31-01-16

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Weggaan

Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.

Dat is wat blijft als je weggaat.

 

 

Leerling

Iedere ochtend gaat hij trouw naar school,
door weer en wind, van kilometers ver
- moe heeft z'n brood gesmeerd, hem uitgezwaaid -.
Hij zet z'n fiets weg, en haast zich gedwee
naar het lokaal. Gaat zitten. Dan 't gebed:

Dat ze vandaag maar weer kracht-van-omhoog
ontvangen mogen en hun werk met ijver
volbrengen. Amen. Dan begint de les.

Zo gaat dat alle dagen door. Hij leert
en leert en leert en doet goed zijn best.
En later zal hij veel verdienen en vanuit
de hoogte neerzien op het ouderlijke nest.

 

 

Een goed huwelijk

Een goed huwelijk is meer dan alleen
stil en ongedwongen alles voor elkander doen, zodat
je op den duur elkanders beê voorkomt. Nee.

Af en toe moet je ook eens communiceren
over de dingen waar het werkelijk op aan komt in
dit bestaan: brood voor het hart, van mens tot mens

Spreken. Vraagt bijvoorbeeld de liefste naar de zin
van dit haar leven, antwoord dan:
'Dat is een goeie vraag, m'n lief' - en zwijg.

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

Lees meer...

Marie Luise Kaschnitz, Benoîte Groult, Kenzaburo Oe, Kurt Marti, John 'O Hara, Zane Gray, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire, Jean de Crèvecoeur

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Marie Luise Kaschnitz op dit blog.

 

Nicht gesagt

Was von der Sonne zu sagen gewesen wäre
Und vom Blitz nicht das einzige Richtige
Geschweige denn von der Liebe.
Versuche. Gesuche. Mißlungen
Ungenaue Beschreibung

Weggelassen das Morgenrot
Nicht gesprochen vom Sämann
Und nur am Rande vermerkt
Den Hahnenfuß und das Veilchen.

Euch nicht den Rücken gestärkt
Mit ewiger Seligkeit
Den Verfall nicht geleugnet
Und nicht die Verzweiflung

Den Teufel nicht an die Wand
Weil ich nicht an ihn glaube
Gott nicht gelobt
Aber wer bin ich daß

 

 

Bräutigam Froschkönig

Wie häßlich ist
Dein Bräutigam
Jungfrau Leben

Eine Rüsselmaske sein Antlitz
Eine Patronentasche sein Gürtel
Ein Flammenwerfer
Seine Hand

Dein Bräutigam Froschkönig
Fährt mit Dir
(Ein Rad fleigt hierhin, eins dorthin)
Über die Häuser der Toten

Zwischen zwei
Weltuntergängen
Preßt er sich
In Deinen Schoß

Im Dunkeln nur
Ertastest Du
Sein feuchtes Haar

Im Morgengrauen
Nur im
Morgengrauen
Nur im

Erblickst Du seine
Traurigen
Schönen
Augen.

 

 
Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

Lees meer...

Hasso Krull

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Na de middelbare school studeerde hij Estse taal en literatuur aan de Pedagogische Universiteit in Rallinn. In 1998 verdedigde hij zijn proefschrift over het vertalen van Jacques Lacan's psychoanalytische theorie.Vanaf 1990 doceerde hij met kleine onderbrekingen literaire theorie aan het Estse Instituut voor Geesteswetenschappen. Krull schreef talloze boeken, waaronder Meeter ja Demeeter (Meter en Demeter, 2004); Talv (Winter, 2006) en Neli korda neli (Vier keer vier, 2009). Hij publiceerde ook essays in kranten en tijdschriften, waarvan er een aantal werd gebundeld in Millimallikas (Medusa, 2000) en Paljusus ja ainulisus (Pluraliteit en singulariteit, 2009). Bovendien vertaalde Krull werk van Jacques Derrida, Paul Valéry, Allen Ginsburg en andere bekende schrijvers en filosofen. Hij ontving onder meer de Literatuurprijs van de Baltische Assemblee, twee essayprijzen en twee poëzieprijzen van het Cultuurinstituut van Estland, een Juhan Liiv Poëzieprijs, een Ivar Ivask Werkbeurs en een docentenprijs van de Universiteit van Tallinn. Zijn werk is vertaald in talloze talen, waaronder in het Fins, Zweeds, Engels, Duits, Spaans en Russisch.

