24-02-16

Alain Mabanckou, Leon de Winter, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm

 

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: Black Bazaar (Vertaald door Sarah Ardizzone)

“I told Roger the French-Ivorian I didn’t like sheep and that I had never seen any that colour.
“You mean there aren’t any sheep in your district, over there in the Congo?”
“Well yes, you will find some among the traders in Trois-Cents, but their sheep aren’t even white, they are all black, with patches sometimes, and you can’t go telling credible stories with sheep like that. And another thing, the traders chop them up and sell them as kebabs at night in the streets.”
“Fine, all right then, but in these stories of yours, have you at least got a sea and an old man who goes fishing with a young boy?”
I said no because the sea frightens me especially since, like a lot of people in our country, I went to see Jaws and had to leave The Rex before the end of the film.
Roger the French-Ivorian signalled to Willy for two more Pelforts.
“Fine, all right then,” he went on, “but in these stories of yours, have you at least got an old man who reads love stories in the middle of the bush?”
“Oh no, and anyway how would we get love stories to the heart of the bush? Back home it would be mission impossible, our interior is closed off. There is only one road that goes there, and it dates back to colonial times.”
“You have been independent for nearly half a century and you’re telling me there’s only one road? What the hell have you been doing in all that time? You’ve got to stop blaming those settlers for everything! The Whites cleared off and they left you everything including colonial homes, electricity, a railway, drinking water, a river, an Atlantic Ocean, a seaport, Nivaquine, antiseptic and a town centre!”
“It’s nothing to do with me, it’s our governments who are to blame. If they had at least resurfaced the road the settlers left us, then today your old man could be sent his love stories. But let me tell you, that colonial road is a scandal …”
“What is the matter, eh? Why is it a scandal? Are you against the settlers or what? I say we owe the settlers respect! Me, I’ve had enough of people talking through their hats when those settlers conscientiously got on with their job of delivering us from the darkness and bringing us civilisation. Did they have to do all that, eh? You do realise that they worked like lunatics? There were mosquitoes, devils, sorcerers, cannibals and green mambas, there was sleeping sickness, yellow fever, blue fever, orange fever, rainbow fever and goodness knows what else.”

 

 
Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)


 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: Het recht op terugkeer

“Brams mobieltje klonk. Het was een antiek blokje, dertien jaar oud, zonder de laatste gadgets.
Op het display verscheen Ikki’s naam. Samen met Ikki Peisman dreef Bram De Bank, een bureautje dat verdwenen kinderen opspoorde.
Ze hielden samen kantoor in een leeg bankgebouw, vandaar de naam.
Ikki was Vierentwintig en toegerust met een kunstbeen en kunstarm, zijn hele linkerkant was mechanisch en elektronisch. De helft van Ikki’s lijf was bij een explosie vernietigd maar in Israélische Ziekenhuizen was het vermogen om te reconstrueren na decennia van terreur het hoogste in de wereld. Op hersenen na konden zo ongeveer elk orgaan en lichaamsdeel vervangen worden.
Bram zei: ‘Ikki?’
‘Ja, met mij. Bram! Het schijnt dat kleine Sara nog leeft.’
In hun bestand bevonden zich twee Sara’s. De oudere Sara was op haar dertiende verdwenen, nog maar drie maanden geleden. De jongste was drie jaar geleden vermist, toen ze vijf was.
‘Betrouwbare tip?’
Ikki antwoordde: ‘Ik denk het wel. Zou wel een wonder zijn na al die tijd.’

 

 
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook alle tags voor George Moore op dit blog.

Uit: The Untilled Field (A Letter To Rome)

“And when he caught sight of the priest he stuck his spade in the ground and came to meet him. He wore a pair of torn corduroy trousers out of which two long naked feet appeared; and there was a shirt, but it was torn, the wind thrilled in a naked breast, and the priest thought his
housekeeper was right, that James must go back to the poor-house. There was a wild look in his eyes, and he seemed to the priest like some lonely animal just come out of its burrow. His mud cabin was full of peat smoke, there were pools of green water about it, but it had been dry, he said, all the summer; and he had intended to make a drain.
"It's hard luck, your reverence, and after building this house for her.
There's a bit of smoke in the house now, but if I got Catherine I wouldn't be long making a chimney. I told Mike he should give Catherine a pig for her fortune, but he said he would give her a calf when I bought the pig, and I said, 'Haven't I built a fine house and wouldn't it be a fine one to rear him in.'"
And they walked through the bog, James talking to the priest all the way, for it was seldom he had anyone to talk to.
"Now I must not take you any further from your digging."
"Sure there's time enough," said James, "amn't I there all day."
"I'll go and see Mike Mulhare myself," said the priest.
"Long life to your reverence."
"And I will try to get you the price of the pig."
"Ah,'tis your reverence that's good to us."
The priest stood looking after him, wondering if he would give up life as a bad job and go back to the poor-house. But while thinking of James Murdoch, he was conscious of an idea; it was still dim and distant, but every moment it emerged, it was taking shape.”

