10-05-16

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr, Roberto Cotroneo

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Donkere zomerdag

Dit is een donkre zomerdag,
Wiens koeler ernst ons denken strookt
Tot glad berusten: geen beklag,
Dat zwakt en krookt.

En zonder weemoed, zonder vreugd
Volgen wij 's levens zeekre lijn,
En hopen dat bezonnen jeugd
Schooner zal zijn.

Wij zijn toch wel wat dwaas geweest
Onder der klachten domp gewelf,
En hebben 't ergste nooit gevreesd:
Die klachten zelf.

Nu in dit zuiverende licht,
Welks grijs niet droef, maar peinzend maakt,
Wordt juister rechten tot een plicht,
Die geen verzaakt.

De kleine smarten zwermen heen
En laten 't ruimer hart bereid
Voor wat onwezenlijk eerst scheen:
Meer zaligheid.

 

 

In den boom

Zwarte takken, hechte binten
Voor dit hooge zomerhuis,
Bladermuren, groene tinten,
Wind en looveren-geruisch,

Zonlicht slipt door twijggewarrel,
Warme weldaad voor het bloed,
Boven: 't groen en blauw gedwarrel
Van geblaarte en hemelgloed.

Op een slanken tak gezeten,
10 Wiegelde ik als in een boot
Stroomen langs, die luchten heeten:
Haven was het avondrood.

 

 

Regen in de zomernacht

De zomernanacht groeit den morgen tegen;
Nog is de hemel rein van dageraad.
Alleen de kleine stem der zachte regen,
Die aan mijn open venster praat.

Naar bed gegaan, vermoeid van leed en leven,
Een mensch, die slaap wenscht als het lot hem pijnt,
Voel ik mij tot een lichter lust verheven,
Omdat de maan zoo helder schijnt.

0 onrust van de heete zonnedagen,
0 wegen in den beet van 't stof begaan,
Wie zou na loomte en angst nog anders vragen,
Dan dezen schijn der maan?

Al wat ik heel mijn leven heb verzwegen,
Verlangen zonder vorm en zonder naam,
Is nu geworden tot een warme regen
Buiten een zilvren raam.

 

 
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door door Sierk Schröder, rond 1953


 

De Vlaamse dichter en schrijver Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook alle tags voor Herman Leenders op dit blog.

 

De aasgieren van het verdriet

De aasgieren van het verdriet,
zij ruimen de resten op:
het lijk moet in de kist,
de ziel gaat naar de mis,

haar naam is voor de drukker.
En de leegte
die dit achterlaat
is voor het gedicht.

 

 

Wanhoop

Het komt bij hen op
even plots.
Het breekt bij hen uit
midden in je tuin
 
waar het door de grasmat schiet:
ze huilen een hoopje aarde
maar niet als iemand het ziet.
Je stelt het vast, achteraf
 
en zichtbaarder.

 

 
Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Didi de Paris werd geboren op 10 mei 1957 in Leuven. Zie ook alle tags voor Didi de Paris op dit blog.