 

Kijk hem

Kijk hem. Waarom is die man verdrietig?
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Misschien inderdaad. Misschien is er inderdaad iets gebeurd.
Maar misschien ook niet. Misschien is hij helemaal niet verdrietig.
 
Misschien was het gisteren. Maar misschien niet.
Misschien wel. Misschien een paar dagen eerder.
Misschien nooit. Misschien toch een keer.
Er werd stevig gedronken. Misschien meer dan goed was.
 
Misschien minder. Er had misschien meer gedronken moeten worden.
Er was toch een meer? Waarom heb je het meer niet leeggedronken?
Maar misschien was er geen meer. Maar meer een rivier.
Misschien zelfs de zee. Misschien was er helemaal geen water.
 
Misschien was er een meisje. Misschien een ander meisje.
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Maar misschien niet. Er werd vreselijk gedronken.
Maar misschien ook niet. Misschien was er helemaal geen water.

 

 

De nacht zit vol gaten

De nacht zit vol gaten. Ze glinsteren,
fonkelen, twinkelen, ramen in de nacht
en ramen aan de hemel, ramen van het bestaan
en ramen zonder bestaansreden.
 
We staan op een trap en roken.
Sigaretteneindjes zijn bewegende ramen,
bewegende gaten, vuur zonder vlammen
en wij moeten hier zijn op een trap.
 
Lampen in het trappenhuis. Ruiten in de nacht.
Beelden, waarin je naakt op het strand ligt
als een glimmende hagedis in oplichtend zand:
elke zandkorrel is een schitterend raam.
 
Elk raam is een gat. Elk gat is een raam,
dat geboren wil worden, laat het er maar uitkruipen,
uit het menselijk raam, uit het raam van het bestaan
onder de ramen van maan en zon.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

 
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

14:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hasso krull, romenu |  Facebook |

30-01-16

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Uit: Kleine dagen

“Het werd de ochtend van een dag. Buiten sloegen de geluiden aan het zweven in ons late hoofd. lets in de kamer hield onze adem in en kwam toen ademend de kamer in, de ochtend van zijn leven. Het keek naar alles wat het nog niet zag.
Het schreeuwde om alles wat het nog niet wist maar wel al miste. Het lag in onze handen en het was hij.
Hij is van vlees en bloed, dat is soms schrìkwekkend. Hij doet al dingen die wij nog niet kunnen, Door ons heen zien, geregeld wenen, zijn been in drieën vouwen. Hij is een wonder en dat wij hetn hebben gemaakt verwondert ons nog het meest Wij wilden geen wonder maken, wij weten wel beter.
Een kind volstond. Nu staren we naar elkaar en zie, ons wonder zìt ons aan te kijken alsof, in zijn kamergrote bestaan, wij het wonder zijn.
Hij zit nog niet. Nog niet helemaal. Nog even zit hij liever in zichzelf, dat is eenvoudiger dan op die Stoel. Maar op die stoel kan hij dingen die niet kunnen uit hemzelf. Daarom zìt hij in zichzelf op de stoel. Met zijn armpjes, die hij gisteren aan zichzelf gevonden heeft, komt hij twintig centimeter verder in zijn uitdijend kanelheelal. En als zijn rubberen rugje wat meezit raakt hij twee keer verder. Wat daarbuiten ligt, het melkwegstelsel van de zuigfles, huilt hij naar zich toe.Of kijkt hij zijn geheugen in, voor later.
Hij kijkt hoe alles komt kijken. Hij begint verdwijningen te zien. En te onthouden, zodat hij onze terugkomst vanachter een deur uitbundig viert. Dan doet hij aan choreografie, ook al kan hij nog niet staan. Zijn handjes gaan dan dansen, schijnbaar in het wilde weg, maar in feite met een voor ons, reusachtigen, onnavolgbaar geïmproviseerde elegantie. Soms beseft hij pas na de opvoering dat het zijn eigen vingers waren die zo raar deden.”

