11-04-16

Leonard Nolens, Mark Strand, Silvia Avallone, Walid Soliman, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Barbara Köhler, Rolf Schilling

 

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

Verklärte nacht

We zitten er naakt aan tafel. je ogen verlichten de kamer.
Je fosforescerende vlinderhanden verschikken de lucht
Als je tegen me praat of slapen op het zwarte kleed.
Ik raak ze dagelijks aan. Hun levenslijn weet hoe ik heet.
Hun doorzichtige aders verbergen de loop van mijn lot, de vlucht
Van ons bloed dat het wit van je wangen verandert in vlekkend verlangen.

De tuindeur waait open. Beginnende regen doorritselt de bomen,
Besproeit het rukkende raam waarin jij zit te blinken,
Licht waarin ik me zie, in wie ik misschien verdwijn.

Je stapelt borden, verwijdert de kruimels en schenkt nog wat wijn.
Ik hoor in de keuken het blauw porselein en de messen tinken,
Ver. Mijn benen doen pijn van het niet naar je toe kunnen komen.

 

 

Klein

Leer het me, Herman, ik ben nog zo klein.
Leer me daar vallen, en zonder te huilen,
dwars door de stoep van een wildvreemde stad.

Ook ik moet mijn gezicht vergeten.
Ook ik moet met geen vorm en geen gewicht
het diep in van een ander land.

Ook ik moet met geen oor de gond aftasten,
moet met geen hand de bron vastpakken
die jij nu al maanden de hoogte in steekt,

die jij nu al maanden hier op laat borrelen
onder mijn tafel, hier drukt tegen mijn mond.
Leer het me, Herman, ik ben nog zo klein.

 

 

Zonder mij

Wat kan ik voor je doen, ik heb alleen maar woorden.
Met die muziek heb ik ons huis gebouwd, mijn leven
Vernield om toe te zien of dood de moeite waard is,
Of ik daar weg mee kan zonder te moeten sterven.

Wat kan ik voor je doen, ik moet toch van je blijven.
Ik heb je toch op mij genomen zonder je te nemen,
Zonder me te geven want ik ben alleen maar jij.
Ik ben alleen maar jij geweest om niet te moeten zijn.

Ik ben alleen maar jij geworden om niet ik te zijn.
Dat is een laffe liefde, Zoet, vergeef het mij.
Wat kan ik voor je doen, ik ben alleen maar woorden,
Wou je worden, wou ons worden zonder mij.

 

 
Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)


 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

The Remains

I empty myself of the names of others. I empty my pockets.
I empty my shoes and leave them beside the road.
At night I turn back the clocks;
I open the family album and look at myself as a boy.

What good does it do? The hours have done their job.
I say my own name. I say goodbye.
The words follow each other downwind.
I love my wife but send her away.

My parents rise out of their thrones
into the milky rooms of clouds. How can I sing?
Time tells me what I am. I change and I am the same.
I empty myself of my life and my life remains.

 

 

In Celebration

You sit in a chair, touched by nothing, feeling
the old self become the older self, imagining
only the patience of water, the boredom of stone.
You think that silence is the extra page,
you think that nothing is good or bad, not even
the darkness that fills the house while you sit watching
it happen. You've seen it happen before. Your friends
move past the window, their faces soiled with regret.
You want to wave but cannot raise your hand.
You sit in a chair. You turn to the nightshade spreading
a poisonous net around the house. You taste
the honey of absence. It is the same wherever
you are, the same if the voice rots before
the body, or the body rots before the voice.
You know that desire leads only to sorrow, that sorrow
leads to achievement which leads to emptiness.
You know that this is different, that this
is the celebration, the only celebration,
that by giving yourself over to nothing,
you shall be healed. You know there is joy in feeling
your lungs prepare themselves for an ashen future,
so you wait, you stare and you wait, and the dust settles
and the miraculous hours of childhood wander in darkness.

 

 
Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

 

De Italiaanse schrijfster Silvia Avallone werd geboren in Biella op 11 april 1984. Zie ook alle tags voor Silvia Avallone op dit blog.

