28-08-15

Johann Wolfgang von Goethe, A. Moonen, Maria Barnas, C. J. Kelk, Frederick Kesner

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Wolfgang von Goethe werd geboren op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Johann Wolfgang von Goethe op dit blog.

Uit: Wilhelm Meisters Lehrjahre

„Die Alte kehrte sich um und wollte die Gaben, womit er auch sie bedacht, vorweisen, als Mariane, sich von den Geschenken wegwendend, mit Leidenschaft ausrief: »Fort! Fort! heute will ich nichts von allem diesen hören; ich habe dir gehorcht, du hast es gewollt, es sei so! Wenn Norberg zurückkehrt, bin ich wieder sein, bin ich dein, mache mit mir, was du willst, aber bis dahin will ich mein sein, und hättest du tausend Zungen, du solltest mir meinen Vorsatz nicht ausreden. Dieses ganze Mein will ich dem geben, der mich liebt und den ich liebe. Keine Gesichter! Ich will mich dieser Leidenschaft überlassen, als wenn sie ewig dauern sollte.«
Der Alten fehlte es nicht an Gegenvorstellungen und Gründen; doch da sie in fernerem Wortwechsel heftig und bitter ward, sprang Mariane auf sie los und faßte sie bei der Brust. Die Alte lachte überlaut. »Ich werde sorgen müssen«, rief sie aus, »daß sie wieder bald in lange Kleider kommt, wenn ich meines Lebens sicher sein will. Fort, zieht Euch aus! Ich hoffe, das Mädchen wird mir abbitten, was mir der flüchtige Junker Leids zugefügt hat; herunter mit dem Rock und immer so fort alles herunter! Es ist eine unbequeme Tracht, und für Euch gefährlich, wie ich merke. Die Achselbänder begeistern Euch.«
Die Alte hatte Hand an sie gelegt, Mariane riß sich los. »Nicht so geschwind!« rief sie aus, »ich habe noch heute Besuch zu erwarten.«
»Das ist nicht gut«, versetzte die Alte. »Doch nicht den jungen, zärtlichen, unbefiederten Kaufmannssohn?« – »Eben den«, versetzte Mariane.
»Es scheint, als wenn die Großmut Eure herrschende Leidenschaft werden wollte«, erwiderte die Alte spottend; »Ihr nehmt Euch der Unmündigen, der Unvermögenden mit großem Eifer an. Es muß reizend sein, als uneigennützige Geberin angebetet zu werden.«
»Spotte, wie du willst. Ich lieb ihn! ich lieb ihn! Mit welchem Entzücken sprech ich zum erstenmal diese Worte aus! Das ist diese Leidenschaft, die ich so oft vorgestellt habe, von der ich keinen Begriff hatte. Ja, ich will mich ihm um den Hals werfen! ich will ihn fassen, als wenn ich ihn ewig halten wollte. Ich will ihm meine ganze Liebe zeigen, seine Liebe in ihrem ganzen Umfang genießen.«

 

 
Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Monument in Frankfurt am Main


 

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

Het denken en het meisje

Weilanden en huizen verglijden in mijn ooghoek
terwijl ik me probeer te concentreren op het meisje
dat tegenover me zit. Er past veel in een ooghoek.
Een huis dat ik herken een sloot een koe en zelfs

het grazen en verloren turen van het dier dat de nek
strekt gespannen van een onbekend geluid.
Of wacht het strammer op een teken?
Dieren vermenigvuldigen zich aan de rand.

Schikken zich in dit verzakkende moerasland
met stuitende huizen waarin ik stuk voor stuk
heb gewoond. Het meisje klemt een boek

dat doorsneden van de hersenen toont op schoot.
Ze omcirkelt kwabben en ventrikels en ontleedt
dat ik aan haar kan denken en denken.

 

 

Voor Chengian Chen

Huizen met torens van prijzen en schuine
balken in de etalage achtertuinen en serres
openslaande deuren en een zilveren bus
die in de toekomst rijdt; noch de paraplu

met het opengeslagen hart in de prullenbak
noch de dorre palm op de begane grond
kan mij dragen. Laat iemand hem weghalen
hij siert niets en niemand zo vaal en geknakt.

ik zal als regen langs de gevel dalen en plaats
in de leegte een voet. Als ze me vragen wie
ik ben zeg ik de rook drijft hemels in mijn hart.

Ze geloven dat ze mij niet hebben gekend
maar als het moet wijzen ze gerust waar
ik woonde: daar waar niemand opendoet.

 

 

 
Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

 

De Nederlandse schrijver A. Moonen, (spreek uit: 'a-punt-moonen') werd geboren in Rotterdam op 28 augustus 1937. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor A. Moonen op dit blog.