 

 
George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)
 

 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

Uit: Waffenkarussell

„George Vamey glaubte, einen ruhigen Abend inmitten seiner Familie vor sich zu haben. Seine Frau hatte den Abendbrottisch gerichtet mit appetitlichen Dingen, die ihr Mann und die Kinder lichten, Krebssuppe, Geflügelsalat, Eier in Kaperntunke, Schinken. Neben ihr stand der elektrische Toaster, Scheibe auf Scheibe hiipfte geröstet heraus. Das Abendbrot zog sich angenehm in die Länge: Von der Schule war die Rede, vom Geschichtsunterricht der Tochter, Griechen gegen Perser; Wanderer, kommst du nach Sparta; dann werden wir im Schatten kämpfen; Darius, Miltiades - Varney hatte seit fünfundzwanzig Jahren nicht mehr daran gedacht; jetzt machte es ihm Spaß, wie Namen und sogar Jahreszahlen allmählich aus dem Gedächtnis aufstiegen. Marathon – 490 vor? Stimmte das?
Eine neue Scheibe Toast für den Vater, er belegte sie noch einmal mit Geflügelsalat, obwohl er schon Schinken und Käse gegessen hatte, begann also wieder von vorn. Man wiirde Uann den Kindern die heude gönnen, noch eine Stunde vor' dem Femsehapparat zu sitzen, es war Sonnabend, morgen konnten sie ausschlaien. Eine Schlagersendung, nun ja, auch die würde vorübergehen; Varney wollte zusammen mit seiner Frau eine Flasche Wein trinken, sich unterhalten, und alles Weitere würde sich finden.
Dann wurde abgeräumt, der Apparat eingeschaltet. Nachrichten zunächst: N achwahlen in zwei Grafschaften, ein Sieg für Labour und einer für die Konservativen. Unwetterkatastrophe in Italien, neue amerikanische Bombenangriife auf Öllager bei Haiphong. Die blonde Ansagerin, eine Beat-Gruppe, dann Sandy Shaw, und in ihren Gesang hinein klingelte in der Bibliothek das Telefon, ärgerlich stand Vamey auf und ging hinüber.“

 

 
Erich Loest (24 februari 1926 - 12 september 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Herman Hubertus Joannes (Herman) Maas werd geboren in Venray op 24 februari 1877. Zie ook alle tags voor Herman Maas op dit blog.

Uit:Het goud van de Peel

“Ze waren nog geen half jaar getrouwd, toen het gesukkel al begon. En sedert dien tijd hadden zorgen en kommer hun heele bestaan, hun huwelijks- en gezinsleven ingesponnen in een omwebbing van draden, waaruit zij niet meer konden loskomen.
't Was een afmartelende strijd om zich door het weefsel heen te slaan. Het spon altijd voort. Als een enkel draadje was gebroken, sloot het venijnige, nooit uitgeputte lot van kwelling en ellende weer de redding belovende opening af, hunkerend naar de laatste stuiptrekkingen na de langzaam uitgezogen kracht.
Het getob van weinig verdiensten en 't jaar op jaar grooter wordend aantal kinderen ketende den eenen dag aan den anderen tot een langen, met uiterste inspanning afgestrompelden ballingsweg zonder rustpunten, en naar 't scheen zonder verblijdend, krachtopwekkend einde. Het gedeelte, dat voorbij was, had geen andere herinneringen kunnen nalaten dan van een bange vreugdeloosheid, áánhoudend knagende zorgen en angsten voor den volgenden dag die hun krachten, hun heele mensch-zijn wegvraten. Geen sterkte-gevende oogenblikken van rust en opademing in het leven van armoede en ontbering, dat zij gedoemd schenen af te moeten zwoegen tot een even ellendig einde: den vroegtijdigen dood van gebrek, de wegreuteling van het laatste beetje levenskracht in een armelijk, vuns vertrekje, waarin geen voedsel en verpleging kunnen binnenkomen, en dan heengedragen te worden naar een graf, dat een paar buren zoo gauw mogelijk dicht gooien, omdat voor plechtigheid geld vereischt wordt tot zelfs bij het eeuwig-geheimzinnige terugkeeren tot de aarde toe...
Zij hadden bij denzelfden boer gediend, hij als knecht en zij als meid. Hun werkzaamheden brachten hen vaak bij elkander op stal en schuur.
De opbruisende levenskracht van hun ruwe boerennatuur, die zij niet geleerd hadden te beheerschen, dreef een begeerte tot elkaar in hen op, welke zij niet weerstonden.”

