19-05-16

Constantin Göttfert, Karel van het Reve, Gijs IJlander, Thera Coppens, Jodi Picoult, Yahya Hassan, Ruskin Bond, Fritz Rudolf Fries, Luuk Wojcik

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Constantin Göttfert op dit blog.

Uit: Steiners Geschichte

„Die Gletscherwasser aus dem tschechischen Riesengebirge hatten den aufgeschütteten Kies überschwemmt, sie schaukelten die vertäute Fähre. Hochwasser, kein Betrieb stand dort, Povodefi, z”iadnci prevädzka. Ich erreichte Ina, fasste nach ihrer Hand, um ihr über die Absperrung zu helfen. «Pass auf», sagte ich. Sie setzte den zweiten Fuß über die Kette, schlug sich den Schnee vom Mantelsaum, und noch halb in dieser Bewegung beugte sie sich zu mir und küsste mich auf die Wange.
Die Tür war nur mit einem Riegel gesichert. Ina löste den Mechanismus. Sie bückte sich vor mir in die Kajüte, fasste nach meiner Hand. Ich missverstand sie. «Die Streichhölzer», sagte sie, «gib mir die Streichhölzer.»
Aus einer rußigen Laterne fiel Licht in einen Raum von sieben oder acht Quadratmetern: ein Tisch, ein Stuhl, eine abgelegte Lesebrille, drei Fotos, ein Stapel leerer CD-Hüllen, eine halb ausgetrunkene und eingedrückte Flasche Mineralwasser.
Ich rückte die Lampe in die Mitte des Tisches. Dabei schwappte etwas Petroleum über meine Fingerspitzen. Der Verschluss fehlte. Es war warm und klebrig. Ich wischte es ab.
Ina griff nach einer Blechkanne, in der noch Reste von Kaffee schwammen, sie füllte zwei Tassen, klopfte Trockenmilchpulver aus einer Dose, als wäre sie hier zuhause. Sie trank nur einen einzigen Schluck, bevor sie sich erschöpft in den Stuhl fallen ließ.
«Und jetzt?», fragte ich.
Sie sagte: «Ich weiß es nicht.»
In einem aufgeschlagenen Buch hatte der Fährmann die Anzahl der Fahrgäste aufgelistet, in Spalten getrennt zwischen Autci, Motocykle und Bicykle, alles in Kurrentschrift, die zu lesen mir Mühe machte. An manchen Wintertagen setzten nur vier oder fünf Personen über die March, aber wegen des Hochwassers war er jetzt schon seit fünf Tagen ohne Fuhre gewesen.“

 

 
Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)


 

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook alle tags voor Karel van het Reve op dit blog.

Uit: ‘Ha, daar ben ik...’ (over Annie M.G. Schmidt)

“Bij herlezing van die Impressies heb ik ook de zin teruggevonden, die destijds, in 1948 of 1949, diepe indruk op me gemaakt heeft. Zeer diepe indruk, mag ik wel zeggen, en ik weet nog steeds niet waarom. Dat stukje heet ‘De psychologie van het damestoilet’. Annie vertelt in dat stuk dat een vrouw die in een café in een moeilijk gesprek gewikkeld is, in het damestoilet een rustpunt vindt, een ‘retirade pour mieux sauter’. ‘Even voor de spiegel staan en zachtjes zeggen: Ha, daar ben ik, dag meid, wees niet te voortvarend!’
Ik weet nog hoe diep ik onder de indruk was van dat ‘ha, daar ben ik, dag meid’. Een stuk van mijn wereldbeschouwing stortte in elkaar. Ik kreeg het gevoel van iemand die op het punt staat zich af te vragen, waar precies zijn leven een verkeerde wending heeft genomen. Veertig jaar nadenken over de vraag waarom dat zinnetje mij zo aangreep, heeft mij geen stap dichter bij een antwoord gebracht. Zelf heb ik nooit ‘ha, daar ben ik’ gedacht als ik in de spiegel keek. Ik dacht en denk altijd: ‘Daar heb je die zak weer.’ Maar daar gaat het niet om.
Nu we toch over oude tijden spreken: het is bekend dat je in de straten van Nederland een kanon kon afschieten als De familie Doorsnee werd uitgezonden. Of het waar is van dat kanon weet ik niet, want niemand haalde het in zijn hoofd om bij de luidspreker weg te gaan en op straat te kijken. Van die serie herinner ik me, behalve de eerste regel van het beroemde lied ‘Ik ben Ali Cyaankali’ een scène waarin de familie Doorsnee zich opmaakt om naar de schouwburg te gaan. Vader Doorsnee werd gespeeld door Cees (spreek uit: Sees) Laseur. En toevallig blijkt dat een zekere Cees Laseur meespeelt in het stuk dat de familie wil gaan zien. Vader Doorsnee heeft niet zoveel zin. Hij moppert: ‘Cees. Cees. Wie heet er nou Cees.’
Dat is een heel eenvoudige vondst. Maar ik ben hem in de wereldliteratuur nergens anders tegengekomen.”

