09-04-16

Charles Baudelaire, Jelle Brandt Corstius, Karel Jonckheere, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski

 

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog.

 

Bohémiens en voyage

La tribu prophétique aux prunelles ardentes
Hier s'est mise en route, emportant ses petits
Sur son dos, ou livrant à leurs fiers appétits
Le trésor toujours prêt des mamelles pendantes.
Les hommes vont à pied sous leurs armes luisantes
Le long des chariots où les leurs sont blottis,
Promenant sur le ciel des yeux appesantis
Par le morne regret des chimères absentes.

Du fond de son réduit sablonneux le grillon,
Les regardant passer, redouble sa chanson ;
Cybèle, qui les aime, augmente ses verdures,

Fait couler le rocher et fleurir le désert
Devant ces voyageurs, pour lesquels est ouvert
L'empire familier des ténèbres futures.

 

 

Cats

Sages austere and fervent lovers both,
In their ripe season, cherish cats, the pride
Of hearths, strong, mild, and to themselves allied
In chilly stealth and sedentary sloth.

Friends both to lust and learning, they frequent
Silence, and love the horror darkness breeds.
Erebus would have chosen them for steeds
To hearses, could their pride to it have bent.

Dreaming, the noble postures they assume
Of sphinxes stretching out into the gloom
That seems to swoon into an endless trance.

Their fertile flanks are full of sparks that tingle,
And particles of gold, like grains of shingle,
Vaguely be-star their pupils as they glance.

 

Vertaald door Roy Campbell

 

 

Die Katzen

Die toll Verliebten und die strengen Weisen
Verehren, wenn die Kraft und Jugend schmolz,
Die Katzen sanft und stark, des Hauses Stolz,
Die fröstelnd, so wie sie, den Herd umkreisen.

Die, so wie sie, Weisheit und Sinnenglut
Und Dunkel lieben, Nacht von Grau'n durchflossen,
Die sich der Orkus hätt' erwählt zu Rossen,
Stünd' seinem Dienst zu Kauf ihr stolzes Blut.

Sie gleichen Statuen, wenn sie sinnend kauern,
Den grossen Sphinxen in der Wüste Schauern,
Die ewig dämmern an des Traumes Rand.

Aus ihren Lenden magische Funken sprühen,
Und wie besternt von feinem goldnen Sand
Scheint ihres rätselvollen Auges Glühen.

 


Vertaald door Therese Robinson

 

 
Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)
Portret door Emile Deroy, 1844


 

De Nederlandse schrijver correspondent en programmamaker Jelle Brandt Corstius werd geboren in Bloemendaal op 9 april 1978. Zie ook alle tags voor Jelle Brandt Corstius op dit blog.

Uit: As in tas

“Bij Bastenaken steek ik de grens over naar Luxemburg: een glorieuze afdaling door velden met koolzaad, overal waar ik kijk is het geel. Luxemburg blijkt een soort fietsparadijs te zijn met vrijliggende fietspaden van glad asfalt. Op de camping in Ettelbruck vind ik het tijd voor het oude ritueel van de fietstochten met mijn vader. De fles wijn koop ik in de campingwinkel. Ik ga in mijn hangmat zitten en kijk uit op de Sûre. Ik heb geen zin om de hele fles te drinken, maar een halfvolle fles weggooien is nog erger, dus drink ik hem toch maar helemaal leeg. Delen gaat niet, opnieuw is de camping verlaten.
Na het wijn drinken bij de supermarkt en het beledigen van de serveerster kwam altijd het slapen in de hotelkamer. Mijn vader deed dan eindelijk zijn overhemd met enorme zweetvlekken uit en ging onder de douche, waar hij zich schoor zonder scheergel of spiegel. Met een bebloed gezicht kwam hij dan naast mij liggen. Vrij snel ging het licht uit, waarna de echte gesprekken begonnen. Over de liefde en soms zelfs over ons gezin. Mijn vader viel meestal als eerste in slaap, per slot van rekening had hij bijna alleen de fles leeggedronken. De geur van het overhemd waarde dan nog steeds door de kamer. Het was ongelooflijk dat die geur niet minder werd, elke keer dat ik inademde dacht ik: papa.
Die geur was overigens heel aangenaam, voor mij in ieder geval. De eerste jaren na de dood van mijn moeder kroop ik vroeg in de ochtend, in een soort halfslaap, in het bed van mijn vader. Het was een rond bed, een reliek uit de jaren zeventig. Ergens in die cirkel lag mijn vader, en dan ging ik boven op hem liggen. De geur van zijn zweet maakte mij rustig. Het verhaal gaat dat ik op een ochtend, toen mijn vader bezoek had van een of andere scharrel, in de deuropening zou zijn blijven staan en zou hebben gezegd: 'Het stinkt hier naar vis.'
Weer zo'n gebeurtenis die al dan niet heeft plaatsgevonden. Wat klopt er eigenlijk van mijn jeugd? Volgens mijn vader had ik een kuil in mijn wang omdat ik als peuter voor een dartbord liep en iemand een pijltje in mijn wang gooide. Dit is waarschijnlijk het meest extreme voorbeeld, maar er zijn genoeg verhalen die misschien wel gebeurd zijn. Een soort kwantumjeugd.“

