29-08-15

Frances Bellerby

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Eirene Frances Bellerby werd geboren op 29 augustus 1899  als dochter van een Anglo-katholieke pastoor in een arme arbeidersklasse-parochie van Oost-Bristol. In 1915 verloor ze haar enige broer, gedood in actie in de Eerste Wereldoorlog. Ze werd opgeleid aan Mortimer House School, Clifton. Vanaf haar twintigste levensjaar doceerde zij Engels, Latijn, was zij huiswerkbegeleidster en had zij een baan in het Londense kantoor van de Bristol Times en Mirror. In 1929 trouwde zij met John Rotherford Bellerby, een socialistische econoom uit Cambridge. Haar pamflet “Neighbours”uit 1931 en de roman “Shadowy Brick”s uit 1932 verwijzen naar de sociale en educatieve experimenten van het echtpaar. Na een val op de kliffen in Lulworth in 1930 en met terugkerende gezondheidsproblemen bleef Frances Bellerby halfinvalide tot haar dood in 1975. Zij liet zich in 1942 definitief scheiden van haar man en begon toen serieus werk te maken van haar poëzie. Ze vestigden zich in Cornwall en later in Devo en schreef poëzie, korte verhalen, en een andere roman. Tijdens de jaren 1950 ontdekte zij dat zij leed aan borstkanker, maar zij leefde nog eens twintig jaar, echter in een slechte lichamelijke en geestelijke gezondheid. Een van de meest bekende van haar gedichten is 'Voices'.

 

Voices 

I heard those voices today again »
Voices at women and children, down in that hollow
or blazing light into which swoops the tree-darkened lane
Belore it mounts up into the shadow again.

I tumed the bend - just as always belore
There was no one at all down there in the sunlit hollow.
Only terns in the wall. loxgloves by the hanging door
Of that blind old desolate cottage. And just as before

I noticed the leaping glitter a! light
Where the stream runs under the lane: in that mine-dark archway
Water and stones unseen as though in the gloom of night
Like glittering fish slithers and leaps the light.

I waited long at the bend at the lane.
But heard only the murmuring water under the archway.
Yet l tell you. We been to that place again and again.
And always. in summer weather. those voices are plain.
Down near that broken house. just where the tree'darkened lane
Swoops into the hollow at light before mounting to shadow again.

 


The Old Ones

In the May evening
Flowing with golden light,
Out went the old woman
To meditate;
Pottered through the orchard,
Her cat at her side -
So old the two of them,
Time they died.
But when they sat them down on the bench
Under an apple tree,
'Here we are,' said the old woman,
'Where we belong to be.'
Blossom floated from the branches,
Light as snowflakes touched those two friends,
Coarsened fur and faded hair
And bent transparent hands.
So they sat, the two of them,
In some content...

The violent bats swerved to and fro,
The brightness went,
Leaving the sky as any shell
Delicate and pure;
Soundless flitted past the moths
Through the dim blossomy air.
Yet still, still, those old ones -
As if the sun still shone -
Sat there, never noticing
Another day had gone. '
Here we are,' said the old woman,
'Under the apple tree
On this sweet May evening,
Where we belong to be.'

 

 
Frances Bellerby (29 augustus 1899 – 30 juli 1975)

 

Bewaren

12:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frances bellerby, romenu |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.