 

 
Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)
Cover 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gijs IJlander (eig. Gijs Hoetjes) werd op 19 mei 1947 in Alkmaar geboren. Zie ook alle tags voor Gijs IJslander op dit blog.

Uit: Vergeef ons onze zwakheid

“Hij rilde, het leek wel of hij een kater had, de hele nacht had doorgehaald en eigenlijk was dat ook het geval, zij het onvrijwillig. De whisky’s in de hotelbar waren na de vermoeiende reis per vliegtuig en trein niet goed gevallen, het vette ontbijt en de slappe koffie deden de rest.
Medepassagiers beklommen de trap vanaf het autodek, sommigen bleven even naast hem aan de reling staan, nu en dan klonk een korte groet, iemand stak een hand op naar een bekende of leverde commentaar op de onhandige verrichtingen van een bestuurder. Maar al gauw zochten ze een heenkomen in het passagiersverblijf waar koffie werd geschonken en op dit uur zelfs al bier, het stond er blauw van de sigarettenrook.
Om vijf voor acht klonk een korte stoot op de scheepshoorn ten teken dat de loopplank en de laadklep zouden worden opgehaald, wie nog van boord wilde moest snel zijn. Aan de overkant van het emplacement dat aan de kade grensde vertrok de trein naar Glasgow, dezelfde die hem gisteravond hier had gebracht. De meeste passagiers kwamen per trein, bezoekers die met de auto kwamen lieten hem vaak aan de kade staan omdat de overtocht kostbaar was en de gebruiksmogelijkheden op de eilanden beperkt. Het waren vooral eilandbewoners zoals hij die met de auto naar het vasteland gingen.
Op de terugweg namen zij ladingen goedkope drank en levensmiddelen mee om de kosten van de oversteek te compenseren. Deze keer was hij aan inkopen niet toegekomen.
Acht uur. Er kwamen oranje strepen in de lucht, verkleurend naar geel en grijzig blauw; het felle geel, groen, rood en blauw van vissersboten kwam uit de schaduwen naar voren, er was kabaal van meeuwen bij de visafslag. Tussen de schepen trokken zeehonden, op zoek naar afval, V-vormige sporen in het water. De zware trossen van de veerboot werden gelicht en met lieren aan boord gehesen, de watergleuf tussen kade en scheepswand werd langzaam breder, terwijl er een rilling door de stalen romp ging en rook uit de schoorsteen spoot.“

 

 
Gijs IJlander (Alkmaar, 19 mei 1947)

 

 

De Nederlandse schrijfster Thera Coppens werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1947. Zie ook alle tags voor Thera Coppens op dit blog.

 

Ruisen

Nu het regent
druppelen de bomen
over de ruit

ik zet mijn walkman af
en luister lang
naar dit geluid:

stemmen zijn het
en duizend handjes
die applaudisseren

ruisen is het
en satijnen rokken
van een bruid

ik luister
de regenwolken drijven over
iemand in de hoge hemel
zet het ruisen
uit.

