26-01-16

Jonathan Carroll, Achim von Arnim, Menno ter Braak, Jos van Daanen, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Philip José Farmer

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Carroll werd geboren op 26 januari 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Carroll op dit blog.

Uit: The Land of Laughs

"Look, Thomas, I know you've probably been asked this question a million times before, but what was it really like to be Stephen Abbey's--"
"--Son?" Ah, the eternal question. I recently told my mother that my name isn't Thomas Abbey, but rather Stephen Abbey's Son. This time I sighed and pushed what was left of my cheesecake around the plate. "It's very hard to say. I just remember him as being very friendly, very loving. Maybe he was just stoned all the time."
Her eyes lit up at that. I could almost hear the sharp little wheels clickety-clicking in her head. So he was an addict! And it came straight from his kid's mouth. She tried to cover her delight by being understanding and giving me a way out if I wanted it.
"I guess, like everyone else, I've always read a lot about him. But you never know if those articles are true or not, you know?"
I didn't feel like talking about it anymore. "Most of the stories about him are probably pretty true. The ones I've heard about or read are." Luckily the waitress was passing, so I was able to make a big thing out of getting the bill, looking it over, paying it--anything to stop the conversation.
When we got outside, December was still there and the cold air smelled chemical, like a refinery or a tenth-grade chemistry class deep into the secrets of stink. She slipped her arm through mine. I looked ather and smiled. She was pretty--short red hair, green eyes that were always wide with a kind of happy astonishment, a nice body. So I couldn't help smiling then too, and for the first time that night I was glad she was there with me.
The walk from the restaurant to the school was just a little under two miles, but she insisted on our hiking it both ways. Over would build up our appetites, back would work off what we'd eaten. When I asked her if she chopped her own wood, she didn't even crack a smile. My sense of humor has often been lost on people.
By the time we got back to the school we were pretty chummy. She hadn't asked any more questions about my old man and had spent most of the time telling me a funny story about her gay uncle in Florida.“

 


Jonathan Carroll (New York, 26 januari 1949)


 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

Uit:Isabella von Ägypten

Braka, die alte Zigeunerin im zerlumpten roten Mantel, hatte kaum ihr drittes Vaterunser vor dem Fenster abgeschnurrt, wie sie es zum Zeichen verabredet hatte, als Bella schon den lieben, vollen, dunkelgelockten Kopf mit den glänzenden, schwarzen Augen zum Schieber hinaus in den Schein des vollen Mondes streckte, der glühend wie ein halbgelöschtes Eisen aus dem Duft und den Fluten der Schelde eben hervorkam, um in der Luft immer heller wieder aus seinem Innern heraus zu glühen. «Ach, sieh den Engel», sagte Bella, «wie er mich anlacht!» – «Kind», sprach die Alte und ihr schauderte, «was siehst du?» – «Den Mond», antwortete Bella, «er ist schon wieder da, aber der Vater ist wieder nicht nach Hause gekommen. Alte, diesmal bleibt der Vater gar zu lange aus, doch ich hatte schöne Träume von ihm in der letzten Nacht, ich sah ihn auf einem hohen Throne in Ägypten, und die Vögel flogen unter ihm, das hat mich getröstet.» – «Du armes Kind», sagte Braka, «wenn's nur wahr wäre, hast du denn was zu essen und zu trinken bekommen?» – «O ja», antwortete Bella, «der Nachbar hat seine Äpfelbäume geschüttelt, da sind viele Äpfel in den Bach gefallen, die habe ich aufgefischt, wo sie in den Wurzeln am krummen Ufer stecken geblieben, auch hatte der Vater, ehe er ausging, mir ein großes Brot herausgelassen.» – «Daran tat er recht», weinte die Alte, «er hat kein Brot mehr nötig, sie haben ihn vom Brot geholfen.» – «Liebe Alte, sprich», bat Bella, «mein Vater hat sich doch nicht Schaden getan bei den starken Mannskünsten? Führ mich hin zu ihm, ich will ihn pflegen. Wo ist mein Vater? Wo ist mein Herzog?» – So fragte Bella zitternd, und die Tränen fielen ihr aus den Augen durch den Mondschein auf harte Steine nieder – wär ich ein ziehender Vogel gewesen, ich hätte mich niedergelassen und meinen Schnabel eingetunkt und sie zum Himmel getragen, so traurig und so ergeben in seinen Willen waren diese Tränen. – «Sieh dort», schluchzte die Alte, «auf dem Berge steht ein Dreifuß, dreibeinig, aber nicht dreieinig. Gott weiß nichts von ihm, und doch heißt er das hohe Gericht, wer vor dem Dreifuß vorbeikommt, der kann noch lange leben, das Fleisch, was da die Sonne kocht, das wird in keinen Topf gesteckt, es hängt daran, bis wir es abnehmen. Sei ruhig, du armes Kind, und schrei nur nicht, dein Vater hängt da oben, aber sei nur ruhig, wir holen ihn diese Nacht und werden ihn in den Bach werfen mit allen Ehren, wie ihm zukommt, daß er hinschwimme zu den Seinen nach Ägypten, denn er ist auf frommer Wallfahrt gestorben. Nimm diesen Wein und dieses Töpfchen mit Schmorfleisch, halte ihm ein Totenmahl in deiner Einsamkeit, wie es sich geziemt.»

