30-06-16

Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Juli Zeh, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Avond

Voor maansopgang is er een moment van lage wolken,
volmaakt onbeweeglijk op de lijn van de zee:
abrikoosachtig doorschijnend met een scherpe krans van as
verdonkert, dooft en koelt het af tot grijzig vermiljoen.

Wie ziet dit? Hij die niet meer weet of hij bestaat.
Hij zet stappen op het strand, hij wil niet vergeten.
Vergeefs! Hij is even onherroepelijk als de wolken.
Longen, lever, seks, dat ben ik niet, is niet van mij.

Maskers, pruiken, cothurnen, kom hier bij mij!
Maak een ander van me, zet mij op een hel toneel,
zodat ik een ogenblik geloven kan dat ik besta!
O hymne, o poëem, o melopee,

zing met mijn mond, verstom je, dan ben ik verloren!
En zo zinkt hij langzaam diep de nacht in,
Oceanus. Niet langer hier gehouden
door zonsopgang of het opgaan van de maan.

 

 

Op mijn achtentachtigste verjaardag

Een stad wemelend van overdekte passages,
smalle pleintjes en arcaden,
terrasgewijs afdalend naar de baai.

En ik, starend naar het jonge schoon,
lichamelijk en onbestendig,
naar zijn dansende bewegen tussen oude stenen.

De kleuren van de jurken naar de zomermode,
het getik van schoentjes op de eeuwenoude tegels
verheugen mij door het ritueel van de terugkeer.

Het bezoeken van kathedralen en vestingtorens
heb ik lang geleden achter me gelaten,
Ik ben als hij die ziet, maar zelf niet voorbijgaat,
ondanks grijs haar en ouderdomskwalen een luchtgeest.

Gered, want de eeuwige en goddelijke verwondering zijn met hem.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

Au politicien

Qui es-tu l’homme — assassin ou héros
Toi, que la nuit a élevé pour l’action.
Entre tes mains le sort du vieillard et de l’enfant
Et ton visage dissimulé
Tel un golem face au monde

Réduiras-tu en cendres la ville ou la patrie ?
Attends ! Tremble dans ton coeur ! Ne t’en lave pas les mains !
Ne cède pas le verdict à l’histoire non accomplie !
À toi le glaive et à toi la balance.
Par dessus le soucis des hommes, l’espoir et la colère
Tu sauves ou tu perds
La république.

Tu es bon et parfois parmi les tiens
Tu caresses la tête claire des enfants
Mais si un million de familles te maudissent ?
Gare à toi ! Que restera-t-il de tes bonnes journées ?
Que restera-t-il de tes discours vigoureux ?
L’obscurité arrive.

Dans ta main humaine, o combien humaine,
Des villes bruyantes, et des champs, des mines et des navires.
Regarde. T a ligne de vie passera par ici.
Trois fois béni
Trois fois maudit
Souverain du bien
Ou souverain du mal.

 

Vertaald door Vladimir Krysinski

 

 
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

29-06-16

Maarten Asscher, Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis

 