 

 
Thera Coppens (Amsterdam, 19 mei 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 18 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

Uit: Keeping Faith

“Crazy. Filled with a righteous fury, Mariah slips an arm around her daughter. “Why would they say that?”
Faith hunches her shoulders. “Because they heard me talk to… her.”
Mariah closes her eyes and makes a silent appeal— to whom?— to solve this, and fast. She pulls Faith upright and holds her mittened hand, tugging her out of the main office. “You know what? Maybe you can stay home from school, just for tomorrow. We can do things, you and me, all day.”
Faith turns her face up to her mother’s. “For real?”
Mariah nods. “I used to take special holidays sometimes with Grandma.” Her jaw tightens as she remembers what her mother had called it: a mental health day.
They drive through the winding roads of New Canaan, Faith slowly beginning, in bits and pieces, to relay the school day to Mariah. At the turn to their driveway, Mariah rolls down the window and picks up the mail, marking the number of parked cars lining the road. Hikers, or birdwatchers, probably; taking to the field across the road. They get that up here quite often. She continues to drive and then she sees the crowd that surrounds the house.
There are vans, and cars, and for God’s sake, a big painted Winnebago.
“Wow,” Faith breathes. “What’s going on?”
“I don’t know,” Mariah says tightly. She turns off the ignition and steps from the car into a throng of nearly twenty people. Immediately cameras begin flashing, and questions are hurled at her like javelins. Is your daughter in the car? Is God with her? Do you see God too?
When Faith’s door cracks open, the questions stop. Mariah watches her daughter get out of the car and stand nervously on the slate path that leads up to the house. Lining it are a dozen men and women in caftans, who bow their heads as Faith looks at them. Standing behind, and slightly apart, is a man smoking a thin cigar. The face seems familiar to Mariah; with a start she realizes that she’s seen him on TV— Ian Fletcher himself is leaning against her crabapple tree. “

 

 
Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966)

 

 

De Deense dichter van Palestijnse afkomst Yahya Hassan werd geboren 19 mei 1995 in Aarhus. Zie ook alle tags voor Yahya Hassan op dit blog.

 

ACHTER DE DEUR

IK ZAT TUSSEN DE JASSEN MET EEN OLIEBOL IN MIJN HAND
EN LEERDE IN STILTE MIJN VETERS STRIKKEN
SINAASAPPELS MET KRUIDNAGELS EN ROOD LINT
HINGEN AAN HET PLAFOND ALS DOORBOORDE VOODOOPOPPEN
ZO HERINNER IK ME DE KLEUTERSCHOOL
DE ANDEREN VERHEUGDEN ZICH OP DE KOMST VAN DE KERSTMAN
MAAR IK WAS NET ZO BANG VOOR HEM
ALS IK WAS VOOR MIJN VADER

 


Vertaald door Lammie Post-Oostenbrink

 

 
Yahya Hassan (Aarhus,19 mei 1995)

  

 

De Indiase dichter en schrijver Ruskin Bond werd geboren op 19 mei 1934 in Kasauli. Zie ook alle tags voor Ruskin Bond op dit blog.

Uit: A Writer’s Journal

“Typewriters and computers were not designed with steep mountain slopes in mind. On one occasion last autumn I did carry my typewriter into the garden, and I am still trying to extricate a couple of acorns from under the keys, while the roller seems permanently stained from some fine yellow pollen dust from the deodar trees. But armed with pencils and paper, I can lie on the grass and write for hours. Provided there are a couple of cheese-and-tomato sandwiches within easy reach.”
(…)

“Our insect musicians are roused to their greatest activity during the monsoons. At dusk the air seems to tinkle and murmur to their music. To the shrilling of the grasshoppers is added the staccato notes of the crickets, while in the grass and on the trees myriads of lesser artistes are producing a variety of sounds. As musicians, the cicadas are in a class of their own. Throughout the monsoons their screaming chorus rings through the forest. A shower, far from dampening their ardour, only rouses them to a deafening crescendo of effort. As with most insect musicians, the males do the performing, the females remain silent. This moved one chauvinistic Greek poet to exclaim: ‘Happy the cicadas, for they have voiceless wives!’ To which I would respond by saying, ‘Pity the female cicadas, for they have singing husbands!’ Probably the most familiar and homely of insect singers are the crickets. I won’t attempt to go into detail on how the cricket produces its music, except to say that its louder notes are produced by a rapid vibration of the wings, the right wing usually working over the left, the edge of one acting on the file of the other to produce a shrill, long-sustained note, like a violinist gone mad. Cicadas, on the other hand, use their abdominal muscles to produce their sound.”