 

 
Achim von Arnim (26 januari 1781 - 21 januari 1831)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook alle tags voor Menno ter Braak op dit blog.

Uit: Het carnaval der burgers

Tusschen ‘liefde’ en ‘geloof’ zweeft een term, die den burgers zeer dierbaar is, omdat hij, minder compromittant dan de liefde en minder gewijd dan het geloof, niettemin uitdrukking geeft aan hun atomistische verlangens. Dit woord der saamhoorigheid heeft zich een algemeener gebruikelijkheid verworven dan de beide andere; de beteekeniskern is onzekerder, de gevoelsperipherie vloeiender en beweeglijker. Beurtelings abstracte modenaam en concrete, zakelijke klank, geeft het aan, wat de atomen tot bijeenzijn drijft, wat hen naar elkander stuwt, zonder diepe schade voor hun zelfstandigheid: Gemeenschap.
Er is een gemeenschap des heiligen Geestes, een vleeschelijke gemeenschap, ook een gemeenschap van goederen. Van de autoriteit des geloofs en de vereenigingsdrift der sexen leidt het woord ‘gemeenschap’ naar de laagvlakte der wettige formaliteit, waar het zijn oprechtste cliënten vindt in hen, die belangen voorstaan en wenschen hebben te verwezenlijken. Belijders van eenzelfde beperktheid, die in het overstemmen van andere beperktheden het heil zoeken, voelen zich in gemeenschap; minnaars, die hun bezit in veiligheid willen brengen, noemen hun veiligsten vorm gemeenschap. Zelfs de wet spreekt, met de gemeenschap van goederen, haar zegen uit over deze formule voor de tweeheid, die in een band van eenheid wordt geklonken, zonder dat deze eenheid storend werkt op de productieve kracht der afzonderlijke factoren.
Wie de gemeenschappen in de wereld ontmoet, wie de vitale bestaansdrift der groepen onder de oogen ziet, is aanvankelijk nauwelijks bij machte te erkennen, dat dezelfde woorden, die als pathetische leuzen in de vaandels der betoogers staan geschreven, allen symbolen kunnen zijn voor den dichter, dat alle tot keiharde lichamen verstarde complexen, die op elkaar botsen, vechten als ging het om een wereldkampioenschap en als overwinnaars en geslagenen worden gehuldigd of bejammerd, strijden onder een devies, dat ook den droom van een dichter zou kunnen verbeelden. Zoozeer beheerscht het teeken der gemeenschap het gros der burgers, dat het niet meer een vorm van hun gemeenschapsverlangen, maar een van buitenaf opgelegd uniform schijnt: zoozeer knechten de leiders de individuen, die hun groep samenstellen, dat hun zelfstandigheid schijnt opgelost in een egale verbinding, die slechts één naam draagt, één nieuw element vertegenwoordigt.“

 

 
Menno ter Braak (26 januari 1902 - 14 mei 1940)
Het beeld „Carnaval der burgers“ door Marius van Beek in Eibergen

 

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

De witte sluier
 
De witte sluier

De zwarte haren
De donkere ogen
Houden mij gevangen
Tussen jou en mij
Zingt de zee
Speelt de wind
Slaapt de herinnering
Ik ben zo ver
Zo ver van jou
Toch leef je diep
Heel diep in mij

 

 

Op de grens

Op de grens
van de grens
grenst
de grens
   van de stilte
   stil en alleen
   lichtend
in het licht
badend in de wind
van dood
   mysterie
en geheim

 

 
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jos van Daanen werd geboren op 26 januari 1959 in Kerkrade. Zie ook alle tags voor Jos van Daanen op dit blog.

