01-01-16

J.D. Salinger, E. M. Forster, Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen

 

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook alle tags voor J. D. Salinger op dit blog.

Uit:The Catcher in the Rye

“And you could tell his date wasn't even interested in the goddam game, but she was even funnier-looking than he was, so I guess she had to listen. Real ugly girls have it tough. I feel so sorry for them sometimes. Sometimes I can't even look at them, especially if they're with some dopey guy that's telling them all about a goddam football game. On my right, the conversation was even worse, though. On my right there was this very Joe Yale-looking guy, in a gray flannel suit and one of those flitty-looking Tattersall vests. All those Ivy League bastards look alike. My father wants me to go to Yale, or maybe Princeton, but I swear, I wouldn't go to one of those Ivy League colleges, if I was dying, for God's sake. Anyway, this Joe Yale-looking guy had a terrific-looking girl with him. Boy, she was good-looking. But you should've heard the conversation they were having. In the first place, they were both slightly crocked. What he was doing, he was giving her a feel under the table, and at the same time telling her all about some guy in his dorm that had eaten a whole bottle of aspirin and nearly committed suicide. His date kept saying to him, "How horrible . . . Don't, darling. Please, don't. Not here." Imagine giving somebody a feel and telling them about a guy committing suicide at the same time! They killed me.
I certainly began to feel like a prize horse's ass, though, sitting there all by myself. There wasn't anything to do except smoke and drink.”

 

 
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 27 januari 2010)


 

De Engelse romanschrijver en essayist Edward Morgan Forster werd geboren op 1 januari 1879 in Londen. Zie ook alle tags voor Edward Morgan Forster op dit blog.

Uit:A Passage to India

"Well, look at my own experience this morning."
"I only contend that it is possible in England," replied Hamidullah, who had been to that country long ago, before the big rush, and had received a cordial welcome at Cambridge.
"It is impossible here. Aziz! The red-nosed boy has again insulted me in Court. I do not blame him. He was told that he ought to insult me. Until lately he was quite a nice boy, but the others have got hold of him."
"Yes, they have no chance here, that is my point. They come out intending to be gentlemen, and are told it will not do. Look at Lesley, look at Blakiston, now it is your red-nosed boy, and Fielding will go next. Why, I remember when Turton came out first. It was in another part of the Province. You fellows will not believe me, but I have driven with Turton in his carriage—Turton! Oh yes, we were once quite intimate. He has shown me his stamp collection."
"He would expect you to steal it now. Turton! But red-nosed boy will be far worse than Turton!"
"I do not think so. They all become exactly the same, not worse, not better. I give any Englishman two years, be he Turton or Burton. It is only the difference of a letter. And I give any Englishwoman six months. All are exactly alike. Do you not agree with me?"
"I do not," replied Mahmoud Ali, entering into the bitter fun, and feeling both pain and amusement at each word that was uttered. "For my own part I find such profound differences among our rulers. Red-nose mumbles, Turton talks distinctly, Mrs. Turton takes bribes, Mrs. Red-nose does not and cannot, because so far there is no Mrs. Red-nose."

 

 
Edward Morgan Forster (1 januari 1879 - 7 juni 1970)
Scene uit de film van David Lean uit 1984 met o.a. Peggy Ashcroft

 

 

De Amerikaanse schrijver Douglas Kennedy werd geboren op 1 januari 1955 in New York. Zie ook alle tags voor Douglas Kennedy op dit blog.

Uit: The Pursuit of Happiness

“I first saw her standing near my mother’s coffin. She was in her seventies—a tall, angular woman, with fine gray hair gathered in a compact bun at the back of her neck. She looked the way I hope to look if I ever make it to her birthday. She stood very erect, her spine refusing to hunch over with age. Her bone structure was flawless. Her skin had stayed smooth. Whatever wrinkles she had didn’t cleave her face. Rather, they lent it character, gravitas. She was still handsome—in a subdued, patrician way. You could tell that, once upon a recent time, men probably found her beautiful.But it was her eyes that really caught my attention. Blue-gray. Sharply focused, taking everything in. Critical, watchful eyes, with just the slightest hint of melancholy. But who isn’t melancholic at a funeral? Who doesn’t stare at a coffin and picture themselves laid out inside of it? They say funerals are for the living. Too damn true. Because we don’t just weep for the departed. We also weep for ourselves. For the brutal brevity of life. For its ever-accumulating insignificance. For the way we stumble through it, like foreigners without a map, making mistakes at every curve of the road.
When I looked at the woman directly, she averted her gaze in embarrassment—as if I had caught her in the act of studying me. Granted, the bereaved child at a funeral is always the subject of everybody’s attention. As the person closest to the departed, they want you to set the emotional tone for the occasion. If you’re hysterical, they won’t be frightened of letting rip. If you’re sobbing, they’ll just sob too. If you’re emotionally buttoned up, they’ll also remain controlled, disciplined, correct. I was being very controlled, very correct—and so too were the twenty or so mourners who had accompanied my mother on “her final journey”—to borrow the words of the funeral director who dropped that phrase into the conversation when he was telling me the price of transporting her from his “chapel of rest” on 75th and Amsterdam to this, “her eternal resting place” . . . right under the LaGuardia Airport flight path in Flushing Meadow, Queens.”