 

 
Ruskin Bond (Kasauli, 19 mei 1934)

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Fritz Rudolf Fries werd geboren op 19 mei 1935 in Bilbao als zoon van een Duitse koopman. Zie ook alle tags voor Fritz Rudolf Fries op dit blog.

Uit: Last Exit to El Paso

„Er greift nach dem Buch auf dem Nachttisch, richtet den Kegel der Leselampe auf die aufgeschlagene Seite. Die Bremer Stadtmusikanten liest er und versucht, seiner Stimme die alte Festigkeit zu geben. Hat er nicht früher einmal als Kabinendolmetscher gearbeitet, in Caracas, Paris, Moskau? Die Bremer Stadtmusikanten, wiederholt er. Fabius ist ganz Ohr. Mit seinen fünf Jahren ist er ein von Vorurteilen, Schulstoff oder Fernsehen unverdorbener Zuhörer. Etwas Besseres als den Tod findest du überall. Der Alte prüft seine Brillengläser. Doch, der Satz steht da. Esel, Hund, Katze und Hahn gehen auf die Wanderschaft, als keiner mehr ihre Dienste haben will. Fabius beobachtet weiter die sich balgenden Fliegen, die nun von Esel, Hund, Katze und Hahn verfolgt werden.
Das Telefon - einer von den im Haus verteilten Apparaten - klingelt ein zweites Mal, bevor die Tiere die Diebe zur Strecke gebracht haben und es sich gut sein lassen am Ende ihrer Tage.
Telefon!, ruft Kathleen schon an der Tür, ungehalten, in Eile immer, mit leisem Vorwurf in der Stimme, dass der Alte von Tag zu Tag schlechter hört.
Fabius, mein Herr, sagt sie, ab in die Falle! Es hilft kein Murren, sie hat das Sagen. Der Großvater reicht ihm die Hand, männlich ritterlich; einen Kuss geben sie sich nur, wenn keiner zusieht. Gute Nacht, murmelt das Kind mit abgewandtem Blick.“

 

 
Fritz Rudolf Fries (19 mei 1935 – 17 december 2014)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Luuk Wojcik werd geboren in Roermond in mei 1993. Zie ook alle tags voor Luuk Wojcik op dit blog.

 

Vluchtpoging

Wanneer ik in de trein zit dan denk ik
aan een denkbeeldig vierkante huls om de trein heen,
één waarbuiten de trein nooit schudden kan,
dat stelt mij gerust.

Soms als ik de airco in de taxi voel,
dan denk ik aan alle bacteriën, de ruimte in geblazen.
Dan denk ik, het kan nooit erger zijn dan wat roken met mijn longen doet.

Ik denk aan doodgaan,
aan dat je dan niet meer uitademt maar de aarde voelt,
die je longen naar haar toe trekt, dat stelt mij gerust.

Wanneer ik in de bus zit en de aanwezigheid van alle aanwezigen voel,
denk ik aan de crash die we zouden kunnen hebben,
Hoe onze lichamen tegen de ruiten zouden slaan.

Ik denk aan hoeveel passen ik moet zetten om in welke kamer dan ook,
bij de uitgang te zijn,
ik tel 33, 9, 21.

het zijn de coördinaten
van een huls lucht waar ik heb gestaan,
die nu de klap opvangt.
Dit stelt mij gerust.

 

 
Luuk Wojcik (Roermond, mei 1993)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2013 deel 2.

De commentaren zijn gesloten.