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Oscar Wilde in Griekenland

“Onder de schrijvers, schilders en estheten van het Londense fin-de-siècle was Oscar Wilde wel een van de meest Griekse. Al wat Grieks was belichaamde voor hem een streven naar schoonheid, dat hem gedurende zijn gehele leven als dichter, prozaïst, essayist en in mindere mate ook als toneelschrijver voor ogen heeft gestaan. Het woord ‘Greek’ alleen al was voor hem de overtreffende trap van ‘beautiful’ en hij koppelde het, uit een dichterlijke aandrift tot alliteratie, bij voorkeur aan ‘gracious’ en ‘graceful’. Hoewel in zijn latere leven ‘pleasure’ de overhand kreeg boven ‘beauty’, hetgeen overigens nauwelijks minder Grieks genoemd kan worden, en hij zijn priesterschap van het esthetendom verloor, heeft de ‘Greek Spirit’ hem nooit verlaten. Deze ‘Greek Spirit’ was een vrij amorfe levensfilosofie, die zijn voornaamste houvast vond in Wilde's grote bewondering voor en kennis van de Griekse cultuur en literatuur. Bij Oscar Wilde diende deze ‘Spirit’ als een zintuig voor alle kunsten en voor schoonheid in het algemeen. Of het nu ging om het Symposion van Plato of het geheim van Botticelli, om de sonnetten van Shakespeare of om de werken van Praxiteles, dit alles had in zijn ogen slechts waardevoor hen die de kunst tot maat van alle dingen maken en die zich de schoonheid stellen tot alles regerend principe.
Men heeft zijn ‘esthetische’ houding wel afgedaan als een nogal geposeerde belangstelling voor vage schoonheidsidealen. Maar vooral uit het dichterlijke en het essayistische werk van Oscar Wilde, uit zijn brieven en in het algemeen uit zijn levenskunst - die men als zijn chef d'oeuvre zou kunnen beschou wen - blijkt een grondige en welbespraakte bekendheid met de klassieke Griekse literatuur en een groot gevoel voor de eeuwigheidswaarden die uit de Helleense cultuur kunnen worden geput.
Zijn beheersing van de Griekse taal was voortreffelijk. Een aantal van zijn berijmde vertalingen, fragmenten uit tragedies van Euripides en Aischylos en uit de Wolken van Aristophanes, is bewaard gebleven. In zijn bundel Poems uit 1881 hoort men niet zelden een verre echo van Sappho, Theokritos of Homeros, terwijl verschillende van zijn gedichten een titel of motto dragen, ontleend aan een van zijn grote klassieke voorbeelden.”

 

 
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

Lees meer...

Thomas Frahm

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Hij woont sinds de vroege jaren 2000 in Bulgarije. Thomas Frahm studeerde geografie, stedenbouw en filosofie aan de universiteit van Bonn. Zijn eerste poëziebundels werden gepubliceerd in 1987 en 1991 bij de Verlag Irene Kuron, een uitgeverij van wetenschappelijke en culturele publicaties in Bonn. Frahm begon rond 1993 in Sankt Augustin bij Bonn een uitgeverij, de Avlos-Verlag. De kleine uitgeverij richt zich in het bijzonder op interculturele literatuur (migranten literatuur), literaire werken van schrijvers en dichters uit de Balkan, met name Bulgarije, evenals "regionale literatuur" uit de regio Niederrhein. Sinds 2000 werkt Frahm als freelance schrijver. Hij publiceert verhalen, essays en poëzie. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Beim Warten

Mit welchem Durst du jagst
zu deinen ungezählten Treffen,
als wäre ich ein ausgetrocknet Brot,
bei dessen Anblick du sofort nach Wasser fragst −

Mit welcher Gier du auswärts isst
(als wäre ich der Inbegriff von Hungertod),
derweil die Straßenköter schon wie Wölfe kläffen
und meine Seele die Sekunden misst −

 

 

Zweiter Frühling

Der grüne Ausschlag, den man Frühling nennt.
Das Leben, das in allen Knospen brennt.
Die Ströme, die in müde Knochen fließen.
Die Wünsche, die dir in die Zellen schießen.

Das alte Brot, das du nun nicht mehr isst.
Das Wintergrau, das unwirsch du vergisst.
Das Warten, das sich zur Erwartung wandelt.
Das Kommende, das einfach an dir handelt.

 

 

 
Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: thomas frahm, romenu |  Facebook |

28-06-16

Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Luigi Pirandello, Jean Jacques Rousseau, Anton van Wilderode

 

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Florian Zeller op dit blog.Uit:Climax (Vertaald door William Rodarmor)

Uit:Climax (Vertaald door William Rodarmor)