Uit:Marina Bellezza (Vertaald door Manon Smits)

“Na de begraafplaats, na wat er over was van het trapveldje waar ze waren opgegroeid, zagen ze daar het vervallen silhouet van Bar Sirena, die hen opwachtte met gedoofde neonbak. Ze parkeerden, stapten uit. Eentje was lang, eentje klein en eentje had twee ogen nog zwarter dan olie. Ze liepen naar de deur; binnen klonk geen enkel geluid. Evengoed probeerden ze de deur te openen.
‘Ze zijn gesloten.’ Sebastiano, de lange, bleef als verstijfd voor de ingang staan. Hij keek nijdig naar die deur, gaf er een trap tegenaan, en toen nog een. De terrastafeltjes waren opgestapeld en met een touw vastgebonden, alsof er iemand op het idee zou komen om ze te jatten. Op de grond lagen verfrommelde sigarettenpakjes. Luca, de kleine, liep om het gebouw heen en inspecteerde de achterkant.
‘Niks, ze zijn echt gesloten.’
‘Kom, we gaan,’ zei Andrea. Hij was kalm. Zijn ogen waren onverstoorbaar en doorboorden de duisternis.’

 

 
Silvia Avallone (Biella, 11 april 1984)

 

 

De Tunesische dichter, schrijver, essayist en vertaler Walid Soliman werd geboren op 11 april 1975 in Tunis. Zie ook alle tags voor Walid Soliman op dit blog.

Uit: Three hours in Fiumicino (Vertaald door Jason Casper)

“The bus took us to the terminal, and after passing through customs for the passport check and other formalities, I found myself in the duty-free area. I strolled through the shops in the airport mall, and then searched out a cafeteria. I didn’t have to look long before finding one—quite clean—and with dim lighting. Its chairs and tables were made of aluminum, with small cushions placed on the chairs for comfortable sitting. I chose a quite place in the corner, and after ordering an espresso lit a cigarette and observed the travelers. The waitress wasted no time in bringing my coffee, and I sipped slowly scanning the other customers. Sitting at the table across from me was a woman in her twenties. She took my attention for her hair was braided into two ponytails, which gave her a childish look, as if she was a true Lolita. As I was absorbed in these thoughts, she turned to me, asking in Italian if I had a lighter. I said yes, gave it to her, and after lighting her own cigarette she handed it back to me and said, “Grazie mile.”[1] I asked her if she was Italian, to which she said yes, and then added, “I’m Italian, but I have been studying in Montreal, Canada for about the past two years.” “So now you’re headed to Montreal?” “Yes, I was on vacation, but now its over.” Then she added, “I had hoped to spend today in Rome as well, as it’s my birthday today, but since the flights to Montreal are so packed, I had to either take this plane today or else wait a whole other week.
Her manner of speaking went well with her ponytails, for it made her similarly appear as an adolescent, which, incidentally, only made me find her all the more charming”.

 


Walid Soliman (Tunis, 11 april 1975)

 

 

De Franse schrijver, essayist en uitgever Hubert Nyssen werd geboren in Boendael aan de rand van Brussel op 11 april 1925. Zie ook Zie ook alle tags voor Hubert Nyssen op dit blog.

Uit: Nine Eleven

Sans le raffut que les cigales font après avoir passé quatre ans sous terre, disait Philippe Vincent, j'aurais entendu la barrière s'ouvrir et les pas de Sophie Brunschwig crisser sur le gravier. Elle était apparue au moment où, le journal dans une main, une tasse de café dans l'autre, il achevait son petit-déjeuner à l'ombre du platane. Avec sa robe de lin blanc nouée à la taille, Sophie Brunschwig avait un air de bourgeoise en vacances qui ne lui était pas naturel. Quand elle s'était penchée, prenant appui sur l'épaule de Philippe pour déposer un baiser sur sa joue, il avait cru que s'il tournait la tête, il apercevrait l'estuaire dans son décolleté. Mais les cheveux noirs de Sophie étaient tombés comme un rideau de scène. Elle s'était redressée, elle avait pris une chaise de jardin et elle s'était assise en face de lui. Je vois que le troisième âge se lève tard, disait-elle en allumant une cigarette. Ne vous méprenez pas, Sophie, longtemps je me suis levé de bonne heure, lui avait répondu Philippe, et à l'université j'ai toujours obtenu les heures de cours les plus matinales. En même temps il avait cherché le regard de cette femme que la fumée avait voilée. Il savait que pour comprendre les sourires de Sophie Brunschwig il faut être attentif à son regard qui peut les faire tendres, menaçants ou même pervers. Je ne me lève plus très tôt, avait-il repris, j'en conviens, mais je m'éveille de bonne heure, car un jour j'ai compris que l'éveil était le meilleur moment pour défluer. Le mot avait pris Sophie de court. Défluer, avait-il expliqué de sa voix professorale, on le dit d'un astre qui s'éloigne d'un autre. Vous et vos mots d'outre-tombe… avait-elle murmuré. À ce moment-là, elle s'est penchée à nouveau, elle a ébouriffé ses cheveux. C'est aussi pour ça que je vous aime, mon cher Philippe !  Sophie était entrée dans sa vie... oh, ça remontait à quelques années déjà. Combien, au juste ? Philippe était brouillé avec le temps, il n'ouvrait même plus l'agenda que Sabine s'obstinait à lui offrir chaque année. Bref, un matin, peu importe la date, c'était à la fin d'un été, il était allé voir s'il y avait du courrier dans la boîte. Il n'avait pas trouvé de lettres mais, en se retournant, une inconnue assise à l'ombre, sur une pierre, dans un coin de la cour. Elle avait un carnet sur les genoux et un crayon à la main. Mais que vous faites-vous là, mademoiselle ? Ça ne se voit pas ? J'écris.”