 

 
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

Lees meer...

Michael Dorris, Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare, Walter Savage Landor, Franz von Sonnenfeld

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook alle tags voor Michael Dorris op dit blog.

Uit: The Broken Cord

“One of its most difficult features for an outsider to grasp was the practice of almost always speaking, and thinking, in a collective plural voice. The word for people, "dene," was used as a kind of "we"--the subject for virtually every predicate requiring a personal pronoun--and therefore any act became, at least in conception, a group experience.
It was my second autumn in Tyonek. I had spent the morning interviewing an elderly woman, Mrs. Nickefor Alexan, the respected expert on subjects ranging from traditional herbal medicine to the do's and don'ts of appropriate courting behavior. In the course of our conversations, I consumed too much tea and my mouth was dry with the acidic taste.
I returned to my house in the afternoon and was uninterrupted as I organized my notes; most adults in the community were busy in their smokehouses, preserving and canning August's catch of fish, and the children, my frequent summer visitors, had returned to school. In a world of "we," I was an "I," with no essential responsibilities or links outside myself.
Periodically, I glanced from my window at the darkening sky. The twenty-four-hour circuit of day and night, upon which most of Western time is based, expands to a full twelve months in the far north. There is light enough to fish any time in the summer, and so the arbitrary schedules of passing salmon runs rather than a wristwatch dictate when dories should put to sea. The darkness is absolute in winter, underlined by forbidding temperatures that sometimes dip fifty degrees below zero. The short fall season, therefore, is a blend of both fatigue and melancholy, of final consolidation of the summer's gains and of preparation for the severity of approaching weather. It is a bridge of contemplation, of taking stock, and there is no occasion more appropriate for that practice than when the turning of the tide corresponds to the setting or rising of the low sun.”

 


Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)
Hier met Louise Erdrich

Lees meer...

29-01-16

Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Anton Tsjechov, Lennaert Nijgh, Olga Tokarczuk, Hubert K. Poot

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

Slaap zacht
Voor Hanny

Slaap zacht mijn sidderende vogel in de verte,
ontspan de lokroep van je ogen.
Slaap lekker, kleine koele introverte,
ontspan de borsten die ons kind gaan zogen.
Slaap zacht harpiste van mijn hartstocht,
je schone kiekendief komt spoedig teruggevlogen.
Dag vrouwtje jezus in je kribbe,
mijn eeuwenoude achtste ribbe,
schone slaapster.

 

Mijn lief ging

Geen toekomst en mijn hemel zwart.
Bevroren schaduw likt mijn hart:
een spook uit het verleden.
Geen zon, geen wind,
mijn vleugels slap,
geen wortels meer
en ook geen sap.
Geen doel
of reden.
Gevoelens geen.
Mijn lief ging heen

 

 
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

Lees meer...