“You looked distracted,” she said a little later. Feigning surprise, he put on a smile, as if to indicate that she was wrong: No, no, of course not. After all, he couldn’t very well admit to her that he had imagined the three of them in bed together, and that in his fantasy the third person looked like Sofia, the young Polish woman she’d introduced him to a few days before.
This wasn’t the first time that he’d fantasized about other women while making love to Pauline. (He would close his eyes, as if afraid of being caught in the act of infidelity, and let the film play under his eyelids.) Besides, he probably wasn’t the only person ever to seek fresh stimulation in more or less fictional images. He vividly remembered the period when the world was excitement without release (those long years of adolescence when he looked at girls but couldn’t approach them), but now he dreaded the reverse, to be locked in a world of release without excitement (being in a couple).
After two years of living together, he sometimes wondered if he and Pauline had reached the frontier of that peacefully settled world. No wonder his fantasy life was coming to the rescue of his daily lot. On the other hand, that he would include Pauline in the script was surprising. For better or for worse, she incarnated the antithesis of debauchery for him.
He asked himself the question somberly that morning, while making coffee: would he like to go to bed with Pauline and another woman? The idea, which had excited him a moment earlier, now seemed unpleasant and crude.
Here, a parallel with the Polish plumber must be drawn.
For the previous month, an anti-European PR campaign in all the French media had been stigmatizing the Polish plumber, making him symbolically responsible for unemployment in France. How could you fight him? He worked hard and cost much less. It was scandalous! It was unfair competition! Remember, the European Union had been built around the Franco-German couple. These were two countries who felt powerful, and by and large they got along pretty well. But weren’t they taking a fatal risk, it was suggested, by blindly rushing into the endless process of enlarging the European Union?
Let’s be even more concrete: if France and Germany welcome Poland into their bed, should they be surprised if Poland, which has a talent for plumbing, upsets their mutual balance?”

 

 
Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

Lees meer...

27-06-16

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse, João Guimarães Rosa

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Miss Rosie

when I watch you
wrapped up like garbage
sitting, surrounded by the smell
of too old potato peels
or
when I watch you
in your old man's shoes
with the little toe cut out
sitting, waiting for your mind
like next week's grocery
I say
when I watch you
you wet brown bag of a woman
who used to be the best looking gal in Georgia
used to be called the Georgia Rose
I stand up
through your destruction
I stand up

 

 

Wishes For Sons

i wish them cramps.
i wish them a strange town
and the last tampon.
I wish them no 7-11.

i wish them one week early
and wearing a white skirt.
i wish them one week late.

later i wish them hot flashes
and clots like you
wouldn't believe. let the
flashes come when they
meet someone special.
let the clots come
when they want to.

let them think they have accepted
arrogance in the universe,
then bring them to gynecologists
not unlike themselves.

 

 
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

Lees meer...

Teju Cole

 

De Nigeriaans-Amerikaanse schrijver, fotograaf en kunsthistoricus Teju Cole werd geboren op 27 juni 1975 in Kalamazoo, Michigan. Cole en zijn moeder keerden kort na zijn geboorte terug naar Lagos, Nigeria, waar zijn vader zich na het behalen van zijn MBA aan de Western Michigan University bij hen voegde. Cole ging op 17-jarige leeftijd terug naar de VS om een jaar lang te studeren aan de Western Michigan University, waarna hij overstapte naar Kalamazoo College, waar hij in 1996 zijn bachelor behaalde. Een studie medicijnen aan de Universiteit van Michigan gaf hij op om zichin te schrijven voor een programma Afrikaanse kunstgeschiedenis aan de School of Oriental and African Studies en uiteindelijk behaalde hij een doctoraat in de kunstgeschiedenis aan de Columbia University. Cole schreef drie boeken: een novelle: “Every Day is for the Thief”, een roman, Open City en een verzameling van meer dan 40 essays: “Known and Strange Things”, gepubliceerd in 2016. Van juni tot november 2014 was hij 'writer in residence' van de Literaturhaus Zürich en de PWG Foundation in Zurich. “Open City” werd vertaald in tien talen en over het algemeen door de critici positief ontvangen. Cole levert regelmatig bijdragen aan The New York Times, Qarrtsiluni, Granta, The New Yorker, Transition, The New Inquiry, en A Public Space en hij is fotografie criticus van New York Times Magazine.