 

 
Jelle Brandt Corstius (Bloemendaal, 9 april 1978)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Karel Jonckheere werd geboren in Oostende op 9 april 1906. Zie ook allags voor Karel Jonckheere op dit blog.

 

Vaarwel

Al ga ik zeer ver weg, wil mij getroost beminnen,
het is geen ander ik dat op een steven staat
om onder feller licht een leven te beginnen
met dromen die gaan bloeien voor een nieuw gelaat.

Mijn ogen blijven thuis; bij u blijven mijn handen.
Naast u is rust genoeg voor hen, zelfs avontuur;
want beter dan wie ook weet ik dat vreemde landen
niets anders voor ons zijn dan de oude, blinde muur

Dus zeg ik u tot ziens, oprecht, daar zal ik keren.
Bewaar dit huis terwijl ik elders zwerven moet
Waarom, ik weet het niet. Misschien om eens te leren
dat gij die achterblijft de ware reizen doet.

 

 

Turfkappers in Drente
Voor Henk Prakke
 
Te laat geboren voor 't aartsvaderlijk gebaar:
uit aardes taaie huid de plaggen turf te steken,
voel ik opeens in mij 't verleden openbreken
nu ik in Drente sta en naar zijn delvers staar.
 
Dit kon mijn grond zijn; zompig binnen wakke kim
met langs geleed en vaart de gang der populieren,
om een vereenzaamd erf de dichte ring van vlieren,
ik zelf in 't wazig licht: mijn ancestrale schim.
 
De handen om de spa, de voeten kloek geschoord
graaf ik de vezels bloot van langverzonken dromen,
zoals ze in eigen land sours uit de meersen domen
doch zonder aantrek zijn voor mijn ontnuchterd woord.
 
Vanavond echter bij wat vrienden rond een haard,
die hier geen sieraad werd en ronkend gut zal smoken,
wordt in een troebel hart vergeten bloed gewroken
door één die luistrend zwijgt en in de vlammen staart.

 

 
 Karel Jonckheere (9 april 1906 - 13 december 1993)

 

 

De Engelse dichteres, schrijfster en “spoken-word artist” Joolz Denby werd geboren op 9 april 1955 in Colchester. Zie ook alle tags voor Joolz Denby op dit blog.

Uit: Murder

« But Roy I’d known for years; poor, ugly Roy. He was the brother of a friend —aren’t boys like that always someone’s brother, never someone’s lover? Anyway, my friend had all the looks in that family; her thick chestnut waves were his brown, thinning rat’s tails, her lively blue eyes his protruding, mismatched slatey goggles, scanty of lashes and always red-rimmed behind thick dirty lenses. Sure, he never had spots, which was something, but his skin was a faintly phosphorescent fish-belly white; OK, he was muscular through his arms and shoulders, but that just gave him a slightly hunched look. Girls never make passes at boys who wear glasses, and they definitely don’t when the boy also has a pigeon chest, spindle-shanks and a razor sharp, unkind wit.
Because Roy was as smart and as quick to see a weakness in you as the rodent he so resembled. Oh, you’d imagine you’d thought of something clever and original, but no sooner were the words out of your foolish mouth than Roy, from the snuffling fog of whatever virus he currently harboured, would mercilessly nip, nip, nip your brilliant theory to shreds and leave you standing naked in your stupidity. The only reason he was tolerable was the undeniable fact that he was very funny. The way he had of putting things —the reams of books he’d read, the pastiches, satires and scarcasms, the camp routines, the arch remarks. So funny, Roy, quite the Oscar Wilde of the Bradford slum set.
I used to watch him being funny; I knew the signs. First there’d be the twist of his scrawny neck as he sighted his prey, then the mottled flush of pleasure that crept over his pale cheeks, finally the way he’d lean forward to deliver his acid fusillade at an unsuspecting young punk rocker. Adder-quick, darting, he’d deflate an ego, eviscerate a pretension. And the laughter and the cries of ‘ouch! Got yer there, mate’ and ‘God, Roy, you’re awful, honestly’ were Balm Of Gilead to him. They soothed the hurting places in his heart, they drugged away the virgin loneliness and let him be, in his mind, the dandy highwayman he so wished he was.”