28-01-16

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Thierry Baudet, Ismail Kadare, Wies Moens, José Martí

 

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

De zeldzame dageraad' ('Am leuchtenden Sommermorgen')

de bloemen fluistren en murmen
en waar praten ze dan over
en met welke mond
en waarom wandel ik zelf stom
rond bloemenkas kortom
traag start de zomermorgen op

Om later in een lofroep op de vrouw uit te barsten:

in een blinkende vrouw
van wie ik zeldzaam had gehouden
stulpte ze uit

o volroze dageraad
o dichtbevolkt hart

 

 

Feest in de stad

het is daar een fluiten en gijgen
ze smijten de trompetten erbij
op een hoop de genodigden
slopen de rieten en kleppen
een select groepje poept fagotten vol
een ander gezelschap spuit voor straf
de celesta tussen de bellen
men stampt er de bas in zijn kloten
kontneukt de piano het podium af
en dan ook ineens de hens
in het bruiloftsorkest
het is feest in de stad
dat moet godverdomme gedanst

het was er een klingen en dreunen
van hard pauken hard posaunen

daartussen hinkten en steunden
de kreupele engelen

gezeten vanaf kraakwitte schouders
keken er twee op haar hart ze wezen

onherstelbaar deze bruid
haar huid gebroken zwart

 

 
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

Lees meer...

VSB poëzieprijs voor Ilja Leonard Pfeijffer

 

VSB poëzieprijs voor Ilja Leonard Pfeijffer

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2016, de prijs voor de beste dichtbundel van het afgelopen jaar. De schrijver krijgt de prijs voor zijn bundel “Idyllen”. Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

 

Idyllen

1
De nacht is aangezegd. De warre uren waaien
als klamme lakens waarnaar hete handen graaien.
De beide engelen verschijnen nu niet meer,
hoop ik. Verleiding rekt zich uit. Ik kauw op teer.
Geen mens heeft van een zoekend mens nog weet.
De namen zoemen wel. Maar wie is er die heet
zoals hij heet? Ik weet niet hoe ik mij moet zijn.
Het liefste was ik klein, mijn hoofd als mandarijn
gevouwen in een schil van fel oranje handen
om niet te hoeven zien waar mijn gebaren landen.
Je bent mijn lieve lief, ik heb het tegen jou.
Je hebt me spartelend aan wal gebracht met touw
waarmee een zeeman netten boet of stroppen knoopt.
Zo zilverbuikig lig ik en ik had gehoopt
om tot de ochtend door je pekelhand te glippen
in ademnood van lucht op jouw verzilte lippen.
Hij vindt een thuis die in de warme fuik komt schuilen.
Hij wordt gered van water. Trieste netten huilen.
Wat liefde heet, is altijd een karaktermoord.
In plaats van het karakter leeft de liefde voort.
In armen stort ik mij als van een flatgebouw.
Terwijl ik met begrip een grafkelder uithouw,
smeed ik een gouden dodenmasker van je snoetje.
Maar jij hebt mij onthand. Met fijne maden wroet je
vlak onder zwachtels van gebalsemd eeuwig slapen.
Je wet mijn zwaard met zout. De roest koekt aan het wapen.
Het zijn de warre uren van de zilte nacht.
Mijn troost is dat ik nergens nu meer word verwacht.
En alles wat ik in mijn leven heb geleerd,
wordt door een visboer met drie sneden gefileerd.
Met lekkend zwaard lig ik gebalsemd in het zuur
en zeil onder de golven naar het blauwe uur.
Iets trekt mij terug. Was jij dat? Iemand riep mijn naam.
Niet doen. Want ik ontsnap aan lakens uit mijn raam.
Er wordt naar mij geloerd op alle drie de benen.
Het lekkend roze engeltje is toch verschenen
en druppelt met haar arabesken in mijn oor.
De zure engel met haar glaspoot geeft gehoor.
De uren van verdrinken zijn voor mij als water.
Hier is mijn buik. Evaluaties zijn voor later.
Maak mij intussen schoon met handen als een vis.
Ik heb het tegen jou. En weet je wat het is?
Ik zou je zo graag alles willen zeggen, maar
ik hap naar adem met mijn mondje en ik staar
de blauwe diepte in van water dat mij peilt.
De wind steekt op. De laatste zeeman zeilt
op zijn galjoen met rafelend tuigage zwart
van zwarte engelen het zeegat uit. Nou. Start
de tape. ‘Dus. Dichtertje. Vertel het ons maar even.’
Ik zou niets liever willen dan te leren leven.