Uit: Open City

“And so when I began to go on evening walks last fall, I found Morningside Heights an easy place from which to set out into the city. The path that drops down from the Cathedral of St. John the Divine and crosses Morningside Park is only fifteen minutes from Central Park. In the other direction, going west, it is some ten minutes to Sakura Park, and walking northward from there brings you toward Harlem, along the Hudson, though traffic makes the river on the other side of the trees inaudible. These walks, a counterpoint to my busy days at the hospital, steadily lengthened, taking me farther and farther afield each time, so that I often found myself at quite a distance from home late at night, and was compelled to return home by subway. In this way, at the beginning of the final year of my psychiatry fellowship, New York City worked itself into my life at walking pace.
Not long before this aimless wandering began, I had fallen into the habit of watching bird migrations from my apartment, and I wonder now if the two are connected. On the days when I was home early enough from the hospital, I used to look out the window like someone taking auspices, hoping to see the miracle of natural immigration. Each time I caught sight of geese swooping in formation across the sky, I wondered how our life below might look from their perspective, and imagined that, were they ever to indulge in such speculation, the high-rises might seem to them like firs massed in a grove. Often, as I searched the sky, all I saw was rain, or the faint contrail of an airplane bisecting the window, and I doubted in some part of myself whether these birds, with their dark wings and throats, their pale bodies and tireless little hearts, really did exist. So amazed was I by them that I couldn’t trust my memory when they weren’t there.
Pigeons flew by from time to time, as did sparrows, wrens, orioles, tanagers, and swifts, though it was almost impossible to identify the birds from the tiny, solitary, and mostly colorless specks I saw fizzing across the sky. While I waited for the rare squadrons of geese, I would sometimes listen to the radio. I generally avoided American stations, which had too many commercials for my taste — Beethoven followed by ski jackets, Wagner after artisanal cheese — instead tuning to Internet stations from Canada, Germany, or the Netherlands. And though I often couldn’t understand the announcers, my comprehension of their languages being poor, the programming always met my evening mood with great exactness. Much of the music was familiar, as I had by this point been an avid listener to classical radio for more than fourteen years, but some of it was new. There were also rare moments of astonishment, like the first time I heard, on a station broadcasting from Hamburg, a bewitching piece for orchestra and alto solo by Shchedrin (or perhaps it was Ysaÿe) which, to this day, I have been unable to identify.

 

 
Teju Cole (Kalamazoo, 27 juni 1975)

17:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: teju cole, romenu |  Facebook |

Frank O'Hara

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en kunstcriticus Francis Russell "Frank" O'Hara werd geboren op 27 juni 1926 in Baltimore als zoon van Russell Joseph O'Hara en Katherine (née Broderick) en groeide op in Grafton, Massachusetts. Hij bezocht de St. John's High School. Eigenlijk was hij geboren in maart, maar zijn ouders hadden zijn ware geboortedatum veranderd omdat hij verwekt werd buiten het huwelijk. Hij studeerde piano aan het New England Conservatory in Boston in de jaren 1941-1944 en diende in de Stille Zuidzee en Japan op de destroyer USS Nicholas tijdens WO II. Met de financiële middelen die voor veteranen ter beschikking werden gesteld ging hij naar Harvard University, waar de kunstenaar en schrijver Edward Gorey zijn kamergenoot was. O'Hara werd sterk beïnvloed door de beeldende kunst en hedendaagse muziek, die zijn eerste liefde was (hij bleef zijn hele leven een goede pianist). Zijn favoriete dichters waren Pierre Reverdy, Arthur Rimbaud, Stéphane Mallarmé, Boris Pasternak en Vladimir Majakovski. Op Harvard ontmoette O'Hara John Ashbery en begon hij met het publiceren van gedichten in de Harvard Advocate. Ondanks zijn liefde voor muziek veranderde O'Hara zijn hoofdvak en hij studeerde af in 1950 met een graad in Engels. Daarna bezocht hij de Universiteit van Michigan in Ann Arbor. In Michigan won hij een Hopwood Award en behaalde hij zijn MA in Engelse literatuur in 1951. In de herfst verhuisde O'Hara naar een appartement in New York City met Joe LeSueur, die zijn kamergenoot en soms minnaar zou zijn voor de komende 11 jaar. Het was in deze tijd dat hij begon les te geven aanThe New School. O'Hara was actief in de kunstwereld, werkte als recensent voor ARTnews, en in 1960 was hij assistent-conservator expositie schilderijen en beeldhouwwerken van het Museum of Modern Art. Hij was ook bevriend met de kunstenaars Willem de Kooning, Norman Bluhm, Larry Rivers en Joan Mitchell. In de vroege ochtenduren van 24 juli 1966, werd O'Hara aangereden door een jeep op het strand Fire Island. Hij stierf de volgende dag aan een gescheurde lever. Zijn poëzie toont de invloed van abstract expressionisme, surrealisme, de Russische poëzie en dichters van het Franse symbolisme en door William Carlos Williams. O’Hara wordt beschouwd als een leidende figuur in de New York School-een informele groep van kunstenaars, schrijvers en muzikanten die inspiratie putte uit jazz, surrealisme, abstract expressionisme, action painting en hedendaagse avant-gardistische kunststromingen.