 

Omgekeerd evenredig

Als u uw publiek wilt laten voelen dat u vrolijk bent,
gebruik in uw gedicht het woordje vrolijk niet,
zei de beroemde dichter in een uitgelezen interview

stel dat u vrolijk bent van regen in het hoogseizoen,
omschrijf dan uw gevoel in termen van depressie,
ellende of misère, maar gebruik het woordje vrolijk niet

of als het u gelukkig stemt hetgeen de wereld draaiend houdt,
schrijf dan in volle overtuiging dat hij naar de kloten gaat,
maar alstublieft, gebruik het woord gelukkig niet.

En als u in haar ogen kijkt, vertel haar dat het leven
daaruit weggetrokken is, dat haar huid gerimpeld is,
maar gebruik beslist het woordje liefde niet.

 

 
Jos van Daanen (Kerkrade, 26 januari 1959)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Alexander Schröder werd geboren op 26 januari 1878 in Bremen. Zie alle tags voor Rudolf Alexander Schröder op dit blog

 

Es mag sein, dass alles fällt

Es mag sein, dass alles fällt, dass die Burgen dieser Welt
Um dich her in Trümmer brechen,
Halte du den Glauben fest, dass dich Gott nicht fallen lässt:
Er hält sein Versprechen.

Es mag sein, dass Trug und List eine Weile Meister ist:
Wie Gott will, sind Gottes Gaben!
Rechte nicht mein und dein. Manches Glück ist auf den Schein;
Lass es Weile haben !

Es mag sein, dass Frevel siegt, wo der Fromme unterliegt,
Doch nach jedem Unterliegen,
Wirst du den Gerechten sehn, lebend aus dem Feuer gehn,
Neue Kräfte kriegen.

Es mag sein, die Welt ist alt: Missetat und Missgestalt
Sind in ihr gemeine Plagen.
Schau dirs an und stehe fest; Nur, wer sich nicht schrecken
Lässt, darf die Krone tragen!

Es mag sein, so soll es sein ! Fass ein Herz und gib dich drein !
Angst und Sorge wirds nicht
Wenden. Streite, du gewinnst den Streit! Deine Zeit und alle
Zeit stehn in Gottes Händen

 

 
Rudolf Alexander Schröder (26 januari 1878 – 22 augustus 1962)

 

 

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook alle tags voor Philip José Farmer op dit blog.

Uit: The Magic Labyrinth

Moreover, the Operator would have a psychological advantage. X, face to face with the being he loved and hated, would be inhibited and might not be able to attack the Operator with the fury and vigor demanded.
Cowardly though it was, a detestable act, he would have to take the Operator from behind. But his detestable deeds had been many since he had set himself against the others, and he could do this. Though taught from early childhood to loathe violence, he had also been taught that violence was justified if his life was in peril. The resurrecting force which for all practical purposes made everyone on the Riverworld indestructible just did not enter into it. Resurrection no longer worked but even when it had he'd still forced himself to be violent.
Despite what his mentors said, the end did justify the means. Besides, all those he'd killed would not be dead forever. At least, he'd thought so. But he'd not foreseen this situation.
The Ethical was living in a bamboo leaf-thatched hut on the bank of The River, the right bank if you faced upstream. He hadn't been there long. Now he sat on the thick short grass of the plain near the shore. There were approximately five hundred others around him, all waiting for lunchtime. At one time, there would have been seven hundred here, but, since the resurrections had ceased, the population had lessened. Accidents, mostly from encounters with the gigantic human-eating boat-smashing riverdragon fish, suicide, and murder, had accounted for most fatalities. Once, war had been the greatest death-maker, but there had been none in this area for many years, the would-be conquerors had been killed off, and now they would not be translated elsewhere along The River to make more trouble.
Also, the spread of the Church of the Second Chance, the Nichirenites, the Sufis, and other pacifistic religions and disciplines had had great effect in bringing peace.“

 

 
Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)
In 1953 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

De commentaren zijn gesloten.