16-11-15

Chinua Achebe, Anton Koolhaas, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Refugee Mother And Child

No Madonna and Child could touch
that picture of a mother’s tenderness
for a son she soon would have to forget.
The air was heavy with odours

of diarrhoea of unwashed children
with washed-out ribs and dried-up
bottoms struggling in laboured
steps behind blown empty bellies. Most

mothers there had long ceased
to care but not this one; she held
a ghost smile between her teeth
and in her eyes the ghost of a mother’s
pride as she combed the rust-coloured
hair left on his skull and then –

singing in her eyes – began carefully
to part it… In another life this
would have been a little daily
act of no consequence before his
breakfast and school; now she

did it like putting flowers
on a tiny grave.

 

 

Love Cycle

At dawn slowly
the sun withdraws his
long misty arms of
embrace. Happy lovers

whose exertions leave
no aftertaste nor slush
of love’s combustion; Earth
perfumed in dewdrop
fragrance wakes

to whispers of
soft-eyed light…
Later he
will wear out his temper
ploughing the vast acres
of heaven and take it

out of her in burning
darts of anger. Long
accustomed to such caprice
she waits patiently

for evening when thoughts
of another night will
restore his mellowness
and her power
over him.

 

 
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)


 

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

 Uit: Fame, Fortune and the Ant (Vertaald door Iain Macintyre)

 „Once upon a time there was an ant who did not go out to seek his fortune, but literally bumped into a sugar cube. A double one. It was lying there on the hard Stone floor at the top of the steps leading to the Supreme Court. and it has never been properly explained what this sugar cube was doing there. Nor for that matter what the ant was doing there.
One thing that was widely known among ants was that this particular ant was physically extremely tough, and a hard-working, Stubborn customer. 80 straight away he began trying to shift the sugar cube and, since the stone surface was smooth, he was successful, even though it took all the strength he had.
The double sugar cube was right in the middle of the floor, and the ant pushed it across to the right, up to the wall that closed off that side.
The ant then emerged from behind the sugar cube to see what was stopping him going further. The white object. being much longer than it was broad, lay lengthwise, flush against the wall, and the am. now pushing the short side began to shift it along the wall until the huge bulk suddenly vanished.
The sugar cube was now one step lower.
The ant gazed down into a chasm. He peered around until he saw something white shimmering in its depths. Immediately he plunged down, pushed the sugar cube againSt the wall again, then along it and watched the cube vanish once more.
The process was repeated twice until the white colossus lay in the street. The ant pushed it up against the bottom step. squeezed in between the sugar and the step. and fell into an exhausted sleep. Knowing well that he would need to be wide awake and alert before he considered what he was to do with his immense cargo. Because one thing was clear to him: he would devote the rest of his life to the task. As we know, his exceptional Strength had already won him a degree of renown among the other ants; but it would be as ‘the sugar cube ant‘ that everyone would know him. and so fame and fortune would be his.“

 

 
Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

 

De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

Uit: De Stad Der Blinden (Vertaald door Harrie Lemmen)

“Een kordater iemand stelde voor om met z'n allen te gaan opeisen wat van hen was, Dat zal niet eenvoudig zijn, meende de apothekersassìstent, ze zijn met veel, ik had tenminste de indruk dat het een grote groep is, en het ergste is dat ze gewapend zijn, Gewapend, hoe dat dan, Op zijn minst hebben ze knuppels, mijn arm doet nog zeer van de klap die ik daar heb gehad, zei een van de anderen, Laten we proberen dit goedschiks op te lossen, zei de oogarts, ik ga samen met jullie praten met die lui, dit is beslist een misverstand,
Mij best, dokter, ik ga wel met u mee, zei de apothekersassistent, maar zoals ze zich gedroegen, betwijfel ik dat u hen kunt overtuigen, Hoe het ook zij, we moeten erheen, we kunnen dit niet zomaar over onze kant laten gaan, Ik ga ook mee, zei de vrouw van de oogarts. Het groepje verliet de zaal, alleen de man die over zijn arm klaagde bleef, hij vond dat hij zijn plicht wel had gedaan en vertelde de anderen over het riskante avontuur, een boel lekker eten op twee meter en een muur van lichamen ervoor, Met knuppels, onderstreepte hij.
Dicht op elkaar, als een pijnappel, baanden ze zich een weg tussen de blinden uit de andere slaapzalen. Toen ze bij de hal arriveerden, begreep de vrouw van de oogarts onmiddellijk dat overleg hier niet mogelijk was en waarschijnlijk ook nooit mogelijk zou worden.
Midden in de hal stond een groep blinden in een kring rond de dozen met eten en hield, alsof het bajonetten of lansen waren, knuppels en bedspijlen gericht tegen een front van wanhopige andere blinden die stuntelig pogingen deden om door de verdedigingslinie heen te breken, sommige hoopten ergens een gaatje te vinden, een uit nalatigheid slecht gesloten raampje, en pareerden de slagen met hun opgeheven armen, andere kropen op handen en voeten tot ze tegen de benen van de tegenstanders botsten, die hen opvingen met schoppen en slagen op de rug. Er blind op los slaan, heet dat. Aan het tafereel ontbraken niet de verontwaardigde protesten, de kreten van woede, Wij willen ons eten, Wij hebben recht op brood, Goorlappen, Wat is dit voor smerige schoftenstreek.”