 

 
Hubert Nyssen (11 april 1925 – 12 november 2011)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dorothy Allison werd geboren op 11 april 1949 in Greenville, South Carolina. Zie ook Zie ook alle tags voor Dorothy Allison op dit blog.

Uit: Bastard Out of Carolina

“Anney makes the best gravy in the county, the sweetest biscuits, and puts just enough vinegar in those greens. Glenn nodded, though the truth was he’d never had much of a taste for greens, and his well-educated mama had always told him that gravy was bad for the heart. So he was not ready for the moment when Mama pushed her short blond hair back and set that big plate of hot food down in front of his open hands. Glenn took a bite of gristly meat and gravy, and it melted between his teeth. The greens were salt sweet and fat rich. His tongue sang to his throat; his neck went loose, and his hair fell across his face. It was like sex, that food, too good to waste on the middle of the day and a roomful of men too tired to taste. He chewed, swallowed began to come alive himself. He began to feel for the first time like one of the boys, a grown man accepted by the notorious and dangerous Earle Boatwright, staring across the counter at one of the prettiest woman he’d ever seen. His face went hot, and he took a big drink of ice tea to cool himself.”

 

 
Dorothy Allison (Greenville, 11 april 1949)
Cover

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Barbara Köhler werd geboren op 11 april 1959 in Burgstädt. Zie ook alle tags voor Barbara Köhler op dit blog.

 

Ceci n’est pas un’homme
à Magritte

Das hat zwei Beine darauf
besteht es glaubt sie wären
ihm wichtig je länger je
lieber hätt es vielleicht
einen Fischschwanz

Das hat einen Kopf damit
schüttelt es nickt bis
ihm schwindelt es stimmt
zu & ab nimmt ab & zu:
das hat Gewicht

Das hat auch eine Sprache
gelernt mit seinem Mund
sagt es Ich es ist bestimmt
komisch es findet sich nicht
zum Lachen

Das hat Augen das sieht sich
vor ihm nach sieht es kommen
Das hat Ohren das hört was
sich gehört hat es gehört
ihm doch nicht

Das tut sächlich bloß das
hat keinen Zweck das hat seine
Regel seine Grammatik ist
unpäßlich aber es macht nix
– das vergeht

Das redet auf das Telefon
ein als wär es ein Mensch

 

 
Barbara Köhler (Burgstädt, 11 april 1959I

 

 

De Duitse dichter Rolf Schilling werd geboren in Nordhausen in de Harz op 11 april 1950. Zie ook alle tags voor Rolf Schilling op dit blog.

 

Mai-Segen

An Segen reich, von Flieder-Duft umflossen,
Stehn wir am Wall, wo sich zu jähem Streich
Der Lenz erhebt mit funkelnden Geschossen,
        An Segen reich.

Die Sonne steigt, die Natter träumt am Teich,
Gefilde grünen, Halm und Knospe sprossen,
Ein sanfter Regen macht die Äcker weich.

Verschwistert blühn im Glanz, der sich ergossen,
Die Rose blutend und die Lilie bleich,
Von eines Gartens goldnem Ring umschlossen,
        An Segen reich.


II
Wenn Segen fließt, so frag nicht, wer ihn spende
Und wann der Himmel seine Pforten schließt,
Und spiel das Spiel, als ob sich alles wende,
        Wenn Segen fließt.

Nicht war dir Winters Hermelin erkiest,
So weck den Lenz im blühenden Gelände
Und sei dem Hüter, der das Licht genießt,

Gespiel und leg dein Herz in seine Hände
Zier deine Haut mit Zeichen, die er liest,
Und folg dem Traum, als ob er nimmer ende,
        Wenn Segen fließt.

 

 
Rolf Schilling (Nordhausen, 11 april 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

De commentaren zijn gesloten.