26-10-15

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Karin Boye

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

Uit: Terug naar Oegstgeest

“Met een vies gezicht zei ze dat ik mijn handen moest wassen, maar toen we naast elkaar door een van de kleine raampjes over de omgeving keken was ze dat al vergeten, want toen ik haar hand voorzichtig beetpakte trok ze die niet terug. Ze draaide hem om, omdat ik aan de verkeerde kant mijn vingers tussen de hare had gestoken en ging ineens met haar spitse nagels onder mijn afgebroken nagels. Ik rilde, zodat ze vroeg of ik het koud had. Ik wees haar een reiger die zo vlak langs de grond zweefde dat het leek of hij door zijn eigen schaduw achterna werd gezeten. En we zagen twee priesters in hun zwarte gewaden in het weiland achter het seminarie. Ze gaven elkaar een hand en bleven zo heel Iang staan alsof ze elkaar nooit meer zouden zien. Toen gingen ze allebei een andere kant op met fladderende rokken door het groene gras. Daar lagen we even later samen in aan de slootkant. Zij met mijn zwarte regenjas vol verfklodders onder zich omdat ze bang was dat haar nok vuil zou worden, want daar keken ze thuis altijd meteen naar als ze weg geweest was. Toen ik haar een kleverig zoentje gaf begon ze zo snel te ademen dat ik voorzichtig met mijn hand onder haar rok de warmte binnensloop. Met mijn vingertoppen op het elastiek in haar broekje bleef ik liggen, onhandig toen ik haar niet meer zoende, want toen werd mijn hand ineens een ding dat daar niet thuishoorde. Onwillekeurig keek ik naar het raampje in de toren waar wij net voor gestaan hadden, maar het weerspiegelde alleen de hemel. Ze drukte haar lippen op mijn mond en stak het puntje van haar tong naar binnen. Toen sloot ze haar ogen, zodat ik met mijn hand in haar broekje durfde te gaan. Haar gezicht was zo rood geworden dat je haar sproeten niet duidelijk meer kon zien. Ineens draaide ze wild met haar onderlichaam en deed haar dijen van elkaar, zodat ik met mijn vinger in haar wegzakte. Verschrikt trok ik mijn hand terug en ze keek me aan of ze plotseling wakker werd. En toen kwam de natuur mij te hulp want naast haar hoofd zat een zeldzame rugstreeppad die ik alleen van plaatjes kende.”

 

 
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)
In 1966


 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

Uit: Wandelaar en zwartziener Het debuut van Martinus Nijhoff

“Ook uit de andere gedichten in de bundel komt het beeld naar voren van de dichter die slechts wandelaar kan zijn tussen de hem omringende dingen, waarvan hij ‘door een groote stilte’ (‘Lente’) vervreemd is. Soms kan weliswaar ‘alles schoon en goed’ zijn, bijvoorbeeld vanwege ‘een melodie/ Die in me dringt en mijn hart bersten doet’ - maar over het algemeen zijn ‘de dingen (...) niet meer dan hunne naam’ en de dichter ‘niet meer dan een ontdaan gelaat’ (‘De eenzame’). Wandelen is het enige wat rest, vervreemd en wel.
Nu heb ik tot nog toe mooi alle religieuze verwijzingen weten te vermijden. Wat betreft het openingsgedicht kan ik daar ook nog wel mee wegkomen. In veel van Nijhoffs gedichten, ook in zijn debuutbundel, klinkt echter een religieuze ondertoon die wel degelijk verbonden is met een troostend visioen of een hemels verlangen. In 1926 verscheen de tweede editie van De wandelaar en daarin bracht Nijhoff nogal wat wijzigingen aan. Onder andere koos hij voor een ander openingsgedicht, ‘Het licht’, dat oorspronkelijk het tweede gedicht in de bundel was. Voorzover dit gedicht de overheveling verdraagt van woorden naar gedachten, draagt het twee overheersende ideeën uit: opoffering (‘En mijn ziel breekt zich als ze woorden spreekt’) en roeping (‘Mijn raam is open, open zijn mijn deuren -/ Hier is mijn hart, hier is mijn lichaam: breekt!’). En dan is er in de derde strofe opeens een zacht visioen, als wordt hier het offer gerechtvaardigd: ‘De grond is zacht van lente. Door de boomen/ Weeft zich een waas van groen, en menschen komen/ Wandelen langs de vijvers in het gras -’.
In 1941 kwam de derde druk van De wandelaar uit, en daarin herstelde Nijhoff de oorspronkelijke volgorde: eerst ‘De wandelaar’, daarna ‘Het licht’. Over de diepere bedoeling van het een en ander kan eindeloos worden nagedacht.”

 

 
Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit:Better life (Fragment)

You think I must be asleep when you sit at my bedside
and well might I be what with the late afternoon hush
now the other residents have all retired to their rooms
but no I am not asleep although you could say uncertain
whether I am myself alone or the sum of those I remember
whose voices have become mine along with their destination.

I can say this at least. I was born a Brixham girl and dad's ship
was the pride of the fleet so every day when they came ashore
I had my pick of the mackerel in their beautiful shiny blue suits.
But then again I was stationed on the flying boats. Wasn't that
a lovely time? The way they came in very low over the harbour
and the deep green water lifted up to greet them or seemed to.

Ask yourself this question. Is it only when you become like me
that you will hear what I have to tell you? Make your mind up.

Here's me when we were in Llandudno on our honeymoon.
I painted my toenails red. If you cared to look you could see
I still have my toenails red. I do this by myself with no help.
And that's me dancing round the house – it was the fresh air
kept me going, without a single brown penny in my purse.