 

 
José Saramago (16 november 1922 - 18 juni 2010)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

Uit: Nee heb je

“Je moet de waarheid onder ogen zien, dat is waar. Maar toch moet je zelf uitvinden wat die waarheid eigenlijk is en er niet minder van maken, maar ook niet meer. Je moet niet slachtoffer worden van een naam, een begrip, een idee dat de mensen hebben en dat je daarom zelf ook hebt. Je moet kijken naar wat werkelijk is. Dat is mijn programma.”
(…)

'Het onderbewuste, waarvan het bestaan zo vaak aangevochten wordt, is er immers, ik heb dat zelf ervaren. Als een hemelse moeder beschermt het je tegen een harde klap, zelfs de grofste uitdeler van de volle mep waarheid kan er niet tegen op. Toen mijn neuroloog omslachtig begon aan het beschrijven van mijn aandoening, dwaalden . mijn gedachten op slag af. Laat maar lullen, dacht ik, ik weet dat het van de slaap middelen komt, het is mijn eigen schuld, ik zal ophouden met de mogadon en eerst maar eens drie weken slapeloos in bed liggen.'
(…)

Maar ik ben een misschien wel uitzonderlijk bewegelijk en uitbundig meisje geweest, hollend over het schoolplein. Dat uitbundige, dat zwaaien met armen en benen is mijn aard.'

 

 
Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)

 

 

De Amerikaanse dichter Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

 

Incubus (Fragment)

The chain uncouples, and his jacket hangs
on the peg over hers, and he's inside.  

She stalls in the kitchen, putting the kettle on,  
buys herself a minute looking for two  
matching cups for the lime-flower tea,  
not really lime but linden, heart-shaped leaves  
and sticky flowers that smell of antifreeze.  
She talks a wall around her, twists the string  
tighter around the tea bag in her spoon.  
But every conversation has to break  
somewhere, and at the far end of the sofa  
he sits, warming his hands around the cup  
he hasn't tasted yet, and listens on  
with such an exasperating show of patience  
it's almost a relief to hear him ask it:  
If you're not using your body right now
maybe you'd let me borrow it for a while?

It isn't what you're thinking. No, it's worse.  

Why on earth did she find him so attractive  
the first time she met him, propping the wall  
at an awkward party, clearly trying to drink  
himself into some sort of conversation?  
Was it the dark uncomfortable reserve  
she took upon herself to tease him out of,  
asking, Are you a vampire? That depends,  
he stammered, are you a virgin? No, not funny,  
but why did she laugh at him? What made her think  
that he needed her, that she could teach him something?  
Why did she let him believe she was drunk  
and needed a ride home? Why did she let him  
take her shirt off, fumble around a bit  
on the spare futon, passing back and forth  
the warm breath of a half-hearted kiss  
they kept falling asleep in the middle of?  
And when he asked her, why did she not object?  
I'd like to try something. I need you to trust me. 

 

 
Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

 

De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ook alle tags voor Daniel Wallace op dit blog.

Uit: Yes Man

“We'd been standing, me and this man, waiting for the Central Line train to take us from Holborn to the East End, when the announcement had spluttered and stuttered its way over the tannoy. It was a security alert. We were being asked to leave. Our journeys home had just gained an hour. We'd be shunted and squeezed onto buses outside and driven home, very slowly during rush hour, on a rainy, rainy London night.
The man and I had raised our eyebrows at each other and smiled in a "what's the world coming to" way, but other than that we didn't say a word to each other. We'd simply started to walk up the stairs and out of the station, like the good, old-fashioned, obedient British citizens we were.
"Nice weather for this!" said the man as we jogged through a slanting rain and flashed our travel cards at the bus driver. I ha-ha'ed, probably a little too ha-hard, and we joined the seething masses on board the bus.
After ten minutes and three stops, we found seats for ourselves, and after another ten, we had begun to chat.
"Where are you headed?" I'd asked.
"Aldgate," he'd replied.
The man, as it turned out, was a teacher.
And he was about to teach me.
"So, what did he teach you?" said Ian.
"I'll tell you in a minute."
"Tell me now. I want to know what kind of wisdom he imparted on you that's caused you to summon me here."
"I didn't 'summon' you here."
"You sent me an e-mail saying that your entire life had changed and that you wanted to meet up."
 

 
Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)

 

 

De Nederlandse literator, kunsthistoricus, archeoloog en katholiek priester Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer werd geboren in Bolsward op 16 november 1904. Zie ook alle tags voor Frits van der Meer op dit blog.

Uit:Apocalypse, Visioenen uit het Boek der Openbaring in de kunst

“‘Alle ogen zijn vervuld van ontzetting ofwel van verbijsterde aanbidding, en, wat de engelen betreft, van verpletterende zekerheid van doen. Geen enkele pupil zit middenin het oogwit; alle ogen schuinsen opzij, omhoog, omlaag; het oogwit blinkt in een hoek. De hele onrustbarende pantomime wordt gespeeld met ogen, handen, voeten, vleugels en mantelslippen. Men vergeet ook, dat de uitdrukkelijkheid aan elegantie geen enkele kans laat; dat de voeten te groot, de vingers te lang, de wijsvingers méér dan nadrukkelijk zijn; de achterhoofden te klein, de facies te groot. Alles gaat op in expressie.”

 

 
Frits van der Meer (16 november 1904 – 19 juli 1994)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

 

De commentaren zijn gesloten.