 

 
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

27-01-16

Ethan Mordden, Rudolf Geel, Lewis Carroll, Leopold von Sacher-Masoch, Benjamin von Stuckrad-Barre, Neel Doff, Samuel Foote

 

De Amerikaanse schrijver Ethan Mordden werd geboren op 27 januari 1947 in Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Ethan Mordden op dit blog.

Uit: Some Men are Lookers

“Whose name is Tuffy?" asked Virgil, switching off the television. "Is he some rough boy of the streets?"
"Is he?" I asked Lionel. "He certainly puts on a hard act, as I recall. Ferocious triceps."
"Tom always liked it down and dirty, you know."
"I could be Tuffy," Virgil ventured.
"And I could be Tuffy on weekends," said Cosgrove.
"Look," said Dennis Savage with his famous weary patience. "Tuffy and his like are for people who cannot live in reality. People who go through their time on earth like a teenager at his first fuck. People who have no sense of responsibility or fairness or loyalty. Tom Driggers is the Circuit personified—drug up, dance, screw, sleep it off, and do it again. He got rich organizing service industries for other people like himself. He ran buses to the beach, he ran whores to the closeted rich, he ran discos till you drop. He had, and he had, and he had—and when the rest of us appetitive sexboys looked around and saw that our appetites could kill us and backed away, Tom Driggers went right on having. That's why he is on the verge of defunct. I'm sorry to say so, but if someone has to die of this cursed poison, it ought to be Tom Driggers. Because he took his choice, and this is his consequence."
Somewhere in all that, Dennis Savage had left Virgil and Cosgrove and had resumed addressing Lionel, not gently.
"And you can stop begging me to visit that disgusting, putrid piece of Texas redneck trash, because he's going to die with his kind around him, not with me!"
"For pity's sake—"
Dennis Savage chopped out the following words: "He has what he created!"
There was silence.
"Someone," said Virgil, finally, "is rather snarky today."
"He is very desperately threatened," Cosgrove quickly added.
"I'll quit while I'm behind," said Lionel, getting up to go. Virgil saw him to the door, where Lionel turned to Dennis Savage, regarding him mildly but holding it out into a stare."

 

 
Ethan Mordden (Pennsylvania, 27 januari 1947)
Cover

Lees meer...

Herman de Coninckprijs voor Ruth Lasters

 

Herman de Coninckprijs voor Ruth Lasters

De Vlaamse dichteres Ruth Lasters heeft met Lichtmeters de Herman de Coninckprijs 2016 voor beste dichtbundel gewonnen.Aan de prijs is een bedrag van 6000 euro verbonden. Ruth Lasters werd geboren in Antwerpen op 5 februari 1979. Zie ook alle tags voor Ruth Lasters op dit blog.

 

Woud

Of je het achteraf
van vuurwerk ooit zag. De takken van rook, niet

de vonken, maar de pluizige stammen op precies dezelfde
plaats waar net nog pijlen openknalden. het luchtwoud

dat daar na het doven enkele seconden voor je
ontstaat. De restwaarde die eigenlijk grootser is dan

de bedoelde fraaiheid van spetters kleurvuur. Zo is het ook,
nadat je hebt gezucht dat je me ondanks alles, ontrouw nog

liefhebt, wat daarna in de kamer hangt op een doordringendere,
verschrikkelijke, ongewilde manier mooier: de onherstelbaarheid

tussen ons.

 


Rijst

Bij grief groef ik mijn hand in een zak rijst
en stuurde in een omslag steeds een korrel terug naar herkomst,

naar een boer in Angkor die op zijn beurt keer op keer een klei-
knikker zond bij

onverhoopt geluk, als een mijnscherf wonderwel alleen
zijn vrouws wreef had verbrijzeld of zijn oogst niet was verloren door

een storm. De laatste korrel die ik naar hem zond: rond Pasen nadat jij
en ik weer knikkers voor elkaar verstopt hadden in huis in plaats

van eieren - wie in één dag al de zijne vond, mocht weggaan
voor altijd zonder verwijten - en je de mijne nauwelijks

verborgen had, alle zeven naast de plint, voor
het grijpen. 