Uit: Waakvlamseks

“Omdat wij vanwege treinontregeling elkaar te Leiden hadden misgelopen arriveerde ik alleen bij de woonwagen. Een voor de ingang bevestigd gordijn deed mij vermoeden dat de bolle besloten had toch maar te stoppen. Doch in de eettent naar hem vragend omtrent tien over acht, kwam hij achter mij aan gelopen. Bezijden mijn werkplek stond inmiddels een door Vallentgoed meegebrachte ventilator. Dat scheelde wel een beetje binnen benauwde ruimte. Daar gingen wij weer van start om negen uur. In minirok en hoogbehakt zat ik weer gereed. De spreekstalmeester deed reusachtig zijn best mij aan te prijzen. Mijn naam schalde regelmatig aanbevelend door een luidspreker. Vergeefs, niemand, nop. Hij besloot te stoppen met onze schnabbel. Voor de Leidse Courant zou de bolle er een kolom aan overhouden. Zelf keerde ik barstensvol indrukken huiswaarts. In elk geval was ik uit de dagelijkse bospoldersleur gehaald.”

 

 
A. Moonen (28 augustus 1937 – 24 januari 2007)
 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, letterkundige en literatuurcriticus Cornelis Jan (Cees) Kelk werd geboren in Amsterdam op 28 augustus 1901. Zie ook alle tags voor C. J. Kelk op dit blog.

Uit: Jan Steen

“Een zoon!
Zij dorsten hun groote ronde hoeden van schrik niet afzetten, toen zij het majestueuze brouwershuis aan de Langebrug binnen traden en door Lijs, de meid vol gestijfselde strooken, in de zijdkamer werden gelaten. De klopper aan de deur was omzwachteld geweest en zand had er, een meter of tien ver, langs het huis gestrooid gelegen. Was er een zieke? Lang hoefden zij niet te wachten, zoet vlak naast elkaar op de zware stoelen die Lijs hun geboden had, of Havick Steen, de stoere meester-brouwer, kwam eveneens rond gehoofddekseld binnen, liet ze, met breede gebaren bevelend, aan tafel schikken, nam zelf een stoel aan de andere zijde van het groene kleed en zei:
‘Het zal er nu van komen moeten!’
Het was stil in huis; het scheen geheel uitgestorven en toch hing er een gespannen stemming. Zacht werd er in andere vertrekken gefluisterd en men scheen er op vilten voeten te loopen.
Plotseling hoorden de mannen een vreemd geluid, iets als het gillen van een vrouw. Zij keken om en zagen, want de deur stond open, chirurgijnsmeester Adriaan, het kittige mutsje voor op het hoofd, de mantel wijd over de rug geslagen, een kom dampend water met beide handen omklemd, door het achterhuis snellen. Havick Steen stond op en ging sluiten. Het was nu heel rustig. ‘Ik ga niet van huis, zoolang mijn wijf het zoo zwaar heeft. Daarom heb ik U verzocht ten mijnent te komen. Wie weet..., waar drie brouwers bijeen zijn, schat ik, groeit er een meester uit hem. Want een jongen moet het zijn, deze eerste reis. Voor mijn bedrijf is er een jong van noode.’
‘Ja,’ zei een van de mannen, ‘dat mocht wel zoo zijn, meester Steen.’
‘Ziet eens,’ zei Havick, en hij wees gedwongen kalm op de witte muren van het ruime rechthoekige vertrek, waar de Juni-zon een vroolijk licht binnen wierp door de hooge veelruitige vensters, waarvan er een ten deele openstond.”

 

 
C. J. Kelk (28 augustus 1901 – 25 december 1981)

 

 

De Australische dichter Frederick Kesner III werd geboren op 28 augustus 1967 in Manilla op de Filippijnen Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frederick Kesner op dit blog.

 

Falling In Love Out Of Need

I have fallen madly
irretrievably & unashamedly
in love with you:

Just as that swathe
of hair that won't stay in place
by gel or product or spit;

You have fallen blandly,
irrevocably & unscathedly
out of love with me:

Just as that scab
off skin on the mend that's pink
by band aid & ointment fix'd.

 


When Your Poems Are 'Online'

Please, pray tell, what it means
when your poems are 'online' green
while the rest upon your list
have no such green tags in the least?

And if it means what I suspect it does,
is there anyway that we are able to adjust?

Thanks in advance for your kind reply.

 


Pot Plants

hapless indulgence
animated silences
quiver

hankered imagination
ambiguous synapses
quibble

each way you turn
each thought you churn
new lessons learn

potted flower plants
line your driveway
mind, you don't crush them

 

 
Frederick Kesner (Manilla, 28 augustus 1967)
Manilla

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

De commentaren zijn gesloten.