 

 

Why I Am Not A Painter

I am not a painter, I am a poet.
Why? I think I would rather be
a painter, but I am not. Well,

for instance, Mike Goldberg
is starting a painting. I drop in.
"Sit down and have a drink" he
says. I drink; we drink. I look
up. "You have SARDINES in it."
"Yes, it needed something there."
"Oh." I go and the days go by
and I drop in again. The painting
is going on, and I go, and the days
go by. I drop in. The painting is
finished. "Where's SARDINES?"
All that's left is just
letters, "It was too much," Mike says.

But me? One day I am thinking of
a color: orange. I write a line
about orange. Pretty soon it is a
whole page of words, not lines.
Then another page. There should be
so much more, not of orange, of
words, of how terrible orange is
and life. Days go by. It is even in
prose, I am a real poet. My poem
is finished and I haven't mentioned
orange yet. It's twelve poems, I call
it ORANGES. And one day in a gallery
I see Mike's painting, called SARDINES.

 

 

Homosexuality

So we are taking off our masks, are we, and keeping
our mouths shut? as if we'd been pierced by a glance!

The song of an old cow is not more full of judgment
than the vapors which escape one's soul when one is sick;

so I pull the shadows around me like a puff
and crinkle my eyes as if at the most exquisite moment

of a very long opera, and then we are off!
without reproach and without hope that our delicate feet

will touch the earth again, let alone "very soon."
It is the law of my own voice I shall investigate.

I start like ice, my finger to my ear, my ear
to my heart, that proud cur at the garbage can

in the rain. It's wonderful to admire oneself
with complete candor, tallying up the merits of each

of the latrines. 14th Street is drunken and credulous,
53 rd tries to tremble but is too at rest. The good

love a park and the inept a railway station,
and there are the divine ones who drag themselves up

and down the lengthening shadow of an Abyssinian head
in the dust, trailing their long elegant heels of hot air

crying to confuse the brave "It's a summer day,
and I want to be wanted more than anything else in the world."

 

 
Frank O'Hara (27 juni 1926 - 25 juli 1966)

Bewaren

17:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frank o'hara, romenu |  Facebook |

26-06-16

Aimé Césaire, Jacqueline van der Waals, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck

 

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Zie ook alle tags voor Aimé Césaire op dit blog.

 

The Woman and the Flame

A bit of light that descends the springhead of a gaze
twin shadow of the eyelash and the rainbow on a face
and round about
who goes there angelically
ambling
Woman the current weather
the current weather matters little to me
my life is always ahead of a hurricane
you are the morning that swoops down on the lamp a night stone
   between its teeth
you are the passage of seabirds as well
you who are the wind through the salty ipomeas of consciousness
insinuating yourself from another world
Woman
you are a dragon whose lovely color is dispersed and darkens so
   as to constitute the
inevitable tenor of things
I am used to brush fires
I am used to ashen bush rats and the bronze ibis of the flame
Woman binder of the foresail gorgeous ghost
helmet of algae of eucalyptus
                             dawn isn’t it
                             and in the abandon of the ribbands
                             very savory swimmer

 

Vertaald door Clayton Eshleman

 

 

Mississipi

Too bad for you men who don’t notice that my eyes remember
slings and black flags
which murder with each blink of my Mississipi lashes

Too bad for you men who do not see who do not see anything
not even the gorgeous railway signals formed under my eyelids by the black and red discs
of the coral snake that my munificence coils in my Mississipi tears

Too bad for you men who do not see that in the depth of the reticule where chance has
deposited our Mississipi eyes

there waits a buffalo sunk to the very hilt of the swamp’s eyes
Too bad for you men who do not see that you cannot stop me from building to his fill

egg-headed islands of flagrant sky
under the calm ferocity of the immense geranium of our sun.

 

Vertaald door Clayton Eshleman en A. James Arnold

 

 
Aimé Césaire (26 juni 1913 – 17 april 2008)
Muurschildering in Bagnolet, Frankrijk

Lees meer...