Uit: Blake

“Zoals elke andere discussie raakte ook deze in het slop, sommigen zagen hierin een bewijs van de levendigheid ervan. Het raakte Blake zijn koude kleren niet. Hij stapte er gewoon weer in, elke ochtend opnieuw. Hij was een man uit een stuk, als avondgebed een whisky en als ochtendgebed krabde hij zich in het kruis.
Hij ging naar beneden, een nieuwe dag stond voor de deur. Als hij zich verveelde, wat wel eens vaker voorkwam, veroorzaakte hij 's ochtends op weg naar kantoor enkele kettingbotsingen. Glasgerinkel in de ochtend klonk hem als muziek in de oren. Zijn auto lag aan de ketting. Wetten veranderen om de haverklap. Over de wagen hingen spinnewebben. De handen in de zakken, zijn hoed tot net boven de ogen getrokken, zo liep Blake tussen twee kwartieren in, en zoals gewoonlijk in gedachten verzonken, door het park. Zijn hippocampus jeukte. Gelukkig zat zijn schedelpan er als een bolster omheen. Een bolster met stekels, maar dan niet groen. Veeleer een valhelm. Er was sprake van dat de valhelm verplicht zou worden voor voetgangers.
"Er ligt een hoer op sterven." Zo zegt men dat als men iemand in z'n schaamhaar ziet krabben." 't Zal toch geen venerische ziekte zijn zeker. Aan iemand denken is tegenwoordig al genoeg om een vuile ziekte op te lopen."
Achter hem lagen de sportvelden, hij stond met zijn beide voeten op de houten brug over de vijver. Wonderlijke constructie! Penetrante geur van houtbeschermende producten. Overal in het gras madeliefjes. Moest eens gemaaid worden. De stank van gemaaid gras deed hem telkens aan zomer denken. Meer bepaald aan de gevaren van het zonnebaden. Het zonlicht op het water weerkaatst verwarmde een helft van zijn gezicht. Zijn hoofd was als de aarde: ijskoud aan de ene kant, bloedheet aan de andere. Populieren en intreurige wilgen. Op het water zwommen eendjes, aan de kant, verborgen in dicht struikgewas, synchroniseerden oudere werklozen de jonge eendjes. Pure mimicry! Het was hun job. Geen moeite werd gespaard om het park te reanimeren. De bezoeker werd een perfekte imitatie van lente voorgespiegeld. Het park stond in bloei.”

 

 
Didi de Paris (Leuven, 10 mei 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook alle tags voor Ralf Rothmann op dit blog.

Uit: Flieh, mein Freund!

Sie roch nach Wein und Rauch und Veilchenparfüm und hatte bekiffte Pupillen, und so ein Kuß stand ihr überhaupt nicht zu. Blitzschnell, als hätte sie geahnt, daß ich die Tür öffnen würde, griff sie mir in die Haare, drängt sich an mich und schnappte, die Augen fast schon geschlossen, nach meinem Mund. Sie sog die Unterlippe etwas ein, wobei sie einen kleinen, wohligen Laut von sich gab, und natürlich hätte ich sie sofort wegstoßen müssen; doch diese Zärtlichkeit hatte etwas Autoritäres, wie Aprikosen, und ich fühlte, wie mir die Herzränder schmolzen.“
(…)

„Also, wenn es eine Generation gibt, die nichts, aber auch gar nichts auf die Reihe gekriegt hat, nicht einmal so etwas Simples wie ein Familienleben, dann doch wohl die meiner Eltern. Keine Generation dieses Jahrhunderts hat so viele Hoffnungen und Chancen gehabt - und keine so viele vergeigt. Und wenn sie je in die Geschichtsbücher eingehen wird, dann höchstens als ‚die Melancholische‘: Erst zu jung für die politische Revolution (...), dann zu bedenklich, als Hippies wirklich die Sau rauszulassen und Jimi Hendrix und Brian Jones ins Nirwana zu folgen, und schließlich schon wieder zu alt, um den letzten großen Affentanz der Epoche, den Punk, mitzumachen.“

 

 
Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland. Zie ook alle tags voor Jeremy Gable op dit blog. 

Uit: The 15th Line

“JANUARY 31ST
PATRICK: Transit Authority reports 15th Line subway trains will run tomorrow; cause of
derailment is still unknown.
SETH: @pattycitypress  Is there a way to volunteer with the investigation?
ANGELA: Someone asked me why I’m not more affected by the accident.  I dunno. Anyone care to answer for me?
PATRICK: @turnbullseth  No official call for volunteers yet.  You could give blood at the
hospital, perhaps.
SETH: @pattycitypress Okay.  If you find out any way to directly help, please let me know.
DUSTIN: I don’t want to go to work, but I want to do SOMETHING.  How would Therapist Me
help Mourning Me deal with this?”