 

 
Herman Maas (24 februari 1877 - 27 januari 1958)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook alle tags voor Luc Verbeke op dit blog.

 

Nescio quid
Aan E.H. Maurits Van Elslande
 
Weet jij wat leven is,
weet jij wie God en wat de hemel is?
En wat de tijd die ons gegeven is?
En wat de woorden zijn in onze mond?
Ken je de zin en de betekenis
van wat in ons en rond ons is,
en van de dood de diepe grond?
Mysterie en geheimenis
in licht en duisternis.
 
De steen, de bloem, het gras waarop ik trap,
de lichtvis en de kleine mier,
het onbekend atoom, de wenteltrap
naar hoog en diep in het heelal,
in elke cel van plant en dier;
het labyrint van ieder ik;
de vreemde vrees van eeuwen her
die ik in alle ogen lees.
God is zo dicht en God is ver.
Wie die mij zeggen zal:
'k bezit de sleutel van het Al.
 
De dagen wentelen voorbij,
het leven bloeit
en ergens bloedt het uit;
in aarde en water spelen wij:
het kluitje aarde, het klompje klei,
dat ademhaalt,
dat zoekt en dwaalt,
dat lieft en paart
en sjouwt en spaart,
en nog niet eens beseft waartoe,
waarheen of hoe,
zoals een vogel immer fluit
het nimmer uitgezonden lied:
- als dit gedicht, een nescio quid -
ik weet het niet, ik weet het niet...

 

 
Luc Verbeke (24 februari 1924 – 30 september 2013)

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook alle tags voor Wilhelm Grimm op dit blog.

Uit: Die drei Brüder

“Es war ein Mann, der hatte drei Söhne und weiter nichts im Vermögen als das Haus, worin er wohnte. Nun hätte jeder gerne nach seinem Tode das Haus gehabt, dem Vater war aber einer so lieb wie der andere, da wußte er nicht, wie er's anfangen sollte, daß er keinem zu nahe tät. Verkaufen wollte er das Haus auch nicht, weil's von seinen Voreltern war, sonst hätte er das Geld unter sie geteilt. Da fiel ihm endlich ein Rat ein, und er sprach zu seinen Söhnen: »Geht in die Welt und versucht euch, und lerne jeder sein Handwerk, wenn ihr dann wiederkommt, wer das beste Meisterstück macht, der soll das Haus haben.«
Das waren die Söhne zufrieden, und der älteste wollte ein Hufschmied, der zweite ein Barbier, der dritte aber ein Fechtmeister werden. Darauf bestimmten sie eine Zeit, wo sie wieder nach Haus zusammenkommen wollten, und zogen fort.
Es traf sich auch, daß jeder einen tüchtigen Meister fand, wo er was Rechtschaffenes lernte. Der Schmied mußte des Königs Pferde beschlagen und dachte: Nun kann dir's nicht fehlen, du kriegst das Haus. Der Barbier rasierte lauter vornehme Herren und meinte auch, das Haus wäre schon sein. Der Fechtmeister kriegte manchen Hieb, biß aber die Zähne zusammen und ließ sich's nicht verdrießen, denn er dachte bei sich: Fürchtest du dich vor einem Hieb, so kriegst du das Haus nimmermehr.
Als nun die gesetzte Zeit herum war, kamen sie bei ihrem Vater wieder zusammen. Sie wußten aber nicht, wie sie die beste Gelegenheit finden sollten, ihre Kunst zu zeigen, saßen beisammen und ratschlagten. Wie sie so saßen, kam auf einmal ein Hase übers Feld dahergelaufen.“

 

 
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn blog van 24 februari 2015 en ook mijn blog van 24 februari 2013 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

 

De commentaren zijn gesloten.