Stefan Andres, Martin Andersen-Nexø, Branwell Brontë, Bankim Chandra Chatterjee, Sunthorn Phu, Sidney Howard

 

Duitse schrijver Stefan Andres werd geboren op 26 juni 1906 in Breitwies bij Trier. Zie ook alle tags voor Stefan Andres op dit blog.

Uit: Wir sind Utopia

“Die enge, düstere Gassenrinne fuhr der Wagen langsam dahin, wiewohl kein Mensch, weder Zivilist noch Soldat, ihm begegnete. Auf dem weiten, gleißenden Platz nahm er die Kehre, und im Schatten vor der Freitreppe der in ihrem starrenden Prunk unfreudig wirkenden Barockfassade des Karmeliterklosters stand er dann still.
Unter der Pforte erschien auf das groblässige Signal des Wagens hin ein Offizier, von einem Sergeanten und einem Soldaten begleitet, welche die Ankömmlinge mit düster gleichmütigen Blicken empfingen.
Die sechs Bajonette sprangen sofort auf das Pflaster, ein Kommando schnarrte, und die Lehmgestalten erhoben sich mühsam, traten ein paarmal hin und her und sprangen ebenfalls, nachdem sie die eingeschlafenen Füße zuvor möglichst tief hatten herabkommen lassen, vorsichtig auf das Pflaster.
Es waren über zwanzig Gefangene, die im Karmeliterkloster untergebracht werden sollten. Seine Geräumigkeit und vergitterten Fenster machten den Bau für seine neue Bestimmung noch geeigneter; zudem lag das Kloster mit der Hinterfront an der Stadtmauer, und da ging es aus den Fenstern des ersten Stockes über fünfzehn Meter tief jäh hinunter. Das war ein weiterer Vorteil für die Wachhabenden, denn das etwa zweihundert Gefangene beherbergende Lager konnte so mit einer schwachen Besatzung auskommen, die in der Tat nur aus einem Leutnant, einem Sergeanten und zwei Soldaten bestand.
Freilich lagen in der Stadt noch einige Fliegerabwehrbatterien und leichte Kraftfahrverbände, die auf den Einsatz warteten.“

 

 
Stefan Andres (26 juni 1906 - 29 juni 1970)

Lees meer...

25-06-16

Yann Martel, Rob van Essen, Michel Tremblay, Nicholas Mosley, Ingeborg Bachmann, Arseny Tarkovsky, George Orwell

 

De Canadese schrijver Yann Martel werd op 25 juni 1963 geboren in Salamanca. Zie ook alle tags voor Yann Martel op dit blog.

Uit: Life of Pi

“My brother Ravi once told me that when Mamaji was born he didn't want to give up on breathing water and so the doctor, to save his life, had to take him by the feet and swing him above his head round and round.
“It did the trick!” said Ravi, wildly spinning his hand above his head. “He coughed out water and started breathing air, but it forced all his flesh and blood to his upper body. That's why his chest is so thick and his legs are so skinny.”
I believed him. (Ravi was a merciless teaser. The first time he called Mamaji “Mr. Push” to my face I left a banana peel in his bed.)
Even in his sixties, when he was a little stooped and a lifetime of counter-obstetric gravity had begun to nudge his flesh downwards, Mamaji swam thirty lengths every morning at the pool of the Aurobindo Ashram.

 

 
Scene uit de film “Life of Pi” uit 2012

 

He tried to teach my parents to swim, but he never got them to go beyond wading up to their knees at the beach and making ludicrous round motions with their arms, which, if they were practising the breaststroke, made them look as if they were walking through a jungle, spreading the tall grass ahead of them, or, if it was the front crawl, as ifthey were running down a hill and flailing their arms so as not to fall. Ravi was just as unenthusiastic.
Mamaji had to wait until I came into the picture to find a willing disciple. The day I came of swimming age, which, to Mother's distress, Mamaji claimed was seven, he brought me down to the beach, spread his arms seaward and said, “This is my gift to you.”
“And then he nearly drowned you," claimed Mother.“

 

 
Yann Martel (Salamanca, 25 juni 1963)

Lees meer...

Claude Seignolle, Larry Kramer, Ariel Gore, Heinrich Seidel, Hans Marchwitza, Georges Courteline, Friederike Kempner

 

De Franse schrijver Claude Seignolle werd geboren op 25 juni 1917 in Périgueux. Zie ook alle tags voor Claude Seignrolle op dit blog.