 

 
Jeremy Gable (Lakenheath, 10 mei 1982)

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrath op 10 mei 1951. Zie ook alle tags voor Petra Hammesfahr op dit blog.

Uit: Die Mutter

“Es gibt Momente, in denen man rundherum zufrieden ist und meint, vom Schicksal begünstigt zu sein. Bei mir war es ein Sonntagnachmittag Ende Mai. Einer von den Tagen zwischen Frühling und Sommer, die fast zu schön sind, um wahr zu sein. Wollte ich ihn beschreiben, es käme nur Kitsch dabei heraus.
Die milde Sonne, die von einem kurzen Regenschauer in der Nacht blank geschrubbten Terrassenfliesen, das frische Grün im Gemüsegarten, den Rasen nicht zu vergessen. Und über allem der sanfte Himmel, nicht blau genug, um unecht zu wirken. Er sah aus wie mit den Resten aus einem Milchtopf übergossen, zarte weiße Schlieren nahmen ihm seine Postkartenanmutung und verliehen ihm Wahrhaftigkeit – uns auch.
Wir saßen auf der Terrasse, die Kuchenteller waren bereits leer, in den Tassen wurde der letzte Schluck Kaffee kalt. Jürgen lehnte sich im Sessel zurück und genoss mit geschlossenen Augen die Sonne. Vater erhob sich und ging in den Garten hinunter, um sich, wie er sagte, die Beine zu vertreten. Dabei wollte er nur seine jungen Pflänzchen bewundern. Kohlrabi, Kopfsalat und das, was einmal Blumenkohl werden sollte. Damit füllte mein Vater auf, was ihm von seinem Leben übrig geblieben war.
Mutter trug den Tortenrest in die Küche, kam zurück und freute sich, dass wir die Kaffeestunde ohne Wespenangriffe überstanden hatten. Sie war ein wenig skeptisch gewesen, den Tisch im Freien zu decken, obwohl Anne ihr mehrfach versichert hatte, dass Wespen erst viel später im Jahr aggressiv wurden.“

 

 
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)

 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook alle tags voor Roberto Cotroneo op dit blog.

Uit: Letters to my son on the love of books (Vertaald door N. S. Thompson)

“As a child, I was frightened of Blind Pew, not Long John Silver or the Captain. I was afraid of Pew and Black Dog. Stevenson excels at mixing up his characters for us and, above all, for Jim Hawkins. Here is what the boy says: "about three o'clock of a bitter, foggy, frosty afternoon, I was standing at the door for a moment ... when I saw someone drawing slowly near along the road. He was plainly blind, for he tapped before him with a stick, and wore a great green shade over his eyes and nose; and he was hunched, as if with age or weakness, and wore a huge old tattered sea-cloak with a hood, that made him appear positively deformed. I never saw in my life a more dreadful-looking figure."
I never saw in my life a more dreadful-looking figure.The narration has shades and ambiguous contours. The cold is bitter and it's foggy. The scene is blurred. Jim is standing on the threshold of the inn. Pew asks him for help, pretending not to know where he is. The boy replies, "You are at the `Admiral Benbow,’" and Pew says softly, "I hear a voice ... a young voice. Will you give me your hand, my kind young friend, and lead me in?" The suspense is drawn out. The beggar is dreadful-looking, as we already know. We also know that somebody is looking for the Captain, but we don't know that there is a treasure map at stake. Pew is there, however, to show the stupidity of evil and the havoc caused by wickedness. Stevenson leaves you holding your breath and goes on: "I held out my hand, and the horrible, soft-spoken, eyeless creature gripped it in a moment like a vice. I was so much startled that I struggled to withdraw; but the blind man pulled me close up to him with a single action of his arm./ `Now, boy,' he said, `take me in to the captain.'" Everything proceeds rapidly from the slow tapping of the stick, to the "soft-spoken" voice and the young one in counterpoint to it, then there is a change of register.”

 

 
Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

De commentaren zijn gesloten.