You see what I am saying. I am living here among you
and you pay no attention or decide what I am thinking
which is not worth your attention.
I am every single colour
in the rainbow but you see no colour. You see the colour grey.

We have singing here at night or perhaps it has begun already.
Can you hear them singing? You would not believe how old I am
without feeling it. I tell myself that is because I have looked after
everybody. When I go to the doctor now I find the door is closed.
Do I knock? Once I'm inside it gets better. I say give me a minute.

 

 
Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

 

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: IJstijd

“Het zou goed kunnen dat Marie het ook zo ziet, dat ze naar mij kijkt terwijl ik slaap, dat ze me aanraakt maar mij niet echt voelt, het glas is er altijd, ook als je geen glazenwasser bent.
‘James, nu ben jij aan zet,’ zegt Jos. ‘Je mag vertellen waarom je hier bent en wat je van ons wilt.’
‘Ik heb niets te zeggen,’ zeg ik.
‘Ja,’ zegt Jos.
‘Ik bedoel dat dat de reden is waarom ik naar de praatgroep ben gekomen, ik heb niets te zeggen, begrijp je?’
‘Ja,’ zegt Jos opnieuw. Hij vraagt wat ik voel.
‘Niet veel,’ zeg ik. ‘En ik vraag me af of dat normaal is.’
Wat wel en niet normaal is, is voor iedereen anders,’ zegt Jos. ‘Ik geef je een opdracht, je moet ervoor gaan zorgen dat je wel wat voelt, dat je wel iets te zeggen hebt. Je hebt iets te zeggen, Wij hebben allemaal iets te zeggen.’
Ik kijk naar Jos en dan naar de andere mannen. Leo heeft zijn tranen gedroogd, maar zijn lip trilt nog altijd. Ik zit in de gymzaal in een groep en het lijkt of mijn vader en moeder de telefoon hebben opgehangen en ik blijf luisteren naar de ruis, alsof daar het antwoord ligt op een nooit gestelde vraag.
Ik weet dat het me niets helpt, deze bijeenkomst; als je met allerlei figuren bij elkaar gaat zitten die zich niet begrepen voelen, begrijp je elkaar nog minder. Niemand hoeft mij te begrijpen, ik hoef niet samen te werken, samenwerking is simpelweg nergens voor nodig.
Midden in mijn beurt zeg ik dat het een vergissing is, dat ik helemaal niet eenzaam ben. Ik herhaal: ‘Het is een vergissing' (het is voor hen allemaal een vergissing) en vlucht naar buiten. Ik loop door de gang en geneer me.”

 

 
Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

 

 

De Amerikaanse schrijver Stephen L. Carter werd geboren op 26 oktober 1954 in Washington, D.C. Zie ook alle tags voor Stephen L. Carter op dit en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: Back Channel

“The President was in one of his moods. He stood at the bedroom window, tugging the lace curtain aside with a finger, peering down onto East Capitol Street. Outside, Washington was dark. He picked up his bourbon, took a long pull, and rubbed at his lower back. Margo sensed that he would rather be pacing, except that he was in too much pain just now; he never complained, but she had spent enough time around him these last few days to tell. All the same, she marveled at the man’s aplomb, given that he was quite possibly presiding over the end of the world.
“Long day, Miss Jensen,” he said finally.
“Yes, Mr. President.”
“I’ve got people telling me I have to invade.” His suit jacket was slung over the back of a chair. His tie was loose. The thick brown hair was mussy, and before he departed would be a good deal mussier. Margo wondered who owned this townhouse. The bedroom was plush to the point of decadence. Her grandmother, her beloved Nana, would have been appalled at the thought that Margo was in such a place with a man, even if he was the President of the United States.
“Invade Cuba,” Kennedy clarified. He reached for his glass but didn’t drink. “My people keep telling me it’s my only choice. They seem to forget we tried already, just last year.
And I don’t mean Keating and all those armchair generals on the Hill. I mean my own people. I’ve moved the troops to Georgia and Florida, just in case we decide to go in.” He let the curtain fall, turned half toward her, in profile tired but still dashingly young: the first President born in the twentieth century, as his supporters endlessly trumpeted.“

 

 
Stephen L. Carter (Washington, 26 oktober 1954)

 

 

De Zweedse dichteres en schrijfster Karin Maria Boye werd geboren op 26 oktober 1900 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Karin Boye op dit en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

Inwaarts

Mijn God
en mijn waarheid
zag ik
op een bijzonder moment.
Woorden en bevelen
van de mensen zwegen.
Goed en slecht
vergat mijn ziel.
Mijn God
en mijn waarheid
dronk ik
op het moment van mijn angst.

Mijn god
was zilte duisternis,
mijn waarheid
hard metaal.
Tot diep vanbinnen beefde ik.
Naakt stond ik,
overspoeld door golven
van koude waarheid,
koude, sterke,
verachtelijk waarheid -
mijn Waarheid
en mijn God.

 

 

In beweging

Tevreden dagen schieten steeds tekort.
De beste dag, dat is een dag van dorst.

‘t Is waar dat onze reis een einddoel heeft -
maar het is de weg zelf die er zin aan geeft.

Een nachtlang rust is wat men best beoogt,
als brood gebroken wordt en vuur gedoofd.

Waar men blijft slapen voor maar één nacht lang
slaapt men het diepst en droomt van zoete zang

Stap op, sta op! Daar komt het ochtenduur.
Oneindig is ons grote avontuur.

 

Vertaald door Anke van den Bremt

 

 
Karin Boye (26 oktober 1900 – 24 april 1941)
Standbeeld in Huddinge

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

 

De commentaren zijn gesloten.