Uit: L'Auberge du Larzac

"J'appelai et tapai du poing sur une table bancale qui faillit s'effondrer sous mes coups. L'aubergiste devait être au cellier ou dans une des chambres de l'étage. Mais, malgré mon tapage, on ne se montra pas. J'étais seul, tressaillant d'attente, devant un âtre vide inutilisé depuis bien longtemps, à en juger par les toiles d'araignées qui bouchaient la cheminée. Quant à la longue chandelle, allumée depuis peu, et soudée à une étagère, sa présence, au lieu de me rassurer, me remplit plus d'inquiétude que si je n'avais trouvé en cet endroit que la nuit et l'abandon.
Je cherchai un flacon d'eau-de-vie afin de me réconforter et chasser la crainte qui me retenait d'aller visiter les autres pièces de cette étrange auberge. Mais les bouteilles qui gisaient là, poussiéreuses, avaient depuis longtemps rendu l'âme. Toutes, de formes anciennes, étaient vides, les années assoiffées ayant effacé jusqu'aux traces des boissons qu'elles avaient contenues.
Tout était si singulier qu'attentif au moindre bruit, je me questionnai sur l'étrangeté des lieux. Du bois sec traînait. Je le rassemblai dans le foyer, sur un lit d'herbes sèches trouvées sans peine, et, frottant mon briquet épargné par la pluie, j'en tirai des flammes rassurantes.
Rencogné près de la cheminée, je me tendis à la chaleur, bien décidé à brûler le mobilier pour garder jusqu'à l'aube cette réconfortante compagnie. Les bouffées de résine me furent aussi revigorantes que des goulées d'alcool pur, mais, pensant à la perte de ma jument, je fus pris de tristesse, ne comptant plus que sur son instinct de bête pour qu'elle me revînt.
Tout à coup un insidieux frisson me traversa, semblable à celui ressenti dehors et qui m'avait chassé jusqu'ici. "On" se trouvait à nouveau là, tout proche !
Les murs avaient beau me protéger de trois côtés ; éclairé par le foyer craquant, j'étais visible et vulnérable. On pouvait m'atteindre de face, en tirant de loin, à plomb. Je me dressai, les muscles prêts à une nouvelle fuite.
Mais mon anxiété fit place à une vive angoisse qui m'oppressa jusqu'à m'étouffer. Maintenant "on" entourait l'auberge et, impitoyables dans leurs mystérieux desseins, d'invisibles regards, que je percevais, me fixaient par la fenêtre sans volets. "On" était attentif à ma personne et cela avec une telle violence que je suais, subitement terrifié. »

 

 
Claude Seignolle (Périgueux, 25 juni 1917)
Cover

Lees meer...

24-06-16

Ernesto Sabato, Wilfred Smit, Yves Bonnefoy, Scott Oden, John Ciardi, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs, Josse Kok

 

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss))

« Beneath his harshness, my father hid a more vulnerable side, a candid and generous heart. He had an amazing esthetic sense, and when the family moved to La Plata, he designed our house. Late in life, I became aware of his passion for plants, which he cared for with a tenderness that I had not seen before in his dealings with people. I have never known him to go back on his word, and with age, I was able to admire his fidelity to his friends. As in the case of Don Santiago, the town tailor who became ill with tuberculosis. When Doctor Helguera informed him that his only hope was to move to the mountains in Córdoba, my father accompanied him there in one of those tiny railway cabins in which contagion seemed guaranteed.
I always remember this attitude. It was an expression of his devotion for friendship, which I was only able to appreciate years after his death. Life can sometimes appear to be a long series of missed opportunities. One day, it was too late to tell him that we loved him despite everything and to thank him for his efforts to warn us of the inevitable misfortunes of life; these misfortunes teach us important lessons.
Not all my memories of my father are terrible; I remember with nostalgia some joys, like the evenings when I would sit on his knees and he would sing the songs from his home, or when, in the afternoon, after his card game at the Social Club, he would bring me a box of Mentolina, the mints that we all liked so much.
Unfortunately, he is gone now, and some fundamental things between us have remained unsaid. When love can no longer be expressed, and the old wounds are left untended, we discover the ultimate solitude: that of the lover without his beloved, the child without his parents, the father without his children.
Many years ago I went to that town, Paola de San Francesco, where my father fell in love with my mother. I caught a glimpse of his childhood in that eternally longed-for place, facing the Mediterranean, and my eyes clouded over."