 

 
Joolz Denby (Colchester, 9 april 1955)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, essayist en criticus Albert von Schirnding werd geboren op 9 april 1935 in Regensburg. Zie ookZie ook alle tags voor Albert von Schirnding op dit blog.

Uit: Jugend, gestern

„Die ganze Familie, was sonst nie der Fall war, samt Tante Adele und den aus Böhmen und Ungarn geflohenen Verwandten lag auf der von einer Zedernhecke gesäumten Wiese im Schatten der Eiche, die, nicht weniger erschöpft als die Erwachsenen, ihre Früchte nicht mehr festhalten konnte; die Kinder hatten die überall im dürren Gras verstreuten Eicheln zu einem stattlichen Haufen geschichtet. Nur ich hatte mich nicht beteiligt, da ich abseits auf einer Decke in der Badehose meinem Laster frönte: Ich las. Ein einziger Dichter, der größte, hatte für mich geschrieben. Wie bei Beethoven, dem Komponisten, dessen Nachfolge ich demnächst antreten würde, kam es auch in der Literatur auf das Spätwerk an. Was wog Durch die Wüste gegen Ardistan und Dschinnistan, Winnetou gegen Mara Durimeh, der Schatz im Silbersee gegen Am Jenseits, selbst noch die ersten drei Bände des Reich des silbernen Löwen gegen den vierten!
Liebe muß Schmerz ertragen: Ich konnte kein Lexikon liegen sehen, Knaur oder Brockhaus oder Meyer, augenblicklich mußte ich nach meinem Dichter fahnden, und er stand auch jedesmal drin. Aber jedesmal auch folgte dem Namen das ihn und mich zutiefst beleidigende Wort Jugendschriftsteller. Wurde etwa Goethe als ein solcher bezeichnet, und dabei hatten wir den Erlkönig in der Deutschstunde durchgenommen? Es ging ungerecht zu in der Welt, sogar die Siegermächte waren einander nicht ebenbürtig. Täglich stellte der in Wolfratshausen stationierte Amerikaner sich ein, lag mit uns auf der Wiese und verkündete seine von allgemeinem Kopfschütteln begleitete Überzeugung: «The Russians are good people.» Alle wußten es besser, niemand wagte zu widersprechen. Hatte der Amerikaner um dieser Botschaft willen die zwölf Kilometer in seinem Jeep zu uns zurückgelegt? «Er hat leider ein Auge auf mich geworfen», sagte die Mutter eines Abends, als er endlich gegangen war, zu mir, «man kann nichts dagegen machen.»

 

 
Albert von Schirnding (Regensburg, 9 april 1935)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Die Spur im Sand

Der blasse Alte
im verschossenen Kaftan.
Die Schläfenlocke wie voreinst. Aaron,
da kannte ich dein Haus.
Du trägst die Asche
im Schuh davon.

Der Bruder trieb
dich von der Tür. Ich ging
dir nach. Wie wehte um den Fuß
der Rock! Es blieb mir eine Spur
im Sand.

Dann sah ich
manchmal abends
von der Schneise
dich kommen, flüsternd.
Mit den weißen Händen
warfst du die Schneesaat
übers Scheunendach.

Weil deiner Väter Gott
uns noch die Jahre
wird heller färben, Aaron,
liegt die Spur
im Staub der Straßen,
find ich dich.

Und gehe.
Und deine Ferne
trag ich, dein Erwarten
auf meiner Schulter.

 

 

Immer zu benennen:

Immer zu benennen:
den Baum, den Vogel im Flug,
den rötlichen Fels, wo der Strom
zieht, grün, und den Fisch
im weißen Rauch, wenn es dunkelt
über die Wälder herab.
 
Zeichen, Farben, es ist
ein Spiel, ich bin bedenklich,
es möchte nicht enden
gerecht.
 
Und wer lehrt mich,
was ich vergaß: der Steine
Schlaf, den Schlaf
der Vögel im Flug, der Bäume
Schlaf, im Dunkel
geht ihre Rede – ?
 
Wär da ein Gott
und im Fleisch,
und könnte mich rufen, ich würd
umhergehn, ich würd
warten ein wenig.

 

 
Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn vorige blog van vandaag.

De commentaren zijn gesloten.