 

 
Ruth Lasters (Antwerpen, 5 februari 1979)

26-01-16

Jonathan Carroll, Achim von Arnim, Menno ter Braak, Jos van Daanen, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Philip José Farmer

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Carroll werd geboren op 26 januari 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Carroll op dit blog.

Uit: The Land of Laughs

"Look, Thomas, I know you've probably been asked this question a million times before, but what was it really like to be Stephen Abbey's--"
"--Son?" Ah, the eternal question. I recently told my mother that my name isn't Thomas Abbey, but rather Stephen Abbey's Son. This time I sighed and pushed what was left of my cheesecake around the plate. "It's very hard to say. I just remember him as being very friendly, very loving. Maybe he was just stoned all the time."
Her eyes lit up at that. I could almost hear the sharp little wheels clickety-clicking in her head. So he was an addict! And it came straight from his kid's mouth. She tried to cover her delight by being understanding and giving me a way out if I wanted it.
"I guess, like everyone else, I've always read a lot about him. But you never know if those articles are true or not, you know?"
I didn't feel like talking about it anymore. "Most of the stories about him are probably pretty true. The ones I've heard about or read are." Luckily the waitress was passing, so I was able to make a big thing out of getting the bill, looking it over, paying it--anything to stop the conversation.
When we got outside, December was still there and the cold air smelled chemical, like a refinery or a tenth-grade chemistry class deep into the secrets of stink. She slipped her arm through mine. I looked ather and smiled. She was pretty--short red hair, green eyes that were always wide with a kind of happy astonishment, a nice body. So I couldn't help smiling then too, and for the first time that night I was glad she was there with me.
The walk from the restaurant to the school was just a little under two miles, but she insisted on our hiking it both ways. Over would build up our appetites, back would work off what we'd eaten. When I asked her if she chopped her own wood, she didn't even crack a smile. My sense of humor has often been lost on people.
By the time we got back to the school we were pretty chummy. She hadn't asked any more questions about my old man and had spent most of the time telling me a funny story about her gay uncle in Florida.“

 


Jonathan Carroll (New York, 26 januari 1949)

Lees meer...

Nora Gomringer

 

De Zwitsers-Duitse dichteres Nora Gomringer werd geboren op 26 januari 1980 in Neunkirchen an der Saar. Zij is een dochter van de Zwitserse dichter en voormalig professor aan de Kunstakademie Düsseldorf Eugen Gomringer. Zij is de enige dochter en zus van zeven halfbroers. Opgegroeid in Gomringer in Wurlitz am Hof. In 1996 verhuisde ze naar Bamberg. De schoolopleiding sloot zij af met een Amerikaans High-School diploma in Lititz, Pennsylvania in 1998 en in 2000 met het eindexamen aan het Franz-Ludwig-Gymnasium Bamberg uit. Vervolgens studeerde Gomringer Engels, Duits en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Bamberg, waar ze afstudeerde in 2006. In 2010 nam Gomringer de leiding over van het internationale Künstlerhaus Villa Concordia in Bamberg  Naar aanleiding van een bundel in eigen beheer kreeg de Grupello Verlag Dusseldorf belangstelling voor het werk van de debutante en in 2002 verscheen haar bundel “Sikbentrennung”. Sindsdien zijn er zeven dichtbundels en een boek met essays en tal van afzonderlijke publicaties verschenen. Bovendien werkt Gomringer werkt op verschillende manieren met muzikanten en beeldend kunstenaars samen. Vertalingen verschenen in het Zweeds, Frans, Wit-Russisch, Engels, Noors, Spaans, Amerikaans Luxemburgs, Nederlands, Bretons en Farsi. In 2013 was de eerste voorstelling van de opera “Drei fliegende Minuten” met een libretto van Gomringer. Sinds 2010 werkt de A-Cappella formatie Wortart Ensemble met teksten uit het werk Nora Gomringer en sinds 2011 werkt Nora Gomringer met de vijf zangeressen samen op het podium. Het programma "Nora Gomringer meest Wortart Ensemble" was uitgenodigd om de 50ste verjaardag van het Goethe Instituut in Torono te vieren. Tussen 2001 en 2006 maakte Gomringer eveneens deel uit van de poetry slam scène in Duitsland. In 2015 deed zij succesvol mee aan de Ingeborg Bachmann Wettbewerb.