 


Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

Lees meer...

23-06-16

David Leavitt, Rafik Shami, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Richard Bach, Anna Achmatova, Hanneke van Eijken

 

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: The Two Hotel Francforts

“So that was how we came to be at the Suica that morning-the Suica, the café that, of all the cafés in Lisbon, we foreigners had chosen to colonize. We were sitting outdoors, having breakfast and watching the traffic go round the oval of the Rossio, and it was this notion of settling in Portugal that Julia was going on about, as I drank my coffee and ate a second of those delicious little flan-filled tartlets in which the Suica specializes, and she laid out a hand of solitaire, which she played incessantly, using a special set of miniature cards. Slopes-lap went the cards; natternatter went her voice, as for the hundredth time she related her mad scheme to rent an apartment or a villa in Estoril; and as I explained to her, for the hundredth time, that it was no good, because at any moment Hitler might forge an alliance with Franco, in which case Portugal would be swallowed up by the Axis. And how funny to think that when all was said and done, she was right and I was wrong! For we would have been perfectly safe in Portugal. Well, it is too late for her to lord that over me now.
It was then that the pigeons swooped-so many of them, flying so low, that I had to duck. In ducking, I knocked her cards off the table. “It’s all right, I’ll get them,” I said to Julia, and was bending to do so when my glasses fell off my face. A passing waiter, in his effort to keep his trayful of coffee cups from spilling, kicked the glasses down the pavement, right into Edward Freleng’s path. It was he who stepped on them.
“Oh, damn," he said, picking up what was left of the frames.
“Whose are these?
“They’re mine," I said, from the ground, where Iwas still trying to collect the cards: no mean feat, since a breeze had just come up-or perhaps the pigeons had churned it up-and scattered them the length of the sidewalk.
“Let me help you with that,” Edward said, and got down on his knees next to me."

 

 
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

Bewaren

Lees meer...

Jo Govaerts

 

De Vlaamse dichteres, schrijfster vertaalster en columniste Jo Govaerts werd geboren op 23 juni 1972 in Leuven. Govaerts debuteerde op veertienjarige leeftijd met de dichtbundel “Hanne Ton” (1987). Ze studeerde Oost-Europese talen en culturen in Leuven en Warschau, en sociale antropologie en geschiedenis van Centraal-Azië in Londen. Tijdens haar verblijf in Polen bestudeerde ze o.a. het werk van de Poolse auteur Zbigniew Herbert. Ze maakte kennis met en vertaalde poëzie van de Poolse dichter en Nobelprijswinnaar Wislawa Szymborska (1923-2012). Govaerts had tot 2001 een wekelijkse column in het programma 'Het Einde van de Wereld'op VRT-Radio 1. In 2011 schreef ze columns voor Cobra.

 

Wij waren zestien

Wij waren zestien jaar en spelden traag Aeneas'
avonturen. Over hoe winden plots opstaken
en schepen uit hun koers raakten,
over velden aan de overkant van een rivier
waar men een levend mens maar zelden toelaat,
over verlaten vrouwen, oorlogen en tweegevechten.

Wij waren zestien jaar en door de vensters
van het hoge klaslokaal scheen zon.
En om vier uur stond aan de schoolpoort
de jongen die gedurfd had je te kussen.
En alles over winden die plots opstaken,
schepen die uit hun koers raakten
werd in een boekentas gestoken weggeschoven
om de armen vrij te hebben en lichthartig
om hem heen te slaan.
Wij zouden elkaar nooit verlaten,
wij hadden geen oorlog om naartoe te gaan.

 

 

Je weet nooit zeker

Je weet nooit zeker
wat het is dat
door de lucht beweegt

zo ver weg ook
zoveel hoger

je kan alleen maar hopen
dat het iets is onderweg
naar een mooi plekje

een oude duif
naar zijn duiven

 

 


Jo Govaerts (Leuven, 23 juni 1972)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jo govaerts, romenu |  Facebook |