Coca-Cola. Der Schriftzug löste sich in der gleißenden Sonne auf wie ein verschnörkelter Blitz aus heiterem Rot.
"Da drüben, sehen Sie, das ist die Avenida Jesus Menendez. Waren Sie schon in der Zigarren-Fabrik?" Er deutete auf eine sandfarbene Halle, deren Wellblechdach wie Lametta in der Mittagssonne glitzerte. "Die Zigarren werden von Hand gerollt. Ich kenne den Vorarbeiter. Ein schrecklich netter Kerl, ehrlich. Also, wenn Sie wollen, dann zeige ich Ihnen die Fabrik."
Ernesto ging mir auf die Nerven. Ich sagte ihm, er solle mich in Ruhe lassen. Meine Worte prallten ab wie an einer Betonmauer. Er redete und redete. Streute Jahreszahlen und Anekdoten ein, um zu beweisen, dass er ein guter Führer war. Irgendwann hatte ich genug, stand auf, und stürzte mich in das Häuserlabyrinth Santiagos. Die Straßen sahen alle gleich aus. Einige wenige waren beschildert. Ihre Namen sagten mir nichts. Ich hatte keinen Stadtplan, aber genug Stolz, um auf Ernestos Hilfe zu verzichten. Er folgte mir noch immer. In der Nachmittagssonne verschmolzen unsere Silhouetten zu einem einzigen langen Schatten.“

 

 
Matthias Spiegel (Bad Dürkheim,1970)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Tim Reus werd geboren in 1990 in Enkhuizen. Zie ook alle tags voor Tim Reus op dit blog.

Uit: Op bezoek bij het ravijn (Blog)

“Ik loop terug de heuvel op. Het bruine gras trekt aan m’n broek en snijdt in m’n enkels. Over de top van de heuvel loopt een klinkerweggetje. De auto staat te bakken in de zon nu de schaduw van de struiken van hem af gegleden is. Soms vergeet ik hoe lang ik hier al ben.
Als ik nu omkijk naar de boom, zit er orde in de chaos. De takken vormen een drakenkop en de schaduwen eronder zijn de vlammen die hij uitspuwt. De wind ruist door de takken als zachte muziek. Lege muziek. Muziek over het ravijn en de schilderingen, over sluitende deuren en zoektochten naar zin. Als ik nog verder loop, zijn de takken ook m’n handen, met een Nintendo-controller. Vanaf hier lijkt het alsof de boom al aan de overkant is. De bladeren aaien het gras.
Bij de auto ligt een blaadje op de grond. Die moet uit het openstaande raam zijn gewaaid. De raarste dingen kunnen ineens alles in perspectief zetten. En des te minder je het verwacht, des te harder het aankomt. Natuurlijk is m’n leven momenteel niet ideaal, maar ik heb slechtere tijden gehad. Ondanks alles is het nog steeds een goed jaar. Ik ken m’n muziek weer.
Ik vouw een vliegtuigje van het blaadje en gooi hem richting het ravijn. Hij glijdt er op de wind naartoe. Hij landt vlak aan de rand, in een hoopje modder. Er schiet een wit stengeltje omhoog. Nog een boom om het ravijn te dichten. Ooit zal hij dicht zijn, denk ik.
Ik stap weer in de auto. Ooit zal het ravijn hier dicht zijn, maar nu is hij nog open. Ik zal nog vaak terugkomen.”

 

 
Tim Reus (Enkhuizen, 1990)

De commentaren zijn gesloten.