 

Liebesrost

Über Nacht
Hast du oxidiert
Neben mir

Hast auf mich reagiert
Bist rostig geworden
Du sagst
Golden
Ich lecke an deinem Hals
Du schmeckst wie der
Wetterhahn

 

 

Mann in Luzern

Um 2 Uhr nachts noch am Geländer gesichtet, um
2.01 in die Reuss gesprungen.
Sagen alle im Ort: hat sich zu ihr gelegt.
Voller Sehnsucht der Mann. War die Reuss eine Schö-
ne mit langem Haar, flüsterndem Mund und weiten
Armen. War der Mann trunken von Flaschengeistern,
ließ sich nicht binden an einen Mast, hat das Wachs in
den Ohren der Welt nicht ertragen, holt er Atem, trinkt
die Küsse bis die Lungen platzen, das Herz sich ver-
schlägt, das Hirn nur noch schwimmt. Flüstert die
Reuss von dem Mann, der sie liebt, den sie wäscht,
den sie nimmt, wohin sie kann.

 

 
Nora Gomringer (Neunkirchen an der Saar, 26 januari 1980)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nora gomringer, romenu |  Facebook |

25-01-16

Renate Dorrestein, Stephen Chbosky, William S. Maugham, Virginia Woolf, David Grossman, J. G. Farrell, Alessandro Baricco

 

De Nederlandse schrijfster Renate Dorrestein werd geboren in Amsterdam op 25 januari 1954.Zie ook alle tags voor Renate Dorrestein op dit blog.

Uit: Verborgen gebreken

"Tommie!’ roept Christine. ‘Eten!’
Het jongetje komt aangebolderd, valt op een stoel en grijpt meteen een boterham.
‘Eerst bidden,’ beveelt zijn zusje.
‘Wat?’ zegt hij verbaasd. Voor hem is ergens een geruit jurkje met een gesmockt lijfje opgedoken. Eén strik in het steile zwarte haar, vandaag.
‘Jezus, eikel!’ roept het meisje uit. ‘God bestáát, weet je! en zeg goedemorgen tegen Agnes.’
‘Goedemorgen,’ prevelt Tommie, voorheen Ivatuq.
‘Goedemorgen,’ antwoordt Agnes. ‘Wat ben jij mooi, zeg. Dat jurkje is van Willemijn geweest. Prachtig hoor. Vind je het zelf ook leuk?’
Hij steekt een stuk brood in zijn mond.
‘Er zijn niet genoeg kleren voor hem in huis,’ zegt zijn zusje, terwijl ze twee boterhammen uit de rooster neemt en Agnes er een van geeft. ‘Je moet een paar rokjes kopen.’
‘Ik vind dat we eerst maar eens zijn mening moeten vragen.’
‘Hij doet gewoon wat ik zeg.’
‘Nou, dan moeten we maar hopen dat jij altijd weet wat het beste voor hem is, Christine.’
De ogen van het meisje verduisteren. ‘Ik heet Chris.’
‘Oké, Chris,’ zegt Agnes.
Tommie deelt met heldere stem mee:
‘Christine is een meidennaam. Chris is veel stoerder. Chris is veel gevaarlijker. Chris heeft...’
‘Hou je mond toch, stuk snot,’ valt het meisje uit.“

 

 
Renate Dorrestein (Amsterdam, 25 januari 1954)

Lees meer...