 

 
Douglas Kennedy (New York, 1 januari 1955)

 

 

De Nederlandse schrijfster Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd geboren op 1 januari 1949 in Driebergen. Zie ook alle tags voor Rascha Peper op dit blog.

Uit: Zwartwaterkoorts

“De mozambieksijzen maakten al sinds gisteren een hangerige indruk en ook de Indische tortels vertrouwde hij niet helemaal. Bovendien bleek, zodra hij met Scheffer op de schouder de deur van de zijkamer opende, de manke merel in gevecht met de blinde. Scheffer dook erop omde orde te herstellen, maar Stutijns beslissing stond meteen vast: de manke merel kon weer teruggezet worden; dit was al de derde keer dat hij zich agressief tegen de blinde gedroeg.
Terwijl Scheffer met opgezette borstveren door de kamer hipte om zich door de tortels te laten bewonderen, verzamelde Stutijn de drinkbakken en gooide ze leeg in de wastafel. Bij het vullen kwam Scheffer op de kraan zitten omuit de waterstraal te drinken, terwijl de enig overgebleven rode kardinaal schuin boven hemaan de waterleidingbuis hing om direct zijn plaats in te kunnen nemen als Scheffer klaar was. Zo was hier de pikorde.
Argwanend bekeek Stutijn de witkuifgaai, die met verdraaide hals boven op een nestkastje zat. Wat viel er te slapen, terwijl de zon hoog aan de hemel stond? Hij hing de schone drinkbakken op, vulde de voerbakjes bij, sneed een appel in stukjes, schudde een laatste restje buffalowormen uit en greep in het voorbijgaan de manke merel omhemin een kooitje te stoppen – dat ging gemakkelijk, in drie maanden tijds was het beestje handtam ge worden.
Begin april had hij de horren al in de vensters van de kamer geplaatst, dus het rook hier nu fris, en ook op de gang. ’s Winters merkte hij zelf wat voor muffe lucht er in de kamer hing, hoe wel hij soms wel twee keer in de week de poep van de vloer schraapte, zelfs van de boomtakken die tussen vloer en plafond geklemd stonden. Die takken zouden eens ververst moeten worden, maar bij de gedachte alleen al zonk hem de moed in de schoenen.”

 

 
Rascha Peper (1 januari 1949- 16 maart 2013)
Poster 

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen (eig. Caroline Lea de Haan) werd geboren in Smilde op 1 januari 1881. Zie ook alle tags voor Carry van Bruggen op dit blog.

Uit: Heleen: een vroege winter

“Beneden aan de voorzijde was hun woonkamer, ruim maar laag, stoffig en bedompt. Het ruige en halfvergane kleed scheen met den vloer, de meubels met het vloerkleed saamgegroeid. Alles in die kamer was duister en zwaar, er waren geen bloemen en geen lichte gordijnen, geen spiegelend meubel en geen luchtige snuisterij. Portretten van grootouders hingen aan de wanden en schenen als de klok daarmede één geworden.
Wat haar vader buitenshuis deed en waarvan ze leefden wist Heleen niet, er werd daarover nooit gesproken, zij vroeg er niet naar. Uit haar moeders verhalen, waarvan ze in later jaren wel geloofde, dat zij ze maar gedroomd of gelezen had, wist ze dat haar moeders familie rijk en aanzienlijk was geweest en daarna door onverstand tot armoe vervallen, en dat er vele kleine broertjes en zusjes waren gekomen en weer gegaan, zoodat zij nu nog maar met drie anderen overig was, de kleine broertjes en de oudere zuster. Zij drieën waren slank en bleek met blonde haren, maar de zuster kort en plomp, ze ging niet naar school en bij dag het huis niet uit, tegen den avond nam vader haar mee en wandelde met haar langs de rivier. Soms zat ze een volslagen dag in een hoek van den zolder op den grond, knaagde aan haar handen en bewoog grommend het lijf in bochten. Al haar vingers waren van het knagen geschonden; - somwijlen vertelde ze Heleen lange vertelsels zonder zin of samenhang, waarnaar Heleen peinzend luisterde, pogend te begrijpen; doch ze had ook haar booze dagen, dan was haar heele gezicht geslonken van nijd, beet ze zichzelf fel tot bloedens toe in den duim en kneep Heleen en de beide broertjes met klein-genepen oogen. Heleen dacht aanvankelijk over die vreemde gewoonten van haar zuster weinig na, ze wist niet beter of het behoorde zoo als een deel van huis en leven, en ze vermoedde niet voor veel later uit wat anderen in schimp en giftige scherts haar toebeten, dat die zuster krankzinnig was.”

 

 
Carry van Bruggen (1 januari 1881 - 16 november 1932)
Monument voor Carry van Bruggen in Zaandam

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

 

De commentaren zijn gesloten.