24-01-16

E. Th. A. Hoffmann, Edith Wharton, Ivan Ivanji, Eugen Roth, Ulrich Holbein, Charles Sackville, John Donne, Vicky Baum

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Theodor Amadeus Hoffmann werd geboren in Koningsbergen op 24 januari 1776. Zie ook alle tags voor E. Th. A. Hoffmann op dit blog en ook deze tags op dit blog.

Uit: Die Elixiere des Teufels

„In der heiligen Linde erkrankte mein Vater, und je weniger er die vorgeschriebenen beschwerlichen Andachtsübungen seiner Schwäche unerachtet aussetzen wollte, desto mehr nahm das Übel überhand; er starb entsündigt und getröstet in demselben Augenblick, als ich geboren wurde. – Mit dem ersten Bewußtsein dämmern in mir die lieblichen Bilder von dem Kloster und von der herrlichen Kirche in der heiligen Linde auf. Mich umrauscht noch der dunkle Wald – mich umduften noch die üppig aufgekeimten Gräser, die bunten Blumen, die meine Wiege waren. Kein giftiges Tier, kein schädliches Insekt nistet in dem Heiligtum der Gebenedeiten; nicht das Sumsen einer Fliege, nicht das Zirpen des Heimchens unterbricht die heilige Stille, in der nur die frommen Gesänge der Priester erhallen, die, mit den Pilgern goldne Rauchfässer schwingend, aus denen der Duft des Weihrauchopfers emporsteigt, in langen Zügen daherziehen. Noch sehe ich mitten in der Kirche den mit Silber überzogenen Stamm der Linde, auf welche die Engel das wundertätige Bild der heiligen Jungfrau niedersetzten. Noch lächeln mich die bunten Gestalten der Engel – der Heiligen – von den Wänden, von der Decke der Kirche an! – Die Erzählungen meiner Mutter von dem wundervollen Kloster, wo ihrem tiefsten Schmerz gnadenreicher Trost zuteil wurde, sind so in mein Innres gedrungen, daß ich alles selbst gesehen, selbst erfahren zu haben glaube, unerachtet es unmöglich ist, daß meine Erinnerung so weit hinausreicht, da meine Mutter nach anderthalb Jahren die heilige Stätte verließ. – So ist es mir, als hätte ich selbst einmal in der öden Kirche die wunderbare Gestalt eines ernsten Mannes gesehen, und es sei eben der fremde Maler gewesen, der in uralter Zeit, als eben die Kirche gebaut, erschien, dessen Sprache niemand verstehen konnte und der mit kunstgeübter Hand in gar kurzer Zeit die Kirche auf das herrlichste ausmalte, dann aber, als er fertig worden, wieder verschwand. – So gedenke ich ferner noch eines alten fremdartig gekleideten Pilgers mit langem grauen Barte, der mich oft auf den Armen umhertrug, im Walde allerlei bunte Moose und Steine suchte und mit mir spielte; unerachtet ich gewiß glaube, daß nur aus der Beschreibung meiner Mutter sich im Innern sein lebhaftes Bild erzeugt hat. Er brachte einmal einen fremden wunderschönen Knaben mit, der mit mir von gleichem Alter war. Uns herzend und küssend, saßen wir im Grase, ich schenkte ihm alle meine bunten Steine, und er wußte damit allerlei Figuren auf dem Erdboden zu ordnen, aber immer bildete sich daraus zuletzt die Gestalt des Kreuzes.“

 

 
E. Th. A. Hoffmann (24 januari 1776 - 25 juni 1822)
Anoniem portret, rond 1795

Lees meer...